TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

School XIX (school V)

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Onderwijs en wetenschap
Function
Schoolgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1912
Address
Spijkerstraat 49, 6828 DB Arnhem (and others)
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.98239, 5.91663
Monument number
516935

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding:

School XIX, openbare lagere school met M.U.L.O.. Het SCHOOLGEBOUW met HEKWERK en TUINMUUR, waarvan de gymnastiekzaal thans in gebruik is als theater en de lokalen dienst doen als atelierruimten en beheerderswoning, is gebouwd in 1912 in opdracht van de Gemeente Arnhem naar een ontwerp van de adjunct-directeur van de Dienst Gemeentewerken, G. Versteeg in de stijl van het rationalisme met invloeden van Berlage. Na de verhuizing van School XIX in 1924, bood het gebouw onderdak aan School V.

De school is gelegen op de hoek van de Spijkerstraat en de Boekhorstenstraat, waar zij gebouwd kon worden na de sloop van enkele tientallen krotwoningen, die op deze plaats stonden. Een dergelijke sanering op kleine schaal scheen in Arnhem bij de bouw van openbare gebouwen gebruikelijk te zijn. Het gebeurde ook bij de bouw van de H.B.S. aan de Schoolstraat.

De school bezit een L-vormig grondplan, waarbij de twee vleugels het op de straathoek gelegen schoolplein omsluiten. In het snijpunt en aan de uiteinden van beide vleugels bevinden zich torenachtige bouwvolumes. De hogere vleugel (twee bouwlagen) bevat tien klaslokalen, in de lagere vleugel (één bouwlaag) bevindt zich het gymnastiekzaal. Het dak van de gymnastiekzaal kon worden gebruikt als tweede speelplaats. De lokalen zijn niet naar het schoolplein op het zuidwesten gericht maar naar de schooltuin aan de achterzijde (oostzijde). Op deze wijze zouden de leerlingen niet zo snel afgeleid worden. De borstweringen zijn dan ook opvallend laag voor deze tijd. De gangen met de wc's liggen aan het schoolplein. Het schoolgebouw is op Berlagiaanse wijze gedetailleerd. Hardstenen elementen markeren de uit constructief oogpunt gezien belangrijke punten. In de middentoren en de rechter toren zijn resp. een zonnewijzer en een klok in sectiel aardewerk aangebracht. In de west- en de zuidgevel van de lokalenvleugel zijn terracotta reliëfs met voorstellingen van kinderspelen te vinden. De reliëfs zijn vervaardigd door W.C. Brouwer.

De speelplaats wordt van de straat gescheiden door smeedijzeren hekwerken tussen gemetselde hekposten op een voetmuur. De toegang tot de speelplaats, die nu op de straathoek is gesitueerd, lag oorspronkelijk pal naast de klokkentoren. De gevel aan de Spijkerstraat wordt aan de rechterzijde voortgezet in een tuinmuur met een poortje.

Omschrijving:

Het SCHOOLGEBOUW bestaat uit twee vleugels van resp. één en twee bouwlagen die samen een L-vormig grondplan vormen. De toren met de wijzerplaat aan het uiteinde van de lokalenvleugel en de toren met de zonnewijzer in het snijpunt van beide vleugels bezitten drie bouwlagen, het torenachtige bouwvolume aan het uiteinde van het gymnastieklokaal aan de Boekhorstenstraat bezit één bouwlaag. Beide vleugels en de torens zijn voorzien van platte daken. De lokalenvleugel is deels onderkelderd en aan de oostzijde, boven de lokalen, hoger dan aan de westzijde boven de gangen. Dit is overigens alleen vanaf het dak te zien. Het hogere gedeelte is afgesloten met een houten lijst, waarin vijf brede gemetselde schoorstenen met geprofileerde stenen randen en afdekplaten op bollen zij opgenomen.

