TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Johanna Elisabeth's Stichting

Koog aan de Zaan, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Sociale zorg, liefdadigheid
Function
Weeshuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1910
Address
Lagendijk 41, 1541 KB Koog aan de Zaan (Zaanstad 27) (and others)
Place
Koog aan de Zaan
Municipality
Zaanstad
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.46716, 4.81257
Monument number
518050

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Aan de westzijde van de Lagendijk gelegen voormalig doopsgezind WEESHUIS genaamd "Johanna Elisabeth's Stichting" met bijbehorende ERFSCHEIDING, gebouwd in 1910 naar ontwerp van de Wormerveerse architect Dirk Stam. De bouw werd bekostigd uit het legaat van de Zaandijker bakker Hendrik Sweepe ter nagedachtenis aan zijn jong overleden dochter Johanna Elisabeth. Het gebouw is opgetrokken in een overgangsarchitectuur waarin stijlmotieven ontleend aan de Hollandse renaissance en de barok gecombineerd worden met eigentijdse vormen.

In 1979 werd het pand verbouwd tot appartementen waarbij het oorspronkelijke exterieur grotendeels behouden bleef. De meeste schuiframen werden vervangen door stolpramen, met behoud van de bestaande kozijnen en bovenlichten. In het interieur zijn de gangen, trappenhuizen en kappen nog grotendeels oorspronkelijk.

Omschrijving

Twee bouwlagen hoog weeshuis gebouwd op L-vormig grondplan bestaande uit een vierkant bouwvolume onder een afgeplat tentdak voorzien van twee steekkappen aan de voorzijde, en een erachter gelegen rechthoekig volume evenwijdig aan de straat dat in zuidelijke richting doorloopt tot aan de Boschjesstraat en gedekt wordt met een zadeldak met dakschild boven de noordgevel. De twee daken worden gescheiden door een met zink beklede bakgoot en zijn gedekt met zwarte geglazuurde Hollandse pannen.

De gevels zijn opgetrokken in rode machinale baksteen waalformaat in kruisverband met knipvoeg. Het gebouw heeft een omgaande plint die langs de voorgevel uitgevoerd is in hardsteen. Boven de zij- en achtergevels loopt een geprofileerde bakgoot op geprofileerde gootklossen. Alle vensters hebben hardstenen lekdorpels.

De vijf traveeën brede symmetrische voorgevel (O) heeft een terugliggende middentravee met ingangspartij ingeklemd tussen hoekrisalieten van twee traveeën met topgevel. De via een hardstenen trap met uitzwenkende leuningen bereikbare voordeur is uitgevoerd als dubbele paneeldeur met een gewelfde bovenrand en gewelfd kalf en een 21-ruits bovenlicht voorzien van blank glas in lood. De deur wordt geflankeerd door geblokte zandstenen pilasters met fantasie-kapitelen in de vorm van een gestileerd blad. De rechthoekige gevelsteen erboven draagt in gotisch schrift de door rijk bladwerk omgeven tekst "Johanna Elisabeth's Nagedachtenis toegewijd aan de Doopsgezinde Gemeente van Koog en Zaandijk". De middenas wordt verder benadrukt door de rond het venster boven de gevelsteen aangebrachte zandstenen omlijsting, die onderaan voorzien is van voluutvormige klauwstukken en wordt afgesloten door een geprofileerde lijst. Het middenvenster heeft evenals de twee vensters ter weerszijden en de vier vensters op de begane grond een twintigruits bovenlicht voorzien van blank glas-in-lood. De gemetselde segmentboog boven het middenvenster is voorzien van een sluitsteen in de vorm van een mannenhoofd (Hendrik Sweepe of Dirk Stam) en vier eveneens zandstenen boogstenen met diamantkop. In de boogvulling van lichtrode baksteen is een zandstenen beslagwerk aangebracht met het jaartal 1910. De overige vensters ter weerszijden van de middenpartij hebben een wisseldorpel ingeklemd tussen zandstenen sierblokken, en een zandstenen latei waarboven een getoogde en aan de bovenzijde getrapte ontlastingsboog, eveneens in zandsteen. De boogvulling is uitgevoerd in contrasterende lichtrode baksteen. Ter weerszijden van de lateien en bovenin de topgevels zijn rijke smeedijzeren muurankers aangebracht. De twee kruisvensters in de topgevels hebben onderin draairamen en in de bovenvakken blank glas-in-lood. De segmentboog boven beide vensters is voorzien van zandstenen sluit- en aanzetstenen. Ook hier is de boogvulling uitgevoerd in lichtrode baksteen. De topgevels worden gedekt met aan de bovenzijde geprofileerde dekstenen van zandsteen die aan de onderzijde trapsgewijs aansluiten op het metselwerk van de gevel. De onderste dekstenen zijn voorzien van een kwartronde uitkraging. De top van de gevel wordt bekroond door een gestileerde plantenknop. Boven de door een kroonlijst voorzien van guttae afgesloten middenrisaliet bevindt zich een kleine dakkapel met een gewelfde kroonlijst voorzien van guttae, en twee door een middenstijl gescheiden achtruits draairamen.

