Rijksmonumentenregister · Netherlands
De Molen
Wildervank, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Dienstwoning
- Function
- Directeurswoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1908
- Address
- Nijverheidskade 22, 9648 JG Wildervank (Veendam 20)
- Place
- Wildervank
- Municipality
- Veendam
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.09237, 6.87150
- Monument number
- 515436
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Composite: 203. Bunde. (Germany)" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
DIRECTEURSWONING, genaamd `De Molen', met aangebouwde BERGPLAATS gebouwd in 1908 in opdracht van houthandelaar D.E. Everts in een Overgangsarchitectuur waarin Chaletstijl-elementen zijn te herkennen. Het pand werd ontworpen door architect J.A. Hooykaas uit Groningen. De heer Everts vormde samen met zijn broer J.M. Everts, die omstreeks 1907 aan de linkerzijde van deze villa een huis liet bouwen (Nijverheidskade 20), de directie van houthandel J.M. Meihuizen en zoon. De fabriek was gelegen aan de rechterzijde van deze woning. Ooit heeft op die plek een molen gestaan; de naam van dit pand verwijst hier nog naar. In 1911 werd aan de linkerzijde de bergplaats aangebouwd, middels een hals verbonden met de villa. In 1941 werd aan de rechterzijde een nieuw terras aangelegd. In 1956 werd het pand verbouwd tot kantoor waardoor de indeling van de begane grond werd gewijzigd. In 1974 werden de gevels van de bergplaats gewijzigd. Ondanks de verbouwingen zijn delen van het interieur nog in hun oorspronkelijke staat, met name in de hal zijn zeer bijzondere onderdelen aanwezig. Momenteel is het pand in gebruik als pension.
De villa is gelegen op een ruim perceel aan het deel van het Oosterdiep dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht. Aan de achterzijde ligt een langwerpige tuin met aan de zuid- en achterzijde een beukenhaag. De noordzijde wordt begrensd door een gemetselde muur afgedekt met ezelsrug. Een terras, gelegen aan de achterzijde van het pand, verleent toegang tot de tuin en is opgetrokken in lichtgesinterde rode baksteen. Centraal in de tuin ligt een langwerpige VIJVER die omstreeks 1930 is aangelegd; aan de oostzijde een gemetselde keermuur en bloembak met drie treden hoge halfronde trap. Aan de noordzijde staat een tulpenboom waarachter een berk en een rij linden, aan de zuidzijde staat een treurberk waarachter een kastanje.
Omschrijving
DIRECTEURSWONING bestaande uit een WOONHUIS, HALS en BERGSCHUUR.
Het twee verdiepingen hoge, geheel onderkelderde WOONHUIS op nagenoeg rechthoekige plattegrond heeft deels gepleisterde gevels en deels gevels opgetrokken in bruinrode baksteen op een trasraam van bruinrode baksteen en wordt gedekt door een samengestelde overkragende kap waarop deels oranje geglazuurde Tuiles du Nord, deels oranje kruispannen en deels niet-originele pannen; in de topgevels vakwerk; drie gemetselde schoorstenen, waarvan één deels gepleisterd; strakke houten windveren; twee beschoten dakkapellen onder plat overkragend dak, aan de voorzijde met tweedelig tweeruits venster, aan de noordzijde met tweedelig twaalfruits venster. De gevels worden geleed door H-vensters met roedenverdeling in de bovenlichten onder een natuurstenen latei en bruinrood bakstenen rollaag of segmentboog en onderdorpel van hardsteen.
In de risalerende topgevel aan de voorzijde (westgevel) een rechthoekige gemetselde erker onder schilddak waarin vijf H-vensters; goot op houten klossen. Boven de erker twee T-vensters en in gietijzeren letters de naam `De Molen'; in de top vier staande zesruits vensters waarboven twee liggende tweeruits vensters. In het geveldeel links van de erker drie H-vensters waarboven vier H-vensters met roedenverdeling. In het geveldeel rechts van de erker een staand venster waarboven twee staande achtruits vensters; beschoten top.
