TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Gevangenis, Blokhuisplein 40

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gerechtsgebouw
Function
Gevangenis
Category
onroerend gebouwd
Built
1870 - 1876
Address
Blokhuisplein 40, 8911 LJ Leeuwarden (and others)
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.19975, 5.80026
Monument number
516486

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

BIJZONDERE STRAFGEVANGENIS EN HUIS VAN BEWARING thans alleen Huis van Bewaring, gebouwd door J.F. Metzelaar en W.C. Metzelaar op het terrein van het Blokhuis in Eclectische stijl. In 1498 werd een dwangburcht gebouwd door de hertog van Saksen om het onderworpen Friesland in bedwang te houden. In 1580 werd deze burcht door de stad in gebruik genomen als gevangenis, die dienst deed tot 1824, toen de gevangenis verhuisde naar de Kanselarij. In 1870-1877 bouwde J.F. Metzelaar ter vervanging van de bestaande gebouwen een nieuwe Bijzondere Strafgevangenis voor straffen langer dan vijf jaar tot levenslang. De nieuwbouw was mede ingegeven door een spectaculaire ontvluchting van elf gevangenen in 1868. Het was een der eerste werken van Metzelaar voor Justitie. Hij had toen reeds een vruchtbare loopbaan als particulier architect in Rotterdam achter de rug. Voor Justitie bouwt hij meestal in een sobere Eclectische stijl, waarbij de poortgebouwen de meeste aandacht krijgen. Metzelaar doet zich kennen als een knap constructeur en een visionair ontwerper. Dit is aan de uitwendige architectuur niet altijd af te lezen, maar inwendig past hij vermetele ijzerconstructies toe (zoals bij de koepelgevangenissen) en ingenieuze oplossingen voor verwarming, ventilatie en intern verkeer. Hij zette de bouw van cellulaire gevangenissen voort, die door zijn voorgangers I. Warnsinck en A.C. Pierson in 1845 onder invloed van Amerikaanse denkbeelden waren ingevoerd. Pierson leverde een standaardontwerp, dat door Metzelaar werd overgenomen. In 1892-1894 werd door zijn zoon en opvolger W.C. Metzelaar een cellenvleugel toegevoegd. Hij had in de jaren 1889-1891 al het Huis van Bewaring aan de oostzijde toegevoegd. Van het oorspronkelijke Blokhuiscomplex, dat enkele interessante onderdelen bevatte, resteert nog een gevel uit 1861? aan de Keizersgracht en werd het oude grondplan van binnenplaatsen met daaromheen gelegen gebouwen aangehouden.

Omschrijving

EXTERIEUR: Het terrein van het vroegere Blokhuis was geheel omgracht. Na demping van de Keizersgracht in 1956 is hieraan een eind gekomen. De hoofdpoort bereikt men over een brug over de Blokhuisgracht. Het Poortgebouw, behorende tot de eerste bouwcampagne van 1870 is een rechthoekig gebouw van negen traveeën breed en twee bouwlagen plus kap hoog onder een pannengedekt zadeldak tussen sluitgevels. De in het midden geplaatste poort wordt geflankeerd door twee traptorens op vierkante grondslag, die ter hoogte van de tweede bouwlaag in achtkanten overgaan. Boven de gootlijst kragen de torens iets uit. Boven de rondbogige, geprofileerde poort, waarvoor bij de recente restauratie een kooivormig hekwerk werd geplaatst, bevinden zich drie T- vensters. Daarboven is een licht gewijzigde trapgevel. De traveeën te weerszijden van de torens bevatten T-vensters met segmentbogen, die bij de aanzetten blokken bremer zandsteen hebben. De sluitgevels zijn voorzien van serliana's. Rechts van het poortgebouw ligt verbonden door een lage geleding het alcovengebouw, dat de hoek vormt van het Blokhuisplein en de Zuidergracht en bestaat uit twee aan elkaar gekoppelde bouwvolumina op rechthoekige grondslag van gele baksteen, gedekt door flauw hellende zadeldaken tussen sluitgevels. Er zijn drie bouwlagen plus kap. De gevels worden verticaal geleed door tweemaal versneden steunberen. De versnijdingen worden gemarkeerd door geprofileerde natuurstenen afzaten. Elke travee telt twee gekoppelde vensters met stijlen van bremer zandsteen en segmentbogen van rode baksteen. Tussen beide bouwvolumina is recent een lift geplaatst. Verder strekt zich langs de Zuidergracht een langgerekt gebouw uit onder een zadeldak met een vrijwel geheel gesloten gevel Het gebouw van het Huis van Bewaring heeft de hoofdgevel en ingang aan de zijde van de Oosterstadsgracht. Voor de cellenvleugel is in de centrale as een rechthoekig gebouw met flauw hellend zadeldak geplaatst, dat de personeelsruimten bevat. Een hoge muur verbindt dit gebouw met de vleugels aan de Zuiderstadsgracht en de Gedempte Keizersgracht. Rechts van het personeelsgebouw is, minder ver naar voren springend de directeurswoning gebouwd. In het midden aan de Keizersgracht resteert een gevel uit een bouwcampagne van voor 1870 in Neo-Classicistische stijl van negentien traveeën en twee bouwlagen plus kap. In het midden bevindt zich een risaliet van vijf traveeën, aan weerszijden geflankeerd door elk drie iets terugliggende traveeën. De eindrisalieten tellen elk vier traveeën. Over de gehele lengte loopt een fries met geprofileerde kroonlijst. Alle rechthoekige vensters zijn in de jaren '50 dichtgezet. Een hoge muur van dit bouwdeel langs de Keizersgracht de hoek om totaan het poortgebouw. Hierachter bevindt zich de cellenvleugel uit 1892-1894. Deze is opgebouwd uit gele baksteen en telt drie bouwlagen plus kap onder een flauw hellend zadeldak. Er zijn vele getraliede segmentboogvormige vensters. De kopgevel aan de zijde van het Blokhuisplein heeft in het midden een over de hele hoogte doorlopende raampartij, die de galerijen waaraan de cellen liggen verlicht.

