Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Oude Doelenkade 27
Hoorn, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1903 - 1904
- Address
- Oude Doelenkade 27, 1621 BH Hoorn (and others)
- Place
- Hoorn
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.63894, 5.06413
- Monument number
- 517451
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1892 map "Ontwerp tot afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met gedeeltelijke indijking binnen die afsluiting" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In 1903-1904 gebouwd blok van zes HERENHUIZEN, ontworpen door gemeentearchitect Joh. van Reijendam Cz. in een door Art Nouveau en Chaletstijl beïnvloede bouwtrant. De woonhuizen liggen aan de noordwestzijde van de Oude Doelenkade. Het blok eindigt links met een hoekpand op de hoek met de Mallegomsteeg.
Omschrijving
Het blok van zes uit rode baksteen opgetrokken herenhuizen is gebouwd op een nagenoeg rechthoekige plattegrond en voorzien van een samengestelde kap gedekt met rode geglazuurde kruispannen. Het blok heeft een vrijwel symmetrische driedelige opzet bestaande uit twee hoekpanden van drie bouwlagen onder een schilddak met een wolfseind aan de voorzijde en de nok haaks op de weg, waartussen een lager middendeel van vier woningen die twee bouwlagen tellen onder een mansardedak met de nok evenwijdig aan de straat. Het mansardedak van de twee middelste panden heeft aan de voorzijde een opgelicht dakvlak met ruim overstek op korbelen. De hoekpanden en de twee middelste woningen risaleren enigszins en hebben een grijze baksteen plint, terwijl de twee tussenliggende woningen zijn voorzien van een plint van oranjerode verblendsteen. De hoekpanden worden verlevendigd door banden van gele verblendsteen, de overige woningen hebben banden van oranjerode verblendsteen. De zes voordeuren zijn uitgevoerd als dubbele paneeldeur voorzien van deurroosters met florale motieven. De ontlastingsbogen boven de vensters in de voorgevel zijn gemetseld in oranjerode verblendsteen afgewisseld met gele verblendsteen bij de aanzetten en in het midden.
De vier woningen in het middendeel tellen elk drie vensterassen met op de begane grond en de eerste verdieping T-vensters met drieruits bovenlichten (bij een aantal ramen is de oorspronkelijke roedenverdeling verwijderd). De twee centrale assen zijn witgepleisterd en hebben op de begane grond twee voordeuren als genoemd met drieruits bovenlicht en daarboven een op korbelen rustend houten balkon dat toegankelijk is via twee dubbele balkondeuren met halfrond drieruits bovenlicht (rechts dichtgezet). Boven de in grijze baksteen gemetselde rondbogen van de bovenlichten is een borstwering met grijs blokmotief gemetseld. De middenrisaliet wordt beëindigd door twee vierkante torentjes waarvan het afgeplatte tentdak aan de voorzijde bekroond wordt door twee pinakels. De torens fungeren tevens als dakkapel en zijn voorzien van een zesruits schuifvenster waarboven een strek van grijze baksteen. Ter weerszijden van de middenrisaliet hebben de twee middelste panden op de begane grond en de eerste verdieping twee schuifvensters, en op de zolderverdieping drie gekoppelde openslaande ramen omgeven door vakwerk. De twee enigszins terugliggende tussenwoningen hebben in de buitenste vensteras op de begane grond geen venster maar een voordeur als genoemd voorzien van een bovenlicht. Beide panden worden afgesloten door een "architraaf" van oranjerode verblendsteen en een gootlijst op geprofileerde klossen waartussen gele verblendsteen. Hierop rust middenboven een dakkapel voorzien van een stolpraam (links vervangen) en een met rode geglazuurde kruispannen gedekt zadeldak bekroond door een bewerkte makelaar en een terracotta vorstkam. Beide hoekpanden zijn opgebouwd uit een lage begane grond, waarboven een hoge bel-etage en een enigszins lagere tweede verdieping. Het rechter hoekpand heeft op de begane grond twee tweedelige vensters en links hiervan de in een portiek teruggeplaatste voordeur. Boven het rechter venster en de portiek bevindt zich een segmentboog. Het middenraam heeft in plaats daarvan een strekse boog en wordt geflankeerd door korbelen waarop een houten balkon rust, toegankelijk via een dubbele balkondeur met drieruits bovenlicht. Hierboven een luifel in de vorm van een lessenaardak waarop een driehoekig balkon ter hoogte van de tweede verdieping. Het laatste is toegankelijk via een vergelijkbare balkondeur geflankeerd door schuiframen met tweeruits bovenlichten, waarboven één grote segmentboog. Ter weerszijden van de balkondeur op de eerste verdieping een T-venster met drieruits bovenlicht en een segmentboog waarnaast een muuranker met Jugendstil zweepslagmotief. Bovenin de voorgevel van het rechter hoekpand bevindt zich een laag stolpraam dat voorzien is van een tweeruits bovenlicht en geflankeerd wordt door kleine zijramen met luiken. Het dak van het rechter hoekpand heeft aan de voorzijde een ruim overstek rustend op twee korbelen. Het wolfseind wordt bekroond door een terracotta kruisbloem, het achterschild door een zinken piron.
