Rijksmonumentenregister · Netherlands
St. Willibrordus
Hengelo (Gld), Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1842
- Address
- Spalstraat 36, 7255 AD Hengelo (Gld) (Bronckhorst 25) (and others)
- Place
- Hengelo (Gld)
- Municipality
- Bronckhorst
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.04965, 6.30952
- Monument number
- 514915
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1838 map "Holland & Belgium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
R.-K. KERK 'St. Willibrordus' van het type PSEUDOBASILIEK met aangrenzende PASTORIE gebouwd onder één dak naar ontwerp van H. BAUER in 1842, verbouwd in 1924 door H.C.M. VAN BEERS. De ligging van de vrijstaande kerk binnen de bebouwde kom van Hengelo op de hoek van Spalstraat en de St. Michielstraat is gekozen door mejuffrouw Wilhelmina Henrica Christiaens, die voor haar overlijden in 1841 een stuk grond aankocht en dit in haar testament bestemde voor de bouw van een '...bijkerk met kosterswoning en verblijf voor den dienstdoende Geestelijke.' Bovendien liet zij een geldbedrag na om de bouw en het onderhoud van de kerk te financieren. De bouwcommissie gaf Johannes Nales, timmerman te Groenlo, de opdracht de kerk te bouwen, waarna op 23 juni 1843 de inzegening plaatsvond. Boven de kerkdeur werd een hardstenen gedenksteen ingemetseld met een chronogram 'ope VIrgInIs WILheLMInae ChrIstIaense VoCateae Deo eXtrVebar' (door het werk van mej. Wilhelmina Christiaens aan God toegewijd opgebouwd). Tot 1862 maakte de kerk met pastorie te Hengelo deel uit van de parochie van de 'Heilige Johannes den Dooper' te Hengelo en Zelhem waarvan de hoofdkerk in Keijenborg staat. In 1862 kreeg de parochie van de 'Heilige Johannes den Dooper' de naam Keijenborg en werd te Hengelo een nieuwe zelfstandige parochie opgericht met de Heilige Willibrordus als beschermheilige. In 1924 besloot het kerkbestuur tot 'restauratie' van de kerk naar ontwerp van H.C.M. VAN BEERS, uitgevoerd door de firma Nijenhuis uit Beek, wegens bouwvalligheid van de kerk uit de waterstaatsperiode. De ijzeren ramen werden vervangen door glas-in-loodramen vervaardigd door één van de gebroeders ASPERSLAGH. De gepleisterde plafonds van de kerk werden vervangen door stenen gewelven, het balkon verkleind en de voorgevel verlevendigd met een zandstenen reliëf. Het chronogram uit 1842 wordt links van de deur geplaatst, waarna rechts van de deur een nieuw chronogram 'henrICVs arChIep.Us aeDes saCras renoVatas DeDICaVIt' (aartsbisschop Henricus (van de Wetering) heeft dit heilige vernieuwde gebouw ingewijd) werd geplaatst. Tijdens de verbouwing in 1924 bleef de aangrenzende PASTORIE uit 1842 ongewijzigd. Na de bouw van een nieuwe pastorie in 1958 werd de oude pastorie ingericht als kleuterklas, r.-k. bibliotheek en clublokaal van het St. Willibrordusgilde. Na de leegstand vanaf 1972 besloot men de bovenverdieping te verhuren en de benedenverdieping te verbouwen tot peuterspeelzaal.
Het ontwerp van de glas-in-loodramen van de Gebr. Asperslagh is beïnvloed door J. Toorop. In de ramen is St. Willibrordus op acht verschillende wijzen uitgebeeld met behulp van levendige kleuren (St Willibrordus de belijder, kerkbouwer, wonderdoener, apostel, aartsbisschop, O.S.B., missionaris en kloosterstichter) en er is een afbeelding van Maria en Jozef.
De kerk is oost-west georiënteerd met het koor op het westen. De pastorie bevindt zich in het verlengde van het koor. Met uitzondering van twee kastanjebomen en een tegelvloer in teerlingmotief van de voormalige serre in de tuin van de pastorie zijn andere tuinelementen als een lage muur rondom de tuin van de pastorie en een hek aan de kerkzijde uit 1865, verdwenen. Tegen de linkerzijgevel (zuidgevel) bevindt zich een plat bouwvolume dat de kerk met de nieuwe pastorie (1958) verbindt. Het tussenlid en de nieuwe pastorie vallen buiten de bescherming.
