Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Binnenbuorren 6
Poppenwier, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1848
- Address
- Binnenbuorren 6, 9013 CB Poppenwier (Súdwest-Fryslân 21)
- Place
- Poppenwier
- Municipality
- Súdwest-Fryslân
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.08460, 5.74835
- Monument number
- 514875
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Digital Commonwealth, Boston Public LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1829 map "Choro-topographische kaart der Noordelijke provincien van het Koningrijk der Nederlanden" (Digital Commonwealth, Boston Public Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De KERK van de Doopsgezinde Gemeente is in 1848 in Ambachtelijk-traditionele trant gebouwd. De kerk ligt tussen de woonhuizen van het beschermd dorpsgezicht verborgen als een schuilkerk, hoewel er in de bouwtijd reeds sprake was van godsdienstvrijheid. Het kerkgebouw onderscheidt zich van de omringende bebouwing door de spitsboogvensters. De sloop van een woonhuis bij de toegang heeft het karakter van schuilkerk tussen de overige kleinschalige bebouwing, nauwelijks aangetast: af en toe vangt men een glimp op van een gedeelte van het gebouw. Het HEK toont hoe smal de oorspronkelijke steeg naar de kerk was. Bij de toegang is een betonnen REGENWATERPUT.
De Doopsgezinde Gemeente te Poppenwier is vermoedelijk tussen 1580 en 1600 ontstaan. Op de plaats van de kerk stond een woning met pakzolder, die inwendig was vertimmerd tot kerk. In 1848 werd het bouwvallige gebouw vervangen door de huidige kerk.
Recentelijk is aan de oostzijde een aanbouw toegevoegd, deze valt buiten bescherming van rijkswege wegens geringe architectonische waarde. Er is geen orgel in de kerk. De kerk is in 1996 gerestaureerd.
Omschrijving
De zaalkerk heeft een eenvoudige rechthoekige plattegrond met een driezijdige westzijde. De gevels zijn opgetrokken in bruine handvorm bakstenen in kruisverband; de hoeken van de koorsluiting zijn versterkt door lisenen. Het steens metselwerk heeft een staand verband. De kerkzaal is twee raam-traveeën diep; de derde en meest oostelijke raamtravee correspondeert met een gang en de orgelgalerij erboven. Aan de zuidzijde zijn twee ramen; in de beide afgesloten zijden van de westgevel één raam en aan de noordzijde één raam; in de oostelijke travee een half bovenvenster voor de orgelgalerij. De spitsbogige lichtopeningen hebben meerruits, houten ramen en worden aan de bovenzijde afgesloten door een steense streklaag. Het samengestelde schilddak is belegd met gesmoorde Hollandse pannen. De bakgoot rondom verzamelt het water ten dienste van de betonnen regenwaterput bij de ingang van de kerk. De toegang tot de kerk is een porte brisée met bovenlicht, onder een rollaag van een drieklezoor. De paneeldeuren zijn uitgevoerd met eenvoudig snijwerk met diamantkop en hebben een eenvoudige colonet als naald. Voor de deur een hardstenen stoep. Het INTERIEUR heeft enkele waardevolle contemporaine onderdelen, ondermeer: de gang, de kerkzaal met banken en orgelgalerij, de dooptuin met preekstoel. De gang is bevloerd met marmerplaten. De kerkzaal heeft een gedrukt houten tongewelf op een voorlijst; het gewelf is geleed door een noklat met een gietijzeren ventilatierooster en gordingen boven de zeven trekbalken; tegen de oostgevel een strijkbalk met in een cartouche het jaartal 1848.
De wanden zijn bepleisterd en hebben een lambrizering. Aan beide zijden van het middenpad en tegen de lambrizering zes kerkbanken; de twee achterste, verhoogde banken met eveneens verhoogd ruggeschot, zijn aan het middenpad gesloten met een deurtje met een klink. De verhoogde dooptuin heeft een eenvoudig, gesloten doophek. Aan beide zijden binnen het doophek staan gesloten kerkeraadsbanken, met een eenvoudige overhuiving en gezaagde opzetstukjes. Aan de wand hangen twee eenvoudige borden met het opschrift: TEKST. De zeshoekige eikenhouten kuip van de preekstoel rust op een houten kolom; op twee stijlen tussen de panelen is snijwerk van bloementrossen aangebracht. De trapspil is gehout. Het ruggeschot heeft eenvoudig sierzaagwerk aan de randen; het klankbord heeft aan de onderzijde een gesneden roos. Het klankbord hangt met een stang aan een raveling tussen straalbalken. De zwevende houten vloer heeft een ondervloer met plavuizen. De orgelgalerij rust op balken in de zijgevels. Aan de galerij een balkon voor een speelinstrument op gedraaide houten, slanke, balusterzuilen. Het balkon, met eenvoudige vleugels, heeft een balustrade met een gietijzeren rooster.