In het midden van de rechterzijgevel (N) bevindt zich een via drie hardstenen treden bereikbare terugliggende paneeldeur. Hierboven, ter hoogte van het achterliggende trapbordes, bevinden zich twee gekoppelde glas-in-lood valramen. Van de overige vensters in deze gevel hebben de twee rechter en het meest linker op de begane grond nog de oorspronkelijke schuiframen met middenroede. De bovenlichten zijn evenals in de voorgevel voorzien van een kleine roedenverdeling.

De via drie hardstenen treden bereikbare deur links in de achtergevel (W) is vervangen door een (stolp)raam waarboven een twaalfruits bovenlicht. Rechts hiervan bevindt zich een venster met achtruits bovenlicht en daarnaast, ter hoogte van de verdwenen veranda, twee vensters met twaalfruits bovenlicht waartussen een in een venster gewijzigde deur met vijftienruits bovenlicht. In de rechter helft van de begane grond zijn drie vensters met achtruits bovenlicht aangebracht. De eerste verdieping telt zes kleine schuifvensters met vierruits bovenlicht afgewisseld met vijf vensters met twaalfruits bovenlicht.

De aan de Boschjesstraat gelegen zuidgevel van het achtervolume van het weeshuis bezit een afzonderlijke toegang tot de catechisatiekamer. Deze symmetrische tuitgevel is vergelijkbaar rijk uitgevoerd als de voorgevel, met ondermeer zandstenen dekstukken en muurankers. De via een hardstenen trap bereikbare dubbele paneeldeur heeft een bovenlicht met ijzeren lantaarn. Ter weerszijden van deze deur bevinden zich twee smalle gekoppelde schuifvensters met vierruits bovenlicht onder een zandstenen latei. Hierboven en boven de deur is een segmentboog aangebracht met aanzet- en sluitstenen van zandsteen. De boogvullingen zijn uitgevoerd in contrasterende lichtrode baksteen. De eerste verdieping telt twee vensters met twaalfruits bovenlicht tussen twee kleinere schuifvensters met vierruits bovenlicht. Ter weerszijden van de wissel- en bovendorpels van de twee grote vensters zijn zandstenen blokken aangebracht, en in de strekken erboven een sluitsteen van zandsteen. Bovenin de tuitgevel bevindt zich een kruisvenster als in de voorgevel.

Het linker gedeelte van de oostgevel van het rechthoekige bouwdeel heeft op de eerste verdieping een klein en een groot venster als in de zuidgevel. Rechts in dit geveldeel bevindt zich ter hoogte van de eerste verdieping een muurinham die zich tot in het zadeldak voortzet. Een dubbele balkondeur in de achtermuur van deze inham geeft toegang tot het platte dak boven de lage uitgebouwde c.v.-ruimte in de hoek tussen het rechthoekige en het vierkante bouwdeel. In de smalle oostgevel van deze rechthoekige uitbouw bevindt zich een dubbele paneeldeur waarboven een segmentboog met sluit- en aanzetstenen van zandsteen en een boogvulling van lichtrode baksteen. Boven de c.v.-ruimte is tegen de zuidgevel van het vierkante bouwdeel een rookkanaal gemetseld dat boven de dakvoet overgaat in een achthoek en voorzien is van zandstenen sierbanden en -blokken. Op de eerste verdieping bevinden zich ter weerszijden van dit rookkanaal drie vensters met twaalfruits bovenlicht. Van de twee naast elkaar gelegen keldervensters rechtsonder heeft het rechter een drieruits valraam waarvoor diefijzers (het linker is dichtgetimmerd). Hierboven zijn twee gekoppelde vensters met negenruits bovenlichten aangebracht onder één segmentboog met lichtrode boogvulling. Links hiervan bevinden zich twee kleine vensters boven elkaar (het bovenste vierruits, het onderste éénruits en voorzien van twee diefijzers).

