TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stadhuis, Dr. Langeveldplein 30

Sliedrecht, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bestuursgebouw en onderdl
Function
Stadhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1921 - 1923
Address
Dr. Langeveldplein 30, 3361 HE Sliedrecht
Place
Sliedrecht
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.82024, 4.76990
Monument number
516037

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1931 map "14. Sliedrecht (West) (1931)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

GEMEENTEHUIS uit 1921-'23 in stijl van het Nieuw Traditionalisme in detaillering geënt op de Amsterdamse School. Het pand, gebouwd ter vervanging van het oude gemeentehuis aan de dijk, werd naar advies van architect De Bazel aan de zuidzijde van het Dr. Langeveldplein geplaatst en moest in de breedte worden gebouwd zodat plein zou worden afgesloten van de achterliggende havens. Middels een prijsvraag werd gekozen voor een ontwerp van de architecten G.H. Friedhoff en J.H.Plantenga uit Den Haag.

In 1923 was de officiële opening. In 1948, met het 25-jarig jubileum, werden de glas-in-lood ramen in de trouwzaal geplaatst die de opkomst en het ontstaan van het baggerbedrijf in beeld brengen.

NB De rechterzijvleugel was oorspronkelijk een politiepost. Een aantal deuropeningen zijn hier vervangen door kleinere raamopeningen. In de kap een aantal nieuwe dakramen.

Omschrijving

Het symmetrische pand heeft twee bouwlagen en is opgetrokken vanuit een U- vormige plattegrond in donkerrode baksteen. De gevelbreedte bedraagt 46 m. In de hoeken aan de binnenzijde van beide zijvleugels bevinden zich kleinere eenlaagse volumes op een vierkante plattegrond. Het pand heeft een overstekend schilddak met een aantal steekkappen die bedekt zijn met verbeterde Hollandse pannen; de goten rusten op brede houten gootlijsten. Het gehele pand staat op een uitkragende gemetselde plint met speklagen van zwarte baksteen en een rollaag. De regelmatige gevelgeleding wordt bepaald door rondboogvensters met roedenverdeling op de begane grond en rechtgesloten, openslaande meerruitsvensters op de verdieping; in de kap meerdere dakkapellen onder steekkapjes met openslaande vensters voorzien van roedenverdeling. De vensters zijn gevat in een bakstenen omlijsting. Op de hoeken van het pand zijn ijzeren lantaarns bevestigd.

Voor de voorgevel staat een gemetselde erfafscheiding van ongeveer 30 cm. hoog.

Centraal in de zevenassige voorgevel (noord) is de hoofdas gemarkeerd door de plastische vormgegeven rondboog entreepartij, waarboven een driezijdig uitgebouwde erker en op het dak een open houten klokkenstoel met houten balustrade onder een afgetimmerd schildakje gedragen door sierlijke bouten balusters. De gehele klokkenstoel is met leipannen gedekt. De entree is gelegen aan een rondbogige bordestrap met vijf gemetselde traptreden en een met zwarte natuurstenen tegels gedekt bordes. Op het bordes aan weerszijden van de toegangsdeur staan opengewerkte ijzeren, cilindervormige lantaarns op rechthoekige gemetselde sokkels. De dubbele houten rondboog voordeur heeft smalle lichten met siersmeedwerk en is gevat in een rondboog omlijsting van vijf verspringende rijen van staande baksteen.

Aan weerszijden van de voorgevel de vooruitspringende zijvleugels, die bij de zijgevels iets terug liggen.

Aan de achterzijde rechts een risalerende partij waarvan de hoeken ook weer licht risaleren. Rechts één en links drie smalle schuifvensters. In de rechterhoek een klein balkon met openslaande deuren.

Twee identieke zijgevels waarin met dezelfde maten en onderlinge afstanden de vensterreeksen zijn doorgezet.

INTERIEUR

Plattegrond is nagenoeg gaaf. De vertrekken bevinden zich aan de achterzijde (zuid) terwijl de gangen aan de voorkant liggen. In de hal een monumentale bordestrap van groen, geel, zwart en bruin geglazuurde baksteen, marmeren tredes en koperen leuningen. De gemetselde balustrade is met marmerplaten afgezet. Op het bordes een vensterpartij met drie staande glas-in-loodramen.

De geglazuurde bakstenen zijn ook gebruikt voor de lambriseringen in de hal en in de gangen. Rondboogpoorten naar de gangen en aan weerszijden van deze poorten rondboogloketten. Beide muuropeningen zijn telkens voorzien van een houten kozijn waarin vierkante raampjes zijn opgenomen. In de lambrisering zijn naast de rondboogloketten messing parapluhangers bevestigd. Hardstenen drempels.

In de burgerzaal de fraaie gebrandschilderde glas-in-loodramen uit 1948 en een geprofileerd cassetteplafond.

