Rijksmonumentenregister · Netherlands
Karmel
Egmond aan den Hoef, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Klooster
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1931
- Address
- Herenweg 269 C, 1934 BC Egmond aan den Hoef (Bergen (NH) 27) (and others)
- Place
- Egmond aan den Hoef
- Municipality
- Bergen (NH)
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.62560, 4.65076
- Monument number
- 515977
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1930 map "Handelskaart van Nederland / naar de nieuwste officiëele gegevens bewerkt" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
(Voormalig) KLOOSTER "Karmel" van de zusters Karmelitessen, gebouwd in 1931 naar ontwerp van architect C.M. van Moorsel in een sobere baksteenarchitectuur waarin traditionalistische (hoofdvorm) en functionalistische stijlelementen (detaillering) zijn toegepast. Het klooster ligt enigszins verhoogd aan de voet van de duinen, circa 150 meter ten westen van de Herenweg. De oostgevel met de hoofdentree ligt naar de weg gekeerd. Tegen de zuidgevel een eenlaagse aanbouw van latere datum die voor de bescherming van ondergeschikt belang is.
Omschrijving
Iets van de Herenweg afgelegen kloostergebouw op vrijwel vierkante plattegrond; er is sprake van vier vleugels rondom een binnenhof. In het midden van de binnenhof ligt een centrale ronde, bakstenen put met deksel. Aan de zuidzijde van de oostvleugel is een kleine lage lekenkapel gebouwd en aan de noordzijde een tuinmuur met poort, die toegang geeft tot de kloostertuin. Alle vleugels bezitten twee bouwlagen en een zadeldak, met uitzondering van de kapel, die één bouwlaag telt. Aan de binnenhof is ter hoogte van de begane grond langs drie gevels een kloostergang gebouwd; aan de west- en oostgevel wordt deze afgedekt door een lessenaardak en aan de noordgevel door een plat dak dat dient als balkon voor de verdieping. De gevels zijn in gele baksteen zonder afvoegen opgemetseld in halfsteensverband (er is sprake van een spouwmuur); alle tuitgevels zijn voorzien van vlechtwerk en bij de aanzetten van uitkragend metselwerk. De grotendeels stalen vensters zijn deels rechtgesloten en deels spitsboogvormig uitgevoerd met een roedenverdeling of glas-in-loodramen. De kapel heeft een duidelijk accent door de dakruiter met spits.
Links van de voorgevel (O) de gevel van de lekenkapel met een deur onder zadeldakje en twee maal drie spitsboogvormige glas-in-loodvensters aan weerszijden van een schoorsteenpartij. Rechts van de lekenkapel is het driezijdig gesloten koor van de kapel zichtbaar met in het midden twee kleine spitsboogvensters en in de schuine zijden twee hoge spitsboogvensters. De rest van de oostgevel wordt geleed door acht niet geheel symmetrisch geplaatste vensterassen. Op de begane grond in de derde vensteras van links de hoofdentree met een licht getoogde paneeldeur onder strek met natuurstenen aanzetstukken. Boven de deur een gevelsteen met de naam KARMEL en aan weerszijden van de entree links twee en rechts één smalle gevelopening. Voor de derde vensteras van rechts een lage gemetselde uitbouw onder lessenaardak met steunberen op de hoeken. In de uitbouw en in de gevel boven het lessenaardak vier vierkante vensters en in de zijgevel van de uitbouw een rondboogdeur. In de overige vensterassen overwegend rechtgesloten twintigruits stalen vensters. Geheel rechts de topgevel van de noordvleugel met op de hoek een forse schoorsteen. Op de nok van het dak boven de oostvleugel staan twee schoorstenen.
De asymetrisch ingedeelde noordgevel bezit op de begane grond iets links van het midden twee stalen glasdeuren onder drieruits bovenlichten aan weerszijden van drie twintigruitsvensters onder een doorlopende strek. Rechts daarvan een derde stalen deur onder bovenlicht met links een enkel twintigruitsvenster en rechts drie gekoppelde twintigruitsvensters. Links in de gevel een uitgebouwde kelderingang onder met pannen gedekte luifel geflankeerd door een stalen glasdeur en een vierentwintigruitsvenster. Naast de deur twee kleine spitsboogvensters. Op de verdieping zes kleine enkele spitsboogvensters tussen twee paar gekoppelde spitsboogvensters. In het dakschild staan drie kleine dakkapellen met puntdakje en op de nok een opbouw onder zadeldakje.
