TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Goeman Borgesiusplein 37

Arnhem, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1922 - 1924
Address
Goeman Borgesiusplein 37, 6821 JB Arnhem (and others)
Place
Arnhem
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.99177, 5.91207
Part of complex
516756
Monument number
516762

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1920 map "Kaart van de zuidelijke Veluwezoom : oostelijk gedeelte (Oosterbeek tot Dieren) / lithogr. J. Smulders" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Rijtje van tien MIDDENSTANDSWONINGEN aan de zuidzijde van het Goeman Borgesiusplein dat bestaat uit zes gedeeltelijk onderkelderde woonhuizen van één bouwlaag en zolderverdieping (doorgaand zadeldak) op rechthoekig grondplan, met daarop aansluitend een meergezinshuis met twee beneden- en twee bovenwoningen op rechthoekig grondplan, waarbij de bovenwoningen worden afgedekt door één zadeldak en de bredere gedeeltes van de benedenwoningen door zadeldaken die aansluiten op de zijgevels van de bovenbouw. De daken hebben een overstek en zijn belegd met rode opnieuw verbeterde Hollandse pannen. Op de nok van de éénlaags huizen zijn drie bakstenen schoorstenen geplaatst. Het zadeldak van de bovenwoningen heeft twee schoorstenen op de nok en één schoorsteen midden in het voor- en achterschild. Het dakoverstek met bakgoot aan de voor- en achterzijde gaat een stukje de hoek om. Het dakoverstek bij de topgevels is voorzien van windveren. In de voor- en achterschilden zijn brede doorgaande houten dakkapellen geplaatst met een vensterstrook. In het éénlaags gedeelte bezit deze vensterstrook per woning vier gekoppelde en twee gekoppelde enkelruits ramen (oorspronkelijk met horizontale roeden), die van elkaar worden gescheiden door geprofileerde houten panelen. Bij de bovenwoningen bezit deze vensterstrook per woning vijf gekoppelde enkelruits ramen (oorspronkelijk met horizontale roeden), die van elkaar worden gescheiden door geprofileerde houten panelen.

De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen en gemetseld in halfsteens verband. Het iets terugspringende trasraam is uitgevoerd in bruine baksteen. Onder het dakoverstek bevindt zich een band van donkere baksteen. Met uitzondering van de bovenwoningen zijn de topgevels beschoten met planken die aan de onderzijde elk twee staafprofieltjes hebben. De ramen, de deuren (m.u.v. de voordeur) en de onderzijde van het dakoverstek zijn wit geschilderd; de overige houten onderdelen zijn groen geschilderd.

De VOORGEVEL van het lage gedeelte is twaalf traveeën breed. Met uitzondering van het eindtype bezit elke woning in deze gevel een uitgebouwd houten portiek op bakstenen plint met luifel, bovenlicht en deur met verticale raamstrook; een koekoek met kelderlicht; en een grote rechthoekige muuropening waarin een dubbele glasdeur tussen enkelruits zij- en bovenlichten. Hiervoor bevinden zich terrassen, zogeheten "grindbakken", die omheind worden door lage bakstenen tuinmuurtjes waarin bloembakken zijn opgenomen. De woning aan het uiteinde heeft een enkelruits raam in plaats van een ingang in de voorgevel, die ter plaatse een voorsprong maakt. De VOORGEVEL van het hoge gedeelte is in de eerste bouwlaag zes traveeën, en in de tweede bouwlaag vier traveeën breed. De eerste bouwlaag heeft in de tweede travee van links en rechts een ingangspartij die bestaat uit een uitgebouwd houten portiek met luifel waarin twee paneeldeuren met elk een verticale raamstrook. Eén deur is schuin aan de zijde geplaatst. Boven het portiek bevindt zich een enkelruits bovenlicht. De derde en vierde travee (het middengedeelte) hebben elk een grote rechthoekige muuropening waarin een dubbele glasdeur tussen enkelruits zij- en bovenlichten. Tussen deze traveeën bevindt zich een uitgemetselde muurdam die de terrassen van beide benedenwoningen van elkaar scheidt. Deze zogeheten "grindbakken" worden omheind door lage bakstenen tuinmuurtjes. De rechter travee bezit een rechthoekig venster met stolpraam en houten bloembak met staafprofiel op de hoeken. De linker travee bezit een dubbele glasdeur onder enkelruits bovenlicht. De tweede bouwlaag heeft in het midden een breed wit gepleisterd balkon dat in twee gelijke helften wordt opgedeeld door een met geprofileerde planken beschoten scheidingsmuurtje. Tussen dit muurtje en het dakoverstek bevindt zich een plank met haaks daarop houten halve cirkels in de vorm van een dubbele kamstructuur. Het balkon heeft een gesloten balustrade waarop een houten leuning die bestaat uit drie planken met daartussen rood geschilderde bol- en kegelvormen. Het balkon is bereikbaar via een dubbele glasdeur tussen zij- en bovenlichten. Aan weerszijden van het balkon bevindt zich een stolpraam met bloembak als in de eerste bouwlaag.

