TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, St.-Antoniusstraat 32

De Mortel, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1902 - 1904
Address
St.-Antoniusstraat 32, 5425 VE De Mortel (Gemert-Bakel 30)
Place
De Mortel
Municipality
Gemert-Bakel
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.54103, 5.70859
Monument number
518089

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Spoor- en tramwegkaart van Nederland / door C.R.T. Kraijenhoff" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

R.K. KERK van Sint Antonius Abt, gebouwd in 1902-1904 naar een ontwerp van C. Franssen in neo-gotische stijl.

De kerk ligt aan de St. Antoniusstraat, de doorgaande weg tussen Gemert en Bakel, door de kom van Mortel. De kerk ligt dicht aan de weg, van de straat gescheiden door een smeedijzeren hekwerk.

Omschrijving

Driebeukige kerk op een kruisvormige plattegrond met zevenzijdig gesloten koor en driezijdig gesloten transeptarmen. Het middenschip is zes traveeën lang en heeft een zadeldak, de zijschepen zijn onder lessenaarsdaken geplaatst, het transept (één travee) en het koor zijn voorzien van schilddaken. De vierkante toren tegen de voorgevel van de kerk wordt bekroond door een achtkantige, tot vierkant ingesnoerde spits met windwijzer en haantje. Op de viering is een achtkantige dakruiter met spits geplaatst. Aan weerszijden van de toren is tegen de voorgevel van de kerk een kapelletje (doop- en devotiekapel) gebouwd. Het geheel is uitgevoerd in baksteen, voorzien van speklagen in gele baksteen. Onder de goot is een tandlijst met dubbele muizentand aangebracht. De daken zijn gedekt met leien in maasdekking.

De gevels van het schip en transepten worden geleed door lisenen en steunberen, tegen het schip zijn deze éénmaal versneden, tegen transept en koor driemaal, alle voorzien van natuurstenen afzaten. De iets uitstekende plint wordt afgesloten door een natuurstenen rand.

De toren heeft overhoekse steunberen, vier maal versneden. Hij bestaat uit vier geledingen en is in de eerste geleding, aan de voorzijde voorzien van een dubbele houten deur met smeedijzeren beslag. Aan weerszijden van de deur zijn bakstenen colonnetten met een natuurstenen basement en kapiteel met bloemmotief geplaatst. Deze colonnetten lopen door in de geprofileerde bakstenen spitsboog omlijsting van het bovenlicht. Hierin is een bakstenen tracering, gevuld met glas-in-lood aangebracht. Boven de deur is een topgevel met natuurstenen afdekrand en gotische vierpas aangebracht, bekroond door een kruisbloem. Aan weerszijden van de topgevel is metselmozaïek met gele baksteen zichtbaar. Daarboven bevindt zich een drievoudig lancetvenster, gevuld met glas-in-lood. In de derde geleding zijn blindnissen aangebracht, daarboven bevinden zich galmgaten en een wijzerplaat. Rondom de wijzerplaten is een metselmozaïek in gele steen zichtbaar. Aan de rechterzijkant van de toren is een smalle ingang. Tegen de linkerzijkant van de toren is over de hoogte van drie geledingen een smal zeskantig traptorentje geplaatst.

Verspreid over de zijgevels, tussen de steunberen, bevinden zich spitsboogramen in een omlijsting van geprofileerde baksteen, gevuld met glas-in-lood. De ramen hebben hardstenen afzaten. Het koor is voorzien van glas-in-loodramen met bijbelse voorstellingen. In het dakvlak bevinden zich dakkapelletjes met overstekend schilddak met piron en houten luik.

Aan de achterzijde van het koor is een lage omgang onder lessenaardaken zichtbaar. Hierin bevinden zich een houten opgeklampte deur met natuurstenen trapje en kleine spitsboogramen in baksteen omlijsting op een natuurstenen onderdorpel. Het interieur wordt overwelfd door kruisribgewelven, in de viering en het koor zijn een stergewelf en straalgewelf aangebracht. De gewelven zijn uitgevoerd in baksteen, ribben en colonnetten hebben een afwijkende kleur.

Tussen het midden - en zijschip marmeren zuilen op een vierkante natuurstenen voet en met beschilderde bladkapitelen. De zuilen worden verbonden door spitse scheibogen. In de velden boven deze bogen zijn engelen geschilderd.

De vloer is in zwart marmer uitgevoerd.

Het interieur is in 1911 door E. Perey (Venlo) voorzien van neo-gotische polychromie met onder andere draperieën, geometrische motieven, bloemranken en figuratieve voorstellingen (in het koor: uit het leven van Christus). Onder de ramen van het middenschip zijn in de blindnissen afbeeldingen van heiligen zichtbaar.

De achterwand is gedeeltelijk bekleed met cementtegels met dekoratief bloempatroon op een bakstenen plint.

Rechts tegen het koor bevindt zich de sakristie met houten balken in het plafond, houten muurkasten met paneeldeuren. Ook links van het koor is een aanbouw zichtbaar, beide rechthoekig onder schilddak met piron.

Inventaris: neo-gotisch hoogaltaar uit 1904 naar ontwerp van C. Franssen, uitgevoerd door de firma Stoltzenberg, gemaakt door de J. Thissen (Roermond). Links van het koor een Maria-altaar met houten retabel in neo-gotische vormgeving, rechts van het koor een retabel met voorstellingen uit het leven van Jozef. Beide retabels van J. Thissen, gemaakt in 1909 naar ontwerpen van C. Franssen.

Gepolychromeerde heiligenbeelden op consoles met loofwerk, in het koor en tegen de pijlers rond de viering.