De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen, gemetseld in staand verband. De gevels zijn voorzien van een door een rollaag afgesloten plint. Rollagen bevinden zich ook ter hoogte van de onderdorpels van de vensters van de eerste bouwlaag, onder en boven de kozijnen en onder- en bovendorpels en deels ter afsluiting van het bakstenen gedeelte van de gevels. De gevels aan straat- en schoolpleinzijde worden afgesloten met een verspringende, kanteelachtige rand van hardstenen blokken. Deze hardstenen band wordt beëindigd door een uitspringende hardstenen rand die rust op eveneens uitspringende sober bewerkte hardstenen blokken. De oostgevel wordt afgesloten door een houten lijst, waarin gaten aangebracht zijn en waarboven zich een overstekende bakgoot op getrapte klossen bevindt. De in hoogte aflopende, vrijwel blinde noordgevel wordt afgesloten door stenen randen en houten lijsten.

De WESTGEVEL van de lokalenvleugel is gevat tussen twee vooruitspringende torens en telt vier traveeën. Aan de linkerzijde van de middentoren bevindt zich de vijfde travee, waarvan alleen het bovenste gedeelte boven de gymzaal uitsteekt. Ieder travee telt in de eerste en tweede bouwlaag drie vensters, afgesloten door hardstenen onder- en bovendorpels en voorzien van resp. 10- en 8-ruits schuiframen. Tussen elke drie vensters bevinden zich telkens twee smalle 2-ruits wc raampjes, die op de eerste bouwlaag aan de bovenzijde zijn voorzien van een verdiept liggende strook siermetselwerk, waarvan de hoogte gelijk is aan die van de grote vensters. De hardstenen rand die de gevel afsluit is hoog ter plaatse van de drie vensters en laag ter plaatse van de tussenliggende muurdelen met de wc raampjes. Tussen iedere twee raampjes bevindt zich telkens een hemelwaterafvoer. Tussen de grote vensters van de eerste en de tweede bouwlaag zijn terracotta plaquettes aangebracht met voorstellingen van kinderspelen van links naar rechts: bokspringen, touwtje springen, overlopertje? en diabolo. Links van de middentoren bevinden zich boven het dak van de gymzaal nog eens drie vensters met hardstenen onder- en bovendorpels en 6-ruits ramen.

De ZUIDGEVEL (straatgevel) van de lokalenvleugel bestaat uit drie traveeën, waarvan de linker wordt gevormd door de klokkentoren. De toren bezit vanaf de eerste bouwlaag inspringende hoeken, aan de onderzijde voorzien van een hardstenen blok. De afsluitende hardstenen rand aan de bovenzijde springt op de hoeken omhoog. Aan de schoolpleinzijde bezit de toren een ingangspartij, die bestaat uit een vooruitspringend portiek tussen twee met hardstenen platen en blokken bekroonde muurdammen, waartussen zich een met bitumen gedekt aangekapt schilddakje met houten bakgoot bevindt. In het portiek bevindt zich een dubbele houten paneeldeur met 4-ruits ramen in een kozijn op hardstenen neuten, afgesloten door een brede houten latei. De noordzijde van de toren is blind. Ter hoogte van de eerste bouwlaag bevindt zich een uitbouw met plat dak en twee 2-ruits raampjes. De oostzijde van de toren, waarvan slechts het bovenste deel boven de lokalenvleugel uitsteekt, is voorzien van een deur die toegang geeft tot het dak van deze vleugel. De zuidzijde van de toren bezit in de eerste en tweede bouwlaag vensters met hardstenen onder- en bovendorpels, voorzien van resp. een 6-ruits raam en een houten luik met 4-ruits bovenlicht. Ter hoogte van de derde bouwlaag zijn aan de zuid- en westzijde van de toren vierkante plaquettes met ronde wijzerplaten in polychroom sectiel aardewerk aangebracht. De vier hoeken buiten de ronde wijzerplaten zijn gevuld met medaillons waarop "Anno 1912" is te lezen.

Het tweelaags gedeelte van de zuidgevel telt twee traveeën. Ieder travee heeft in de eerste en tweede bouwlaag drie vensters, afgesloten door hardstenen onder- en bovendorpels en voorzien van resp. 10- en 8-ruits schuiframen. Tussen de vensters van de eerste en de tweede bouwlaag zijn terracotta plaquettes aangebracht met voorstellingen van kinderspelen van links naar rechts: hoepelen, balspel. Aan de rechterzijde loopt de gevel ter hoogte van de eerste bouwlaag trapsgewijs af om aan te sluiten op een licht terugspringende TUINMUUR, die bestaat uit drie hogere muurdammen en lagere muurdelen waarop smeedijzeren hekwerken zijn aangebracht. De muur is voorzien van rollagen, hardstenen afdekplaten en een rondboogpoortje met hardstenen blokken ter plaatse van de scharnieren. Bij een wijksanering rond 1980 is in de muur een doorgang gemaakt naar achterliggende terreinen, waarbij ook de schooltuin een strook grond heeft verloren.