De rechterzijgevel (NO) van het rechter hoekpand wordt door aangrenzende bebouwing grotendeels aan het oog onttrokken. Het linker hoekpand heeft een afgeschuinde hoek met op de begane grond een schuifvenster met bovenin vier ruitjes naast elkaar, op de eerste verdieping een houten erker waarop, ter hoogte van de tweede verdieping, een balkon onder een op stijlen geplaatst afdak. In het risalerende rechter gedeelte van de voorgevel bevindt zich op de begane grond een portiek als bij het rechter hoekpand, op de eerste verdieping een schuifvenster met tweeruits bovenlicht, op de tweede verdieping een T-venster met tweeruits bovenlicht omgeven door een hoefijzerboog van oranjerode verblendsteen. Hierboven een klein vierruits schuifvenster met driehoekig bovenlicht onder een keperboog van oranjerode verblendsteen waarboven een ondiep zadeldakje. Links van het portaal is de begane grond voorzien van vier smalle gekoppelde schuifvensters met bovenin twee ruitjes. De eerste verdieping heeft in het midden een door twee smalle schuifvensters geflankeerd T-venster met drieruits bovenlicht. Dit venster is evenals het raam rechts hiervan en het vierdelige venster op de begane grond geplaatst onder een segmentboog van oranjerode verblendsteen afgewisseld met gele verblendsteen in het midden en bij de aanzetten. In het midden van de tweede verdieping bevindt zich onder een strek van oranjerode en gele verblendsteen een schuifvenster geflankeerd door twee smalle schuifvensters. De in vakwerk uitgevoerde zolderverdieping heeft twee gekoppelde vierruits ramen. De nok van het dak is voorzien van een terracotta vorstkam en het wolfseind wordt bekroond door twee gestileerde terracotta pirons.
De aan de Mallegomsteeg gelegen zijgevel (ZW) van het linker hoekpand is voorzien van banden van gele verblendsteen, schootankers ter hoogte van de verdiepingsvloeren, een klein tweedelig venster in het midden van de begane grond en een uitgemetseld rookkanaal rechtsboven. De gevel heeft een vergelijkbare beëindiging als de buitenste panden van het middendeel van de voorgevel.
De achtergevel (NW) wordt op de begane grond door (gewijzigde) serre's grotendeels aan het oog onttrokken. De achtergevel heeft ter hoogte van de verdiepingsvloeren schootankers en wordt bovenaan afgesloten door boeiboorden. De strekken boven de vensters zijn uitgevoerd in oranjerode verblendsteen. Op de eerste verdieping hebben de middelste twee panden twee T-vensters en de naastgelegen woningen een T-venster en een dubbele balkondeur met bovenlicht. Het linker hoekpand heeft op de eerste verdieping een dubbele balkondeur met bovenlicht geflankeerd door smalle schuiframen (balkon vernieuwd). Links hiervan bevindt zich evenals op de tweede verdieping een schuifvenster. Rechts is de tweede verdieping voorzien van een gekoppeld schuifvenster, de vensters en deuren in het rechter hoekpand zijn niet oorspronkelijk.
De woningen zijn inwendig nog gedeeltelijk oorspronkelijk en bevatten onder meer neorenaissance stucplafonds in de voor- en achterkamer, paneeldeuren, en in de gang een meerkleurige tegelvloer en een ruime trap met houten balustrade.
Waardering
Het blok van zes herenhuizen is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van rijkere woningbouw uit het begin van de twintigste eeuw, opgetrokken in een door Art Nouveau en Chaletstijl beïnvloede bouwtrant. De woningen hebben tevens situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging aan de Oude Doelenkade. Daarnaast zijn de panden van belang als karakteristiek onderdeel uit het oeuvre van gemeentearchitect Van Reijendam.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Block of six TOWNHOUSES built in 1903-1904, designed by municipal architect Joh. van Reijendam Cz. in a building style influenced by Art Nouveau and Chalet style. The dwellings are situated on the northwest side of the Oude Doelenkade. The block ends on the left with a corner building at the corner with the Mallegomsteeg.
Description
The block of six townhouses constructed in red brickwork is built on a nearly rectangular plan and provided with a composite roof covering dressed with red glazed plain tiles. The block has an almost symmetrical three-part arrangement consisting of two corner buildings of three storeys under a hipped roof with a half-hipped roof at the front and the ridge perpendicular to the road, between which a lower central section of four dwellings with two storeys under a mansard roof with the ridge parallel to the street. The mansard roof of the two central buildings has at the front an elevated roof plane with generous overhang on corbels. The corner buildings and the two central dwellings project slightly and have a grey brick plinth, while the two intermediate dwellings are provided with a plinth of red-orange facing brick. The corner buildings are enlivened by bands of yellow facing brick, the remaining dwellings have bands of red-orange facing brick. The six front doors are executed as double panelled doors provided with door grilles with floral motifs. The relieving arches above the windows in the front facade are laid in red-orange facing brick alternating with yellow facing brick at the springings and in the centre.