De LINKER ZIJGEVEL heeft in de eerste bouwlaag een toiletraampje, twee rechthoekige vensters met enkelruits ramen (bij het voorste venster een houten bloembak), een deur met verticale raamstrook onder een luifel; in de beschoten topgevels een vensterstrook met zes enkelruits ramen (oorspronkelijk met horizontale roeden) en een smal verticaal zolderraampje.

De symmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL heeft in de eerste bouwlaag twee rechthoekige vensters met enkelruits ramen en houten bloembakken en in de beschoten topgevel van de benedenwoningen een vensterstrook met vijf enkelruits ramen (oorspronkelijk met horizontale roeden) en een smal verticaal zolderraampje. De topgevel van de bovenwoning heeft aan weerszijden van de hierop aansluitende zadeldaken van de benedenwoningen een enkelruits raam.

De ACHTERGEVEL van het lage gedeelte bezit per woning een risaliet met een deur en flankerend enkelruits raam, en ter plaatse van een gevelterugsprong in de eerste bouwlaag een grote rechthoekige muuropening (dubbele glasdeur tussen enkelruits zij- en bovenlichten) en in de tweede bouwlaag een loggia (dubbele deur tussen openslaande ramen).

De ACHTERGEVEL van het hoge gedeelte (twee beneden- en twee bovenwoningen) heeft in de zijtraveeën een dubbele tuindeur. Het tweelaags middengedeelte wordt geflankeerd door uitgemetselde muurdammen waarin muurkasten zijn ondergebracht. De beëindigingen van deze muurdammen en die van de scheidingsmuur in het midden zijn met planken beschoten en hebben een terugspringend gedeelte onder het dakoverstek. Tussen de muurdammen bevindt zich een breed wit gepleisterd balkon. Het balkon heeft een gesloten balustrade waarop een houten leuning die bestaat uit drie planken met daartussen rood geschilderde bol- en kegelvormen. De beneden- en de bovenwoningen hebben elk één grote rechthoekige muuropening waarin een dubbele glasdeur tussen enkelruits zij- en bovenlichten, èn een glasdeur met flankerend enkelruits raam (in de eerste bouwlaag onder een gezamenlijk bovenlicht).

Waardering

Rijtje van tien MIDDENSTANDSWONINGEN uit 1922-1924.

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een rijtje middenstandswoningen met een aan de Nederlandse tuinwijken verwante, en voor het interbellum karakteristieke architectuur met een traditionele hoofdopzet en een bijzondere detaillering. De hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp komen tot uitdrukking in de gave verhoudingen, het gevarieerde materiaalgebruik, de bijzondere detaillering en het opvallende kleurgebruik. Als zodanig is het object een goed voorbeeld van het werk van architect G. VERSTEEG (1872-1938) en van bijzondere betekenis voor diens oeuvre.

- Van stedebouwkundige waarde als essentieel onderdeel van het woningbouwcomplex van de "Woningbouwvereniging voor Ambtenaren" in de middenstandswijk Sonsbeekkwartier-Noord.

- Van cultuurhistorische waarde als vroeg voorbeeld van een rijtje middenstandswoningen, gebouwd in opdracht van een speciaal voor dit doel in het leven geroepen woningbouwvereniging.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

A row of ten MIDDLE-CLASS DWELLINGS on the south side of the Goeman Borgesiusplein consisting of six partially cellared residential houses of one storey and attic storey (continuous gabled roof) on rectangular plan, with adjoining a multi-family house with two ground-floor and two upper-storey dwellings on rectangular plan, whereby the upper dwellings are covered by one gabled roof and the wider sections of the ground-floor dwellings by gabled roofs that connect to the side gables of the upper structure. The roofs have an overhang and are covered with red newly improved Dutch tiles. On the ridge of the single-storey houses three brick chimneys are placed. The gabled roof of the upper dwellings has two chimneys on the ridge and one chimney in the middle of the front and rear gables. The roof overhang with gutter on the front and rear sides extends a short distance around the corner. The roof overhang at the gable ends is fitted with wind bracing. In the front and rear gables broad continuous wooden roof dormers are placed with a window strip. In the single-storey section this window strip per dwelling has four linked and two linked single-pane windows (originally with horizontal glazing bars), which are separated from each other by profiled wooden panels. At the upper dwellings this window strip per dwelling has five linked single-pane windows (originally with horizontal glazing bars), which are separated from each other by profiled wooden panels.