Omschrijving
R.-k. kerk van het type PSEUDOBASILIEK met aangrenzende PASTORIE onder één zadeldak. De KERK bestaat uit een voorportaal met centrale klokkentoren, driebeukig schip en een koor aan weerszijden geflankeerd door een sacristie en een zijkapel. Het zadeldak van de kerk is gedekt met leien in maasdekking en loopt door tot boven de PASTORIE waar het overgaat in een driezijdig schilddak gedekt met gesmoorde oud Hollandse pannen. De PASTORIE bestaande uit twee bouwlagen, ligt in het verlengde van het koor.
De gevels van zowel de kerk als de pastorie zijn in 1842 opgetrokken in roodbruine baksteen in kruisverband. In de gevels van het kerkgedeelte bevinden zich halfhoge spitsboogvensters met een van oorsprong tufstenen vorktracering gevuld met glas-in-loodramen omsloten door een rollaag. De steunberen op de scheiding van iedere vensteras zijn uitgebreid in 1924 en verjongen zich naar boven. In de gevels van het pastoriegedeelte bevinden zich op de begane grond houten rechthoekige zesruits schuiframen afgesloten door een strek met op de eerste verdieping vierruits schuiframen afgesloten door een rollaag, alle met hardstenen lekdorpels.
De symmetrische VOORGEVEL (oostgevel) met risalerende klokkentoren dateert grotendeels uit 1842. De dubbel ingesnoerde achtzijdige naaldspits van de centrale vierkante klokkentoren is in 1884 respectievelijk 1922, verhoogd en vernieuwd. De toren bestaat uit drie geledingen gescheiden door geprofileerde bakstenen waterlijsten. In de eerste geleding is in de jaren twintig een nieuw portaal geplaatst tegen de bestaande gevel in waterstaatsstijl. In het portaal (opgetrokken in baksteen in kruisverband) bevindt zich een terug liggende dubbele houten rechthoekige opgeklampte deur bestaande uit kraalschroten met gehengen. Boven de latei bevindt zich in het spitsboogvormig timpaan een zandstenen reliëf met de afbeelding van Christus en de tekst: 'ik ben het licht der wereld'. Het terug liggend timpaan wordt omsloten door vier bakstenen archivolten gescheiden van de getrapte dagkant door een hardstenen aanzetsteen. De wimberg bestaat uit een bakstenen trapgevel aangevuld met zandsteen tot een topgevel met schouderstukken en een zandstenen kruisbeeld als topgevelversiering. In de tweede geleding van de toren bevinden zich aan drie zijden twee gekoppelde rondboogvormige spaarvelden waarin smalle rondboogvormige glas-in-loodramen. In de derde geleding bevindt zich aan vier zijden twee rondboogvormige galmgaten met houten galmborden. Het portaal in de risalerende toren wordt aan weerszijden geflankeerd door een chronogram in het licht risalerende deel van de gevel en een spitsboogvormig glas-in-loodraam met vorktracering daterend uit 1924. De gevel wordt aan weerszijden afgesloten door hoeklisenen met stenen basement en afdekking.
De LINKERZIJGEVEL (zuidgevel) is te verdelen in negen vensterassen waarvan de drie linker assen behoren tot de pastorie. Uiterst links bevindt zich op de begane grond een latere aanbouw van één bouwlaag die eindigt in een bakstenen siertandlijst en houten daklijst waarboven een plat dak. In de voorgevel van de aanbouw bevindt zich een T-venster, in de rechterzijgevel een zesruits schuifraam en een blinde linkerzijgevel. Rechts van de aanbouw bevindt zich een vensteropening, respectievelijk een zesruits schuifraam. Op de eerste verdieping bevinden zich twee vierruits schuiframen. Links in het dakschild bevindt zich een bakstenen schoorsteenschacht. De zes vensterassen van de kerk worden van elkaar gescheiden door steunberen waartussen spitsboogvensters met glas-in-loodramen van de gebroeders Asperslagh aangebracht omstreeks 1924 in het muurwerk uit 1842. Uiterst rechts bevinden zich twee lancetboogvensters met identieke glas-in-loodramen.