De OOSTGEVEL van de lokalenvleugel bezit links een terugliggend gedeelte, waarin de stafruimten waren ondergebracht. In de eerste bouwlaag hiervan bevinden zich dubbele deuren met meerruits ramen onder een pergola. Eenzelfde soort pergola was oorspronkelijk ook tegen de aangrenzende tuinmuur aangebracht. Deze is echter vanwege instortingsgevaar verwijderd. In de tweede bouwlaag bevindt zich een venster met hardstenen onder- en bovendorpels en 8-ruits schuifraam. Het lokalengedeelte bestaat uit vijf traveeën en wordt links en rechts begrensd door boven de gootlijst uitstekende muurdammen, afgesloten door hardstenen randen. Ieder travee, m.u.v. de meest rechtse, bezit in de eerste en tweede bouwlaag een venster met driedelig kozijn waarin zich drie maal drie 6-ruits ramen boven elkaar bevinden. Voor de bovenste ramen, die kunnen schuiven, zijn bovendien nog vaste 6-ruits ramen bevestigd. In de meest rechtse travee bezit het bovenste venster i.p.v. een driedelig een vierdelig kozijn en ontbreken bij het venster in de eerste bouwlaag bij enkele ramen de roeden. Onder dit gedeelte bevindt zich bovendien de kelder. Een gemetselde trap omgeven door een smeedijzeren hekwerk geeft toegang tot de kelderdeur. Rechts van de deur bevindt zich een venster met driedelig kozijn.

In de muurdam rechts bevindt zich in de eerste bouwlaag een dubbele paneeldeur met twee 4-ruits ramen en een 10-ruits rondboogvormig bovenlicht, dat wordt omgeven door drie rollagen.

De in hoogte verspringende NOORDGEVEL verspringt eveneens licht in diepte, zodat de verschillende bouwonderdelen ook hier herkenbaar zijn. De gevel is afgezien van de drie vensters van het trappenhuis en twee recent aangebrachte deuren geheel blind. De langwerpige vensters bezitten tweedelige kozijnen met twee 6-ruits ramen. De ZUIDGEVEL van de gymnastiekzaal bevindt zich tussen de middentoren en de lage hoektoren aan de Boekhorstenstraat. De gevel wordt in drie traveeën verdeeld door licht naar voren springende muurdammen, die boven het dak van de gymzaal uitsteken en zo tevens de hekposten vormen voor de smeedijzeren hekwerken die dit dak omgeven. Ieder travee bezit een venster met zesdelig kozijn en zes 6-ruits ramen. Boven de kozijnen bevinden zich bewerkte lambrekijnen. De terugliggende delen worden evenals de hogere muurdammen afgesloten door hardstenen randen. Tussen de muurdammen zijn geornamenteerde smeedijzeren hekwerken bevestigd. De meest rechtse muurdam is slechts voor de helft uitgevoerd en is opgenomen in de middentoren.

De middentoren heeft in de eerste bouwlaag in de hoek met de lokalenvleugel een ingangsportiek dat bestaat uit een muurdam waarop een met bitumen gedekt aangekapt schilddakje met houten bakgoot rust. In het portiek bevindt zich een dubbele houten paneeldeur met 4-ruits ramen in een kozijn op hardstenen neuten. Ter hoogte van de tweede bouwlaag bevindt zich een venster met hardstenen onder- en bovendorpel en 4-ruits raam. Hierboven bevindt zich een vierkante plaquette, uitgevoerd in polychroom sectiel aardewerk, waarin een zonnewijzer is opgenomen. De zuidgevel van de toren, boven het dak van de gymzaal, bezit een dubbele deur met twee 4-ruits ramen onder een met bitumen gedekt aangekapt schilddakje met houten bakgoot. Hierboven bevindt zich een venster met een hardstenen bovendorpel en een houten luik met persiënnes. De noordgevel van de toren is blind. De toren wordt afgesloten door een hardstenen rand die op de hoeken omhoog springt. Op de noordoostelijke hoek van de toren bevindt zich een uitspringende vierkante schoorsteen, die hoger is dan de toren en is voorzien van een hardstenen gedeelte waarin de overgang wordt gemaakt van vierkant naar cilindervormig. Het bovenste deel van de cilinder is van baksteen en voorzien van een afdekplaat op bakstenen.

