TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pellerij, De Gortpeller 111

Zaandam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Pellerij
Category
onroerend gebouwd
Built
1913 - 1914
Address
De Gortpeller 111, 1502 BV Zaandam (Zaanstad 27) (and others)
Place
Zaandam
Municipality
Zaanstad
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.44915, 4.82200
Monument number
518063

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1885 map "Het Noordzee-kanaal en zijne omstreken / A. Braakensiek fec." (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de oostzijde van de Zaan gelegen voormalige GORTPELLERIJ uit 1913-1914. Het ruim 33 meter hoge in betonskeletbouw uitgevoerde fabrieksgebouw werd gebouwd naar ontwerp van de Rijswijkse architect B. Schelling in een functionalistische bouwtrant. Opdrachtgever was de N.V. Stoomgortpellerij v/h J. Zwaardemaker Hzn. waarvan het naastgelegen fabrieksgebouw uit 1900 te klein was geworden. Architect Schelling werd gekozen op grond van zijn specifieke kennis op het gebied van silobouw. Aannemer was de N.V. Nederlandsche Betonijzerbouw te Amsterdam. Het fabrieksgebouw bestaat uit vier onderdelen: een reinigingsgebouw, een pakhuis, een elevatortoren en een silogebouw. De oorspronkelijke, deels gietijzeren vensters in de buitengevels zijn naderhand vervangen door merendeels zesruits betonnen vensters. Het gebouw wordt door een betonnen loskade gescheiden van de Zaan.

Omschrijving

Op L-vormig grondplan opgetrokken fabrieksgebouw samengesteld uit vier naast elkaar gelegen blokvormige bouwvolumes van verschillende grootte aan de Zaan: een 19 m. hoog pakhuis van vijf bouwlagen en aan de zuidkant hiervan een zes bouwlagen tellend en ruim 23 m hoog reinigingsgebouw (beide ruim 17 m. diep en respectievelijk circa 16,5 en 14 meter breed), haaks op deze twee volumes en ten oosten van het pakhuis een silogebouw met een rechthoekig grondplan (18,60 x 7,50 m) en een hoogte van 30 m, en tussen het silogebouw en het pakhuis een elevatortoren van 5 bij 12 m. die met vier bouwlagen boven het pakhuis uitsteekt tot een totale hoogte van 33,5 m. Het evenhoge trappenhuis in de zuidoosthoek van het pakhuis sluit via een kleine tussenbouw aan tegen de zuidwesthoek van de elevatortoren. Ter hoogte van de eerste verdieping bevindt zich tegen de oostgevel van het reinigingsgebouw een betonnen luchtbrug. Alle bouwvolumes zijn voorzien van een plat dak met overstek. Het gebouw is geheel uitgevoerd in gewapend beton (gietbouw). Tussen de buitenste kolommen van het betonskelet zijn 8 cm dikke wanden aangebracht. De laatste zijn gecementeerd en aan de buitenzijde voorzien van een teerlaag bestrooid met fijn schelpmateriaal. In contrast hiermee zijn de zich over de volle gevelhoogte uitstrekkende kolommen, evenals de plint en de band onder de dakoverstekken afgewerkt met een grove pleisterlaag. De voor- en achtergevel van het reinigingsgebouw worden door de zich als lisenen over de gevel uitstrekkende kolommen in drie traveeën geleed. De zuidgevel telt vier traveeën. De middelste travee van de symmetrische voorgevel (W) heeft op elke verdieping een deur. De overige traveeën van het reinigingsgebouw zijn voorzien van twee vensters per bouwlaag.

De voorgevel (W) van het pakhuis telt vier traveeën met in de eerste en derde travee van rechts op elke verdieping een deur en in de tweede travee telkens twee vensters. De linker travee is op een enkel venster na gesloten. Ter hoogte van het trappenhuis is de achtergevel (O) van het pakhuis evenals de zuidgevel van de elevatortoren voorzien van twee vensters per bouwlaag. Bovenin de zuidgevel van de elevatortoren bevindt zich nog een origineel gietijzeren raam. Links van het silogebouw heeft de oostgevel van de elevatortoren één vensteras. De langszijden van het silogebouw worden beide in drie traveeën geleed; de kopse oostgevel telt twee traveeën. Helemaal bovenin elke travee bevinden zich één of twee lage vensters. Het interieur van de fabriek verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijk staat. Het betonskelet is samengesteld uit kolommen die op een onderlinge afstand van circa 4,60 m hart op hart geplaatst zijn in een nagenoeg vierkant rasterpatroon. De kolommen worden met elkaar verbonden door betonnen liggers die de vloer dragen. Om het afschuiven van de betonvloeren te voorkomen zijn de liggers ter plaatse van de kolommen voorzien van schuine consoles. In het trappenhuis bevindt zich een betonnen bordestrap met een ijzeren leuning. Het gebouw bevat verder onder meer met staalplaat beklede branddeuren en diverse onderdelen van de oorspronkelijke inventaris, waaronder een zich over meerdere verdiepingen uitstrekkende spiraalvormige ijzeren glijbaan voor het transport van zakken en enkele houten verbodsborden in het trappenhuis. Het silogebouw wordt tussen de begane grond en de onder het dak gelegen verdieping onderverdeeld in 20 silo's van drie verschillende groottes, elk met een hoogte van ruim 20 meter.