Gevels aan de binnenplaatsen: vrijwel ongewijzigd bewaard gebleven zijn de vier gevelwanden van de grote luchtplaats.Boven de poorten zitten datumstenen: de westelijke 1874, de oostelijke 1875. De gebouwen hebben alle twee bouwlagen plus kap en zijn uitgevoerd in gele baksteen, doorspekt met banden in rode baksteen en segmentbogen van rode baksteen boven alle openingen. De verdiepingsvloeren worden gemarkeerd door bewerkte muurankers. De meeste vensters zijn segmentbogig met kleine ruitjes en tralies. De oostelijke (admininstratie) vleugel heeft ook segmentbogig gesloten zesruiters. In de vier hoeken en te weerszijden van de poort staan traptorens met kleine, smalle vensters, die het beloop van de trap volgen. De torens worden bekroond door met leien gedekte tentdaken, die voorts elk een dakkapel hebben. In de noordwesthoek staat een volledig hardstenen spiltrap, de vroegere opgang naar de kerk. Thans is deze trap opgenomen in een voorgeplaatste nieuwbouw. De overige binnenplaatsen zijn eenvoudiger van uitmonstering en vertonen toevoegingen van de recente verbouwing, toen de interne verkeerswegen werden veranderd. Op de oostelijke binnenplaats werd in 1948 een smederij gebouwd.

INTERIEUR: Van de oorspronkelijke interieurs bleef opvallend veel gespaard, of werd bij jongstleden restauratie weer in ere hersteld. Het meest gewijzigd zijn het Poortgebouw, waar o.a. de hardstenen wenteltrappen in de torens en de kapconstructie bewaard bleef en het alcovengebouw, waarvan de orspronkelijke bestemming van slaapzalen gewijzigd is in ruimten voor bezoek, hobby, sportzalen werkzalen en magazijn. Hier bleven o.a. bewaard de gietijzeren draagconstructie en de gietijzeren trappen, benevens hardstenen trappen, waarvan de treden aan een zijde in de muur ingelaten zijn en aan de andere zijde vrij zweven. De holle gietijzeren kolommen bevatten een ventilatiesysteem.

De beide cellenvleugels bleven behoudens aanpassingen in de cellen in hoge mate authentiek. De drie verdiepingen worden ontsloten door galerijen en gietijzeren trappen met roostervormige aantreden en open, segmentboogvormige optreden, waardoor een transparant geheel ontstond, wat de controle vergemakkelijkte. Alleen de leuningen werden verhoogd en de kleur gewijzigd. De celdeuren stammen nog uit de bouwtijd met de schaftklep en kijkgaten. De cellen worden geventileerd door een kanaal, dat in de vensterbank is verwerkt en aan de binnenkant drie met ijzeren klepjes afsluitbare roostertjes heeft. De cellenvleugels worden verlicht door vensters in de kopwanden en daklichten. Het plafond bestaat uit dwarsgeplaatste troggewelfjes tussen ijzeren balken.

