TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Boerderij(M1), Hondsdijk 39

Koudekerk aan den Rijn, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1880
Address
Hondsdijk 39, 2396 HK Koudekerk aan den Rijn (Alphen aan den Rijn 28)
Place
Koudekerk aan den Rijn
Municipality
Alphen aan den Rijn
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.12922, 4.57309
Part of complex
517872
Monument number
517873

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BOERDERIJ van het type langhuis, als onderdeel van het boerderijcomplex. De boerderij met zomerhuis, annex boenhok, is gebouwd omstreeks 1880 in een Ambachtelijk-traditionele bouwtrant met een midden-19de-eeuws stalgedeelte. Woon- en bedrijfsgedeelte liggen hier ieder onder een eigen dak.

Inwendig is de indeling van de boerderij grotendeels intact gebleven en is in de stal onder meer de houtconstructie met standvinken en kapspanten aanwezig. In het woongedeelte hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden, zoals een modernisering van de werkkeuken en het zomerhuis.

Omschrijving

De boerderij heeft een langgerekt vrijwel rechthoekig grondplan, waarbij aan de westzijde een zomerhuis met boenhok is uitgebouwd. Het gedeeltelijk onderkelderde éénlaags woongedeelte heeft een rechthoekig grondvlak onder een samengesteld, aan drie zijden omgaand schilddak met zakgoot, gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Het is geplaatst voor een iets smaller éénlaags bedrijfsgedeelte onder een rieten afgewolfd zadeldak met gesmoorde nokvorsten, dat een lagere nokhoogte heeft dan het woongedeelte. Aan westzijde bevindt zich, ter hoogte van de werkkeuken, het zomerhuis op rechthoekig grondvlak met aan de voorzijde (zuid) een driezijdige erkervormige afsluiting. Dit bouwdeel wordt gedekt door een zadeldak met gesmoorde Hollandse pannen (deels ook verbeterde pannen en rode Hollandse pannen) en heeft aan de voorzijde een driezijdige gesloten schilddakvormige beëindiging. De nokrichting loopt evenwijdig aan dat van het stalgedeelte.

De gevels zijn opgetrokken in grauwe baksteen (kruisverband) met strekken boven de vensters van het woongedeelte. De voorgevel van het woongedeelte bevat behalve een witgeschilderde plint, evenals in het zomerhuis, wit gestucte pilasters. Het stalgedeelte is aan oost- en noordzijde voorzien van een plint. De goten zijn van hout en worden bij het bedrijfsgedeelte deels gedragen door gootklossen, deels door korbelen. De vensters zijn voorzien van zesruitsschuiframen, waarbij de bovenlichten afgeronde bovenhoeken hebben. De vensters van het zomerhuis zijn deels voorzien van persiennes; bij een deel van de overige vensters zijn de duimen daarvoor nog aanwezig zoals bij de van diefijzers voorziene kelderlichten.

Het stalgedeelte heeft deels opgeklampte deuren en rechthoekige houten stalvensters onder rollagen en deels gietijzeren stalvensters onder segmentboogvormige ontlastingsbogen. De met een middenstijl uitgevoerde stalvensters hebben deels de oorspronkelijke zesruits roedenverdeling en deels zijn de luiken aanwezig.

De symmetrisch ingedeelde voorgevel (zuid) van het woongedeelte is een lijstgevel met middenrisaliet en gepleisterde hoekpilasters met casementen, die de hoeken omgaan en een hoofdgestel dragen. De entreedeur is een vernieuwde paneeldeur met tweeruitsbovenlicht. Er boven bevindt zich een moderne dakkapel met twee paar stolpramen. Aan weerszijden van de entree bevinden zich twee vensters. De linker zijgevel (west) heeft één venster met rechts ervan twee keldervensters. In de rechter zijgevel (oost) bevinden zich drie vensters. De afgeknotte topgevel aan de achterzijde (noord) heeft aan weerszijden van het dakbeloop van het stalgedeelte één venster met openslaande ramen.

Beide langsgevels van het stalgedeelte hebben vier rechthoekige stalvensters. De rechter langsgevel heeft links daarvan, ter plaatse van de werkkeuken een vernieuwde deur met rechts daarvan een schuifraam. De symmmetrisch ingedeelte kopgevel aan de achterzijde is met herbruikt materiaal opnieuw opgetrokken. In het midden en aan beide zijkanten op de begane grond bevindt zich een stal/mestdeur, terwijl zich op de verdieping een hooiluik bevindt, alle voorzien van een vierruitsbovenlicht. Aan weerszijden van het hooiluiken is een segmentboogvormig gietijzeren stalvenster aangebracht.

Het zomerhuis met boenhok is doot een tussenlid met de werkkeuken verbonden. Aan weerszijden (noord en zuid) bevindt zich een deur, waarvan de noordelijke nog oorspronkelijk is en de zuidelijke de vierruitsroedenverdeling in het bovenlicht nog heeft. Het aan de voorzijde driezijdige gesloten, erkervormige zomerhuis heeft een relatief hoge plint en wordt afgesloten door een geprofileerde gootlijst. Aan elke zijde en in de linker langsgevel is een zesruitsschuifraam geplaatst. Links ervan bevindt zich het boenluik met links daarvan twee segmentboogvormige stalvensters en een luik. De rechter langsgevel heeft tweedelige deuren met bovenlicht met rechts ervan een venster. De achtergevel is een tuitgevel met op de begane grond links een segmentboogvormig stalvenster en rechts een deur onder een betonnen latei. Op de verdieping is een hooiluik met vierruitsbovenlicht geplaatst.

