TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Raadhuis

Wateringen, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bestuursgebouw en onderdl
Function
Gemeentehuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1938
Address
Plein 13, 2291 CA Wateringen (Westland 28) (and others)
Place
Wateringen
Municipality
Westland
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.02467, 4.27429
Monument number
518166

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University of Amsterdam Library

2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Door A.J. Kropholler in 1938 naar traditionalistisch ontwerp gebouwd voormalig RAADHUIS, centraal gelegen aan het Plein in het centrum van Wateringen. Het raadhuis lijkt sterk op de serie raadhuizen van kropholler omstreeks 1930, waarvan dat in Noordwijkerhout de eerste was. Het Wateringse raadhuis is het eerste uitgevoerde pand in een nieuwe reeks gemeentehuizen van de architect in de jaren veertig van de twintigste eeuw. Typerend voor de stijl van Kropholler is de nadruk op zware, gesloten muren, het gebruik van natuursteen, of kunststeen, op constructieve plaatsen en de toepassing van decoratieve elementen vaak met belerende thema's.

De ontbrekende interieuronderdelen zijn gereconstrueerd, waardoor de oorspronkelijke sterke relatie tussen in- en exterieur, zo kenmerkend voor Krophollers bouwstijl, is hersteld.

Tegen de zuidelijke, kopse kant van de dwarsbouw is in 1969 een vierkant bouwlichaam van drie lagen onder een schilddak met zeeg geplaatst, naar een stijlverwant ontwerp van Kropholler i.s.m. Veendorp en Van Beurden dat vanwege het leeftijdscriterium niet voor bescherming in aanmerking komt. De begane grondzone van de zijvleugel is aan de straatzijde gewijzigd.

Omschrijving

Het hoofdvolume van het oorspronkelijke raadhuis is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond onder een, met rode verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak tussen trapgevels met ezelsrugafdekkingen. Een dubbele trap met bordes tegen de voorgevel geeft toegang tot de bel-étage, waarboven zich een verdieping en een zolder bevinden. Onder de bel-étage bevindt zich een souterrain. Aan de zuidzijde van het hoofdvolume bevindt zich een lagere oorspronkelijke aanbouw van twee bouwlagen onder een zadeldak, op dezelfde wijze gedekt als het hoofdvolume. De aanbouw uit 1969 ontneemt het zicht op de zuidelijke kopse gevel van deze dwarsvleugel. Het metselwerk van rode baksteen is in klezorenverband uitgevoerd, met toepassing van grindbetonnen lateien, aanzet- en sluitstenen.

De symmetrische op het westen gelegen voorgevel heeft ter hoogte van de bel- étage een monumentale portiek onder een gemetselde rondboog met zware grindbetonnen aanzetstenen en neuten. Op de bordestrap, met grindbetonnen leuning, bevinden zich twee natuurstenen schilddragende leeuwen van de hand van J.C. Altorf en in het voorvlak het gemeentewapen. De treden zijn van hardsteen. Aan weerszijden bevinden zich stalen kozijnen met bakstenen afzaten onder grindbetonnen lateien. In het met een tongewelf afgesloten portiek bevinden zich twee opgeklampte deuren met zware gehengen, onder een getoogde strek met zware, grindbetonnen sluit- en aanzetstenen. In de deur twee vierkante, getraliede vensters. Op de verdieping onder grindbetonnen lateien gekoppelde vensters als op de hoofdverdieping. Ter hoogte van de zolderverdieping een rondraam met grindbetonnen afwatersteen. De voorgevel wordt met een trapgevel met uitgemetselde aanzetten en drie zware muurankers afgesloten. De uitkragende hoge schoorsteen in de nok heeft een aanzetsteen en afsluiting van hetzelfde materiaal.

