Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bankgebouw, Oosthaven 1
Gouda, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Handel en kantoor
- Function
- Bankgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1921
- Address
- Oosthaven 1, 2801 PB Gouda (and others)
- Place
- Gouda
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.01027, 4.71067
- Monument number
- 517622
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Historical map archives, georeferenced via AllmapsUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig, in 1921 tot stand gekomen, BANKGEBOUW met DIRECTEURSWONING, die qua stijl aansluit bij de traditie van het Zakelijk Expressionisme, waarbij vooral het interieur invloeden vertoont van de Art Deco. Opdrachtgever was de 'Nationale Bankvereeniging' te Utrecht, waarvoor H.F. Mertens (1885-1960) in de periode 1917-1922 optrad als huisarchitect. In deze periode heeft hij ondermeer bankgebouwen ontworpen te Assen, Terneuzen, Emmen, Zutphen en Veendam. Nadat hij zich in 1922 te Bilthoven als zelfstandig architect vestigde bleef hij opdrachten krijgen van de toen inmiddels 'Rotterdams Bankvereeniging' (nu: ABN-AMRO) geheten instelling, zoals die te Den Haag (1923-1924) en Rotterdam (1924). Sinds een verbouwing in omstreeks 1990, waarbij veel van de oorspronkelijk detaillering is gehandhaafd, is in het pand een aantal bedrijven en instellingen gehuisvest. De bovenwoning van de directeur heeft zijn woonfunctie behouden. Het pand is gesitueerd binnen het beschermde stadsgezicht van Gouda in het iets oplopende profiel van de vrijwel aaneengesloten gevelwand van de Oosthaven, waarbij het met de nokrichting evenwijdig aan de straat ligt.
Omschrijving
Geheel onderkelderd pand, waarvan de rechthoekige bouwmassa aan straatzijde bestaat uit drie bouwlagen en zolderverdieping, welke is gedekt door een dwars geplaatst zadeldak met rode verbeterde Hollandse pannen; op de beide nokhoeken en in het midden een gemetselde schoorsteen. Het keldergedeelte is aan de achterzijde uitgebouwd tot een souterrain met één bouwlaag, gedekt door een plat dak. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen in Vlaams verband, waarbij veel siermetselwerk is toegepast. Zo bestaan de vensterpenanten van begane grond en eerste verdieping uit kantstaand, deels overhoeks geplaatst decoratief metselwerk. De relatief hoge borstwering van de eerste verdieping is kantstaand gemetseld en fungeert tevens als brede doorlopende 'latei' boven de samengestelde vensterpartij van de begane grond. De over de gevels doorlopende luifels, gootlijsten en het uitkragende balkon zorgen voor een accentuering van het horizontale element.
Verder is gefrijnd en gebocheeerde, rode zandsteen toegepast voor lekdorpels onder de vensters, die door middel van een doorlopende waterlijst met elkaar zijn verbonden. De vensterpartijen zijn uitgevoerd met stalen ramen en roedenverdeling, terwijl entree- en balkondeuren van hout zijn.
De entreedeur naar de bovenwoning, uiterst links in de gevel, en die naar het kantoorgedeelte uiterst rechts, zijn paneeldeuren, voorzien van verticale profilering aan weerszijden van getraliede spievensters. De linker deur, bereikbaar via twee natuurstenen stoeptreden, heeft een liggend zeshoekig vierruits bovenlicht, terwijl het zesruitsbovenlicht boven de zwaar uitgevoerde latei van de rechterdeur is opgenomen als onderdeel van de raampartij links ervan. Tussen beide ingangen bevinden zich onder de, iets uitstekende, doorlopende zandstenen waterlijst vijf, door een rollaag gedekte, keldervensters met zware, decoratief uitgevoerde diefijzers. De samengestelde raampartij van de begane grond bestaat uit vensters, waarvan de decoratief gemetselde penanten zijn uitgevoerd met smalle, rechthoekige, zandstenen reliëfs met florale motieven en figuren. De samengestelde zesdelige vensterpartij op de verdieping wordt gekoppeld door een uitstekende, over de gevel doorlopende waterlijst. Aan de bovenzijde wordt de vensterpartij afgesloten door een overstekende gootlijst, voorzien van geometrisch snijwerk. Aan weerseinden sluit de goot aan op de oorspronkelijke zinken vergaarbakken. De tweede verdieping springt iets terug, waardoor over de volle gevelbreedte een balkon is ontstaan. Hiervan is het middendeel van de hoog opgemetselde borstwering iets verlaagd en onder een met zink beklede lijst verlevendigd met een houten pailletmotief. Beide geveleinden zijn gedekt met een zandstenen dekplaat. Het terugliggende geveldeel is bekleed met wit geschilderde houten rabatdelen. Drie dubbele balkondeuren met vierruitsroedenverdeling zijn symmetrisch over de gevel verdeeld. Aan weerseinden bevindt zich een venster met ruitvormige roedenverdeling. De gevel wordt afgesloten door een houten, overstekende gootlijst, die ter plaatste van de balkondeuren is gecornist. In het midden van het dakschild bevindt zich een smalle rechthoekige dakkapel, voorzien van vijf klepramen met ruitvormige roedenverdeling.
