TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Oezingaweer

Loppersum, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1839
Address
Zeerijperweg 13, 9919 JR Loppersum (Eemsdelta 20)
Place
Loppersum
Municipality
Eemsdelta
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.34265, 6.73946
Part of complex
517354
Monument number
517355

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1825 map "V.1:1-5: V:1. Niederlande: Prov: 16. Groningen. 17. Drenthe" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Boerderij bestaande uit een voorhuis, hals, hoofd- en bijschuur. Het deels onderkelderde VOORHUIS dat in 1913 zijn huidige vorm kreeg, is opgetrokken in een roodbruine baksteen op een deels gepleisterd trasraam. Het schilddak dat aan de voorzijde is afgewolfd, is gedekt met een zwart geglazuurde Friese golfpan en heeft vier gemetselde schoorstenen en een kroonlijst. De gevels worden geleed door omlijste H-vensters met kuif en ronde schouders. De noordoostgevel heeft drie omlijste H-vensters met eronder een omlijst keldervenster met kuif. De voorgevel (zuidoost) heeft vier omlijste H-vensters, twee omlijste keldervensters en vier omlijste zaadvensters met kuif, die met elkaar worden verbonden door een gepleisterde cordonlijst. Het middenrisaliet van de voorgevel, opgetrokken in een donkere baksteen, heeft hoekpilasters met gevelbanden van crème verblendsteen; de steekkap, met op de nok een zinken piron, is gedekt met een zwart geglazuurde Friese golfpan en heeft een kroonlijst. Het risaliet wordt op de begane grond onderbroken door een houten serre met een afgesnoten hoek, zeven ramen en een glasdeur, alle onder glas-in-lood bovenlichten, en een afgeknot schildddak met leien (schubbedak), waarop een balkon met opengewerkt houten hek; openslaande deuren tussen twee zijlichten, alle met bovenlicht en gepleisterde latei, en samengevat onder een segmentboog van rode, donkere en verblendsteen met gepleisterde sluit- en aanzetstenen, verlenen de toegang; erboven een gevelsteen waarop staat: "verbouwd in 1913 door S.H.W. en A.O.M. en kinderen E.W., O.W., H.W., M.W., B.D.W., F.J.W." Aan de noordoostzijde van het risaliet een H-venster met latei en segmentboog.

De zuidwestgevel heeft een omlijst H-venster en een nieuwe zij-entree (oorspronkelijk een samengesteld venster met latei en segmentboog); de deels terugspringende noordwestgevel heeft een dichtgemetselde entree (oorspronkelijk een deur met twee zijlichten) onder een latei met segmentboog en een driedelig, in lengte oplopend, glas-in-loodvenster met latei en segmentboog en een smal driedelig glas-in-lood venster erboven onder een rollaag van verblend- en rode steen.

De zuidwestzijde van de HALS heeft een aankapping met samengesteld venster, en een omlijst T-venster met kuif. In de noordoostgevel met krimp drie H-vensters onder een strek en een entreepartij bestaande uit een gelakte paneeldeur met twee deurlichten en een bovenlicht, onder een betonnen luifel met kroonlijst rustend op twee vierkante pilaren met fantasiekapiteel; voor de deur een granito stoep; rechts een betegelde wand, links een betonnen hekje. De HOOFDSCHUUR opgetrokken in een roodbruine baksteen heeft een wolfdak bekleed met golfplaat (niet origineel), twee uilenborden met houten piron en een (nieuwe) bakgoot. De noordoostgevel met twee krimpen heeft in de eerste krimp een opgeklampte deur tussen twee zesruits schuifvensters, en in de tweede zestien kleine, getoogde ijzeren vierruits vensters. De noordwestgevel heeft twee stel dubbele staldeuren onder een halfrond bovenlicht met gietijzeren roedenverdeling met een segmentboog met gepleisterde sluitsteen; op de ene sluitsteen: "D.E.H., Y.P.H. 1839, samen met P.F.Z." (oorspronkelijk "1951", toen is de deur verbreed) en op de andere een paard. Verder in de gevel vier ijzeren rondboogvensters en vier ijzeren zaadvensters, alle met roedenverdeling, en hoge, getoogde dubbele deeldeuren met een sluitsteen waarop "1937, F.J.W."; boven de deeldeuren een gevelsteen met twee wapens, een kroon, 1937, en P.F.Z. en F.J.W. (in 1937 werd Frederica Wiersema eigenaresse van de boerderij). In de zuidoostgevel een houten deur met boven- en zijlicht onder een rollaag en een samengesteld H-venster. De zuidwestgevel heeft zestien kleine koestalvensters en een tweeruits keldervenster met ijzeren paneel.