In de risalerende topgevel aan de noordzijde een staand zesruits venster met diefijzers en een staand tweedelig venster, waaronder een tweedelig keldervenster met diefijzers onder strek en waarboven vijf staande tweedelige vensters waarin gekleurd glas-in-lood; in de top een liggend driedelig negenruits venster. Aan de linkerzijde van de topgevel een staand tweedelig venster waarin gekleurd glas-in-lood. De entree onder houten afdak bevindt zich aan de rechterzijde van de topgevel en bestaat uit een houten paneeldeur waarin een getoogd achtruits venster. Voor de entree een vier treden hoge hardstenen stoep met aan de linkerzijde een gemetseld muurtje afgedekt met hardsteen waarop een ijzeren hekwerk. Het houten afdak wordt gedekt met oranje kruispannen en rust middels een houten stijl op de stoep. Boven de entree een staand tweedelig venster waarin gekleurd glas-in-lood. In het één verdieping hoge geveldeel links van de topgevel een samengesteld tweedelig H-venster waaronder twee vierruits keldervensters met diefijzers, alle onder strek; goot op houten klossen. Aan deze zijde is de hals aangebouwd. In het geveldeel rechts van de topgevel een staand venster waarin gekleurd glas-in-lood waarboven twee H-vensters met roedenverdeling.
In de risalerende topgevel aan de achterzijde (oostgevel) een samengesteld tweedelig H-venster en een staand tweedelig venster, beide onder strek; in de top een niet-origineel venster. Aan de linkerzijde van de topgevel een staand tweedelig venster onder strek. In het linker geveldeel drie H-vensters onder strek, waarboven een samengesteld zesdelig venster met roedenverdeling, een klein staand venster onder strek en een samengesteld tweedelig zesruits venster onder strek.
In de zuidgevel een rechthoekige serre onder plat overkragend dak waarin H-vensters met tweedelig bovenlicht waarin gekleurd glas-in-lood; houten goot op klossen; centraal aan de voorzijde twee openslaande houten deuren waarin glas. Boven de serre een loggia met houten balkondeur waarin glas en een staand tweedelig zesruits venster onder strek; houten balustrade; het dak wordt gedragen door houten stijlen. Links van de serre een niet-origineel venster waarboven de originele latei en twee gemetselde segmentbogen. Op de eerste verdieping een samengesteld vierdelig achtruits venster. Rechts van de serre op de begane grond een niet-originele uitbouw waarvoor een vernieuwd terras en een niet-origineel venster waarboven een samengesteld vierdelig venster met roedenverdeling.
De HALS is opgetrokken in bruinrode baksteen en wordt gedekt door een plat dak, aan de voorzijde bekroond met een opengewerkte gemetselde balustrade; houten gootlijst.
In de voorgevel (westzijde) centraal een houten paneeldeur, waarin een achtruits venster, met achtruits bovenlicht en aan weerszijden een H-venster, alle onder strek. Tegen de noordgevel is het koetshuis aangebouwd. In de achtergevel (oostzijde) een houten paneeldeur, waarin een getoogd achtruits venster, met tweeruits bovenlicht onder strek. In de zuidgevel een staand venster onder strek. Tegen deze gevel is het woonhuis aangebouwd.
De BERGPLAATS is opgetrokken in bruinrode baksteen en wordt gedekt door een zadeldak waarop oranje geglazuurde Tuiles du Nord; in de top van de topgevels vakwerk en strakke houten windveren.
In de topgevel aan de voorzijde (westgevel) een niet-origineel venster (oorspronkelijk dubbele schuurdeuren) met tweedelig tienruits bovenlicht onder strek. In de top een tweedelig zesruits venster waaronder een niet-origineel tweedelig venster. In de noordgevel drie vernieuwde vensters. In de achtergevel (oostzijde) twee verlengde H-vensters onder strek en een dichtgezette deur. In de top een niet-origineel venster. In de zuidgevel een vernieuwd venster.