De ACHTERGEVEL (westgevel) is te verdelen in vijf assen. De centrale entree met niet oorspronkelijke deur en enkelruits bovenlicht heeft een houten omlijsting bestaande uit twee houten pilasters op een hardstenen basement met eenvoudig houten kroongestel. Links van de tuiningang bevindt zich een nieuwe dubbele deur met bovenlicht. In de overige drie assen bevindt zich op de begane grond een zesruits schuifraam. Op de verdieping bevindt zich in iedere as een vierruits schuifraam. Grenzend aan de dubbele deuren bevindt zich de oorspronkelijke tegelvloer in teerlingmotief van een voormalige serre. De gevel eindigt in een daklijst met dakgoot.
De RECHTERZIJGEVEL (noordzijde) heeft dezelfde indeling als de linkerzijgevel met uitzondering van de laatste drie assen van de pastorie. In de middenas van de pastorie bevindt zich een rechthoekige enkele houten deur met bovenlicht en houten omlijsting onder een ellipsvormig venster. Links en rechts van deze travee bevindt zich op de begane grond een zesruits schuifraam met op de verdieping een vierruits schuifraam. De midden-en rechteras van de pastorie bevinden zich onder de oorspronkelijke dakconstructie uit 1842 met een verplaatste schoorsteenschacht. De linkeras van de pastorie bevindt zich onder het in 1924 vernieuwde (verhoogde) zadeldak.
Het INTERIEUR is van groot belang vanwege de wijzigingen die hebben plaatsgevonden naar ontwerp van de Rotterdamse B.N.A. architect H.C.M. van Beers. Tijdens deze verbouwing zijn de plafonds gewijzigd in stenen gewelven en is het zadeldak iets verhoogd en gedekt met leien in maasdekking ter vervanging van de gesmoorde Hollandse pannen. Het driebeukige schip is te verdelen in vijf traveeën met in de midden- en zijbeuken per travee een rood bakstenen kruisribgewelf met tufstenen ribben. De traveeën worden zowel in de middenbeuk als in de zijbeuken van elkaar gescheiden door een tufstenen spitsboog. De beuken worden van elkaar gescheiden door spitsboogvormige, bruine bakstenen gordelbogen waarvan de uiteinden samen met de ribben rusten op een natuurstenen impost waaronder een vierkante bakstenen pijler. De pijlers rusten op een natuurstenen voet, samengesteld uit een breder bruin bakstenen basement, een smaller rood bakstenen middendeel en een decoratief rood/bruin bakstenen kapiteel. De ribben in de zijbeuken rusten op een strak vormgegeven kraagsteen samengesteld uit een natuurstenen dekplaat waaronder twee in metselwerk uitgevoerde consoles.
De tegelvloer dateert waarschijnlijk nog uit de bouw van de waterstaatskerk en is destijds betegeld met 'Engelsche tegels' geleverd door de firma Massius uit Rotterdam. Vermeldenswaardig is het doopvont en het smeedijzeren hek ter afsluiting van een kapel, beide vervaardigd tijdens de vernieuwing in 1924. De vormgeving van de doopvont met deksel is beïnvloed door Toorop en geleverd door de firma Van Berkel uit Utrecht. De middenbanken zijn in 1897 vervaardigd van Zuid-Duitsch hout door de aannemer J. Leemreis, betaald van een schenking evenals de zijbanken van hetzelfde ontwerp, twee jaar later. In 1946 is een aantal banken bijgemaakt in dezelfde stijl. Het (niet beschermde)orgel uit 1949 is vervaardigd door de firma Pels te Alkmaar. Tenslotte heeft in 1968 een versobering plaats gevonden van het priesterkoor.
Het interieur van de PASTORIE dateert grotendeels uit 1842 waarbij de geschilderde lambrisering, kapitelen in stucwerk, de stucplafonds, marmeren schouw, originele vensterbanken en houten binnenluiken en de glazen geëtste deur vermeldenswaardig zijn.