De gymzaal wordt aan de westzijde afgesloten door een hoektoren met borstwering. de toren springt t.o.v. de zuidgevel van de gymzaal naar voren en bezit een afgeronde zuidwestelijke hoek. De afronding loopt van boven naar beneden uit op een hardstenen blok ter hoogte van de onderdorpels van de vensters. Vanaf dit punt is de gevel niet meer afgerond, maar sluit aan op de hekposten van de omheining van de speelplaats. De toren bezit aan de westzijde een rondboogvormig afgesloten portiek met drie hardstenen treden die leiden naar een dubbele houten deur met 10-ruits rondboogvormig bovenlicht. Rechts van het portiek bevinden zich vier vensters met hardstenen onder- en bovendorpels en 8-ruits schuiframen. In de zuidgevel van de toren bevinden zich drie smalle langwerpige vensteropeningen, waarin zich 2-ruits wc raampjes bevinden met daarboven siermetselwerk. Boven de vensters in de west- en de zuidgevel bevinden zich in de borstwering reeksen van resp. acht en vier smalle, op schietgaten lijkende openingen. De openingen bezitten aan de onderzijde een hardstenen dorpel, terwijl de bovenzijde is opgenomen in de hardstenen rand die de gevels afsluit. Deze hardstenen rand is laag boven de "schietgaten" en hoger op de hoeken. De rand is op dezelfde wijze gedetailleerd als bij de lokalenvleugel.

Het schoolplein wordt begrensd door HEKWERK dat bestaat uit een gemetselde muur waarop brede gemetselde hekposten staan. Tussen de posten bevinden zich eenvoudig geornamenteerde smeedijzeren hekken. De omheining is op de straathoek afgeschuind. Hier bevindt zich een nieuw vervaardigd dubbel draaihek, dat in dezelfde stijl is uitgevoerd als de oorspronkelijke hekwerken. Het INTERIEUR van de school verkeert nog gedeeltelijk in oorspronkelijke staat. In de lokalenvleugel is ondermeer bewaard gebleven: de ruimtelijke indeling; de granieten bordestrap met twee armen, de leuning van siersmeedwerk met houten handlijst, de d.m.v. koperen ringen aan de muur bevestigde houten handlijst; blauwgrijze betegeling en tongewelf in de vestibules; terrazzovloeren met randen van groene en witte tegeltjes; segmentgewelven, houten balkenplafonds, paneeldeuren met ruitjes en wc's met oorspronkelijke betegeling en urinoirs op de gangen; een aantal oorspronkelijke lampen en vaste kasten met paneeldeuren met ruitjes in de lokalen en rolluikkasten voor de vensters in de lerarenkamer; een houten bordestrap met bewerkte trappalen in de klokkentoren.

De voormalige gymnastiekzaal is verbouwd tot theater. Bewaard gebleven zijn enkele terrazzovloeren en paneeldeuren met ruitjes. In de grote zaal herinneren bevestigingspunten voor ringen e.d. nog aan de vroegere functie.

Waardering:

SCHOOLGEBOUW met HEKWERK en TUINMUUR uit 1910-1912 van G. Versteeg.

- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld van een monumentaal schoolgebouw in een stijl die invloeden vertoont van het rationalisme en met name van Berlage. De school is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp in exterieur en interieur zoals goede verhoudingen, ritmering van de gevels, ruimtelijkheid, bijzonder materiaalgebruik en een originele ornamentiek, deels vervaardigd door de bekende keramist W.C. Brouwer. Het complex is van architectuurhistorisch belang als onderdeel van het oeuvre van de architect G. Versteeg, ondermeer omdat het één van de weinig overgebleven objecten uit zijn periode als adjunct-directeur gemeentewerken in Arnhem is.

- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de prominente ligging op de hoek van de Spijkerstraat en de Boekhorstenstraat, waar door de speelplaats van de school een plein is ontstaan.

GERRIT VERSTEEG (1872-1938) werd geboren in Vlaardingen. Na een opleiding tot timmerman in Delft, ging hij werken voor zijn oom, de Delftse architect Van der Kaaden. Op 21-jarige leeftijd ontwierp hij een herenhuis in neorenaissance-stijl aan de Oude Delft. Tot 1900 was hij assistent van prof. C. Sluyterman en prof. E. Gugel. Vervolgens werd hij benoemd tot adjunct-directeur gemeentewerken in Arnhem. In deze functie bouwde hij de Lorentz-H.B.S., School XIX aan de Spijkerstraat, een slachthuis, de groenteveiling en de electriciteitscentrale aan de Nieuwe Kade (1907). Het werk uit deze periode vertoont duidelijk invloed van Berlage. In 1914 nam Versteeg ontslag in Arnhem en vertrok naar Amsterdam, waar hij zich associeerde met Jan Gratama (1877-1947). Hij hield zich voornamelijk bezig met volkswoningbouw. Hieruit bleek zijn sociale instelling. Deze kwam ook tot uiting in zijn lidmaatschap van de S.D.A.P. (sinds 1900). In de periode 1914-1921 kreeg het bureau Gratama-Versteeg ook menige opdracht in Arnhem zoals voor de bouw van middenstandswoningen voor de Arnhemse Coöperatieve Woningbouwvereniging Sonsbeek (1920) en voor de Woningbouwvereniging voor Ambtenaren (1922).

Tot het bekendste werk van het bureau behoort de woningbouw voor de Algemene Woningbouwvereniging en Eigen Haard in de Watergraafsmeer en de Transvaalbuurt (i.s.m. H.P. Berlage) in Amsterdam. Ook na 1921, toen zijn samenwerking met Gratama werd beëindigd, bleef woningbouw een belangrijk deel van zijn werk innemen. In totaal werden meer dan tweeduizend woningen naar zijn ontwerp gebouwd voor woningbouwverenigingen in Arnhem, Zutphen, Boxmeer, Delft en Amsterdam. Dit getal wordt nog overtroffen door het aantal woningen dat hij voor particuliere bouwondernemers heeft gebouwd.

De laatste jaren werkte Versteeg samen met zijn zoon Gerrit, die na de dood van zijn vader het bureau voortzette. Een in het Bouwkundig Weekblad Architectura verschenen necrologie beschrijft Versteeg alsvolgt: "een nieuwlichter was Versteeg echter niet; hij bouwde op traditioneelen grondslag, immer strevend naar verbetering. Zijn werk spreekt noch van een drang naar vernieuwing, nog van een hang naar het oude; we zien het rustig handhaven van het oude en een ongevangen toepassen van het nieuwe. Versteeg was karaktervast en dat blijkt ook uit zijn werk: hij onderging wel invloeden maar hij verwerkte ze. Van modieuze elementen bleef zijn werk vrij".

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction:

School XIX, public primary school with M.U.L.O.. The SCHOOLBUILDING with FENCING and GARDEN WALL, of which the gymnasium hall is now in use as a theatre and the classrooms serve as studio spaces and caretaker's dwelling, was built in 1912 on behalf of the Municipality of Arnhem according to a design by the deputy director of the Municipal Works Department, G. Versteeg in the style of rationalism with influences from Berlage. After the relocation of School XIX in 1924, the building provided accommodation for School V.

The school is located at the corner of the Spijkerstraat and the Boekhorstenstraat, where it could be built after the demolition of several dozen slum dwellings that stood on this site. Such small-scale slum clearance appeared to be common practice in Arnhem at the time of the construction of public buildings. It also occurred during the construction of the H.B.S. at the Schoolstraat.