The four dwellings in the central section each count three window bays with on the ground floor and the first storey T-windows with three-pane fanlights (in a number of windows the original glazing bars have been removed). The two central bays are rendered in white and have on the ground floor two front doors as mentioned with three-pane fanlight and above a wooden balcony resting on corbels accessible via two double balcony doors with semi-circular three-pane fanlight (right closed off). Above the segmental arches in grey brick of the fanlights a balustrade with grey block motif is laid in brick. The central risalite is terminated by two square small towers of which the flattened pavilion roof at the front is crowned by two pinnacles. The towers function also as roof dormers and are provided with a six-pane sash window above which a course of grey brick. On either side of the central risalite the two central buildings have on the ground floor and the first storey two sash windows, and on the attic storey three coupled casement windows surrounded by timber framing. The two somewhat recessed intermediate dwellings have in the outer window bay on the ground floor no window but a front door as mentioned provided with a fanlight. Both buildings are finished with an "architrave" of red-orange facing brick and a gutter moulding on moulded brackets between which yellow facing brick. Above this rests centrally a roof dormer provided with a storey-height window (left replaced) and a gabled roof dressed with red glazed plain tiles crowned by a worked bracket and a terracotta roof cresting. Both corner buildings are built up from a low ground floor, above which a high principal storey and a somewhat lower second storey. The right corner building has on the ground floor two two-part windows and to the left of these the front door set back in a porch. Above the right window and the porch is located a segmental arch. The centre window has instead a straight arch and is flanked by corbels on which a wooden balcony rests, accessible via a double balcony door with three-pane fanlight. Above this a canopy in the form of a lean-to roof on which a triangular balcony at the height of the second storey. The latter is accessible via a comparable balcony door flanked by sash windows with two-pane fanlights, above which one large segmental arch. On either side of the balcony door on the first storey a T-window with three-pane fanlight and a segmental arch next to which a wall anchor with Art Nouveau whiplash motif. At the top of the front facade of the right corner building is a low storey-height window provided with a two-pane fanlight and flanked by small side windows with shutters. The roof of the right corner building has at the front a generous overhang resting on two corbels. The half-hipped roof is crowned by a terracotta cross flower, the back panel by a zinc pron.
The right side facade (NE) of the right corner building is largely hidden from view by adjoining development. The left corner building has a chamfered corner with on the ground floor a sash window with four panes side by side at the top, on the first storey a wooden bay window on which, at the height of the second storey, a balcony under a canopy placed on posts. In the projecting right part of the front facade is situated on the ground floor a porch as at the right corner building, on the first storey a sash window with two-pane fanlight, on the second storey a T-window with two-pane fanlight surrounded by a horseshoe arch of red-orange facing brick. Above this a small four-pane sash window with triangular fanlight under a herringbone arch of red-orange facing brick above which a shallow gabled roof. To the left of the porch the ground floor is provided with four narrow coupled sash windows with two panes at the top. The first storey has in the centre a T-window flanked by two narrow sash windows with three-pane fanlight. This window, like the window to the right of it and the four-part window on the ground floor, is placed under a segmental arch of red-orange facing brick alternating with yellow facing brick in the centre and at the springings. In the centre of the second storey is situated under a course of red-orange and yellow facing brick a sash window flanked by two narrow sash windows. The attic storey executed in timber framing has two coupled four-pane windows. The ridge of the roof is provided with a terracotta roof cresting and the half-hipped roof is crowned by two stylised terracotta prons.
The side facade (SW) of the left corner building situated at the Mallegomsteeg is provided with bands of yellow facing brick, storey anchors at the height of the floor levels, a small two-part window in the centre of the ground floor and a built-out flue on the right above. The facade has a similar termination as the outer buildings of the central section of the front facade.
The rear facade (NW) is on the ground floor largely hidden from view by (altered) conservatories. The rear facade has storey anchors at the height of the floor levels and is finished at the top by boarded eaves. The courses above the windows are executed in red-orange facing brick. On the first storey the middle two buildings have two T-windows and the adjacent dwellings a T-window and a double balcony door with fanlight. The left corner building has on the first storey a double balcony door with fanlight flanked by narrow sash windows (balcony renewed). To the left of this as well as on the second storey is situated a sash window. On the right the second storey is provided with a coupled sash window, the windows and doors in the right corner building are not original.
The dwellings are internally still partially original and contain amongst others neo-Renaissance stucco ceilings in the front and rear rooms, panelled doors, and in the hallway a multi-coloured tile floor and a spacious staircase with wooden balustrade.
Valuation
The block of six townhouses is of general importance due to cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of more substantial residential building from the beginning of the twentieth century, constructed in a building style influenced by Art Nouveau and Chalet style. The dwellings are also of value due to situational importance because of the prominent location on the Oude Doelenkade. Furthermore, the buildings are of importance as a characteristic component of the oeuvre of municipal architect Van Reijendam.
Nearby in the register
- Opslag, Oude Doelenkade 21Opslagunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Oude Doelenkade 19Werk-woonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Oude Doelenkade 17Werk-woonhuisunder 1 mi
- Opslag, Lindestraat 6Opslagunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.