Aan de Binnenbuorren is een eenvoudig gietijzeren HEK, met gecaneleerde hekstijlen en een pijnappel als bekroning; een vast gedeelte aan de buitenkant en een draaihek. Het hekwerk is voorzien van gegoten punten.
Waardering
De doopsgezinde kerk in Ambachtelijk-traditionele trant uit 1848 is van algemeen cultuurhistorisch belang:
- als karakteristiek voorbeeld van de continuering van een schuilkerk-typologie, in het bijzonder bij de doopsgezinden, in de tijd dat er reeds sprake was van godsdienstvrijheid,
- vanwege de architectuur, die zich nauwelijks onderscheid van de overige bebouwing in de dorpskom,
- als essentieel onderdeel van de bebouwingsdichtheid en stegenstructuur van het beschermd dorpsgezicht,
- vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en het interieur,
- vanwege de structurele gaafheid in relatie tot de overige bebouwing van het dorp.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The CHURCH of the Mennonite Congregation was built in 1848 in the Craftsman-traditional manner. The church lies hidden among the residential houses of the protected village townscape as a hidden church, although religious freedom was already in place at the time of construction. The church building distinguishes itself from the surrounding buildings through its pointed-arch windows. The demolition of a residential house at the entrance has preserved the character of a hidden church among the other small-scale buildings, scarcely altered: occasionally one catches a glimpse of a part of the building. The FENCE shows how narrow the original alley to the church was. At the entrance is a concrete RAINWATER CISTERN.
The Mennonite Congregation in Poppenwier presumably originated between 1580 and 1600. In place of the church stood a house with a storage loft, which had been fitted out internally as a church. In 1848, the dilapidated building was replaced by the present church.
Recently, an extension has been added to the east side; this falls outside national monument protection due to its minor architectural value. There is no organ in the church. The church was restored in 1996.
Description
The hall church has a simple rectangular floor plan with a three-sided west side. The facades are constructed in brown hand-moulded bricks in Flemish bond; the corners of the choir closure are reinforced by pilasters. The brickwork has a running bond. The church hall is two window-bays deep; the third and most easterly window-bay corresponds with a passage and the organ gallery above. On the south side are two windows; in both closed sides of the west facade one window and on the north side one window; in the eastern bay a half fanlight for the organ gallery. The pointed-arch light openings have multiple panes, wooden frames and are closed at the top by a brick courses. The composite hipped roof is covered with gauged Dutch tiles. The gutter around collects the water for the concrete rainwater cistern at the church entrance. The entrance to the church is a broken-arch door with fanlight, under a roll moulding of a three-light transom. The panel doors are executed with simple carved work with diamond head and have a simple colonet as latch. In front of the door a stone step. The INTERIOR has some valuable contemporary components, including: the passage, the church hall with pews and organ gallery, the baptismal pool with pulpit. The passage is floored with marble tiles. The church hall has a coved wooden barrel vault on a stringcourse; the vault is divided by a ridge beam with a cast-iron ventilation grille and rafters above the seven roof ties; against the east facade a tie-beam with the date 1848 in a cartouche.
The walls are plastered and have wainscoting. On both sides of the central aisle and against the wainscoting six church pews; the two rear, raised pews with likewise raised back, are closed at the central aisle with a small door with a latch. The raised baptismal pool has a simple, closed baptismal gate. On both sides within the baptismal gate stand closed church council pews, with a simple canopy and sawn finials. On the wall hang two simple boards with the inscription: TEXT. The hexagonal oak-wood baptismal font rests on a wooden column; on two posts between the panels carved work of flower garlands is executed. The staircase spindle is wooden. The back panel has simple decorative sawwork at the edges; the sounding board has a carved rose on its underside. The sounding board hangs by a rod on a tie between rafters. The floating wooden floor has a sub-floor with tiles. The organ gallery rests on beams in the side facades. The gallery has a balcony for a musical instrument on turned wooden, slender, baluster columns. The balcony, with simple wings, has a balustrade with a cast-iron grille.
On the Binnenbuorren is a simple cast-iron FENCE, with fluted fence posts and a pineapple as finial; a fixed section on the outside and a revolving gate. The fencing is provided with cast points.
Valuation
The Mennonite church in Craftsman-traditional manner from 1848 is of general cultural-historical importance:
- as a characteristic example of the continuation of a hidden church typology, in particular among Mennonites, at a time when religious freedom was already in place,
- because of the architecture, which barely distinguishes itself from the other buildings in the village centre,
- as an essential component of the building density and alley structure of the protected village townscape,
- because of the high degree of integrity of the exterior and interior,
- because of the structural integrity in relation to the other buildings of the village.
Nearby in the register
- Woonhuis, Binnenbuorren 8Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Binnenbuorren 7Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Binnenbuorren 9Woonhuisunder 1 mi
- Uurwerk(F), Binnenbuorren 12Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.