TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Betsy's Hof

Heiloo, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1913
Address
Kennemerstraatweg 434, Locatie: Ter Coulster, 1851 BL Heiloo
Place
Heiloo
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.60093, 4.71245
Monument number
516002

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Op ruime afstand ten oosten van de Kennemerstraatweg op het landgoed Ter Coulster gelegen STOLPBOERDERIJ 'Betsy's Hof' uit 1913 met WATERPUT. Deze Noord-Hollandse stolp met staart (staluitbouw) is gebouwd ter vervanging van een oostelijker gelegen voorganger. Opdrachtgever was mr. Bartout van der Feen de Lille, eigenaar van het landgoed Ter Coulster. De witgesausde boerderij met zijn markante hoofdvorm is opvallend gesitueerd op de grens van het bos van Ter Coulster en de weilanden ten zuiden daarvan. In tegenstelling tot zijn traditionele architectuur en indeling heeft de stolpboerderij een voor die tijd moderne Zuid-Hollandse stal (de koeien staan met hun koppen naar het middenpad toe) met een betonnen vloer en een ventilatiesysteem in het gemetselde en op ijzeren I-balken rustende plafond. Zowel het exterieur als het interieur verkeren nog vrijwel in de oorspronkelijke staat. Op het erf achter de boerderij staat een waterput.

Beschrijving

Op vierkant grondplan gebouwde stolpboerderij onder een tentdak waartegen een lager zadeldak boven de staluitbouw links (Z) tegen de achtergevel. Beide daken worden gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. De steens muren zijn gemetseld in rode machinale baksteen Waalformaat in kruisverband en sinds lang, vermoedelijk al vanaf de bouw, wit (onderaan zwart) gesausd. Boven de gevels loopt een houten bakgoot op geprofileerde klossen. De roedenvensters hebben houten lekdorpels, de stalvensters lekdorpels van afwaterend gemetselde bakstenen op zijn kant.

De voorgevel (W) heeft zowel in het midden als links twee twintigruits schuifvensters. Ter weerszijden van de twee middenramen zit bovenin de gevel ter hoogte van de vroegere bedsteden een klein valraampje. Onder het rechter is een jaartalsteen (1913) ingemetseld. Rechts in de voorgevel bevindt zich een zestienruits schuifvenster en links hiervan de vernieuwde voordeur (circa 1980) waarboven een gewelfd kalf en een vierruits bovenlicht. Het voorschild heeft twee kleine gietijzeren legramen en bovenin een schoorsteen van rode machinale baksteen Waalformaat in halfsteens verband. De lange rechterzijgevel (Z) telt zeven paar getoogde zesruits stalvensters van gietijzer, per paar om en om met of zonder drieruits valraam bovenin. Tussen het vierde en vijfde paar van links bevindt zich een getoogde opgeklampte staldeur. Op het zijschild staan drie ventilatiekanalen (de vierde ter hoogte van de staart is tussen 1989 en 1997 verdwenen) van platvol gevoegde rode machinale Waalsteen in halfsteens verband waarop een dekplaat van grindbeton.