De v.m. kerk, thans recreatieruimte, behield een houten dakconstructie met boogvormige spanten, waartussen panelen met diagonale kraalschroten, ijzeren trekstangen en houten sleutelstukken, die op hardstenen consoles rusten. De galerij aan de korte zijde is thans verbouwd tot een insteekverdieping.

De ruimte wordt van bovenaf verlicht door getraliede daklichten. Enkele kerkbanken bleven staan.

De kantoorvleugel, gelegen tussen de grote luchtplaats en de oostelijke binnenplaats heeft een kapconstructie met geklonken ijzeren spanten en houten trekbalken.

Waardering

GEVANGENIS van algemeen architectuurhistorisch, stedenbouwkundig en cultuurhistorisch belang:

- vanwege de hoge mate van gaafheid, zowel uit- als inwendig;

- vanwege de, behoudens het Poortgebouw, eenvoudige architectuur in Eclectische stijl;

- vanwege de bewaarde interieuronderdelen, met name de ijzerconstructies en het daarin opgenomen ventilatiesysteem, de hardstenen trappen en de ijzeren galerijen en gietijzeren trappen van de cellenvleugels;

- vanwege de ligging op het terrein van het voormalige Blokhuis, dat in zijn vorm bewaard bleef en de indeling van de binnenplaatsen, die een herhaling van die van de afgebroken gebouwen is;

- als belangrijk werk van vader en zoon Metzelaar in de reeks gevangenisgebouwen, die zij in het laatste kwart van de negentiende eeuw realiseerden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

SPECIAL PRISON AND HOUSE OF DETENTION now only House of Detention, built by J.F. Metzelaar and W.C. Metzelaar on the site of the Blokhuis in Eclectic style. In 1498 a stronghold was built by the Duke of Saxony to keep the subjugated Friesland under control. In 1580 this stronghold was taken into use by the city as a prison, which served until 1824, when the prison moved to the Kanselarij. In 1870-1877 J.F. Metzelaar built a new Special Prison to replace the existing buildings, for sentences longer than five years up to life imprisonment. The new construction was also prompted by a spectacular escape of eleven prisoners in 1868. It was one of Metzelaar's first works for the Ministry of Justice. He had already completed a fruitful career as a private architect in Rotterdam by then. For the Ministry of Justice he usually built in a sober Eclectic style, with the gatehouse buildings receiving the most attention. Metzelaar proved himself to be a skilled constructor and a visionary designer. This is not always evident from the external architecture, but internally he employed bold iron structures (such as in the rotunda prisons) and ingenious solutions for heating, ventilation and internal circulation. He continued the construction of cellular prisons, which had been introduced by his predecessors I. Warnsinck and A.C. Pierson in 1845 under the influence of American ideas. Pierson provided a standard design, which was adopted by Metzelaar. In 1892-1894 a cell wing was added by his son and successor W.C. Metzelaar. He had already added the House of Detention on the east side in the years 1889-1891. Of the original Blokhuis complex, which contained several interesting components, a facade from 1861? remains on the Keizersgracht and the old ground plan of courtyards with surrounding buildings was maintained.