Waardering
R.K. Kerk met aangrenzende pastorie "St. Willibrordus" naar ontwerp van H. BAUER (1842), verbouwd in 1924 door H.C.M. VAN BEERS met glas-in-loodramen van de gebr. ASPERSLAGH.
-Van architectuurhistorische waarde als waterstaatskerk met pastorie gebouwd in 1842 door H. Bauer onder één dak met een zorgvuldige verbouwing in 1924 door de architect H.C.M. van Beers. De baksteenarchitectuur van Van Beers komt tevens tot uiting in het interieur van de kerk.
-Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging op een hoek binnen de bebouwde kom.
-Van cultuurhistorische waarde als goed typologisch voorbeeld van een kerk met aangrenzende pastorie onder één dak. De plaats en constructie zijn tot stand gekomen als gevolg van een donatie van een kavel en kapitaal voor de bouw en het onderhoud van een eigen kerk met pastorie te Hengelo, onafhankelijk van de parochie Johannes de Doper te Keijenborg. Het doopvont, de kerkbanken en de glas-in-loodramen van de Gebr. Asperslagh maken deel uit van het interieur en de architectuur en zijn als zodanig van cultuurhistorische waarde.
Cultuurhistorische omschrijving
H.C.M. VAN BEERS, BNA architect uit Rotterdam, heeft meerdere katholieke bouwopdrachten op zijn naam staan in Nederland waaronder de pastorie in Beek (gemeente Bergh) uit 1928. Hij maakt in zijn ontwerpen op expressieve wijze gebruik van verschillende soorten en kleuren baksteen.
De gebroeders Lou, Alex en Henk ASPERSLAGH volgden allen de opleiding aan de Academie van Beeldende Kunsten te 's-Gravenhage waar zij les kregen van J. Toorop. In de periode 1923-1929 werkten de broers samen in het atelier Asperslagh waarbij de invloed van hun leermeester duidelijk aanwezig is.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
R.-C. CHURCH 'St. Willibrordus' of the PSEUDO-BASILICA type with adjoining RECTORY built under one roof designed by H. BAUER in 1842, rebuilt in 1924 by H.C.M. VAN BEERS. The location of the detached church within the built-up area of Hengelo at the corner of Spalstraat and St. Michielstraat was chosen by Miss Wilhelmina Henrica Christiaens, who before her death in 1841 purchased a plot of land and designated it in her will for the construction of a '...subsidiary church with sexton's dwelling and accommodation for the serving Clergyman.' Furthermore, she left a sum of money to finance the construction and maintenance of the church. The building committee commissioned Johannes Nales, carpenter in Groenlo, to construct the church, after which the consecration took place on 23 June 1843. Above the church door a hardstone memorial stone was set with a chronogram 'ope VIrgInIs WILheLMInae ChrIstIaense VoCateae Deo eXtrVebar' (built and dedicated to God through the work of Miss Wilhelmina Christiaens). Until 1862 the church with rectory in Hengelo formed part of the parish of the 'Holy John the Baptist' in Hengelo and Zelhem, whose principal church stands in Keijenborg. In 1862 the parish of the 'Holy John the Baptist' took the name Keijenborg and a new independent parish was established in Hengelo with the Holy Willibrordus as its patron saint. In 1924 the church council decided on 'restoration' of the church designed by H.C.M. VAN BEERS, executed by the firm Nijenhuis from Beek, due to dilapidation of the church from the waterworks period. The iron frames were replaced by leaded glass windows manufactured by one of the brothers ASPERSLAGH. The plastered ceilings of the church were replaced by stone vaults, the gallery reduced and the front facade enlivened with a sandstone relief. The chronogram from 1842 is placed to the left of the door, after which a new chronogram 'henrICVs arChIep.Us aeDes saCras renoVatas DeDICaVIt' (Archbishop Henricus (van de Wetering) has consecrated this holy renewed building) was placed to the right of the door. During the 1924 rebuilding, the adjoining RECTORY from 1842 remained unchanged. After the construction of a new rectory in 1958, the old rectory was converted into a kindergarten class, R.-C. library and meeting room of the St. Willibrordusgilde. After being vacant from 1972, it was decided to lease the upper floor and convert the ground floor into a toddler playroom.