De linkerzijgevel (N) wordt door twee lisenen in drieën gedeeld. In het midden bevindt zich een getoogde opgeklampte staldeur tussen twee stalvensters als bovengenoemd (de linker met drieruits valraam). Links zitten nog twee van dergelijke stalvensters, en in het rechter muurdeel een twintigruits schuifvenster als voor. Rechts in de achtergevel (O) is de terugliggende opgeklampte dubbele darsdeur aangebracht. Links hiervan zit een opgeklampte achterdeur waarvoor een gemetselde stoep van twee treden (rode waalsteen), en daarnaast een zestienruits schuifvenster waaruit de roeden verwijderd zijn. Bovenin het achterschild staat een schoorsteen als voor. De symmetrische staartgevel links telt drie getoogde opgeklampte staldeuren waartussen een stalvenster als in de zuidgevel. Op de eerste verdieping bevindt zich een getoogde en opgeklampte dubbele deur voorzien van twee vierruits raampjes. Boven de deur is een hijsbalk met ijzeren haak aangebracht en ter weerszijden een gietijzeren rondvenster waarin acht radiaalroeden rond een cirkelvormige roede. Het zadeldak heeft boven de staartgevel een overstek. In de noordgevel van de staart zitten twee paar stalvensters als genoemd, het rechter paar met drieruits valramen. De stolpboerderij heeft een traditionele indeling met als houten draagconstructie een vierkant waaromheen aan de noordzijde de dars, aan de zuidkant de lange regel, en daartussen op het oosten een onderkelderde kaaskamer. Naast de lange regel die zich uitstrekt vanaf de voorgevel tot en met de staart liggen aan de voorzijde van de boerderij twee kamers: een woonkamer middenvoor en een (slaap)kamer linksvoor. Beide vertrekken zijn ongeveer vierkant en voorzien van een houten vloer, omlijste paneeldeuren en een balkenplafond waarvan de balken (ca. 22 x 7 cm) voorzien zijn van een kwartrond hoekprofiel (de muren zijn behangen). De woonkamer is vanuit de lange regel bereikbaar via een halletje met links hiervan een in XXb tot keukentje verbouwde bedstede, en rechts een houten trap naar de twee kleine slaapkamers boven de woonkamer. In de woonkamer is de dubbele paneeldeur van de vroegere bedstede nog aanwezig. Tegen de achtermuur van de woonkamer bevindt zich een gepleisterde schouw met boven de (met tegeltjes dichtgezette) stookplaats een houten kroonlijst. De kamer linksvoor is vanuit de woonkamer bereikbaar via een tweede halletje met links hiervan een omstreeks 1950 tot wc verbouwde bedstede, en rechts een dubbele vitrinekast met zowel aan de kant van laatstgenoemde kamer als de woonkamer een dubbele zesruits glazen deur boven een lage dubbele paneeldeur. Ter weerszijden van het schuifvenster in de noordmuur van de kamer linksvoor zit een vaste kast met dubbele paneeldeur.

De darsvloer is volledig bestraat met rode machinale waalsteen in halfsteens verband met rechts achterin een ondiepe grup die bestemd was voor de twee werkpaarden. Ook de tegen de achtermuur bevestigde ijzeren hooiruif, de betonnen haverbak daaronder en het zijschot van horizontale delen zijn nog aanwezig. Tussen het vierkant en de dars is een schot aangebracht van vertikale delen; rond de rest van het vierkant loopt een gepleisterde muur waarin aan de kant van de lange regel twee schuifdeuren (paneeldeuren aan hangrollen). De onderkelderde kaaskamer middenachter heeft een betonnen vloer, balkenplafond en gepleisterde muren waarin een opgeklampte deur naar de dars en de stal. Tegen de achtermuur van de kaaskamer bevindt zich een gepleisterde schouw met geprofileerde houten bordenlijst. De kelder onder de kaaskamer is niet meer toegankelijk. De stal heeft gepleisterde muren en een betonnen vloer met een middenpad waarlangs voerbakken en een grup met zijpad langs de zijmuur. In tegenstelling tot de bij stolpboerderijen gebruikelijke Noord-Hollandse opstelling - de koeien met hun koppen naar de buitenmuur - is hier dus gekozen voor de Zuid-Hollandse opstelling. Voorbij het dwarspad ter hoogte van de staldeur in de rechterzijgevel kunnen ook links koeien staan. In dit brede achterste staldeel staan ter weerszijden van het middenpad twee rijen ijzeren palen waarvan de zuidelijke rij doorloopt tot aan de voorgevel. Op deze palen rusten ijzeren langsbalken met I-profiel waarop kleinere ijzeren dwarsbalken eveneens met I-profiel zijn opgelegd. Laatstgenoemde dragen het plafond dat is samengesteld uit hol en dol op elkaar aansluitende rechthoekige blokken van geel aardewerk die vocht doorlaten. De koeiendamp mondde via holten in de blokken uit in een van de vier overdwars in het plafond aangebrachte ventilatiekanalen. Ter plaatse van deze kanalen die aansluiten op de schoorstenen boven de zuidgevel is het plafond enigszins verlaagd. De plafondblokken zijn aan de bovenzijde dun afgestreken met cement. Onder de dakpannen is overal riet aangebracht behalve bovenin het zuidelijke dakschild. De vierkante rookkanalen in de kap zijn gepleisterd.