De kopse gevel van het transept heeft biechtstoelen in een nis onder segmentbogen. In de kapel, links van de ingang (van buitenaf gezien) bevindt zich een pietà van Joh. van der Ven. Rechts in de kapel een doopvont op hardstenen voet, ontworpen door C. Franssen met een koperen deksel in de vorm van een neo-gotische koepel met spits, gemaakt door J. Peeters, geheel uit 1907.

De kruiswegstaties werden geschilderd door G. Jacobs en geleverd door E.

Perey. Lijsten van deze werken werden uitgevoerd naar ontwerp van C. Franssen, het geheel dateert uit 1903.

"Eenklaviers mechanisch orgel met 5 registers gemaakt in 1919 door de firma NV P. van Dam, afkomstig uit de doopsgezinde kerk te Woudsend (Frl) in 1997 gerestaureerd en geplaatst in Mortel".

Waardering

Het kerkgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een neogotische kerk welke de kern vormt van een iets ouder kerkdorp. Het geheel is van architectuurhistorisch belang vanwege de plaats in het werk van C. Franssen en vanwege de tot in de details gaaf gebleven eenheid van dekoratie en materiaalgebruik in het interieur. Het geheel is gaaf bewaard gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

R.K. CHURCH of Sint Antonius Abt, built in 1902-1904 after a design by C. Franssen in neo-gothic style.

The church stands on the St. Antoniusstraat, the through road between Gemert and Bakel, passing through the centre of Mortel. The church stands close to the road, separated from the street by wrought-iron railings.

Description

Three-aisled church on a cruciform plan with seven-sided closed choir and three-sided closed transept arms. The nave is six bays long and has a gabled roof, the side aisles are covered with lean-to roofs, the transept (one bay) and the choir are provided with hipped roofs. The square tower against the front facade of the church is crowned by an octagonal spire tapered to a square with weathervane and cockerel. On the crossing an octagonal roof lantern with spire is placed. On either side of the tower, against the front facade of the church, a small chapel (baptismal and devotional chapel) is built. The whole is executed in brick, provided with courses of yellow brick. Below the gutter a dentil course with double tooth moulding is applied. The roofs are covered with slate in Meuse pattern.

The facades of the nave and transepts are articulated by pilaster strips and buttresses, against the nave these are cut once, against transept and choir three times, all provided with natural stone offsets. The slightly projecting plinth is finished with a natural stone border.

The tower has diagonal buttresses, cut four times. It consists of four storeys and is in the first storey, on the front side provided with a double wooden door with wrought-iron fitting. On either side of the door are brick colonettes with a natural stone base and capital with floral motif. These colonettes continue in the profiled brick pointed arch surround of the fanlight. Within it is a brick tracery filled with stained glass. Above the door is a stepped gable with natural stone edging and gothic quatrefoil applied, crowned by a cross-flower. On either side of the stepped gable is masonry mosaic with yellow brick visible. Above this is a triple lancet window filled with stained glass. In the third storey blind niches are arranged, above them are sound openings and a clock face. Around the clock faces is masonry mosaic in yellow stone visible. On the right side of the tower is a narrow entrance. Against the left side of the tower is a narrow six-sided stair turret placed over the height of three storeys.

Scattered over the side facades, between the buttresses, are pointed arch windows in a surround of profiled brick, filled with stained glass. The windows have stone offsets. The choir is provided with stained glass windows with biblical scenes. In the roof plane are roof chapels with overhanging hipped roof with roof tile and wooden shutter.

On the rear of the choir a low ambulatory under lean-to roofs is visible. Within this are a wooden clamped door with natural stone steps and small pointed arch windows in brick surround on a natural stone threshold. The interior is covered by cross-ribbed vaults, in the crossing and the choir a star vault and radial vault are applied. The vaults are executed in brick, ribs and colonettes have a contrasting colour.

Between the nave and side aisles marble columns on a square natural stone base and with painted foliate capitals. The columns are connected by pointed cross arches. In the fields above these arches are painted angels.

The floor is executed in black marble.

The interior was in 1911 provided by E. Perey (Venlo) with neo-gothic polychromy with among other things draperies, geometric motifs, floral scrolls and figurative scenes (in the choir: from the life of Christ). Below the windows of the nave are in the blind niches images of saints visible.

The back wall is partly clad with cement tiles with decorative floral pattern on a brick plinth.

Right against the choir is the sacristy with wooden beams in the ceiling, wooden wall cupboards with panel doors. Also to the left of the choir an extension is visible, both rectangular under hipped roof with roof tile.

Inventory: neo-gothic high altar from 1904 after design by C. Franssen, executed by the firm Stoltzenberg, made by J. Thissen (Roermond). Left of the choir a Mary altar with wooden retable in neo-gothic design, right of the choir a retable with scenes from the life of Joseph. Both retables by J. Thissen, made in 1909 after designs by C. Franssen.

Polychromed saint statues on consoles with leafwork, in the choir and against the pillars around the crossing.

The gable wall of the transept has confessionals in a niche under segmental arches. In the chapel, left of the entrance (viewed from outside) is a pieta by Joh. van der Ven. Right in the chapel a baptismal font on stone base, designed by C. Franssen with a copper cover in the form of a neo-gothic dome with spire, made by J. Peeters, wholly from 1907.

The stations of the cross were painted by G. Jacobs and supplied by E. Perey. Frames of these works were executed after design by C. Franssen, the whole dates from 1903.

"Single-manual mechanical organ with 5 registers made in 1919 by the firm NV P. van Dam, originating from the Mennonite church at Woudsend (Frl) restored in 1997 and placed in Mortel".

Valuation

The church building is of general importance because of its cultural-historical value as an example of a neogothic church which forms the core of a slightly older church village. The whole is of architectural-historical importance because of its place in the work of C. Franssen and because of the unity of decoration and material use in the interior, which has remained intact in all its details. The whole has been well preserved.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map