TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Burgemeester Berkhoutpark

Voorschoten, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Wandelpark
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1936 - 1944
Address
BY Leidseweg 25-27 Voorschoten
Place
Voorschoten
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.12842, 4.44782
Monument number
515015

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het Burgemeester Berkhoutpark is in 1936-1944 aangelegd als WANDELPARK in Landschappelijke stijl. Het in fasen gerealiseerde park was een initiatief van burgemeester Marius Floris Berkhout (1901-1944) en werd in opdracht van het gemeentebestuur (raadsbesluit 26 augustus 1936) uitgevoerd in het kader van de werkverschaffing. Het ontwerp van de Nederlandsche Heidemaatschappij te Arnhem, die tevens de directie voerde, ging uit van een grotendeels recht- hoekige kavel ter plaatse van een weiland ten noorden van het raadhuis (H. Verschoor, 1925-1926). Het was onderdeel van een uitbreidingsplan, een woonwijk, die voornamelijk in de jaren 1950 en 1960 is gerealiseerd. In de nabijheid van het park staan ook enkele scholen.

Het wandelpark wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Elstlaan, aan de zuidoostzijde door de tuinen van woningen langs de Leidseweg, het raadhuis en de Julianalaan, aan de zuidwestzijde door de Prinses Margrietlaan en aan de noordwestzijde door de Prins Bernhardlaan en een woonblok op de hoek van Prins Bernardlaan en de Prinses Margrietlaan.

Omdat bij de aanvang van het project nog niet alle benodigde grond in handen was van de gemeente, werd begonnen met het grootste deel: de rechthoek aan de noordzijde, met de 'Groote Vijver'. In april 1937 vond onder de naam 'Wilhelminapark' de officiële opening plaats. In hetzelfde jaar nog werd doorgegaan met de aanleg van het zuidelijk deel, met de 'Kleine Vijver' en een cascade, grenzend aan het gemeentehuis. Tevens kwam volgens een geometrisch aanleg - passend in de toen in de mode zijnde Gemengde Tuinstijl - een kinderspeelplaats met zandbak tot stand (aan de zuidoostzijde van de speel- weide). In de periode 1940-1943 vond een verdere uitwerking van het plan plaats, wat ondermeer resulteerde in de aanleg van een konijnenberg (niet meer aanwezig) ten oosten van de 'Groote Vijver', een fontein (verdwenen) en extra eilandjes in de 'Groote Vijver' (deels weer teniet gedaan) een bloemenborder aan de noord- westzijde van de 'Grote Vijver' tegen de heuvel en een heidetuin op de hoek van de Elstlaan en de Prins Bernhardlaan. De hoofdentree aan de Elstlaan werd vanwege uitbreiding van de school naast het raadhuis verplaatst naar achter het raadhuis. Deze bestond uit een natuurlijke afscheiding in de vorm van een hoge haag met openingen langs een aan de zuidwestzijde van het park lopend pad. Een diepwel achter het raadhuis werd middels een pomp en een waterval benut voor de waterverversing van de waterpartijen. In aansluiting op het oorspronkelijke ontwerp werd tot slot in januari 1943 begonnen met de aanleg van het oostelijke deel van het park langs de Elstlaan, waarin eveneens een waterpartij werd opgenomen. De uitvoering hiervan was in handen van de beplantingsdienst Voorschoten, die hier aanvankelijk een zweminrichting wilde hebben. Doordat niet alle benodigde grond van het R.K. Armbestuur kon worden verworven, behield het park aanvankelijk een enigszins U-vormige structuur. In de jaren 50 kon in de U-vormige uitsparing nog een stuk grond worden aangekocht en bij het park worden getrokken. De zweminrichting, evenals de aanleg van een speelgelegenheid met zandbak ten oosten van de Elstlaan zijn niet gerealiseerd.

Opvallend is de grote rijkdom en variatie in de beplanting met plantensoorten die in die tijd in de belangstelling stonden, de heidetuinen met rododendrons, acers, coniferen en de Gingo biloba. Belangrijk is de afwisseling in kleurstelling en de variatie in blad- en boomvormen. In totaal staan er ongeveer 120 geslachten van houtgewassen en bomen, zowel loof- als naaldhout, met daarin circa 400 soorten en variëteiten.