De beide kopgevels zijn uitgevoerd als tuitgevel, afgedekt met een rand rode verbeterde Hollandse pannen.
De achtergevel, die soberder is qua uitvoering, bevindt zich grotendeels in oorspronkelijke staat. De eerste verdieping heeft twee zesruitsdeuren en enkele vensters onder een over de gevel doorlopende rollaag, waarvan de ramen voorzien zijn van diefijzers. Op de tweede verdieping bevindt zich rechts een uitspringend balkon, toegankelijk via twee tweeruitsdeuren. De gevel wordt afgesloten door een overstekende houten gootlijst. Symmetrisch verdeeld over het dakschild zijn drie dakkapellen geplaatst, elk voorzien van een dubbel tweeruitsraam. Het rechter kozijn van de middelste dakkapel is vervangen door een ventilatierooster.
De kelder en de begane grond van de achtergevel zijn naar achteren toe uitgebouwd onder een plat dak met een lichtkap. Deur- en vensteropeningen worden gedekt door een rollaag. Op kelderniveau bevinden zich rechts twee keldervensters, voorzien van diefijzers, vergelijkbaar met die in de voorgevel. Links ervan zijn twee deuren met ruitjes geplaatst, bereikbaar via een door een borstwering geflankeerde trap. Op de verdieping erboven zijn vier vensters symmetrisch over de gevel verdeeld. Links ervan bevindt zich een iets lagere uitbouw. Hier leidt een door een borstwering geflankeerde trap naar een entree met vierruitsbovenlicht op verdiepinghoogte. Links ervan is hoog in de gevel een vierruitsvenster geplaast.
INTERIEUR Het nagenoeg gave interieur van de bel étage op Oosthaven 2 heeft zijn historische indeling en detaillering in Art Déco-stijl grotendeels behouden. Tochtportaal en gang zijn betegeld met een hoge lambrizering van zwarte, grijze en turkooizen gemêleerde tegels, afgewisseld met smalle, zwarte en gele tegeltjes, alles in Art Déco-stijl. In het tochtportaal is de vrijstaande borstwering langs de trap naar de bel étage afgewerkt met een marmeren dekplaat, waaraan een houten leuning is bevestigd. De tochtdeur is een enkele vijfruitsdeur, aan weerszijden voorzien van twee verticale profiellijsten en een horizontale handgreep. Links van de tochtdeur bevindt zich een vier-ruits zijlicht, die tesamen met de tochtdeur wordt afgesloten door een bovenlicht met geknikte keperboog. Dit driedelige bovenlicht is geleed door een verticale en een zig-zag roedenverdeling. De overige deuren met bovenlichten op de bel étage hebben een vergelijkbare detaillering met dit verschil dat aan weerszijden langgerekte vijfruitszijlichten zijn aangebracht. Langs de dwarsgeplaatste centrale gang liggen aan de straatzijde enkele representatieve ruimten en aan de achterzijde één grote (kantoor)ruimte en enkele kleinere. Aan het eind van de gang leidt een betegeld trappenhuis met zwaar uitgevoerd decoratief smeedijzeren hekwerk naar het souterrain. De traptreden zijn bekleed met travertin. De betegelde muren van het trappenhuis worden afgesloten door een marmeren dekplaat, waarboven zich ramen bevinden.
De linker voorkamer is afgewerkt met onder meer stucplafonds, een eikenhouten strokenparketvloer, een marmeren schouw, paneeldeuren, houten lambrizering en vaste kasten.
