TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

R.K. kerk v.d. Heilige Willibrordus

Eersel, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1480
Address
Kerkstraat 31, 5521 JK Eersel
Place
Eersel
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.35772, 5.32100
Monument number
517808

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Leiden University Libraries

2 historical maps cover this location, the earliest the 1688 map "Quartae partis Brabantiae seu ditionis Silvae Ducis accuratissma delineatio / [Frederik de Wit]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

R.K. KERK, gewijd aan de H. Willibrordus, met KERKHOFMUUR. De kerk dateert in oorsprong van vóór 1480 en is in 1930-'31 aan de oostelijke zijde uitgebreid door architect H.W. Valk, waartoe het oude koor is gesloopt. De kerk was vanouds afhankelijk van de Benedictijnen van Echternach, later van de abdij van Postel. De kerk wordt reeds genoemd in 1480. Na beschadiging van de torenspits in 1708 en van het schip werd de kerk in 1718 hersteld. Van 1648 tot 1812 was de kerk hervormd. In 1924 werd de toren gerestaureerd. De uitbreiding door Valk betreft het koor met de apsis, de transeptarmen met portiek en sacristie, de kapellen tussen het oude schip en het transept, de kapellen aan weerszijden van de toren en de kerkhofmuur. Door de aanbouwen aan de oostelijke zijde heeft de koorpartij een sterk centraliserende plattegrond gekregen, waardoor, aansluitend bij de toenmalige liturgische ideeën, de gelovigen aan drie zijden rond het altaar konden worden geschaard. Doel van de architectonische vorm van deze 'christocentrische-kruisbasiliek' was een inniger deelname van de gelovigen aan de mis. De architectuur van de twintigste eeuwse uitbreiding staat in dienst van deze doctrine en is gebouwd in een traditionele stijl, waarmee men poogde aan te sluiten bij de stijl van de Kempische gotiek.

Omschrijving

De KERK heeft een eenvoudige toren uit omstreeks 1400 met drie geledingen en aan de westzijde dubbele, haaks op elkaar staande steunberen, die aan de noordzijde tot traptoren zijn uitgebouwd. Ca 14e eeuw werd de eikenhouten klokkenstoel vervaardigd. Het driebeukige schip (XV) heeft tufstenen banden in het muurwerk en 18e eeuwse stucgewelven. Het omstreeks 1500 toegevoegde dwarspand heeft houten tongewelven. Centrum van de in handvorm baksteen opgetrokken uitbreiding is de hoog opgetrokken vieringpartij, die aan de zuidelijke en noordelijke zijde is voorzien van een uit drie vensters bestaande lichtbeuk en wordt gedekt door een zadeldak met geschubde lei in Maasdekking. Tegen de oostelijke zijde staat een driezijdig gesloten apsis met spitsboogvensters met bakstenen vorktracering. Boven het dak van de apsis is het muurwerk van de vieringpartij voorzien van drie spitsboogblindnissen. Noordelijk en zuidelijk van de vieringpartij strekken zich twee transeptarmen onder zadeldak uit. Daar waar de armen aan de viering grenzen zijn ze laag en voorzien van een lessenaardak. Aan de oostelijke zijde zijn links en rechts tegen de apsis transeptkapellen aangebracht. Bij het aan de noordelijke zijde gelegen, van de transeptruimte afgesloten portiek, en de toegang naar de zuidelijk van de zuidelijke transeptarm gesitueerde sacristie, zijn de kruisarmen echter voorzien van een hoog oprijzend zadeldak. In de topgevels zijn brede en hoge spitsboogvensters geplaatst, voorzien van een bakstenen vorktracering. De handvorm bakstenen topgevels van transeptarmen, vieringpartij en het oudere transept zijn bekroond met gestileerde natuurstenen kruisen. In het interieur domineert de hoge viering, die aan de oostelijke zijde wordt afgesloten door de van een vierdelig graatgewelf voorziene apsis. Aan de westelijke, noordelijke en zuidelijke zijde opent de viering middels een spitsbogige scheiboog naar respectievelijk het oudere schip, de noordelijke en de zuidelijke transeptarm. De open dakstoel van de viering rust op korbelen en muurstijlen. De oudere oostelijke schipkapellen zijn tijdens de verbouwing van 1930-'31 voorzien van houten spitsbogige tongewelven op consoles en muurstijlen, terwijl de nieuwe transeptarmen over het gedeelte nabij de viering zijn voorzien van een lessenaardak, en, verder van de viering, van een open dakstoel op consoles en muurgebinten. Karakteristiek is het gebruik van ongepleisterde handvorm baksteen. De zuidelijk van het transept gelegen sacristie is een eenlaags gebouw onder lessenaardak met geschubde lei in Maasdekking. In de westelijke gevel is naast een opgeklampte deur in een rondboogportiek een reeks van vier gekoppelde spisboogvensters aangebracht, voorzien van zware diefijzers. In de zuidelijke gevel zijn twee van dergelijke groepen vensters. Ook in de oostelijke gevel wordt een paneeldeur door twee van dergelijke vensterreeksen geflankeerd. De noordelijke transeptarm is aan de oostelijke en westelijke zijde voorzien van een gemetselde trappartij, die leiden naar een getoogde, opgeklampte dubbele poort, gevat in een gemetselde omlijsting. De apsis is onderkelderd. Deze kelder, die, blijkens de aan de noordelijke zijde opgemetselde schoorsteen, dienst doet als stookkelder, is aan de noordelijke zijde van de apsis middels een trap toegankelijk. De verlengde noordelijke gevel van het in de kern oudere transept is in de topgevel voorzien van drie blinde oculi. De westelijke kapellen (1930-'31), die de toren flankeren, zijn conform het oudere schip uitgevoerd in handvorm baksteen met tufstenen speklagen. De kerk heeft een orgelkas van B.P. van Hirtum uit 1838. In deze orgelkas werd in 1972 een binnenwerk geplaatst van F.C. Smits I uit 1850, afkomstig uit Groot-Linden. Voorts zijn er vier evangelistenbeelden (Waterstaatsstijl of laatbarok).