Achter de boerderij staat op enkele meters van de deur naast de darsdeur een kleine vierkante waterput van gele handvormsteen IJsselformaat waarop een betonnen dekplaat met ronde opening.

Waardering

De stolpboerderij met waterput is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een Noord-Hollandse stolpboerderij uit het eerste kwart van de twintigste eeuw. De stolp heeft situationele waarde vanwege de markante ligging op de grens van strandwal en strandvlakte en ensemblewaarde als onderdeel van het landgoed Ter Coulster.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

At a considerable distance to the east of the Kennemerstraatweg on the estate Ter Coulster stands a STEEPED-ROOF FARMHOUSE 'Betsy's Hof' from 1913 with a WATER WELL. This North Holland steeped-roof farmhouse with tail (barn extension) was built to replace an earlier predecessor located further east. The client was mr. Bartout van der Feen de Lille, owner of the estate Ter Coulster. The whitewashed farmhouse with its distinctive main form is strikingly situated on the boundary between the wood of Ter Coulster and the pastures to the south. In contrast to its traditional architecture and layout, the steeped-roof farmhouse features a modern South Holland barn for the time (the cattle stand with their heads towards the central aisle) with a concrete floor and a ventilation system in the brick roof and ceiling resting on iron I-beams. Both the exterior and interior remain in virtually the original state. On the farmyard behind the farmhouse stands a water well.

Description

Steeped-roof farmhouse built on a square floor plan under a hipped roof with a lower gabled roof above the barn extension on the left (S) against the rear facade. Both roofs are covered with closed Dutch tiles. The brick walls are laid in red machine-made brick of Waal format in stretcher bond and have been whitewashed (black at the bottom) for a long time, presumably since construction. Above the facades runs a wooden gutter on profiled corbels. The glazed windows have wooden drip mouldings; the barn windows have drip mouldings of drainage-directed tiles laid on their edge.

The front facade (W) has two twenty-paned sash windows both in the middle and on the left. On either side of the two centre windows, at the height of the former bed recesses, is a small hopper window in the upper part of the facade. Below the right one is a date stone (1913) set in the masonry. On the right of the front facade is a sixteen-paned sash window and to its left the renewed front door (circa 1980) above which is a barrel vault and a four-paned fanlight. The front gable has two small cast-iron light frames and at the top a chimney of red machine-made brick of Waal format in half-brick bond. The long right side facade (S) has seven pairs of arched six-paned cast-iron barn windows, each pair alternately with or without a three-paned hopper window at the top. Between the fourth and fifth pair from the left is an arched bolted barn door. On the side gable stand three ventilation channels (the fourth at the level of the tail disappeared between 1989 and 1997) of flush-jointed red machine-made Waal brick in half-brick bond topped with a gravel concrete plate.