Interieur De oorspronkelijke indeling van de boerderij is grotendeels gehandhaafd. Zo is de kelder voorzien van troggewelven en een plavuizen vloer. De verdieping is nog één open ruimte, waarin aan de voorzijde twee kamers zijn afgetimmerd. Het stalgedeelte heeft nog de oorspronkelijk driebeukig indeling met vier ankerbalkgebinten. De middenbeuk is de voergang.

Waardering

De boerderij is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als vrij gave voor Midden-Holland en meer specifiek voor de Rijnstreek karakteristieke langhuisboerderij, die met de daarbijbehorende onderdelen als zomerhuis en schuur in meerderde bouwperioden tot stand kwam.

Van architectuurhistorische waarde als karakteristiek voorbeeld van een vrij sober vormgeven boerderij in Ambachtelijk-traditionele bouwtrant uit het laatste kwart van de 19de eeuw en een stalgedeelte uit de 18de eeuw. De bouwkundige onderdelen zijn, zowel in- als uitwendig, gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering.

Van ensemblewaarde vanwege de ruimtelijke, functionele en stilistische samenhang van de diverse onderdelen en de beplanting van het erf.

De boerderij maakt deel uit van een complex, dat een belangrijke stedebouwkundige waarde heeft door de beeldbepalende situering langs de Oude Rijn en meer in het bijzonder als onderdeel van een historische waardevolle boerderijstrook langs deze rivier.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

FARM of the longhouse type, as part of the farmyard complex. The farm with summer house, adjoining cleaning room, was built around 1880 in a Craft-traditional building style with a mid-19th-century stable section. Residential and business sections each lie under their own roof.

Internally the layout of the farm has largely remained intact and in the stable, among other things, the timber structure with post supports and roof trusses is present. In the residential section some alterations have taken place, such as modernisation of the working kitchen and the summer house.

Description

The farm has an elongated virtually rectangular floor plan, with a summer house and cleaning room built out on the west side. The partially basement-level single-storey residential section has a rectangular floor plan under a composite hipped roof running on three sides with valley gutter, covered with dampened improved Dutch tiles. It is placed in front of a slightly narrower single-storey business section under a thatched curved gabled roof with dampened ridge tiles, which has a lower ridge height than the residential section. On the west side, at the height of the working kitchen, is the summer house on a rectangular floor plan with on the front (south) a three-sided bay-formed closure. This building section is covered by a gabled roof with dampened Dutch tiles (partly also improved tiles and red Dutch tiles) and has on the front a three-sided closed hipped-roof-like termination. The ridge direction runs parallel to that of the stable section.

The facades are constructed in grey brick (header bond) with features above the windows of the residential section. The front facade of the residential section contains, in addition to a white-painted plinth, as also in the summer house, white stucco pilasters. The stable section is provided with a plinth on the east and north sides. The gutters are of wood and at the business section are partly carried by gutter brackets, partly by corbels. The windows are provided with six-light sash windows, whereby the fanlights have rounded top corners. The windows of the summer house are partly provided with blinds; in some of the other windows the hooks for these are still present as with the cellar lights provided with theft bars.

The stable section has partly clamped doors and rectangular wooden stable windows under roll mouldings and partly cast-iron stable windows under segmental arch-formed lintels. The stable windows executed with a central mullion have partly the original six-light glazing bars and partly the shutters are present.

The symmetrically arranged front facade (south) of the residential section is a cornice-topped facade with central projection and plastered corner pilasters with casements, which go around the corners and carry a main entablature. The entrance door is a renewed panelled door with two-light fanlight. Above it is a modern dormer with two pairs of casement windows. On either side of the entrance are two windows. The left side facade (west) has one window with two cellar windows to its right. In the right side facade (east) there are three windows. The truncated top gable at the rear (north) has on either side of the roof slope of the stable section one window with opening sashes.

Both long facades of the stable section have four rectangular stable windows. The right long facade has to the left of it, at the height of the working kitchen a renewed door with a sash window to its right. The symmetrically arranged end facade at the rear is reconstructed with reused material. In the middle and on both sides on the ground floor is a stable/manure door, whilst on the upper floor is a hay door, all provided with a four-light fanlight. On either side of the hay doors is a segmental arch-formed cast-iron stable window.

The summer house with cleaning room is connected to the working kitchen by an intermediate section. On either side (north and south) is a door, the northern one still original and the southern one still has the four-light glazing bars in the fanlight. The three-sided closed, bay-formed summer house at the front has a relatively high plinth and is finished by a profiled cornice. On each side and in the left long facade a six-light sash window has been placed. To its left is the cleaning door with two segmental arch-formed stable windows to its left and a shutter. The right long facade has two-part doors with fanlight with a window to its right. The rear facade is a spout gable with on the ground floor to the left a segmental arch-formed stable window and to the right a door under a concrete lintel. On the upper floor a hay door with four-light fanlight has been placed.

Interior The original layout of the farm has largely been maintained. Thus the cellar is provided with barrel vaults and a tile floor. The upper floor is still one open space, in which two rooms have been boarded off at the front. The stable section still has the original three-aisle layout with four tie-beam frames. The central aisle is the passage.

Valuation

The farm is of general interest because of its cultural-historical value as a relatively well-preserved example characteristic of Central Holland and more specifically the Rhine region of a longhouse farm, which with the associated components such as summer house and barn came into being in more building periods.

Of architectural-historical value as a characteristic example of a relatively sober designed farm in Craft-traditional building style from the last quarter of the 19th century and a stable section from the 18th century. The structural components are, both internally and externally, intact in main form, material use and detailing.

Of ensemble value because of the spatial, functional and stylistic coherence of the various components and the planting of the yard.

The farm forms part of a complex, which has important urban planning value through its characteristic positioning along the Oude Rijn and more particularly as part of a historically valuable farmyard strip along this river.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map