De westgevel van de dwarsbouw heeft op de begane grond niet oorspronkelijke dubbele deuren onder een grindbetonnen latei, net als de middelste van de drie kleine vierruits muuropeningen (niet oorspronkelijk). Op de verdieping gekoppelde vierruits ramen onder strekken, waarvan het rechter paar in een kloekere maat is uitgevoerd. Verder overal bakstenen afzaten. De noordelijke zijgevel is geleed in drie horizontale lagen met in het souterrain gekoppelde vensters - twee keer drie en één keer tweemaal - met in hout uitgevoerde vierruits roedeverdeling, onder schuin gefrijnde grindbetonnen lateien. De kozijnen in diverse formaten lijnen aan de bovenkant waardoor een zekere eenheid per horizontale laag bereikt wordt. De toegang is rondboogvormig met natuurstenen sluit- en aanzetstenen. Op de bel- étage een gekoppeld venster met zesruits roedeverdeling en een gekoppeld venster als in het souterrain. Op de bel-étage zijn de roeden, net als op de verdieping in staal uitgevoerd. Verder een vierruits raam en een bolkozijn met aan de onderzijde twee lichtopeningen. De oostelijke gevel is in vier horizontale lagen geleed met in de onderste laag vier gekoppelde liggende zesruits vensters, onder gemetselde strekken met grindbetonnen aanzetstenen. De tweede laag heeft vier staande gekoppelde vensters en één losse, terwijl op de laag hierboven zich twee paar gekoppelde vensters bevinden en op de zolderverdieping één gekoppeld paar. De roeden op de onderste laag zijn in hout uitgevoerd, die op de verdiepingen, waar de kozijnen allen gelijk zijn, in staal. De gevel wordt zoals de voorgevel met een trapgevel afgesloten, maar heeft een lagere schoorsteen. De dwarsbouw heeft op de onderste laag vierruits vaste kozijnen met afzaten, onder strekken en openslaande opgeklampte deuren met zware gehengen onder een gemetselde rondboog met natuurstenen sluit- en aanzetstenen. Op de verdieping drie keer gekoppelde vierruits schuifvensters als in de noordgevel. Een los venster tussen de verdiepingen in. De zuidelijke gevel van de dwarsbouw is door de moderne aanbouw aan het zicht ontnomen. De zuidelijke gevel van het hoofdvolume waar zich het trappenhuis en de oude secretarie bevinden heeft meer lichtopeningen dan de noordgevel. Vier gekoppelde schuifvensters in de onderste laag, twee daarboven en drie in de bovenste, allen gedetailleerd als de kozijnen in de andere gevels. In het trappenhuis drie hoge, oplopende vensters met glas-in-lood, boven een toegangsdeur op de onderste laag. Naast de deur twee boven elkaar geplaatste vensters en onder een rond venster.

Het interieur is gebaseerd op een systeem van bijna symmetrisch ingedeelde rechthoeken, op de verdieping volledig waarbij de nis en de publieke tribune van de raadzaal het evenwicht bewaren, op de bel-étage gedeeltelijk, vanwege de overgang naar het dwarsvolume.

De hal op de bel-étage, bereikbaar via een tochtportaal met stichtingssteen, is uitgevoerd in schoon metselwerk met accenten in natuursteen en groen geglazuurde baksteen. De koperen hanglamp, de koperen klok, de bank, alsmede de houten deuren en andere vaste elementen zijn door Kropholler ontworpen. De ruimtewerking van de hal wordt versterkt door de rondgemetselde bogen en het ruim bemeten trappenhuis met de glas-in-loodramen. Boven de in de linker zijwand gemetselde bank bevindt zich een geglazuurde plaat met een anker.