De hoge dakkapel middenboven de linker zijgevel (Z) heeft een in het midden getoogde kroonlijst, vlakke wangen, en een kruiskozijn met gewijzigde onderramen (links een luik, rechts een drieruits raam waarboven een stalen hijsbalk) en in de bovenvakken twee twaalfruits glas-in-loodramen.

In het vierkante bouwdeel verkeren de gangen, trappenhuizen en zolderverdieping nog grotendeels in de oorspronkelijke staat. De vestibule middenvoor heeft een betegelde lambrisering van paarse tegeltjes (in één rij zijn tortelduifjes afgebeeld), een stucplafond met middenornament in de vorm van een bloem, en, evenals de achterliggende gang, een sobere (zwart/witte) granitovloer. De tussendeur naar de gang, een paneeldeur met glaspaneel, is opgenomen in een samengesteld kozijn met een fantasiefries en boven- en zijlichten voorzien van een kleine roedenverdeling. Rechts in de achterliggende gang bevindt zich een ondiepe, aan de bovenzijde getoogde wandnis bekleed met groengeglazuurde tegeltjes in koppenverband. Vermoedelijk zat hier een radiator. Links van het door twee doorgangen met korfboog begrensde middendeel van de gang bevindt zich het hoofdtrappenhuis. De houten bordestrap naar de eerste verdieping heeft gedraaide balusters en een zware, rijk uitgevoerde hoofdbaluster met een lijf in de vorm van een vaas. Naast het trappenhuis is een van omlijste paneeldeuren en een getoogde doorgang voorziene zijgang met aan het einde een paneeldeur met bovenlicht van gekleurd glas in lood die leidt naar de c.v.-ruimte tegen de linker zijgevel (Z). Verderop in de middengang is rechts een smaller tweede trappenhuis met een bordestrap naar de eerste verdieping. De leuning hiervan is identiek aan de hoofdtrap (ook dezelfde hoofdbaluster). Ook op de eerste verdieping is een centrale gang met twee korfboogvormige doorgangen. De twee trappenhuizen hebben evenals de gangen op de begane grond en de eerste verdieping een eenvoudig stucplafond met een omgaande lijst. In het plafond boven het hoofdtrappenhuis bevindt zich een omlijst vierkant bovenlicht voorzien van mousselineglas. Een door een paneeldeur afgesloten steektrap in het neventrappenhuis leidt naar de ruime zolder. De zolder heeft een gepleisterde borstwering en een beschoten kap met aan de voorzijde twee steekkappen en onder het platte dak in de middenas een onderslagbalk rustend op drie standvinken. In de zuidwesthoek van de zolder zijn drie kamertjes voor het personeel afgeschoten (van het westelijke is de betimmering verwijderd). Boven het bovenlicht van het hoofdtrappenhuis bevindt zich in het midden van de zolder een zich verjongende houten lichtkoker met een luik in de westwand. Verder onder het zuidelijke dakschild een klein omtimmerd waterreservoir rustend op twee stijlen. De via een nauwe doorgang bereikbare zolder boven het rechthoekige bouwdeel werd vermoedelijk niet gebruikt: deze donkere ruimte is niet bevloerd en moeilijk beloopbaar doordat de trekplaten van de spanten direct op de lage gepleisterde borstwering rusten. Ook hier bevindt zich een (schuingeplaatste) lichtkoker (de twee onderliggende verdiepingen van het rechthoekige bouwdeel zijn niet meer oorspronkelijk).

Het vermoedelijk uit de bouwtijd daterende smeedijzeren hek ter afscheiding van de voortuin van de straat bestaat uit geschoorde staanders bekroond door een dubbel Jugendstil zweepslagmotief, daartussen hekdelen van afwisselend vierkante en getorste spijlen. Het centrale, dubbele draaihek is klokvormig verhoogd.