In de westgevel links de licht risalerende tuitgevel van de noordvleugel met drie twintigruitsvensters, waarvan twee op de verdieping en in de oksel een kleine uitbouw onder pannendak. Uiterst rechts de topgevel van de zuidvleugel met twee vierentwintigruitsvensters. Tussen de topgevels bevat de westgevel op de begane grond links drie paar in oorsprong dubbele segmentboogvensters (die nu tot op vloerniveau naar beneden zijn verlengd) en rechts vijf achtentwintigruitsvensters (waarvan het rechter is veranderd in een deur) tussen twee vierentwintigruitsvensters. Rechts daarvan een deur en daarboven twee spitsboogvensters tussen beide bouwlagen. Op de verdieping acht twintigruitsvensters.
In de zuidgevel op de begane grond drie gekoppelde spitsboogvormige glas-in-loodramen. Op de verdieping vijf twintigruitsvensters. Hoog in de gevel van de kapel drie maal drie gekoppelde spitsboogvensters met glas-in-loodramen tussen steunberen en rechts de dwars aangebouwde lekenkapel. De oostgevel van de binnenhof bezit in het midden van de kloostergang een stalen deur en aan weerszijden drie spitsboogvensters met glas-in-loodvulling. Op de verdieping vijf kleine vierkante vensters en rechts een smal tienruitsvenster in een boven de gootlijst doorgezet puntgeveltje.
In de noordgevel aan de binnenhof op de begane grond in oorsprong vier (tegenwoordig drie) vierentwintigruitsvensters met tusssen elk paar een kleine spitsboognis, waarvan alleen de middelste is bewaard. Deze bevat een schildering van Maria met kind. Onder de nis een op uitkragend metselwerk rustend bidaltaartje. Op de verdieping, grenzend aan het balkon, zes twintigruitsvensters. De bakstenen borstwering van het balkon bevat decoratief gemetselde openingen en wordt onderbroken door twee decoratief opgemetselde schoorstenen.
Boven de deur in het midden van de westgevel aan de binnenhof een opgemetseld puntgeveltje afgedekt met pannen waarin een spitsboogvormige opening. Aan weerszijden van de deur gemetselde steunberen en verder in de kloostergang vier en op de verdieping zeven kleine spitsboogvensters en geheel rechts een deur die opent naar het balkon aan de noordgevel. In het dakschild een drietal dakkapelletjes onder zadeldakje.
De zuidgevel van de binnenhof toont van links naar rechts de hoge drie maal per drie gekoppelde spitsboogvensters van de kapel (de linker drie zijn boven de kloostergang van de oostgevel aan de onderzijde ingekort) tussen getrapte steunberen en rechts daarvan in oorsprong twee maal drie gekoppelde kleinere spitsboogvensters op de begane grond (het linker drietal is gewijzigd) en drie spitsboogvensters op de verdieping.
Het interieur wordt gekenmerkt door soberheid; de religieuze ruimten als kapel en lekenkapel bezitten aan de binnenzijde een baksteenafwerking; de overige ruimten zijn voorzien van eenvoudig stucwerk. Waar constructief mogelijk zijn balklagen zichtbaar (o.a. in voormalige kapel, refter en bibliotheek). Deuren en kozijnen zijn van donker hout.
De lekenkapel en de absis van de kapel zijn voorzien van een lambrizering van geglazuurde bakstenen; respectievelijk blauw en wit.
Waardering
Het voormalige Karmelitessenklooster "Karmel" dat in 1931 naar ontwerp van C.M. van Moorsel werd gebouwd is van algemeen belang vanwege de cultuur-, architectuurhistorische en typologische waarde als grotendeels gaaf bewaard voorbeeld van een kloostergebouw in een sobere baksteenarchitectuur met zowel functionalistische als traditionalistische stijlelementen in hoofdvorm, detaillering en materiaalgebruik.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
(Former) CONVENT "Karmel" of the Carmelite sisters, built in 1931 after a design by architect C.M. van Moorsel in a sober brick architecture in which traditionalist (main form) and functionalist style elements (detailing) have been applied. The convent is situated somewhat elevated at the foot of the dunes, approximately 150 metres west of the Herenweg. The east façade with the main entrance faces the road. Against the south façade a single-storey extension of later date which is of subordinate importance for the protection.
Description
A convent building set somewhat apart from the Herenweg on an almost square ground plan; there are four wings around an inner courtyard. In the centre of the inner courtyard is a central round brick well with cover. On the south side of the east wing a small low lay chapel has been built and on the north side a garden wall with gate, which provides access to the convent garden. All wings have two storeys and a gabled roof, with the exception of the chapel, which has one storey. In the inner courtyard at the level of the ground floor along three façades a cloister walk has been built; on the west and east façades this is covered by a lean-to roof and on the north façade by a flat roof which serves as a balcony for the upper storey. The façades are constructed in yellow brick without raked joints in half-brick bond (there is a cavity wall); all spout gables are provided with basketwork and at the points of corbelled brickwork. The largely steel windows are partly squared-off and partly executed in pointed-arch form with glazing bars or leaded-glass windows. The chapel has a clear accent through the roof turret with spire.