De KERKHOFMUUR aan de noordwestelijke zijde van het kerkgebouw is opgemetseld in handvorm baksteen en voorzien van een zware, getande ezelsrug en een smeedijzeren poortje.

Waardering

De KERK is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het Katholicisme in het zuiden en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de Christocentrische volkskerk. Het gebouw heeft architectuurhistorisch belang door de gecompliceerde bouwgeschiedenis, de stijl die teruggrijpt op de historische streekeigen bouwkunst en de detaillering en is van kunsthistorisch belang door de interieuronderdelen. Het gebouw is tevens van belang als voorbeeld van de christocentrische fase in het oeuvre van de architect Valk. Het heeft ensemblewaarden vanwege de bijzondere situering, verbonden met de ontwikkeling van Eersel. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

R.K. CHURCH, dedicated to St. Willibrordus, with CHURCHYARD WALL. The church dates in origin from before 1480 and was extended on the eastern side in 1930-'31 by architect H.W. Valk, for which purpose the old choir was demolished. The church was formerly dependent on the Benedictines of Echternach, later on the abbey of Postel. The church is already mentioned in 1480. After damage to the tower spire in 1708 and to the nave, the church was restored in 1718. From 1648 to 1812 the church was Reformed. In 1924 the tower was restored. Valk's extension concerns the choir with the apse, the transept arms with portico and sacristy, the chapels between the old nave and the transept, the chapels on either side of the tower and the churchyard wall. Through the additions on the eastern side, the choir section has acquired a strongly centralizing ground plan, whereby, in line with the liturgical ideas of the time, the faithful could be gathered around the altar on three sides. The purpose of the architectural form of this 'christocentric cruciform basilica' was a more intimate participation of the faithful in the mass. The architecture of the twentieth-century extension serves this doctrine and is built in a traditional style, with which one sought to connect with the style of Kempen Gothic.

Description

The CHURCH has a simple tower from around 1400 with three storeys and on the west side double buttresses at right angles to each other, which on the north side have been developed into a staircase tower. Around the 14th century the oak bell frame was made. The three-aisled nave (XV) has tufa stone bands in the masonry and 18th-century plaster vaults. The transept added around 1500 has wooden barrel vaults. Centre of the extension built in handform brick is the high-rising crossing section, which on the south and north sides is provided with a light aisle consisting of three windows and is covered by a gabled roof with scaled slate in Maas bond. Against the eastern side stands a three-sided closed apse with pointed-arch windows with brick tracery. Above the roof of the apse the masonry of the crossing section is provided with three pointed-arch blind niches. North and south of the crossing section extend two transept arms under gabled roofs. Where the arms border the crossing they are low and provided with a half-hipped roof. On the eastern side, chapels are attached to the left and right against the apse at the transept. At the portico situated on the northern side, separated from the transept space, and the access to the sacristy situated south of the southern transept arm, the crossing arms are, however, provided with a high-rising gabled roof. In the gable ends are placed broad and high pointed-arch windows, provided with brick tracery. The handform brick gable ends of the transept arms, crossing section and the older transept are crowned with stylised stone crosses. In the interior the high crossing dominates, which on the eastern side is closed off by the apse provided with a four-part ribbed vault. On the western, northern and southern sides the crossing opens by means of a pointed-arch partition arch towards respectively the older nave, the northern and the southern transept arm. The open roof truss structure of the crossing rests on corbels and wall posts. The older eastern nave chapels were provided during the remodelling of 1930-'31 with wooden pointed-arch barrel vaults on consoles and wall posts, while the new transept arms over the section near the crossing are provided with a half-hipped roof, and, further from the crossing, with an open roof truss structure on consoles and wall ties. Characteristic is the use of unplastered handform brick. The sacristy situated south of the transept is a single-storey building under a half-hipped roof with scaled slate in Maas bond. In the western gable are set next to a clamped door in a round-arch portico a series of four coupled pointed-arch windows, provided with heavy theft bars. In the southern gable are two such groups of windows. Also in the eastern gable a panel door is flanked by two such window series. The northern transept arm is provided on the eastern and western sides with a masonry staircase, which leads to a vaulted, clamped double door, set in a masonry surround. The apse is undercellared. This cellar, which, as evidenced by the chimney built up on the northern side, serves as a heating cellar, is accessible from the northern side of the apse by means of a staircase. The extended northern gable of the core older transept is provided in the gable end with three blind oculi. The western chapels (1930-'31), which flank the tower, are executed in accordance with the older nave in handform brick with tufa stone striping. The church has an organ case by B.P. van Hirtum from 1838. In this organ case an interior work by F.C. Smits I from 1850 was placed in 1972, originating from Groot-Linden. Furthermore there are four evangelist figures (Waterboard style or late Baroque).

The CHURCHYARD WALL on the northwestern side of the church building is built up in handform brick and provided with a heavy, toothed roof ridge and a wrought-iron gate.

Valuation

The CHURCH is of general interest. The building has cultural-historical significance as a particular expression of the development of Catholicism in the south and is also of importance as an example of the typological development of the Christocentric people's church. The building has architectural-historical significance due to the complicated building history, the style which harks back to the historical regional building tradition and the detailing, and is of art-historical significance due to the interior components. The building is also of importance as an example of the christocentric phase in the oeuvre of architect Valk. It has ensemble values because of its special situation, linked to the development of Eersel. It is of importance because of the architectural-historical and typological rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map