Description

EXTERIOR: The site of the former Blokhuis was completely surrounded by moats. After the Keizersgracht was filled in 1956 this came to an end. The main gate is reached via a bridge over the Blokhuisgracht. The Gatehouse, belonging to the first building campaign of 1870 is a rectangular building nine bays wide and two storeys plus attic high under a pantile-covered gabled roof between end gables. The gate placed in the middle is flanked by two stair towers on square base, which convert to octagons at the height of the second storey. Above the cornice the towers project slightly. Above the round-arched, moulded gate, for which a cage-shaped grille was placed during recent restoration, there are three T-windows. Above this is a slightly modified stepped gable. The bays on either side of the towers contain T-windows with segmental arches, which have blocks of Bremen sandstone at the springing points. The end gables are provided with serliana's. To the right of the gatehouse, connected by a low articulation, is the alcove building, which forms the corner of the Blokhuisplein and the Zuidergracht and consists of two coupled building volumes on rectangular base of yellow brick, covered by gently sloping gabled roofs between end gables. There are three storeys plus attic. The facades are articulated vertically by twice notched buttresses. The notches are marked by moulded natural stone offsets. Each bay contains two coupled windows with stiles of Bremen sandstone and segmental arches of red brick. Between both building volumes a lift was recently placed. Further along the Zuidergracht extends an elongated building under a gabled roof with an almost completely closed facade. The House of Detention building has its main facade and entrance on the side of the Oosterstadsgracht. In front of the cell wing a rectangular building with gently sloping gabled roof is placed in the central axis, which contains the staff rooms. A high wall connects this building with the wings on the Zuiderstadsgracht and the Gedempte Keizersgracht. To the right of the staff building, projecting less far forward, is the director's residence. In the middle on the Keizersgracht remains a facade from a building campaign before 1870 in Neo-Classical style of nineteen bays and two storeys plus attic. In the middle there is a risalit of five bays, flanked on either side by three slightly recessed bays each. The end risalits each contain four bays. A frieze with moulded cornice runs across the full length. All rectangular windows were sealed in the 1950s. A high wall of this building section along the Keizersgracht turns the corner as far as the gatehouse. Behind this is the cell wing from 1892-1894. This is constructed of yellow brick and has three storeys plus attic under a gently sloping gabled roof. There are many barred segmental arch-shaped windows. The end gable on the side of the Blokhuisplein has in the middle a continuous window band running the full height, which lights the galleries to which the cells are attached.

Facades at the courtyards: largely unaltered, the four facade walls of the large exercise yard have been preserved. Above the gates are date stones: the western one 1874, the eastern one 1875. The buildings all have two storeys plus attic and are executed in yellow brick, interspersed with bands of red brick and segmental arches of red brick above all openings. The floor levels are marked by worked wall anchors. Most windows are segmental arch-shaped with small panes and gratings. The eastern (administration) wing also has segmental arch-shaped closed six-pane windows. In the four corners and on either side of the gate stand stair towers with small, narrow windows, which follow the course of the staircase. The towers are crowned by tent roofs covered with slate, which also each have a roof dormer. In the northwest corner stands a completely stone spiral staircase, the former entrance to the church. Currently this staircase is incorporated in a newly constructed building in front. The other courtyards are simpler in their fittings and show additions from the recent renovation, when the internal circulation routes were altered. A smithy was built in the eastern courtyard in 1948.

INTERIOR: Remarkably much of the original interiors was preserved, or was restored to its former state during recent restoration. Most altered are the Gatehouse, where amongst other things the stone spiral staircases in the towers and the roof truss structure were preserved, and the alcove building, whose original purpose of dormitories was changed into rooms for visits, hobby, sports rooms, work rooms and storage. Here amongst other things were preserved the cast-iron supporting structure and the cast-iron stairs, as well as stone stairs, whose steps are set into the wall on one side and project freely on the other side. The hollow cast-iron columns contain a ventilation system.

Both cell wings remained, subject to alterations in the cells, to a large extent authentic. The three floors are accessed by galleries and cast-iron stairs with grate-shaped landings and open, segmental arch-shaped treads, creating a transparent whole, which facilitated supervision. Only the railings were heightened and the colour changed. The cell doors still date from the construction period with the feeding slot and viewing holes. The cells are ventilated by a channel, which is incorporated in the window sill and has on the inside three grilles that can be closed with iron flaps. The cell wings are lit by windows in the end walls and roof lights. The ceiling consists of transversely placed trough vaults between iron beams.

The former church, now recreation room, retained a wooden roof structure with arched trusses, between which panels with diagonal tongue and groove boarding, iron tie rods and wooden keystones, which rest on stone consoles. The gallery on the short side has now been converted into an intermediate floor.

The space is lit from above by barred roof lights. Some church pews remain.

The office wing, located between the large exercise yard and the eastern courtyard has a roof structure with riveted iron trusses and wooden tie beams.

Valuation

PRISON of general architectural historical, urban planning and cultural-historical importance:

- on account of the high degree of integrity, both external and internal;

- on account of the, apart from the Gatehouse, simple architecture in Eclectic style;

- on account of the preserved interior components, in particular the iron structures and the ventilation system incorporated therein, the stone stairs and the iron galleries and cast-iron stairs of the cell wings;

- on account of its location on the site of the former Blokhuis, whose form was preserved and the layout of the courtyards, which is a repetition of those of the demolished buildings;

- as an important work of father and son Metzelaar in the series of prison buildings, which they realized in the last quarter of the nineteenth century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map