Waardering

Het voormalige weeshuis met bijbehorende erfscheiding is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorisch waarde als goed ontworpen en grotendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een weeshuis uit het eerste kwart van de 20ste eeuw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former Mennonite ORPHANAGE situated on the west side of the Lagendijk, named "Johanna Elisabeth's Foundation" with associated BOUNDARY FENCE, built in 1910 to the design of Wormerveerse architect Dirk Stam. The construction was financed from the bequest of Zaandijk baker Hendrik Sweepe in memory of his young deceased daughter Johanna Elisabeth. The building is constructed in a transitional architecture in which stylistic motifs derived from Dutch Renaissance and Baroque are combined with contemporary forms.

In 1979 the building was converted into apartments whilst the original exterior was largely preserved. Most sash windows were replaced by tilt windows, retaining the existing frames and fanlights. In the interior, the corridors, staircases and roof structures are still largely original.

Description

Two-storey orphanage built on an L-shaped ground plan consisting of a square building volume beneath a pyramidal roof provided with two roof lights to the front, and a rectangular volume set behind it parallel to the street which extends southwards to Boschjesstraat and is covered with a gabled roof with a roof shield above the north gable. The two roofs are separated by a zinc-lined gutter and are covered with black glazed Dutch tiles.

The facades are constructed in red machine-made brick of wall format in cross-bond with raked joint. The building has a continuous plinth which is executed in sandstone along the front facade. Above the side and rear facades runs a profiled gutter on profiled gutter brackets. All windows have sandstone lintels.

The five-bay wide symmetrical front facade (E) has a recessed central bay with entrance arrangement flanked by corner risalits of two bays with stepped gables. The front door, accessible via a sandstone flight of steps with angled railings, is executed as a double panel door with a segmental top edge and segmental calf and a 21-pane fanlight with plain lead glass. The door is flanked by blocked sandstone pilasters with fantasy capitals in the form of a stylised leaf. The rectangular stone tablet above bears in Gothic script the text "Johanna Elisabeth's Memory dedicated to the Mennonite Congregation of Koog and Zaandijk" surrounded by rich foliage. The central axis is further emphasised by the sandstone surround placed around the window above the stone tablet, which is provided at the bottom with volute-shaped claw blocks and is finished with a profiled cornice. The central window, like the two windows on either side and the four windows on the ground floor, has a twenty-pane fanlight with plain lead glass. The moulded segmental arch above the central window is provided with a keystone in the form of a man's head (Hendrik Sweepe or Dirk Stam) and four equally sandstone arch stones with diamond point. In the arch filling of light-red brick a sandstone ornamental work is placed with the year 1910. The remaining windows on either side of the central section have an alternating lintel set between sandstone ornamental blocks, and a sandstone beam above which a segmental and stepped relieving arch at the top, also in sandstone. The arch filling is executed in contrasting light-red brick. On either side of the beams and at the top of the stepped gables are rich wrought-iron wall anchors. The two cross windows in the stepped gables have opening casements at the bottom and in the upper sections plain lead glass. The segmental arch above both windows is provided with sandstone keystone and setting stones. Here too the arch filling is executed in light-red brick. The stepped gables are covered with sandstone coping stones profiled at the top which step-wise connect at the bottom to the masonry of the facade. The lower coping stones are provided with a quarter-round projection. The apex of the gable is crowned by a stylised flower bud. Above the central risalite finished with a cornice provided with guttae is a small roof light with a segmental cornice provided with guttae, and two opening casements separated by a central mullion with eight panes each.

In the middle of the right side facade (N) is a recessed panel door accessible via three sandstone steps. Above this, at the level of the rear landing, are two coupled lead glass tilt windows. Of the remaining windows in this facade, the two on the right and the leftmost one on the ground floor still have the original sash windows with centre rail. The fanlights are, as in the front facade, provided with a small glazing bar division.

The door accessible via three sandstone steps on the left in the rear facade (W) has been replaced by a tilt window above which is a twelve-pane fanlight. To the right of this is a window with eight-pane fanlight and next to it, at the level of the disappeared veranda, two windows with twelve-pane fanlights between which is a door converted into a window with fifteen-pane fanlight. In the right half of the ground floor three windows with eight-pane fanlights are installed. The first floor has six small sash windows with four-pane fanlights alternating with five windows with twelve-pane fanlights.