Op de verdieping bevindt zich de geheel herstelde raadszaal met aan de oostzijde de tribune onder drie rondbogen, gedragen door eenvoudige natuurstenen zuilen met dobbelsteenkapitelen en aan de westzijde een nis onder een gemetselde korfboog. De wanden zijn voorzien van een houten lambrizering, en daarboven uitgevoerd in schoon metselwerk. Van de interieuronderdelen zijn onder meer vermeldenswaard een tegeltableau van Wilhelmina naar ontwerp van de schilder Raoul Martinez, een muurschildering voorstellende een woeste zee en nestbouwende vogels (Dirk Nijland), meubilair van Cor van der Sluis, een tweede klok en de gordijnen. Voorts een tegeltableau met dorpsplein in de achttiende eeuw (tegelfabriek Goedewagen), een tegeltableau voorstellende de symboliek van het huwelijk, thans in de dwarsvleugel, een tweede bank op de verdieping onder een geglazuurde steen met haan, en vijf door J.L. Kropholler ontworpen glas-in-loodramen, voorstellende de tekens van de dierenriem en twee seizoenen.

De houten zolderkap wordt gedragen door kruisvormige spanten.

Waardering

Het voormalige raadhuis van Wateringen is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een raadhuis en als zodanig als element uit de geschiedenis van het openbaar bestuur uit het tweede kwart van de twintigste eeuw in Nederland.

Het raadhuis is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als in hoofdvorm en detaillering karakteristiek voorbeeld van een traditionalistisch raadhuis uit het oeuvre van architect Kropholler, waarbij het interieur nog diverse onder meer door de architect zelf ontworpen interieurelementen bevat.

Het raadhuis is stedenbouwkundig van belang vanwege de centrale en beeldbepalende ligging aan de oude hoofdstraat van het dorp, sterk verbonden met de oorspronkelijke functie van het pand.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former TOWN HALL built in 1938 by A.J. Kropholler to a traditionalist design, centrally located at the Plein in the centre of Wateringen. The town hall closely resembles the series of town halls by Kropholler around 1930, the first of which was that in Noordwijkerhout. The Wateringen town hall is the first executed building in a new series of municipal buildings by the architect in the nineteen-forties. Characteristic of Kropholler's style is the emphasis on heavy, closed walls, the use of natural stone, or artificial stone, at structural points and the application of decorative elements often with didactic themes.

The missing interior components have been reconstructed, restoring the original strong relationship between interior and exterior, so characteristic of Kropholler's building style.

Against the southern gable end of the transverse building, in 1969 a square building block of three storeys under a hipped roof with sag was placed, to a stylistically related design by Kropholler in collaboration with Veendorp and Van Beurden which, on account of its age criterion, does not qualify for protection. The ground floor zone of the side wing has been altered on the street side.

Description

The main volume of the original town hall is erected on a rectangular plan under a gabled roof, clad with red improved Dutch tiles, between stepped gables with saddle-back finials. A double staircase with a landing against the front façade provides access to the piano nobile, above which are a storey and an attic. Below the piano nobile is a basement. On the south side of the main volume is a lower original annexe of two storeys under a gabled roof, clad in the same manner as the main volume. The 1969 annexe obscures the view of the southern gable end of this transverse wing. The brickwork of red brick is executed in Flemish bond, with the application of concrete aggregate lintels, angle stones and springer stones.

The symmetrical west-facing front façade has at the level of the piano nobile a monumental portico under a brick round arch with heavy concrete aggregate angle stones and voussoirs. On the flight of stairs, with concrete aggregate balustrade, are two natural stone shield-bearing lions by J.C. Altorf and in the front plane the municipal coat of arms. The steps are of hardstone. On either side are steel window frames with brick offsets under concrete aggregate lintels. In the portico, closed by a barrel vault, are two hinged doors with heavy hinges, under an arched opening with heavy concrete aggregate closing and angle stones. In the door two square, grilled windows. On the storey above under concrete aggregate lintels coupled windows as on the main floor. At the level of the attic floor a round window with concrete aggregate drip stone. The front façade is closed with a stepped gable with setted-out brickwork and three heavy wall anchors. The projecting tall chimney in the ridge has an angle stone and finishing of the same material.