De BIJSCHUUR is opgetrokken in een rode baksteen op een trasraam van donkere klinkers en heeft een wolfdak met twee uilenborden met houten piron, deels gedekt met een zwart geglazuurde Friese golfpan, deels met golfplaat (niet origineel). De zuidoostgevel met fries van gele verblendsteen en rode baksteen heeft een deur met bovenlicht, vier ijzeren vensters en in de topgevel vier ijzeren vensters, alle licht getoogd met een segmentboog van donkere baksteen. In de noordwestgevel zes ijzeren rondboogvensters en vijf halfronde zaadvensters met roedenverdeling, getoogde dubbele deeldeuren met sluit- en aanzetstenen en twee getoogde dubbele staldeuren onder een halfrond bovenlicht met roedenverdeling en sluitsteen; boven de middelste staldeuren een gevelsteen met "gebouwd in 1909, S.H.W., A.S.M. en kinderen E.S.W, O.S.W., H.S.W, M.S.W.". De zuidwestgevel heeft vier schuurvensters en een later dichtgemetseld venster.

In het INTERIEUR zijn onder meer van belang: in de kamers aan de voorzijde de gestucte plafonds met Art Nouveau-decoraties en de marmeren schouwen; in de serre de bovenlichten met gekleurd glas-in-lood, de betegelde lambrizering met bovenrand met geometrische motieven; in de gang de tochtdeur met boven- en zijlichten voorzien van geëtst glas, binnen een gelakt houten kozijn, het gepleisterde plafond met Art Nouveau-decoraties, de vloer met marmeren tegels, de lambrizering van bruine en groene tegels, de gelakte paneeldeuren waarboven een kroonlijst met gebroken fronton in pleisterwerk, de houten spiltrap met gelakte trappaal met Art Nouveau-motieven; op de verdieping de gelakte houten lambrizering; in de achtergang de granito vloer, de lambrizering met bruine en groene tegels, de paneeldeuren; in de kelder de plavuizen, het balkenplafond, de gepleisterde wanden met rondbogen met houten lattendeuren, de spekkisten.

In hoofd- en bijschuur de houten sporenkap met gebintstijlen.

Waardering

Boerderij met aangebouwde bijschuur van algemeen belang vanwege cultuur- en architectuurhistorische waarde

- als voorbeeld van een kop-hals-romp die in het begin van de 20ste eeuw tot dwarshuis is verbouwd

- vanwege de opvallende, eclectische vormgeving

- vanwege de redelijk hoge mate van gaafheid van het exterieur en grote delen van het interieur

- vanwege de functionele relatie met het bijbehorende koetshuis

- vanwege de beeldbepalende ligging, evenwijdig aan de weg van Loppersum naar Zeerijp

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

Farm consisting of a front house, neck section, main barn and outbuilding. The partially cellared FRONT HOUSE which received its present form in 1913, is built in reddish-brown brick on a partly rendered stone foundation. The hipped roof which is rounded off at the front, is covered with black glazed Frisian barrel tile and has four brick chimneys and a cornice. The facades are articulated by framed H-windows with hood and rounded shoulders. The northeast facade has three framed H-windows with beneath them a framed cellar window with hood. The front facade (southeast) has four framed H-windows, two framed cellar windows and four framed seed windows with hood, which are connected to one another by a rendered cordon moulding. The central risalit of the front facade, built in dark brick, has corner pilasters with facade bands of cream facing brick; the cap piece, with a zinc finial on the ridge, is covered with black glazed Frisian barrel tile and has a cornice. The risalit is interrupted on the ground floor by a wooden conservatory with a cut-off corner, seven windows and a glass door, all beneath stained-glass fanlights, and a clipped hipped roof with slates (shingle roof), upon which a balcony with openwork wooden railing; opening doors between two side lights, all with fanlight and rendered lintel, and grouped beneath a segmental arch of red, dark and facing brick with rendered voussoirs and springing stones, provide access; above it a facade stone bearing the inscription: "rebuilt in 1913 by S.H.W. and A.O.M. and children E.W., O.W., H.W., M.W., B.D.W., F.J.W." On the northeast side of the risalit an H-window with lintel and segmental arch.