De bovengelegen raadzaal heeft eikenhouten wandbetimmering (die oorspronkelijk zwart was) en zwarte eikenhouten deuren met fraaie houtreliëfs waarop landarbeiders zijn afgebeeld. In de zaal een houten balkon met balustrade van siersmeedwerk en een cassettenplafond. Donkergrijze plavuizen.

In de linkerzijvleugel nog trappen met houten leuningen en balustrades met ovale spijlen.

Waardering

Het gemeentehuis van Sliedrecht is van algemeen belang wegens cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een dorpsgemeenschapshuis in stijl van het Nieuw Traditionalisme uit de jaren twintig.

Het gemeentehuis met bijbehorend interieur van Sliedrecht is van algemeen belang wegens architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een vroeg werk van de bekende architect Friedhoff en Plantenga.

Het gemeentehuis heeft stedebouwkundige betekenis als pleinafsluitend geheel dat naar ontwerp van De Bazel werd uitgevoerd waarbij de beeldbepalende situering en de monumentaliteit de sterkste kwaliteiten zijn.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

TOWN HALL from 1921-'23 in the style of New Traditionalism with detailing based on the Amsterdam School. The building, constructed as a replacement for the old town hall at the dike, was placed at the south side of the Dr. Langeveldplein on the advice of architect De Bazel and had to be built in breadth so that the square would be closed off from the harbours behind. By means of a competition a design by architects G.H. Friedhoff and J.H. Plantenga from The Hague was chosen.

In 1923 the official opening took place. In 1948, at the 25th anniversary, the stained-glass windows in the wedding hall were installed depicting the rise and development of the dredging industry.

NB The right wing was originally a police post. A number of door openings have been replaced here with smaller window openings. In the roof a number of new skylights.

Description

The symmetrical building has two storeys and is constructed from a U-shaped floor plan in dark-red brick. The facade width measures 46 m. In the corners on the inner side of both side wings are smaller single-storey volumes on a square floor plan. The building has an overhanging hipped roof with a number of wall dormer windows which are covered with improved Dutch tiles; the gutters rest on broad wooden gutter mouldings. The entire building stands on a projecting brick plinth with courses of black brick and a roll moulding. The regular facade articulation is determined by round-arched windows with glazing bars on the ground floor and straight-closed, opening multi-pane windows on the upper storey; in the roof several dormer windows under wall dormers with opening windows provided with glazing bars. The windows are set in a brick surround. On the corners of the building iron lanterns are fixed.

Before the front facade stands a brick boundary of approximately 30 cm. high.

Central in the seven-bay front facade (north) the main axis is marked by the plastically formed round-arched entrance section, above which is a three-sided projecting bay window and on the roof an open wooden bell cote with wooden balustrade beneath a boarded hipped roof supported by elegant riveted balusters. The entire bell cote is covered with slate tiles. The entrance is located at a round-arched entrance stoop with five brick steps and a bordes covered with black natural stone tiles. On the bordes on either side of the entrance door stand open-worked iron, cylindrical lanterns on rectangular brick bases. The double wooden round-arched front door has narrow lights with decorative ironwork and is set in a round-arched surround of five offset rows of standing brick.

On either side of the front facade the projecting side wings, which are set back slightly at the side facades.

On the rear side right a risalit with corners which are also slightly risalite. Right one and left three narrow sash windows. In the right corner a small balcony with opening doors.

Two identical side facades in which window sequences are continued at the same dimensions and mutual spacing.

INTERIOR

The floor plan is almost intact. The rooms are situated on the rear (south) side whilst the corridors are at the front. In the hall a monumental staircase of green, yellow, black and brown glazed brick, marble steps and copper railings. The brick balustrade is edged with marble plates. On the landing a window section with three tall stained-glass windows.

The glazed bricks are also used for the wainscoting in the hall and in the corridors. Round-arched doors to the corridors and on either side of these doors round-arched serving hatches. Both wall openings are each provided with a wooden frame in which small square panes are set. In the wainscoting next to the round-arched hatches brass umbrella stands are fixed. Hardstone thresholds.

In the citizens' hall the fine stained-glass windows from 1948 and a moulded coffered ceiling.

The upper council chamber has oak wainscoting (which was originally black) and black oak doors with fine wood reliefs on which agricultural labourers are depicted. In the hall a wooden gallery with balustrade of decorative ironwork and a coffered ceiling. Dark-grey tiles.

In the left wing still stairs with wooden railings and balustrades with oval balusters.

Valuation

The town hall of Sliedrecht is of general importance on account of cultural-historical value as an example of a village community hall in the style of New Traditionalism from the nineteen-twenties.

The town hall with associated interior of Sliedrecht is of general importance on account of architectural-historical value as an example of an early work by the renowned architects Friedhoff and Plantenga.

The town hall has urban design significance as a square-closing ensemble which was executed according to the design of De Bazel whereby the distinctive siting and the monumentality are the strongest qualities.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map