Het woonhuis, Oosthaven 1, bestaat uit twee verdiepingen en een zolderetage, waarvan de oorspronkelijke indeling grotendeels gehandhaafd is. Een houten trap met in Amsterdamse School-stijl uitgevoerde balustrade leidt naar de eerste en tweede verdieping. Op de eerste verdieping bevindt zich een centraal gelegen gang met een dubbele klapdeur met gekleurd glas-in-lood. Oorspronkelijke paneeldeuren met geprofileerde omlijstingen leiden naar de diverse vertrekken.
Waardering
Het (voormalige) bankgebouw met directeurswoning en bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens de cultuur-historische waarde, door zijn oorspronkelijke functie, als uitdrukking van een als typologische ontwikkeling uit de eerste decennia van de 20ste eeuw.
Het pand met bijbehorend interieur is van algemeen belang wegens de architectuur-historische waarde als voorbeeld van een bankgebouw met directeurswoning, die qua stijl aansluit bij de traditie van het Zakelijk Expressionisme en het interieur invloeden vertoont van de Art Déco.
Het pand is tevens van belang vanwege de plaatst die het inneemt binnen het oeuvre van de architect H.F. Mertens, die in de periode 1917-1922 optrad als huisarchitect van de 'Nationale Bankvereeniging'.
Het pand is gaaf wat betreft de hoofdvorm, waarbij veel aandacht is besteed aan het materiaalgebruik en de detaillering van ondermeer het beeldhouwwerk in de voorgevel en de betegeling in het interieur.
Het pand is van algemeen belang wegens de stedebouwkundige waarde door de relatief beeldbepalende situering binnen het beschermde stadsgezicht van Gouda.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former bank building with director's residence, established in 1921, which in style connects with the tradition of Business Expressionism, whereby especially the interior shows influences of Art Deco. The client was the 'Nationale Bankvereeniging' in Utrecht, for which H.F. Mertens (1885-1960) acted as house architect in the period 1917-1922. During this period he designed, among other things, bank buildings in Assen, Terneuzen, Emmen, Zutphen and Veendam. After he established himself in 1922 in Bilthoven as an independent architect, he continued to receive commissions from the institution then called 'Rotterdams Bankvereeniging' (now: ABN-AMRO), such as those in Den Haag (1923-1924) and Rotterdam (1924). Since a conversion around 1990, whereby much of the original detailing has been retained, a number of businesses and institutions have been housed in the building. The director's upper residence has retained its residential function. The building is situated within the protected townscape of Gouda in the slightly rising profile of the virtually continuous facade wall of the Oosthaven, whereby it lies with the roof ridge parallel to the street.
Description
Completely cellar-based building, of which the rectangular building mass on the street side consists of three storeys and attic storey, which is covered by a transversely placed gabled roof with red improved Dutch tiles; on both roof ridge corners and in the middle a masoned chimney. The cellar section is extended on the rear side to a basement with one storey, covered by a flat roof. The facades are constructed in red brick in Flemish bond, whereby much decorative brickwork is applied. So the window piers of the ground floor and first floor consist of decorative brickwork placed edgewise, partly set diagonally. The relatively high parapet of the first floor is masoned edgewise and also serves as a wide continuous 'lintel' above the composite window section of the ground floor. The cornices running across the facades, gutter lines and the projecting balcony create an accentuation of the horizontal element.
Furthermore, fretted and chamfered red sandstone is applied for drip mouldings under the windows, which are connected to each other by means of a continuous drip moulding. The window sections are executed with steel frames and glazing bars, while entrance and balcony doors are of wood.
The entrance door to the upper residence, far left in the facade, and that to the office section far right, are panel doors, provided with vertical profiling on either side of latticed light windows. The left door, accessible via two natural stone steps, has a horizontal hexagonal four-pane fanlight, while the six-pane fanlight above the heavily executed lintel of the right door is included as part of the window section to its left. Between both entrances, under the slightly projecting continuous sandstone drip moulding, are five cellar windows, covered by a roll course, with heavy decoratively executed thief bars. The composite window section of the ground floor consists of windows, of which the decoratively masoned piers are executed with narrow rectangular sandstone reliefs with floral motifs and figures. The composite six-part window section on the floor is coupled by a projecting drip moulding running across the facade. At the top the window section is closed off by a projecting gutter line, provided with geometric cut work. At both ends the gutter connects to the original zinc collection basins. The second floor steps back slightly, whereby a balcony has been created across the full facade width. Of this, the middle section of the high-masoned parapet is slightly lowered and enlivened under a zinc-clad list with a wooden paillette motif. Both facade ends are covered with a sandstone cover plate. The recessed facade section is covered with white painted wooden rabat sections. Three double balcony doors with four-pane glazing bars are symmetrically distributed across the facade. At both ends is a window with diamond-shaped glazing bars. The facade is closed off by a wooden projecting gutter line, which at the location of the balcony doors is corniced. In the middle of the roof slope is a narrow rectangular dormer, provided with five casement windows with diamond-shaped glazing bars.