In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: de houten paneeldeuren met omlijsting op de begane grond met gekleurd glas-in-lood, de houten paneellambrizering, in de hal de spiegel met houten omlijsting versierd met vogels, de natuurstenen schouw versierd met muizen, de houten bordestrap met leuning en paneellambrizering, in het toilet de marmeren vloer, in de woonkamer het beschilderde balkenplafond in bloemmotieven en de dubbele houten schuifdeuren waarin gekleurd glas-in-lood.
Waardering
Directeurswoning met aangebouwde bergplaats en vijverpartij van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:
- als voorbeeld van een directeurswoning met bergplaats uit 1908 in de provincie Groningen in een Overgangsarchitectuur waarin Chaletstijl-elementen zijn te herkennen
- vanwege de opvallende vormgeving en detaillering
- vanwege de redelijk hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- vanwege de waardevolle interieuronderdelen
- vanwege de monumentale en beeldbepalende ligging aan het deel van het Oosterdiep dat zal worden voorgedragen als beschermd gezicht
- als opvallend voorbeeld van het oeuvre van architect J.A. Hooykaas
- vanwege de historische relatie met de eveneens beschermde villa aan de Nijverheidskade 20
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
DIRECTOR'S RESIDENCE, called 'De Molen', with adjoining STORAGE BUILDING built in 1908 at the behest of timber merchant D.E. Everts in a Transitional architecture in which Chalet style elements can be recognized. The building was designed by architect J.A. Hooykaas from Groningen. Mr Everts together with his brother J.M. Everts, who had a house built around 1907 on the left side of this villa (Nijverheidskade 20), formed the management of timber trade J.M. Meihuizen and son. The factory was located on the right side of this residence. Once a mill stood on that spot; the name of this building still refers to this. In 1911 the storage building was added to the left side, connected to the villa by means of a neck. In 1941 a new terrace was laid out on the right side. In 1956 the building was converted into an office which altered the layout of the ground floor. In 1974 the facades of the storage building were altered. Despite the alterations, parts of the interior are still in their original state, notably in the hall very special components are present. Currently the building is in use as a guest house.
The villa is located on a spacious plot on the part of the Oosterdiep that will be proposed as a protected townscape. On the rear side is an elongated garden with on the south and rear side a beech hedge. The north side is bounded by a brick wall capped with a saddle back. A terrace, located at the rear of the building, provides access to the garden and is built in light sintered red brick. Central in the garden is an elongated POND which was laid out around 1930; on the east side a brick retaining wall and flower bed with three-step high semicircular staircase. On the north side stands a tulip tree behind which a birch and a row of linden trees, on the south side stands a weeping birch behind which a chestnut tree.
Description
DIRECTOR'S RESIDENCE consisting of a RESIDENCE, NECK and STORAGE BARN.
The two-storey, fully cellared RESIDENCE on an approximately rectangular floor plan has partly rendered facades and partly facades built up in brown-red brick on a tuff frame of brown-red brick and is covered by a combined overhanging roof on which partly orange-glazed Tuiles du Nord, partly orange interlocking tiles and partly non-original tiles; half-timbering in the gable ends; three brick chimneys, one partly rendered; neat wooden wind vanes; two boarded roof dormers under flat overhanging roof, at the front with two-part two-light window, on the north side with two-part twelve-light window. The facades are articulated by H-windows with glazing bars in the fanlights under a natural stone lintel and brown-red brick roll moulding or segmental arch and hardstonesill.
In the projecting gable end at the front (west facade) a rectangular brick bay window under hipped roof with five H-windows; gutter on wooden consoles. Above the bay window two T-windows and in cast-iron letters the name 'De Molen'; at the top four standing six-light windows above which two horizontal two-light windows. In the facade part to the left of the bay window three H-windows above which four H-windows with glazing bars. In the facade part to the right of the bay window a standing window above which two standing eight-light windows; boarded top.