Het park, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog 'Raadhuispark' heette, is na het overlijden van de initiatiefnemer in 1944 herdoopt tot 'Burgemeester Berkhoutpark'. In de jaren 50 vonden diverse aanpassingen aan het park plaats, zonder aantasting van de hoofdstructuur en de voornaamste beplanting. Wel is in verband met het onderhoud het padenpatroon vereenvoudigd en de beplanting uitgedund en opnieuw gerangschikt. Aan de zuidwestzijde werd de gemeentelijke kwekerij gevestigd (1950) en een speelweide in gebruik genomen (de bestaande zandbak werd verplaatst).

Van aanvankelijk 3 ha bereikte het park uiteindelijk een omvang van 5,5 ha (inclusief de educatieve tuin bij de gemeentelijke kwekerij aan de Prins Bernhardlaan). Sinds 1992 vindt een renovatie van het park plaats, aan de hand van een door de fa. Copijn uit Utrecht opgesteld plan.

Omschrijving

Het Burgemeester Berkhoutpark kenmerkt zich door een combinatie van land- schappelijke elementen in de toepassing van waterpartijen, open ruimten, bossages en borders met een grote variatie in beplanting, afgewisseld met bouwkundige elementen, zoals een gedenkbank, voederplaats, banken en bruggetjes.

Zichtassen spelen een belangrijke rol. De boom- en heestergroepen zijn zodanig geplaatst, dat zij coulissen vormen met verrassende doorzichten en een sterke dieptewerking. Hierbij worden van waterpartijen en open ruimten de uiteinden verborgen, zodat ze optisch groter lijken en ze zich buiten het gezichtsveld schijnen voort te zetten. Het gehele park wordt omgeven door een rondwandeling met enkele aftakkingen en doorkijken. De paden en waterpartijen zijn evenals de bloemperken, gazons en boom-en heestergroepen in gebogen en slingerende vormen aangelegd. De solitairen in de gazons staan soms op een verhoging.

Het NOORDWESTELIJKE en ZUIDELIJKE deel, daterend uit 1936-1937, sluiten op elkaar aan met een speelweide en een 'Groote' en een 'Kleine' vijver voor vissen en watervogels. Het karakter van het noordelijke deel wordt mede bepaald door een speelweide met gelobde uitsparingen van boom-en heestergroepen. Aan de oostzijde bevindt zich een coulissenwand met gevarieerde beplanting, bestaande uit coniferen (o.a. Chamaecyparis nootkatensis), Thuja's, Watercypressen (Metase- quoia glyptostroboides), Pinussen en een Berk (Betula alba). In aansluiting hierop is in 1940 een heidetuin aangelegd. Als solitairs nemen de Japanse notenboom (Gingo biloba) en de blauwe ceder (Cederus atlantica 'Glauca') een belangrijke plaats in.

Middelpunt van het westelijk deel is de grote, enigszins gelobde vijver met excentrisch daarin gelegen een ellipsvormig eiland. Aan de noord- oostzijde bevindt zich het monument Wulings uit 1941 (hekwerk in 1965 met eigentijdse materialen in oude vorm hersteld), uitgevoerd als een iets verdiept gelegen voederplaats met een bakstenen keermuur en op eenvoudig ijzeren leuning. In het midden op een aan de bovenzijde geschulpte plaquette staat de tekst:'Ter herinnering aan den heer/H.H.G. WULLINGS/1869-1936/STICHTER VAN INSTITUUT WULLINGS/H.B.S. 5 jarige cursus/INTERNAAT/leerlingen en leeraren'.

Hier tegenover, aan de overzijde van het wandelpad, ligt een gedenkbank ter herinnering aan de openstelling van het park in juli 1937. Geplaatst en blijkens opschrift aangeboden door 'industrieelen en middenstanders'. De circa vier meter lange bank is opgetrokken uit gele baksteen en heeft een relatief hoge leuning, die evenals de armleuning is voorzien van natuurstenen dekplaten. Vanaf de bank, die geflankeerd wordt door twee gemetselde bloembakken op een vierkant grondvlak, heeft men een wijds gezicht over de vijver. De bank wordt aan de achterkant en zijkanten omgeven door bosschages.