The left side facade (N) is divided into three sections by two pilasters. In the middle is an arched bolted barn door between two barn windows as mentioned above (the left one with a three-paned hopper window). On the left are two more such barn windows, and in the right wall section a twenty-paned sash window as before. On the right of the rear facade (E) is the recessed bolted double threshing floor door. To the left of it is a bolted rear door in front of which is a brick stoop with two steps (red Waal brick), and beside it a sixteen-paned sash window from which the glazing bars have been removed. At the top of the rear gable is a chimney as before. The symmetrical tail facade on the left has three arched bolted barn doors with a barn window as in the south facade between them. On the first floor is an arched and bolted double door fitted with two four-paned windows. Above the door is a hoist beam with an iron hook and on either side a cast-iron round window with eight radial glazing bars around a circular glazing bar. The gabled roof has an overhang above the tail facade. In the north facade of the tail are two pairs of barn windows as mentioned, the right pair with three-paned hopper windows. The steeped-roof farmhouse has a traditional layout with as wooden load-bearing structure a square around which on the north side is the threshing floor, on the south side the long rule, and between them on the east an undercellared cheese room. Next to the long rule which extends from the front facade to the tail are two rooms at the front of the farmhouse: a living room in the centre front and a (sleeping) room on the left front. Both rooms are approximately square and furnished with a wooden floor, framed panel doors and a ceiling with beams, the beams (approximately 22 x 7 cm) fitted with a quarter-round edge profile (the walls are wallpapered). The living room is accessible from the long rule via a small hallway with on its left a bed recess converted into a kitchenette circa 1980, and on its right a wooden staircase to the two small bedrooms above the living room. In the living room, the double panel door of the former bed recess is still present. Against the rear wall of the living room is a plastered chimney breast with above the (tile-blocked) fireplace a wooden cornice. The room on the left front is accessible from the living room via a second small hallway with on its left a bed recess converted into a toilet circa 1950, and on its right a double display cabinet with a double six-paned glass door above a low double panel door on both the side of the last-mentioned room and the living room. On either side of the sash window in the north wall of the room on the left front is a built-in cupboard with double panel door.

The threshing floor is completely paved with red machine-made Waal brick in half-brick bond with on the right at the back a shallow channel intended for the two work horses. Also present are the iron hay rack attached to the rear wall, the concrete oat trough below it and the side partition of horizontal sections. Between the square and the threshing floor is a partition of vertical sections; around the rest of the square runs a plastered wall in which on the side of the long rule are two sliding doors (panel doors on hanging rails). The undercellared cheese room in the middle rear has a concrete floor, beam ceiling and plastered walls with a bolted door to the threshing floor and the barn. Against the rear wall of the cheese room is a plastered chimney breast with profiled wooden shelf moulding. The cellar under the cheese room is no longer accessible. The barn has plastered walls and a concrete floor with a central aisle along which are feed troughs and a channel with a side aisle along the side wall. In contrast to the North Holland arrangement usual in steeped-roof farmhouses - the cattle with their heads towards the outer wall - the South Holland arrangement was chosen here. Beyond the cross aisle at the level of the barn door in the right side facade, cattle can also stand on the left. In this broad rear barn section are two rows of iron posts on either side of the central aisle, the southern row extending to the front facade. On these posts rest iron longitudinal beams with I-profile on which smaller iron cross beams also with I-profile are laid. The latter support the ceiling which is composed of hollow and solid rectangular blocks of yellow earthenware adjoining each other, which allow moisture to pass through. The cow vapour exited via holes in the blocks into one of four ventilation channels laid across in the ceiling. At the location of these channels which connect to the chimneys above the south facade, the ceiling is slightly lowered. The ceiling blocks are thinly struck with cement on the upper side. Reed has been placed under the roof tiles everywhere except at the top of the southern roof section. The square smoke channels in the roof truss are plastered.

Behind the farmhouse, a few metres from the door next to the threshing floor door, stands a small square water well of yellow handmade brick of IJssel format topped with a concrete plate with round opening.

Valuation

The steeped-roof farmhouse with water well is of general importance for its cultural-historical and architectural value as a well-preserved example of a North Holland steeped-roof farmhouse from the first quarter of the twentieth century. The steeped-roof farmhouse has situational value because of its distinctive location on the boundary between beach ridge and beach plain and ensemble value as part of the estate Ter Coulster.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map