The south facade of the rear volume of the orphanage located at Boschjesstraat has a separate entrance to the catechism room. This symmetrical spout gable is executed with comparable richness to the front facade, with amongst other things sandstone coping blocks and wall anchors. The double panel door accessible via a sandstone flight of steps has a fanlight with iron lantern. On either side of this door are two narrow coupled sash windows with four-pane fanlights beneath a sandstone beam. Above this and above the door is a segmental arch with sandstone setting and keystone stones. The arch fillings are executed in contrasting light-red brick. The first floor has two windows with twelve-pane fanlights between two smaller sash windows with four-pane fanlights. On either side of the alternating and upper lintels of the two large windows are sandstone blocks placed, and in the stretches above them a sandstone keystone. At the top of the spout gable is a cross window as in the front facade.

The left part of the east facade of the rectangular building section has on the first floor a small and a large window as in the south facade. To the right in this facade section is a wall recess at the level of the first floor which continues into the gabled roof. A double balcony door in the rear wall of this recess provides access to the flat roof above the low built-out heating room in the corner between the rectangular and square building sections. In the narrow east facade of this rectangular extension is a double panel door above which is a segmental arch with sandstone keystone and setting stones and an arch filling of light-red brick. Above the heating room, against the south facade of the square building section, a flue is built which above the eave line becomes an octagon and is provided with sandstone ornamental bands and blocks. On the first floor, on either side of this flue, are three windows with twelve-pane fanlights. Of the two adjacent basement windows at the bottom right, the one on the right has a three-pane tilt window with anti-theft bars (the left one is boarded up). Above these are two coupled windows with nine-pane fanlights placed beneath a single segmental arch with light-red arch filling. To the left of these are two small windows one above the other (the upper one four-pane, the lower one single-pane and provided with two anti-theft bars).

The tall roof light in the middle above the left side facade (S) has a segmental cornice in the middle, flat cheeks, and a cross window with modified lower casements (left a shutter, right a three-pane window above which a steel hoist beam) and in the upper sections two twelve-pane lead glass windows.

In the square building section the corridors, staircases and attic storey are still largely in their original state. The central front vestibule has tiled wainscoting of purple tiles (in one row turtle doves are depicted), a stucco ceiling with central ornament in the form of a flower, and, like the rear corridor, a plain (black/white) granite floor. The intermediate door to the corridor, a panel door with glass panel, is set within a composite frame with a fantasy frieze and fanlights and side lights provided with small glazing bar division. To the right in the rear corridor is a shallow wall recess, vaulted at the top, lined with green-glazed tiles in header bond. Presumably a radiator was located here. To the left of the central section of the corridor bounded by two passages with basket-arch is the main staircase. The wooden dog-leg staircase to the first floor has turned balusters and a heavy, richly executed main baluster with a body in the form of a vase. Adjacent to the staircase is a side passage with framed panel doors and a vaulted passage, with at the end a panel door with fanlight of coloured lead glass leading to the heating room against the left side facade (S). Further along the central corridor to the right is a narrower second staircase with a dog-leg flight to the first floor. The railing of this is identical to the main staircase (also the same main baluster). Also on the first floor is a central corridor with two basket-arch shaped passages. Both staircases, as well as the corridors on the ground floor and first floor, have a simple stucco ceiling with a surrounding cornice. In the ceiling above the main staircase is a framed square fanlight provided with muslin glass. A narrow staircase closed off by a panel door in the adjacent staircase leads to the spacious attic. The attic has a plastered breastwork and a boarded roof structure with two roof lights to the front and beneath the flat roof in the central axis a tie beam resting on three stanchions. In the south-west corner of the attic are three small rooms for staff (the panelling of the western one has been removed). Above the fanlight of the main staircase is located in the middle of the attic a tapering wooden light shaft with a hatch in the west wall. Further below the southern roof shield is a small enclosed water reservoir resting on two stanchions. The attic above the rectangular building section, accessible via a narrow passage, was apparently not used: this dark space is not floored and is difficult to walk on as the rafter plates of the trusses rest directly on the low plastered breastwork. Here too is an (angled) light shaft (the two underlying floors of the rectangular building section are no longer original).

The wrought-iron fence presumed to date from the time of construction for the separation of the front garden from the street consists of braced stanchions crowned by a double Jugendstil whiplash motif, between which are fence sections of alternating square and twisted spires. The central double swing gate is bell-shaped raised.

Valuation

The former orphanage with associated boundary fence is of general importance for its cultural and architectural historical value as a well-designed and largely intact example of an orphanage from the first quarter of the 20th century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map