Waardering

Het fabrieksgebouw is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als merendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een gortpellerij uit de jaren '10 van de 20ste eeuw, uitgevoerd in betonskeletbouw. Het silogebouw heeft tevens constructieve waarde als een van de vroegste voorbeelden van een volledig betonnen silogebouw in Nederland. Daarnaast heeft het fabrieksgebouw situationele waarde vanwege de sterk beeldbepalende ligging aan de Zaan en ensemblewaarde in relatie tot de overige grootschalige industriële bebouwing langs beide Zaanoevers.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former GORTPELLERIJ (barley mill) located on the east side of the Zaan, dating from 1913-1914. The factory building, measuring over 33 metres in height and executed in reinforced concrete skeleton construction, was built to the design of Rijswijk architect B. Schelling in a functionalist architectural style. The client was N.V. Stoomgortpellerij v/h J. Zwaardemaker Hzn., whose adjoining factory building from 1900 had become too small. Architect Schelling was chosen on the basis of his specific knowledge of silo construction. The contractor was N.V. Nederlandsche Betonijzerbouw of Amsterdam. The factory building comprises four components: a cleaning building, a warehouse, an elevator tower and a silo building. The original windows, partly of cast iron, in the outer facades were later replaced by mostly six-pane concrete windows. The building is separated from the Zaan by a concrete loading quay.

Description

Factory building erected on an L-shaped ground plan, composed of four adjoining block-shaped building volumes of varying size on the Zaan: a 19 m high warehouse of five storeys and on its south side a cleaning building of six storeys, measuring over 23 m high (both over 17 m deep and approximately 16.5 and 14 metres wide respectively), perpendicular to these two volumes and to the east of the warehouse a silo building with a rectangular ground plan (18.60 x 7.50 m) and a height of 30 m, and between the silo building and the warehouse an elevator tower of 5 by 12 m, which with four storeys above the warehouse extends to a total height of 33.5 m. The equally high stairwell in the south-east corner of the warehouse connects via a small intermediate structure to the south-west corner of the elevator tower. At the level of the first floor, a concrete skybridge is located against the east facade of the cleaning building. All building volumes are provided with a flat roof with overhang. The building is entirely executed in reinforced concrete (cast construction). Between the outer columns of the concrete skeleton are walls 8 cm thick. These are cemented and on the outside provided with a tar layer sprinkled with fine shell material. In contrast to this, the columns extending over the full facade height, as well as the plinth and the band below the roof overhangs, are finished with a rough plaster layer. The front and rear facades of the cleaning building are articulated into three bays by the columns extending as pilasters over the facade. The south facade comprises four bays. The middle bay of the symmetrical front facade (W) has a door on each storey. The remaining bays of the cleaning building are provided with two windows per storey.

The front facade (W) of the warehouse comprises four bays with in the first and third bay from the right a door on each storey and in the second bay two windows each. The left bay is closed except for a single window. At the level of the stairwell, the rear facade (E) of the warehouse as well as the south facade of the elevator tower are provided with two windows per storey. At the top of the south facade of the elevator tower is an original cast-iron window. To the left of the silo building, the east facade of the elevator tower has one window bay. The long sides of the silo building are both articulated into three bays; the east gable end facade comprises two bays. At the very top of each bay are one or two small windows. The interior of the factory is still largely in its original state. The concrete skeleton is composed of columns placed at a mutual distance of approximately 4.60 m centre to centre in an almost square grid pattern. The columns are connected to one another by concrete beams which support the floor. To prevent shear of the concrete floors, the beams are provided with angled consoles at the location of the columns. In the stairwell is a concrete open staircase with an iron handrail. The building further contains, among other things, fire doors clad with steel plate and various components of the original inventory, including a spiral iron chute extending over several storeys for the transport of sacks and several wooden prohibition notices in the stairwell. The silo building is subdivided between the ground floor and the storey below the roof into 20 silos of three different sizes, each with a height of over 20 metres.

Valuation

The factory building is of general interest due to its architectural and cultural-historical value as a largely well-preserved example of a barley mill from the 1910s of the 20th century, executed in reinforced concrete skeleton construction. The silo building also has structural value as one of the earliest examples of a fully concrete silo building in the Netherlands. Furthermore, the factory building has situational value due to its strongly characterising location on the Zaan and ensemble value in relation to the other large-scale industrial buildings along both Zaan banks.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map