The design of the leaded glass windows by the Brothers Asperslagh was influenced by J. Toorop. In the windows St. Willibrordus is depicted in eight different ways using lively colours (St Willibrordus the confessor, church builder, miracle worker, apostle, archbishop, O.S.B., missionary and founder of monasteries) and there is a depiction of Mary and Joseph.
The church is oriented east-west with the choir on the west. The rectory is situated in the extension of the choir. With the exception of two chestnut trees and a tile floor in cube-work pattern of the former conservatory in the rectory garden, other garden elements such as a low wall around the rectory garden and a gate on the church side from 1865 have disappeared. Against the left side gable (south gable) there is a flat building volume connecting the church with the new rectory (1958). The connecting element and the new rectory fall outside the protection.
Description
R.-C. church of the PSEUDO-BASILICA type with adjoining RECTORY under one gabled roof. The CHURCH consists of a front porch with central bell tower, three-aisle nave and a choir on either side flanked by a sacristy and a side chapel. The gabled roof of the church is covered with slate in Meuse pattern and extends over the RECTORY where it transitions into a three-sided hipped roof covered with dampened old Dutch tiles. The RECTORY consisting of two storeys is situated in the extension of the choir.
The facades of both the church and the rectory were constructed in 1842 in reddish-brown brick in English bond. In the facades of the church section there are half-height pointed arch windows with originally tuff stone forked tracery filled with leaded glass windows enclosed by a roll moulding. The buttresses at the division of each window axis were enlarged in 1924 and taper upwards. In the facades of the rectory section there are on the ground floor wooden rectangular six-pane sash windows closed by a stretcher and on the first floor four-pane sash windows closed by a roll moulding, all with hardstone drip edges.
The symmetrical FRONT FACADE (east gable) with projecting bell tower dates largely from 1842. The doubly indented octagonal needle spire of the central square bell tower was heightened and renewed in 1884 and 1922 respectively. The tower consists of three storeys separated by profiled brick drip mouldings. In the first storey a new porch was placed in the nineteen-twenties against the existing facade in waterworks style. In the porch (constructed in brick in English bond) there is a recessed double wooden rectangular morticed door consisting of beaded boards with hinges. Above the lintel there is in the pointed arch-shaped tympanum a sandstone relief depicting Christ and the text: 'I am the light of the world'. The recessed tympanum is enclosed by four brick archivoles separated from the stepped reveal by a hardstone setting stone. The hood consists of a brick stepped gable supplemented with sandstone to a gable top with shoulder pieces and a sandstone cross as gable top ornament. In the second storey of the tower there are on three sides two coupled round arch-shaped spandrels containing narrow round arch-shaped leaded glass windows. In the third storey there are on four sides two round arch-shaped sound holes with wooden sound boards. The porch in the projecting tower is flanked on either side by a chronogram in the lightly projecting section of the facade and a pointed arch-shaped leaded glass window with forked tracery dating from 1924. The facade is closed on either side by corner pilasters with stone basement and coping.
The LEFT SIDE GABLE (south gable) can be divided into nine window axes, of which the three left axes belong to the rectory. At the far left there is on the ground floor a later single-storey extension ending in a brick decorative dentil course and wooden roof edge above which a flat roof. In the front facade of the extension there is a T-window, in the right side gable a six-pane sash window and a blind left side gable. To the right of the extension there is a window opening, respectively a six-pane sash window. On the first floor there are two four-pane sash windows. On the left in the roof section there is a brick chimney shaft. The six window axes of the church are separated from each other by buttresses between which pointed arch windows with leaded glass windows by the brothers Asperslagh are set around 1924 in the 1842 masonry. At the far right there are two lancet arch windows with identical leaded glass windows.
The REAR GABLE (west gable) can be divided into five axes. The central entrance with non-original door and single-pane fanlight has a wooden frame consisting of two wooden pilasters on a hardstone basement with simple wooden cornice. To the left of the garden entrance there is a new double door with fanlight. In the remaining three axes there is on the ground floor a six-pane sash window. On the floor there is in each axis a four-pane sash window. Adjacent to the double doors is the original tile floor in cube-work pattern of a former conservatory. The facade ends in a roof edge with gutter.