Ten westen van de 'Grote Vijver' wordt het terrein afgesloten door een kunstmatig glooiend terrein. Op het hoogste punt fungeert op een ovaal terras een door witte berken (Betula jacquemontii) geflankeerd zitbank als zichtas en markeringspunt.

Belangrijke (coulisse-)elementen rondom de vijver zijn enkele treurwilgen en de piramidale linde met daartussen een doorkijk naar de speelweide. Door het openbreken van de vrij gesloten boomgrens tussen park en weide is de visuele en ruimtelijk relatie tussen beide versterkt. Het zuidelijke gedeelte heeft een serpetinevormige vijver met een enigszins S- vormig eiland. Deze zgn. 'Kleine Vijver' is door een kleine verbindingsslootje met de 'Groote Vijver' verbonden. Aan de zuidzijde bevindt zich een achthoekig plateau als uitkijkpunt, dat door middel van een trap toegankelijk is, ter vervanging van de cascade. Achter het plateau is in 1940 een pomphuisje geplaatst, waarmee opgepompt water, geleid langs het plateau en de trap, via een kunstmatig beekje met waterval van grijze rotssteen, kon zorgen voor de waterverversing van de waterpartijen. Het OOSTELIJKE gedeelte van het park, dat in 1943-1944 is aangelegd, sluit qua stijl aan bij de rest. De meeste ruimte wordt in beslag genomen door een grote enigszins gelobde waterpartij met in de westhoek een boemerangvormig eiland, waarlangs diverse monumentale loofbomen staan als een hemelboom (Ailanthus altissima) en amberboom (Liquidambar styracifliua).

De beplanting van het park bestaat, zowel uit boom- en heestergroepen, als uit solitairen. Het rijke assortiment omvat uiteenlopende variëteiten waaronder, Berksoorten (Betula), Eiksoorten (Quercus), Sierkers (Prunus), Meidoorns (Crateaegus), Acacia's (Robinia hispida) en Beuken (Fagus). Vermeldenswaard zijn verder de sneeuwklokjesboom (Halesia carolina), Parrotia persica, moeras- cypres (Taxodium distichum), Vleugelnoot (Pterocarya), Amberboom (Liquidabar styraciflua), Katsuraboom (Cercidiphyllum japonicum), Beverboom (Magnolia obovata) en de Trompetboom (Catalpa bignonioides). Wat betreft de heesters staan er onder andere Rodondendrons, Viburnums, Skimmia en Rozen.

De meeste zitbanken en bruggetjes zijn vernieuwd (deels in oude stijl). De afwateringssloten rondom het park zijn grotendeels in tact.

Waardering

Het Burgemeester Berkhoutpark is cultuurhistorisch van algemeen belang als uitdrukking van een typologische en sociaaleconomische ontwikkeling tot stand gekomen als werkverschaffingsproject uit de jaren '30 van de 20ste eeuw in een Landschappelijke stijl, waarvan het oorspronkelijke karakter van de aanleg in hoofdvorm goed bewaard is gebleven.

Het park is tuinhistorisch van algemeen belang vanwege het landschappelijke ontwerp uit de jaren '30 van de twintigste eeuw van de Nederlandsche Heidemaatschappij. De zeer rijke variatie aan beplanting met uiteenlopende variëteiten van in- en uitheemse plantensoorten hebben een hoge dendrologische waarde.

Dergelijke vrij gaaf bewaard gebleven wandelparken in Landschapsstijl zijn in Nederland relatief zeldzaam.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Burgemeester Berkhoutpark was laid out in 1936-1944 as a LANDSCAPE-STYLE WALKING PARK. The park, realized in phases, was an initiative of mayor Marius Floris Berkhout (1901-1944) and was executed by order of the municipal authority (council resolution 26 August 1936) as part of a public works programme. The design by the Nederlandsche Heidemaatschappij of Arnhem, which also directed the work, was based on a largely rectangular plot on the site of a meadow north of the town hall (H. Verschoor, 1925-1926). It was part of an expansion plan, a residential neighbourhood, which was mostly realized in the 1950s and 1960s. Near the park there are also several schools.