Both end gables are executed as spout gables, covered with a border of red improved Dutch tiles.
The rear facade, which is more sober in execution, is mostly in original condition. The first floor has two six-pane doors and several windows under a roll course running across the facade, of which the frames are provided with thief bars. On the second floor is a projecting balcony on the right, accessible via two two-pane doors. The facade is closed off by a projecting wooden gutter line. Symmetrically distributed across the roof slope are three dormers, each provided with a double two-pane window. The right frame of the middle dormer has been replaced by a ventilation grille.
The basement and ground floor of the rear facade are extended backward under a flat roof with a light shaft. Door and window openings are covered by a roll course. At cellar level there are two cellar windows on the right, provided with thief bars, comparable to those in the front facade. To the left of these are two doors with panes placed, accessible via a stair flanked by a parapet. On the floor above are four windows symmetrically distributed across the facade. To the left of this is a slightly lower extension. Here a stair flanked by a parapet leads to an entrance with four-pane fanlight at floor level. To the left of this is a four-pane window placed high in the facade.
INTERIOR The almost pristine interior of the piano nobile at Oosthaven 2 has largely retained its historical layout and Art Deco-style detailing. The weather lobby and corridor are tiled with a high wainscot of black, grey and turquoise melange tiles, alternated with narrow black and yellow tiles, all in Art Deco style. In the weather lobby the freestanding parapet along the stairs to the piano nobile is finished with a marble cover plate, to which a wooden handrail is attached. The weather door is a single five-pane door, provided on either side with two vertical profile lines and a horizontal handle. To the left of the weather door is a four-pane side light, which together with the weather door is closed off by a fanlight with bent herringbone arch. This three-part fanlight is articulated by a vertical and a zig-zag glazing bar. The other doors with fanlights on the piano nobile have similar detailing with the difference that on either side elongated five-pane side lights are applied. Along the transversely placed central corridor lie on the street side several representative spaces and on the rear side one large (office) space and several smaller ones. At the end of the corridor a tiled stairwell with heavily executed decorative wrought-iron railings leads to the basement. The stairs are covered with travertine. The tiled walls of the stairwell are closed off by a marble cover plate, above which are windows.
The left front room is finished with, among other things, stucco ceilings, an oak strip parquet floor, a marble mantelpiece, panel doors, wooden wainscot and fixed cabinets.
The residential house, Oosthaven 1, consists of two floors and an attic storey, of which the original layout has largely been retained. A wooden stair with a balustrade executed in Amsterdam School style leads to the first and second floor. On the first floor is a centrally located corridor with a double hinged door with coloured stained glass. Original panel doors with profiled frames lead to the various rooms.
Valuation
The (former) bank building with director's residence and associated interior is of general importance due to its cultural-historical value, through its original function, as an expression of a typological development from the first decades of the 20th century.
The building with associated interior is of general importance due to its architectural-historical value as an example of a bank building with director's residence, which in style connects with the tradition of Business Expressionism and the interior shows influences of Art Deco.
The building is furthermore of importance because of the place it occupies within the oeuvre of architect H.F. Mertens, who in the period 1917-1922 acted as house architect of the 'Nationale Bankvereeniging'.
The building is intact as regards its main form, whereby much attention has been paid to the use of materials and the detailing of, among other things, the sculpture in the front facade and the tiling in the interior.
The building is of general importance due to its urban-planning value through its relatively image-defining situation within the protected townscape of Gouda.
Nearby in the register
- Werk-woonhuis, Dubbele Buurt 13Werk-woonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Dubbele Buurt 11Werk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Dubbele Buurt 5Woonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Dubbele Buurt 7Werk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.