The southwest facade has a framed H-window and a new side entrance (originally a composite window with lintel and segmental arch); the partly recessed northwest facade has a bricked-up entrance (originally a door with two side lights) beneath a lintel with segmental arch and a three-part, lengthwise graduating, stained-glass window with lintel and segmental arch and a narrow three-part stained-glass window above it beneath a roll moulding of facing and red brick.

The southwest side of the NECK SECTION has a lean-to with composite window, and a framed T-window with hood. In the northeast facade with settlement cracks three H-windows beneath a course and an entrance arrangement consisting of a painted panelled door with two door lights and a fanlight, beneath a concrete canopy with cornice resting on two square pillars with ornamental capitals; in front of the door a granito step; to the right a tiled wall, to the left a concrete railing. The MAIN BARN built in reddish-brown brick has a half-hipped roof covered with corrugated sheeting (not original), two owl boards with wooden finial and a (new) gutter. The northeast facade with two settlement cracks has in the first crack a clamped door between two six-pane sash windows, and in the second sixteen small, arched iron four-pane windows. The northwest facade has two sets of double barn doors beneath a semicircular fanlight with cast-iron glazing bars with a segmental arch with rendered voussoir; on one voussoir: "D.E.H., Y.P.H. 1839, together with P.F.Z." (originally "1951", when the door was widened) and on the other a horse. Further in the facade four iron round-arch windows and four iron seed windows, all with glazing bars, and tall, arched double part doors with a voussoir bearing "1937, F.J.W."; above the part doors a facade stone with two coats of arms, a crown, 1937, and P.F.Z. and F.J.W. (in 1937 Frederica Wiersema became the owner of the farm). In the southeast facade a wooden door with above- and side light beneath a roll moulding and a composite H-window. The southwest facade has sixteen small stable windows and a two-pane cellar window with iron panel.

The OUTBUILDING is built in red brick on a stone foundation of dark clinker brick and has a half-hipped roof with two owl boards with wooden finial, partly covered with black glazed Frisian barrel tile, partly with corrugated sheeting (not original). The southeast facade with frieze of yellow facing brick and red brick has a door with fanlight, four iron windows and in the gable top four iron windows, all slightly arched with a segmental arch of dark brick. In the northwest facade six iron round-arch windows and five semicircular seed windows with glazing bars, arched double part doors with voussoirs and springing stones and two arched double barn doors beneath a semicircular fanlight with glazing bars and voussoir; above the middle barn doors a facade stone with "built in 1909, S.H.W., A.S.M. and children E.S.W, O.S.W., H.S.W, M.S.W.". The southwest facade has four barn windows and a later bricked-up window.

In the INTERIOR are noteworthy among others: in the rooms at the front the stuccoed ceilings with Art Nouveau decorations and the marble mantels; in the conservatory the fanlights with coloured stained glass, the tiled wainscoting with upper edge with geometric motifs; in the passage the draught door with above- and side lights provided with etched glass, within a painted wooden frame, the plastered ceiling with Art Nouveau decorations, the floor with marble tiles, the wainscoting of brown and green tiles, the painted panelled doors above which a cornice with broken pediment in plasterwork, the wooden staircase with painted stair newel with Art Nouveau motifs; on the storey the painted wooden wainscoting; in the rear passage the granito floor, the wainscoting with brown and green tiles, the panelled doors; in the cellar the tiling, the beam ceiling, the plastered walls with round arches with wooden batten doors, the storage chests.

In main barn and outbuilding the wooden tie-beam roof truss with braced posts.

Evaluation

Farm with attached outbuilding of general importance for cultural-historical and architectural-historical value

- as an example of a head-neck-body farm which was converted into a cross-house in the early 20th century

- for its striking, eclectic design

- for the reasonably high degree of integrity of the exterior and large parts of the interior

- for the functional relationship with the associated coach house

- for its character-defining location, parallel to the road from Loppersum to Zeerijp

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map