The facades are constructed in red brick and laid in half-brick bond. The slightly set-back travertine window is executed in brown brick. Below the roof overhang is a band of dark brick. With the exception of the upper dwellings, the gable ends are boarded with planks that each have two rod profiles on the underside. The windows, the doors (except the front door) and the underside of the roof overhang are painted white; the remaining wooden components are painted green.

The FRONT FACADE of the low section is twelve bays wide. With the exception of the end type, each dwelling in this facade has a projecting wooden porch on brick plinth with canopy, fanlight and door with vertical window strip; a cellar light; and a large rectangular wall opening with a double glass door between single-pane side and fanlights. In front of this are terraces, so-called "gravel boxes", which are enclosed by low brick garden walls in which flower boxes are incorporated. The dwelling at the end has a single-pane window instead of an entrance in the front facade, which here makes a projection. The FRONT FACADE of the high section is in the first storey six bays, and in the second storey four bays wide. The first storey has in the second bay from left and right an entrance section consisting of a projecting wooden porch with canopy containing two panel doors each with a vertical window strip. One door is placed at an angle at the side. Above the porch is a single-pane fanlight. The third and fourth bays (the central section) each have a large rectangular wall opening with a double glass door between single-pane side and fanlights. Between these bays is a built-up wall divider that separates the terraces of both ground-floor dwellings from each other. These so-called "gravel boxes" are enclosed by low brick garden walls. The right bay has a rectangular window with top-hung window and wooden flower box with rod profiles at the corners. The left bay has a double glass door under a single-pane fanlight. The second storey has in the middle a broad white plastered balcony that is divided into two equal halves by a dividing wall boarded with profiled planks. Between this wall and the roof overhang is a plank with wooden semicircles perpendicular to it in the form of a double comb structure. The balcony has a closed balustrade with a wooden rail consisting of three planks with red painted ball and cone shapes between them. The balcony is accessible via a double glass door between side and fanlights. On either side of the balcony is a top-hung window with flower box as in the first storey.

The LEFT SIDE GABLE has in the first storey a toilet window, two rectangular windows with single-pane windows (at the front window a wooden flower box), a door with vertical window strip under a canopy; in the boarded gable ends a window strip with six single-pane windows (originally with horizontal glazing bars) and a narrow vertical attic window.

The symmetrically arranged RIGHT SIDE GABLE has in the first storey two rectangular windows with single-pane windows and wooden flower boxes and in the boarded gable end of the ground-floor dwellings a window strip with five single-pane windows (originally with horizontal glazing bars) and a narrow vertical attic window. The gable end of the upper dwelling has on either side of the adjoining gabled roofs of the ground-floor dwellings a single-pane window.

The REAR FACADE of the low section has per dwelling a risalite with a door and flanking single-pane window, and at the location of a gable setback in the first storey a large rectangular wall opening (double glass door between single-pane side and fanlights) and in the second storey a loggia (double door between casement windows).

The REAR FACADE of the high section (two ground-floor and two upper dwellings) has in the side bays a double garden door. The two-storey central section is flanked by built-up wall dividers in which wall cupboards are incorporated. The terminations of these wall dividers and those of the dividing wall in the middle are boarded with planks and have a setback section under the roof overhang. Between the wall dividers is a broad white plastered balcony. The balcony has a closed balustrade with a wooden rail consisting of three planks with red painted ball and cone shapes between them. The ground-floor and the upper dwellings each have one large rectangular wall opening with a double glass door between single-pane side and fanlights, and a glass door with flanking single-pane window (in the first storey under a shared fanlight).

Valuation

A row of ten MIDDLE-CLASS DWELLINGS from 1922-1924.

- Of architectural historical value as a good and intact example of a row of middle-class dwellings with an architecture related to Dutch garden suburbs, and characteristic for the interwar period with a traditional main design and distinctive detailing. The high aesthetic qualities of the design are expressed in the intact proportions, the varied material use, the distinctive detailing and the striking colour scheme. As such, the object is a good example of the work of architect G. VERSTEEG (1872-1938) and of particular significance for his oeuvre.

- Of urban planning value as an essential component of the housing complex of the "Housing Association for Civil Servants" in the middle-class district Sonsbeekkwartier-Noord.

- Of cultural historical value as an early example of a row of middle-class dwellings, built on behalf of a housing association specially established for this purpose.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map