The west façade of the transverse building has on the ground floor non-original double doors under a concrete aggregate lintel, as does the middle of three small four-light window openings (non-original). On the storey above coupled four-light windows under sills, of which the right pair are executed in a bolder size. Further throughout brick offsets. The northern side façade is articulated in three horizontal tiers with in the basement coupled windows—two times three and one time twice—with four-light glazing bars executed in wood, under slanted fretted concrete aggregate lintels. The window frames in various sizes align at the top, whereby a certain unity per horizontal tier is achieved. The entrance is round-arched with natural stone closing and angle stones. On the piano nobile a coupled window with six-light glazing bars and a coupled window as in the basement. On the piano nobile the bars, as on the storey above, are executed in steel. Further a four-light window and a bull's-eye window with two light openings at the bottom. The eastern façade is articulated in four horizontal tiers with in the lowest tier four coupled horizontal six-light windows, under brick sills with concrete aggregate angle stones. The second tier has four upright coupled windows and one single, while the tier above has two pairs of coupled windows and on the attic storey one coupled pair. The bars on the lowest tier are executed in wood, those on the storeys above, where the frames are all identical, in steel. The façade is closed like the front façade with a stepped gable, but has a lower chimney. The transverse building has on the lowest tier four-light fixed frames with offsets, under sills and hinged opening doors with heavy hinges under a brick round arch with natural stone closing and angle stones. On the storey above three times coupled four-light sash windows as in the north façade. A single window between the storeys. The southern façade of the transverse building is obscured by the modern annexe. The southern façade of the main volume, where the stairwell and the old secretary's office are located, has more light openings than the north façade. Four coupled sash windows in the lowest tier, two above and three in the uppermost, all detailed as the frames in the other façades. In the stairwell three tall, rising windows with leaded glass, above a door opening on the lowest tier. Beside the door two windows placed one above the other and below a round window.

The interior is based on a system of almost symmetrically divided rectangles, on the storey completely, whereby the recess and the public gallery of the council chamber maintain the balance, on the piano nobile partially, owing to the transition to the transverse volume.

The hall on the piano nobile, accessible via a draught vestibule with a foundation stone, is executed in fair-faced brickwork with accents in natural stone and green glazed brick. The copper hanging lamp, the copper clock, the bench, as well as the wooden doors and other fixed elements were designed by Kropholler. The spatial effect of the hall is strengthened by the brick arches and the spacious stairwell with the leaded glass windows. Above the bench set in the left side wall is a glazed panel with an anchor.

On the storey above is the fully restored council chamber with on the east side the gallery under three round arches, supported by simple natural stone columns with cube capitals and on the west side a recess under a brick segmental arch. The walls are provided with wooden wainscoting, and above executed in fair-faced brickwork. Of the interior components are worthy of mention inter alia a tile tableau of Wilhelmina designed by painter Raoul Martinez, a mural depicting a wild sea and nest-building birds (Dirk Nijland), furniture by Cor van der Sluis, a second clock and the curtains. Furthermore a tile tableau with village square in the eighteenth century (Goedewagen tilery), a tile tableau depicting the symbolism of marriage, now in the transverse wing, a second bench on the storey under a glazed stone with a rooster, and five leaded glass windows designed by J.L. Kropholler, depicting the signs of the zodiac and two seasons.

The wooden attic roof truss is supported by cruciform trusses.

Valuation

The former town hall of Wateringen is of general importance for its cultural-historical value as a well-preserved example of a town hall and as such as an element from the history of public administration from the second quarter of the twentieth century in the Netherlands.

The town hall is of general importance for its architectural-historical value as, in main form and detailing, a characteristic example of a traditionalist town hall from the oeuvre of architect Kropholler, whereby the interior still contains various interior elements designed in part by the architect himself.

The town hall is of urban planning importance for its central and landmark location on the old main street of the village, strongly connected with the original function of the building.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map