The RIGHT SIDE GABLE (north side) has the same layout as the left side gable with the exception of the last three axes of the rectory. In the middle axis of the rectory there is a rectangular single wooden door with fanlight and wooden frame under an elliptical window. To the left and right of this bay there is on the ground floor a six-pane sash window and on the floor a four-pane sash window. The middle and right axis of the rectory are under the original roof truss structure from 1842 with a displaced chimney shaft. The left axis of the rectory is under the 1924 renewed (heightened) gabled roof.
The INTERIOR is of great importance because of the alterations which took place according to the design of the Rotterdam B.N.A. architect H.C.M. van Beers. During this rebuilding the ceilings were changed to stone vaults and the gabled roof was slightly raised and covered with slate in Meuse pattern to replace the dampened Dutch tiles. The three-aisle nave can be divided into five bays with in the central and side aisles per bay a red brick cross-ribbed vault with tuff stone ribs. The bays are separated from each other both in the central aisle and in the side aisles by a tuff stone pointed arch. The aisles are separated from each other by pointed arch-shaped, brown brick tie beams, whose ends together with the ribs rest on a natural stone impost under which a square brick pillar. The pillars rest on a natural stone base, composed of a broader brown brick basement, a narrower red brick middle section and a decorative red/brown brick capital. The ribs in the side aisles rest on a tautly designed corbel composed of a natural stone coping stone beneath which two consoles executed in masonry.
The tile floor probably still dates from the construction of the waterworks church and was then tiled with 'English tiles' supplied by the firm Massius from Rotterdam. Noteworthy is the baptismal font and the wrought iron gate for closing off a chapel, both made during the renewal in 1924. The design of the baptismal font with lid was influenced by Toorop and supplied by the firm Van Berkel from Utrecht. The centre pews were made in 1897 of South German wood by the contractor J. Leemreis, paid from a donation, as were the side pews of the same design, two years later. In 1946 a number of pews were made in the same style. The (unprotected) organ from 1949 was made by the firm Pels in Alkmaar. Finally, in 1968 a simplification took place of the priest's choir.
The interior of the RECTORY dates largely from 1842, with the painted wainscoting, capitals in stuccowork, stucco ceilings, marble fireplace, original window sills and wooden interior shutters and the glass etched door noteworthy.
Valuation
R.C. Church with adjoining rectory "St. Willibrordus" designed by H. BAUER (1842), rebuilt in 1924 by H.C.M. VAN BEERS with leaded glass windows by the brothers ASPERSLAGH.
-Of architectural-historical value as a waterworks church with rectory built in 1842 by H. Bauer under one roof with a careful rebuilding in 1924 by architect H.C.M. van Beers. Van Beers' brick architecture is also expressed in the interior of the church.
-Of urban planning value because of its location at a corner within the built-up area.
-Of cultural-historical value as a good typological example of a church with adjoining rectory under one roof. The location and construction came about as a result of a donation of a plot and capital for the construction and maintenance of an independent church with rectory in Hengelo, independent of the parish of John the Baptist in Keijenborg. The baptismal font, the church pews and the leaded glass windows by the brothers Asperslagh form part of the interior and architecture and are as such of cultural-historical value.
Cultural-historical description
H.C.M. VAN BEERS, BNA architect from Rotterdam, has several Catholic building commissions to his name in the Netherlands including the rectory in Beek (municipality of Bergh) from 1928. In his designs he makes expressive use of different types and colours of brick.
The brothers Lou, Alex and Henk ASPERSLAGH all followed training at the Academy of Fine Arts in 's-Gravenhage where they received lessons from J. Toorop. In the period 1923-1929 the brothers worked together in the Asperslagh studio where the influence of their teacher is clearly present.
Nearby in the register
- Kerk, Kerkstraat 42Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Nijverheid, Steintjesweide Hengelo (Gld) (Bronckhorst 25)Nijverheidunder 1 mi
- Boerderij, Hofstraat 3Boerderijunder 1 mi
- Kasteel, buitenplaats, Ruurloseweg 26Kasteel, buitenplaatsunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.