In the projecting gable end on the north side a standing six-light window with wall anchors and a standing two-part window, below which a two-part cellar window with wall anchors under lintel and above which five standing two-part windows with coloured stained glass; at the top a horizontal three-part nine-light window. On the left side of the gable end a standing two-part window with coloured stained glass. The entrance under a wooden canopy is located on the right side of the gable end and consists of a wooden panelled door with a segmental eight-light window. In front of the entrance a four-step high hardstonestoep with on the left side a brick wall capped with hardstonestoep on which an iron railing. The wooden canopy is covered with orange interlocking tiles and is supported by means of a wooden post on the stoep. Above the entrance a standing two-part window with coloured stained glass. In the one-storey facade part to the left of the gable end a combined two-part H-window below which two four-light cellar windows with wall anchors, all under lintel; gutter on wooden consoles. The neck is built onto this side. In the facade part to the right of the gable end a standing window with coloured stained glass above which two H-windows with glazing bars.
In the projecting gable end at the rear (east facade) a combined two-part H-window and a standing two-part window, both under lintel; at the top a non-original window. On the left side of the gable end a standing two-part window under lintel. In the left facade part three H-windows under lintel, above which a combined six-part window with glazing bars, a small standing window under lintel and a combined two-part six-light window under lintel.
In the south facade a rectangular conservatory under flat overhanging roof with H-windows with two-part fanlight with coloured stained glass; wooden gutter on consoles; centrally at the front two hinged wooden doors with glass. Above the conservatory a loggia with wooden glazed balcony door and a standing two-part six-light window under lintel; wooden balustrade; the roof is supported by wooden posts. To the left of the conservatory a non-original window above which the original lintel and two brick segmental arches. On the first floor a combined four-part eight-light window. To the right of the conservatory on the ground floor a non-original extension for which a renewed terrace and a non-original window above which a combined four-part window with glazing bars.
The NECK is built up in brown-red brick and is covered by a flat roof, at the front crowned with an openwork brick balustrade; wooden cornice gutter.
In the front facade (west side) centrally a wooden panelled door with an eight-light window, with eight-light fanlight and on either side an H-window, all under lintel. Against the north facade the coach house is built onto. In the rear facade (east side) a wooden panelled door with a segmental eight-light window, with two-light fanlight under lintel. In the south facade a standing window under lintel. Against this facade the residence is built onto.
The STORAGE BUILDING is built up in brown-red brick and is covered by a gabled roof with orange-glazed Tuiles du Nord; in the top of the gable ends half-timbering and neat wooden wind vanes.
In the gable end at the front (west facade) a non-original window (originally double barn doors) with two-part ten-light fanlight under lintel. At the top a two-part six-light window below which a non-original two-part window. In the north facade three renewed windows. In the rear facade (east side) two extended H-windows under lintel and a closed door. At the top a non-original window. In the south facade a renewed window.
In the INTERIOR are among others of importance: the wooden panelled doors with surround on the ground floor with coloured stained glass, the wooden panelled wainscoting, in the hall the mirror with wooden frame decorated with birds, the natural stone fireplace decorated with mice, the wooden staircase with rail and panelled wainscoting, in the toilet the marble floor, in the living room the painted beam ceiling in floral motifs and the double wooden sliding doors with coloured stained glass.
Valuation
Director's residence with adjoining storage building and pond of general importance on account of architectural and cultural-historical value:
- as an example of a director's residence with storage building from 1908 in the province of Groningen in a Transitional architecture in which Chalet style elements can be recognized
- on account of the striking design and detailing
- on account of the reasonably high degree of integrity of both exterior and parts of the interior
- on account of the valuable interior components
- on account of the monumental and character-defining location on the part of the Oosterdiep that will be proposed as a protected townscape
- as a striking example of the oeuvre of architect J.A. Hooykaas
- on account of the historical relationship with the likewise protected villa at Nijverheidskade 20
Nearby in the register
- Woonhuis, Nijverheidskade 20Woonhuisunder 1 mi
- MarianneWoonhuisunder 1 mi
- Hek, Nijverheidsstraat bij 21Erfscheidingunder 1 mi
- Woonhuis, Nijverheidskade 19Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.