The school has an L-shaped ground plan, with the two wings enclosing the schoolyard located at the street corner. At the intersection and at the ends of both wings there are tower-like building volumes. The higher wing (two storeys) contains ten classrooms, in the lower wing (one storey) there is the gymnasium hall. The roof of the gymnasium hall could be used as a second playground. The classrooms are not oriented towards the schoolyard on the southwest but towards the school garden at the rear (east side). In this way, the pupils would not be distracted so easily. The balustrades are accordingly remarkably low for this period. The corridors with the toilets are located on the schoolyard side. The schoolbuilding is detailed in the Berlage manner. Hard stone elements mark the points that were important from a structural point of view. In the central tower and the right tower, a sundial and a clock respectively are incorporated in sectioned earthenware. In the west and south facades of the classroom wing there are terracotta reliefs with representations of children's games. The reliefs were made by W.C. Brouwer.

The playground is separated from the street by wrought-iron fencing between masonry fence posts on a plinth wall. The access to the playground, which is now situated at the street corner, was originally located right next to the bell tower. The facade at the Spijkerstraat is continued on the right side in a garden wall with a small gate.

Description:

The SCHOOLBUILDING consists of two wings of one and two storeys respectively which together form an L-shaped ground plan. The tower with the clock face at the end of the classroom wing and the tower with the sundial at the intersection of both wings have three storeys, the tower-like building volume at the end of the gymnasium hall at the Boekhorstenstraat has one storey. Both wings and the towers are provided with flat roofs. The classroom wing is partly underground and on the east side, above the classrooms, higher than on the west side above the corridors. This is otherwise only visible from the roof. The higher section is closed off with a wooden moulding, in which five broad masonry chimneys with profiled stone edges and cover plates on balls are incorporated.

The facades are built of red brick, laid in running bond. The facades are provided with a plinth finished by a roll moulding. Roll mouldings are also located at the height of the window sills of the first storey, under and above the frames and under and above the lintels and partly closing off the brick section of the facades. The facades on the street and schoolyard sides are finished with a recessed, crenellated-like edge of hard stone blocks. This hard stone band is ended by a projecting hard stone edge that rests on equally projecting simply worked hard stone blocks. The east facade is finished by a wooden moulding with holes cut in it and above which there is a projecting roof tile gutter on stepped brackets. The decreasing in height, virtually blind north facade is finished by stone edges and wooden mouldings.

The WEST FACADE of the classroom wing is situated between two projecting towers and comprises four bays. To the left of the central tower is the fifth bay, of which only the upper part above the gymnasium projects. Each bay has three windows in the first and second storeys, finished by hard stone sills and lintels and provided with 10- and 8-pane sash windows respectively. Between every three windows there are two narrow 2-pane toilet windows, which on the first storey are provided at the top with a recessed strip of decorative brickwork, the height of which is equal to that of the large windows. The hard stone edge that finishes the facade is high at the location of the three windows and low at the location of the intermediate wall sections with the toilet windows. Between every two windows there is a rainwater pipe. Between the large windows of the first and second storeys there are terracotta plaques with representations of children's games from left to right: skipping, rope jumping, leapfrog?, and diabolo. To the left of the central tower there are above the roof of the gymnasium three more windows with hard stone sills and lintels and 6-pane windows.

The SOUTH FACADE (street facade) of the classroom wing consists of three bays, of which the left is formed by the bell tower. The tower has recessed corners from the first storey, provided at the bottom with a hard stone block. The finishing hard stone edge at the top projects upwards at the corners. On the schoolyard side the tower has an entrance arrangement consisting of a projecting portico between two wall piers topped with hard stone plates and blocks, between which a roof structure with bitumen covered hipped roof with wooden roof gutter is located. In the portico is a double wooden panel door with 4-pane windows in a frame on hard stone sill blocks, finished by a broad wooden lintel. The north side of the tower is blank. At the height of the first storey there is an outbuilding with flat roof and two 2-pane windows. The east side of the tower, of which only the upper part above the classroom wing projects, is provided with a door giving access to the roof of this wing. The south side of the tower has windows in the first and second storeys with hard stone sills and lintels, provided with a 6-pane window and a wooden shutter with 4-pane fanlight respectively. At the height of the third storey square plaques with round clock faces in polychrome sectioned earthenware are incorporated on the south and west sides of the tower. The four corners outside the round clock faces are filled with medallions on which "Anno 1912" can be read.