The walking park is bounded on the northeast by the Elstlaan, on the southeast by the gardens of houses along the Leidseweg, the town hall and the Julianalaan, on the southwest by the Prinses Margrietlaan and on the northwest by the Prins Bernhardlaan and a residential block at the corner of Prins Bernardlaan and Prinses Margrietlaan.

Because not all the necessary land was yet in the municipality's possession at the start of the project, work began with the largest part: the rectangle to the north, with the 'Groote Vijver' (Great Pond). In April 1937 the official opening took place under the name 'Wilhelminapark'. In the same year work continued on the southern part, with the 'Kleine Vijver' (Small Pond) and a cascade, bordering the town hall. At the same time, according to a geometric layout - fitting the Mixed Garden Style then in fashion - a children's play area with a sandpit was created (on the southeast side of the play meadow). In the period 1940-1943 further development of the plan took place, which resulted among other things in the laying out of a rabbit warren (no longer present) to the east of the 'Groote Vijver', a fountain (disappeared) and extra islets in the 'Groote Vijver' (partly destroyed again), a flower border on the northwest side of the 'Groote Vijver' against the hill, and a heather garden at the corner of Elstlaan and Prins Bernhardlaan. The main entrance on Elstlaan was relocated behind the town hall due to the expansion of the school next to it. This consisted of a natural separation in the form of a high hedge with openings along a path running on the southwest side of the park. A deep well behind the town hall was used by means of a pump and a waterfall for the refreshing of the water features. In line with the original design, work finally began in January 1943 on laying out the eastern part of the park along Elstlaan, which also included a water feature. This work was carried out by the tree-planting service of Voorschoten, which initially wanted to have a swimming facility here. Because not all the necessary land could be acquired from the R.K. Armbestuur (R.C. Poor Relief), the park initially retained a somewhat U-shaped structure. In the 1950s an additional piece of land in the U-shaped gap could be purchased and added to the park. The swimming facility, as well as the laying out of a play area with sandpit to the east of Elstlaan, were not realized.

Remarkable is the great wealth and variety in planting with plant species that were of interest at that time, the heather gardens with rhododendrons, acers, conifers and the Gingo biloba. Important is the variety in colouration and the diversity in leaf and tree forms. In total there are approximately 120 genera of woody plants and trees, both deciduous and coniferous, containing approximately 400 species and varieties.

The park, which was called 'Raadhuispark' (Town Hall Park) during the Second World War, was renamed 'Burgemeester Berkhoutpark' after the death of its initiator in 1944. In the 1950s various adaptations were made to the park, without affecting the main structure and principal planting. However, for maintenance reasons the path pattern was simplified and the planting thinned out and rearranged. On the southwest side the municipal nursery was established (1950) and a play meadow put into use (the existing sandpit was relocated).

From an initial 3 hectares the park eventually reached an extent of 5.5 hectares (including the educational garden at the municipal nursery on Prins Bernhardlaan). Since 1992 renovation of the park has taken place, following a plan drawn up by the firm Copijn of Utrecht.

Description

The Burgemeester Berkhoutpark is characterized by a combination of landscape elements in the use of water features, open spaces, tree and shrub groups and borders with great variety in planting, interspersed with architectural elements, such as a memorial bench, feeding place, benches and small bridges.

Vistas play an important role. The tree and shrub groups are positioned so that they form stage backdrops with surprising vistas and a strong sense of depth. In this way the ends of water features and open spaces are concealed, so that they appear optically larger and seem to continue beyond the field of view. The entire park is surrounded by a perimeter walk with several branches and vistas. The paths and water features are laid out, as are the flower beds, lawns and tree and shrub groups, in curved and winding forms. The specimen trees in the lawns are sometimes placed on a raised area.