To the left of the front façade (E) the façade of the lay chapel with a door under a small gabled roof and two sets of three pointed-arch leaded-glass windows on either side of a chimney stack. To the right of the lay chapel the three-sided closed choir of the chapel is visible with in the centre two small pointed-arch windows and in the slanted sides two tall pointed-arch windows. The remainder of the east façade is divided by eight not entirely symmetrically placed window bays. On the ground floor in the third window bay from the left the main entrance with a slightly arched panelled door under a stretcher with natural stone bases. Above the door a façade stone with the name KARMEL and on either side of the entrance on the left two and on the right one narrow façade opening. In front of the third window bay from the right a low brick extension under a lean-to roof with buttresses on the corners. In the extension and in the façade above the lean-to roof four square windows and in the side façade of the extension a rounded-arch door. In the remaining window bays predominantly squared-off twenty-pane steel windows. Furthest right the gable of the north wing with at the corner a stout chimney. On the ridge of the roof above the east wing stand two chimneys.
The asymmetrically divided north façade has on the ground floor somewhat to the left of centre two steel glazed doors under three-pane fanlights on either side of three twenty-pane windows under a continuous stretcher. To the right of this a third steel door under fanlight with on the left a single twenty-pane window and on the right three coupled twenty-pane windows. On the left in the façade a built-out cellar entrance under a canopy covered with tiles flanked by a steel glazed door and a twenty-four-pane window. Next to the door two small pointed-arch windows. On the upper storey six small single pointed-arch windows between two pairs of coupled pointed-arch windows. In the roof slope stand three small roof dormers with pointed roof and on the ridge a structure under a small gabled roof.
In the west façade on the left the slightly projecting spout gable of the north wing with three twenty-pane windows, of which two on the upper storey and in the angle a small extension under a tile roof. At the far right the gable of the south wing with two twenty-four-pane windows. Between the gables the west façade contains on the ground floor on the left three pairs of originally double segmental-arch windows (which are now extended down to floor level) and on the right five twenty-eight-pane windows (of which the right one has been changed into a door) between two twenty-four-pane windows. To the right of this a door and above it two pointed-arch windows between both storeys. On the upper storey eight twenty-pane windows.
In the south façade on the ground floor three coupled pointed-arch leaded-glass windows. On the upper storey five twenty-pane windows. High in the façade of the chapel three sets of three coupled pointed-arch windows with leaded-glass infill between buttresses and on the right the transversely attached lay chapel. The east façade of the inner courtyard has in the centre of the cloister walk a steel door and on either side three pointed-arch windows with leaded-glass infill. On the upper storey five small square windows and on the right a narrow ten-pane window in a small pointed gable extended above the gutter line.
In the north façade at the inner courtyard on the ground floor originally four (now three) twenty-four-pane windows with between each pair a small pointed-arch niche, of which only the central one is preserved. This contains a painting of Mary with child. Below the niche a small prayer altar resting on corbelled brickwork. On the upper storey, adjoining the balcony, six twenty-pane windows. The brick balustrade of the balcony contains decoratively laid openings and is interrupted by two decoratively laid chimneys.
Above the door in the centre of the west façade at the inner courtyard a laid small pointed gable covered with tiles in which a pointed-arch opening. On either side of the door laid buttresses and further in the cloister walk four and on the upper storey seven small pointed-arch windows and at the far right a door which opens onto the balcony at the north façade. In the roof slope a trio of small roof dormers under a small gabled roof.
The south façade of the inner courtyard shows from left to right the tall three sets of three coupled pointed-arch windows of the chapel (the left three are shortened on the underside above the cloister walk of the east façade) between stepped buttresses and to the right of this originally two sets of three coupled smaller pointed-arch windows on the ground floor (the left set of three has been altered) and three pointed-arch windows on the upper storey.
The interior is characterised by austerity; the religious spaces such as chapel and lay chapel have on the inside a brick finish; the remaining rooms are provided with simple plasterwork. Where structurally possible exposed beam floors are visible (including in former chapel, refectory and library). Doors and window frames are of dark wood.
The lay chapel and the apse of the chapel are provided with wainscoting of glazed brick; respectively blue and white.
Valuation
The former Carmelite convent "Karmel" which was built in 1931 after a design by C.M. van Moorsel is of general importance because of its cultural, architectural-historical and typological value as a largely well-preserved example of a convent building in sober brick architecture with both functionalist and traditionalist style elements in main form, detailing and material use.
Nearby in the register
- Kerk, Slotweg 19Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kasteel, buitenplaats, Slotweg tegenover 19Kasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Boerderij, Slotweg 17Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, Slotweg 15Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.