The two-storey section of the south facade comprises two bays. Each bay has three windows in the first and second storeys, finished by hard stone sills and lintels and provided with 10- and 8-pane sash windows respectively. Between the windows of the first and second storeys there are terracotta plaques with representations of children's games from left to right: hoop rolling, ball game. On the right side the facade steps down at the height of the first storey to connect with a slightly recessed GARDEN WALL, which consists of three higher wall piers and lower wall sections on which wrought-iron fencing is mounted. The wall is provided with roll mouldings, hard stone cover plates and a round-arched small gate with hard stone blocks at the location of the hinges. During a neighbourhood renewal around 1980 a passage was made in the wall to adjoining grounds, whereby the school garden also lost a strip of land.

The EAST FACADE of the classroom wing has on the left a recessed section in which the staff rooms were housed. On the first storey of this are double doors with multi-pane windows under a pergola. A similar pergola was originally also placed against the adjoining garden wall. This was however removed due to the danger of collapse. On the second storey is a window with hard stone sill and lintel and 8-pane sash window. The classroom section consists of five bays and is bounded on the left and right by wall piers projecting above the gutter line, finished by hard stone edges. Each bay, except the rightmost, has in the first and second storeys a window with three-part frame in which three by three 6-pane windows are located one above the other. For the top windows, which can slide, fixed 6-pane windows are also attached. In the rightmost bay the top window has a four-part instead of a three-part frame and in the first storey window some of the glazing bars are missing in some windows. Below this section is also the cellar. A masonry staircase surrounded by wrought-iron fencing provides access to the cellar door. To the right of the door is a window with three-part frame.

In the wall pier on the right there is in the first storey a double panel door with two 4-pane windows and a 10-pane round-arched fanlight, which is surrounded by three roll mouldings.

The NORTH FACADE stepping down in height also steps back slightly in depth, so that the different structural components are also recognizable here. Apart from the three windows of the staircase and two recently added doors, the facade is entirely blank. The elongated windows have two-part frames with two 6-pane windows. The SOUTH FACADE of the gymnasium hall is located between the central tower and the low corner tower at the Boekhorstenstraat. The facade is divided into three bays by slightly projecting wall piers, which project above the roof of the gymnasium and thus also form the fence posts for the wrought-iron fencing surrounding this roof. Each bay has a window with six-part frame and six 6-pane windows. Above the frames there are worked-out lambrequins. The recessed sections are finished, as are the higher wall piers, by hard stone edges. Between the wall piers ornamental wrought-iron fencing is attached. The rightmost wall pier is only executed for half and is incorporated in the central tower.

The central tower has in the first storey in the corner with the classroom wing an entrance portico consisting of a wall pier on which a bitumen covered hipped roof structure with wooden roof gutter rests. In the portico is a double wooden panel door with 4-pane windows in a frame on hard stone sill blocks. At the height of the second storey is a window with hard stone sill and lintel and 4-pane window. Above this is a square plaque, executed in polychrome sectioned earthenware, in which a sundial is incorporated. The south facade of the tower, above the roof of the gymnasium, has a double door with two 4-pane windows under a bitumen covered hipped roof structure with wooden roof gutter. Above this is a window with a hard stone lintel and a wooden shutter with louvres. The north facade of the tower is blank. The tower is finished by a hard stone edge that projects upwards at the corners. On the northeastern corner of the tower is a projecting square chimney, which is higher than the tower and is provided with a hard stone section in which the transition is made from square to cylindrical. The upper part of the cylinder is of brick and provided with a cover plate on bricks.

The gymnasium is finished on the west side by a corner tower with balustrade. The tower projects relative to the south facade of the gymnasium and has a rounded southwestern corner. The rounding runs from top to bottom and terminates on a hard stone block at the height of the window sills. From this point the facade is no longer rounded but connects with the fence posts of the playground enclosure. The tower has on the west side a round-arched enclosed portico with three hard stone steps leading to a double wooden door with 10-pane round-arched fanlight. To the right of the portico are four windows with hard stone sills and lintels and 8-pane sash windows. In the south facade of the tower are three narrow elongated window openings in which 2-pane toilet windows are located with decorative brickwork above. Above the windows in the west and south facades are in the balustrade series of eight and four narrow openings respectively, resembling loopholes. The openings have a hard stone sill at the bottom, while the top is incorporated in the hard stone edge that finishes the facades. This hard stone edge is low above the "loopholes" and higher at the corners. The edge is detailed in the same way as in the classroom wing.