The NORTHWESTERN and SOUTHERN parts, dating from 1936-1937, connect with each other with a play meadow and a 'Groote' and 'Kleine' pond for fish and waterfowl. The character of the northern part is also determined by a play meadow with lobed clearings of tree and shrub groups. On the east side there is a backdrop wall with varied planting, consisting of conifers (including Chamaecyparis nootkatensis), Thujas, Water Cypresses (Metasequoia glyptostroboides), Pines and a Birch (Betula alba). Following this, a heather garden was laid out in 1940. The Japanese Ginkgo (Gingo biloba) and the blue cedar (Cederus atlantica 'Glauca') occupy an important place as specimen trees.

The centerpiece of the western part is the large, somewhat lobed pond with an elliptical island eccentric within it. On the northeast side is the Wulings monument from 1941 (fencing restored in 1965 with contemporary materials in the old form), executed as a slightly sunken feeding place with a brick retaining wall and a simple iron railing. In the centre, on a plaque shaped at the top, is the text: 'In memory of/Mr. H.H.G. WULLINGS/1869-1936/FOUNDER OF WULLINGS INSTITUTE/H.B.S. 5-year course/BOARDING SCHOOL/pupils and teachers'.

Opposite this, on the other side of the walking path, is a memorial bench commemorating the opening of the park in July 1937. Placed and according to the inscription donated by 'industrialists and tradespeople'. The approximately four-metre-long bench is built of yellow brick and has a relatively high back, which, like the armrests, is fitted with stone coping plates. From the bench, which is flanked by two brick flower boxes on a square base, there is a wide view over the pond. The bench is surrounded on the back and sides by tree and shrub groups.

West of the 'Groote Vijver' the terrain is enclosed by an artificially sloping area. At the highest point a sitting bench flanked by white birches (Betula jacquemontii) on an oval terrace serves as a vista and marker point.

Important (backdrop) elements around the pond are several weeping willows and the pyramidal linden with a vista between them to the play meadow. By opening up the relatively closed tree border between park and meadow, the visual and spatial relationship between the two is strengthened. The southern section has a serpentine pond with a somewhat S-shaped islet. This so-called 'Kleine Vijver' is connected to the 'Groote Vijver' by a small connecting watercourse. On the south side there is an octagonal platform as a viewpoint, accessible by means of steps, replacing the cascade. Behind the platform a small pump house was placed in 1940, with which pumped water, guided along the platform and stairs, via an artificial stream with a waterfall of grey stone, could provide refreshing of the water features. The EASTERN part of the park, laid out in 1943-1944, continues the style of the rest. Most of the space is occupied by a large somewhat lobed water feature with a boomerang-shaped islet in the west corner, along which various monumental deciduous trees stand such as a heaven tree (Ailanthus altissima) and sweetgum (Liquidambar styraciflua).

The planting of the park consists of both tree and shrub groups and specimen trees. The rich assortment includes various varieties including Birches (Betula), Oaks (Quercus), Ornamental Cherries (Prunus), Hawthorns (Crateagus), Acacias (Robinia hispida) and Beeches (Fagus). Also noteworthy are the snowbell tree (Halesia carolina), Parrotia persica, bald cypress (Taxodium distichum), Wingnut (Pterocarya), Sweetgum (Liquidabar styraciflua), Katsura tree (Cercidiphyllum japonicum), Bigleaf magnolia (Magnolia obovata) and the Catalpa (Catalpa bignonioides). As for shrubs, there are among others Rhododendrons, Viburnums, Skimmia and Roses.

Most of the benches and small bridges have been renewed (partly in the old style). The drainage ditches around the park are largely intact.

Valuation

The Burgemeester Berkhoutpark is of general cultural-historical importance as an expression of a typological and socio-economic development created as a public works project from the 1930s of the 20th century in a Landscape style, of which the original character of the layout has been well preserved in its main form.

The park is of general garden-historical importance because of its landscape design from the 1930s of the twentieth century by the Nederlandsche Heidemaatschappij. The very rich variety in planting with various species of native and non-native plants has a high dendrological value.

Such relatively well-preserved walking parks in Landscape style are relatively rare in the Netherlands.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map