The schoolyard is bounded by FENCING consisting of a masonry wall on which broad masonry fence posts stand. Between the posts there are simply ornamental wrought-iron fences. The enclosure is bevelled at the street corner. Here there is a newly made double swing gate, which is executed in the same style as the original fencing. The INTERIOR of the school is still partially in its original state. In the classroom wing, the following have been preserved among others: the spatial layout; the granite entrance staircase with two arms, the railing of ornamental wrought iron with wooden handrail, the wooden handrail fixed to the wall by means of copper rings; blue-grey tiling and barrel vault in the vestibules; terrazzo floors with borders of green and white tiles; segmental vaults, wooden beam ceilings, panel doors with panes and toilets with original tiling and urinals in the corridors; a number of original lamps and fixed cabinets with panel doors with panes in the classrooms and roller shutter cabinets for the windows in the staff room; a wooden entrance staircase with worked-out stair treads in the bell tower.

The former gymnasium has been converted into a theatre. Some terrazzo floors and panel doors with panes have been preserved. In the large hall attachment points for rings etc. still remind of the former function.

Valuation:

SCHOOLBUILDING with FENCING and GARDEN WALL from 1910-1912 by G. Versteeg.

- Of architectural historical importance as a good and intact example of a monumental school building in a style showing influences of rationalism and in particular of Berlage. The school is of architectural historical importance because of the high aesthetic qualities of the design in exterior and interior such as good proportions, rhythm of the facades, spatiality, particular material use and original ornamentation, partly made by the renowned ceramicist W.C. Brouwer. The complex is of architectural historical importance as part of the oeuvre of architect G. Versteeg, among other things because it is one of the few remaining objects from his period as deputy director of municipal works in Arnhem.

- Of urban planning value because of the prominent location at the corner of the Spijkerstraat and the Boekhorstenstraat, where a square has been created through the school's playground.

GERRIT VERSTEEG (1872-1938) was born in Vlaardingen. After training as a carpenter in Delft, he went to work for his uncle, the Delft architect Van der Kaaden. At the age of 21 he designed a mansion in neo-renaissance style on the Oude Delft. Until 1900 he was assistant to prof. C. Sluyterman and prof. E. Gugel. Subsequently he was appointed deputy director of municipal works in Arnhem. In this capacity he built the Lorentz H.B.S., School XIX on the Spijkerstraat, a slaughterhouse, the vegetable market and the electricity station on the Nieuwe Kade (1907). The work from this period shows clear influence from Berlage. In 1914 Versteeg resigned in Arnhem and moved to Amsterdam, where he associated with Jan Gratama (1877-1947). He occupied himself primarily with social housing. This demonstrated his social outlook. This also manifested itself in his membership of the S.D.A.P. (since 1900). In the period 1914-1921 the Gratama-Versteeg office also received many commissions in Arnhem such as for the construction of middle-class housing for the Arnhem Cooperative Housing Association Sonsbeek (1920) and for the Housing Association for Civil Servants (1922).

Among the best-known work of the office is the housing construction for the General Housing Association and Eigen Haard in the Watergraafsmeer and the Transvaalbuurt (in collaboration with H.P. Berlage) in Amsterdam. Even after 1921, when his collaboration with Gratama ended, housing construction remained an important part of his work. In total more than two thousand dwellings were built according to his design for housing associations in Arnhem, Zutphen, Boxmeer, Delft and Amsterdam. This number is exceeded by the number of dwellings he built for private construction companies.

In his later years Versteeg worked together with his son Gerrit, who continued the office after his father's death. A necrology published in the Bouwkundig Weekblad Architectura describes Versteeg as follows: "Versteeg was not, however, a radical innovator; he built on a traditional foundation, always striving for improvement. His work speaks neither of a drive for innovation nor of a longing for the old; we see the quiet maintenance of the old and an unaffected application of the new. Versteeg was resolute in character and this also appears in his work: he underwent influences but he assimilated them. His work remained free from fashionable elements".

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map