TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Marsherne 15

Poppenwier, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1920 - 1925
Address
Marsherne 15, 9013 CG Poppenwier (Súdwest-Fryslân 21)
Place
Poppenwier
Municipality
Súdwest-Fryslân
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.07861, 5.74669
Monument number
514874

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "10 Sneek" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het WOONHUIS, onder ambachtelijk-traditionele baksteenarchitectuur en in de detaillering beïnvloed door het expressionisme, is volgens mondelinge mededeling van de bewoner J.E. Schilstra, omstreeks 1920 gebouwd als eenvoudige rentenierswoning bij de naastgelegen, niet van rijkswege beschermde boerderij Marsherne 17. Het ontwerp en de bouw waren volgens dezelfde bron van de plaatselijke timmerman Y.J. Buitenveld (actief ca. 1905-1935). De woning is aan de weg gebouwd op een, door een slootje afgescheiden, hoek van een weiland.

De zeer hoge mate van gaafheid van het exterieur van de woning, doet vermoeden dat ook het interieur van de woning vrijwel geheel oorspronkelijk is. Dit mocht echter niet worden onderzocht.

Omschrijving

Het woonhuis heeft een nagenoeg vierkante plattegrond met aan de achterzijde, een halve steen terugspringend, een contemporaine aanbouw. Het woonhuis bestaat uit één bouwlaag; spouwmuren in halfsteens verband met een over twee bouwlagen opgetrokken voorgevel in bruine baksteen. Het trasraam is geaccentueerd door twee, enigszins uitgemetselde, banden; de eerste bouwlaag en de zolderverdieping zijn aan drie zijden gescheiden door een tweesteens streklaag. De vensters van het woonhuis hebben bakstenen afzaten, in de aanbouw zijn houten afzaten toegepast. Het woonhuis is gedekt door een overstekende mansardekap met ingezwenkte dakschilden en aan de voor- en achterzijde wolfeinden; de aankapping van de aanbouw heeft een half schilddak. Het overstek rust op gootklampen. De gootklampen en het boeibord van de dakgoten zijn op eenvoudige wijze versierd, respectievelijk trapsgewijs en met golfrand. De dakschilden zijn belegd met muldenpannen. Zowel in het het westelijke als het zuidelijke dakschild is een gemetselde schoorsteen gebouwd. De voorgevel is zeer plastisch vormgegeven: in de eerste bouwlaag bevindt zich een portiek onder een latei met terugsprongen in het metselwerk; een bakstenen stoep; een verniste voordeur voorzien van een negenhoekig ruitje met gesmeed traliewerk. Boven de latei van grof beton bevindt zich een zeshoekig bovenlicht met geel getint matglas-in-lood. Rechts van de portiek is een inpandige erker gecreëerd door sprongen in de gevelwand, een vierlichts venster en H-vensters met in het bovenlicht een ruitvormige tracering; op de hoekstijlen van de erker een eenvoudige getrapte versiering. In de geveltop een tweelicht met dubbele stolpramen onder een latei van grof beton. Elk raam met een drieruits horizontale roedeverdeling, aan weerszijden van de vensters verticaal siermetselwerk. In de oostelijke zijgevel van rechts naar links: een tweelichtvenster in de gang met horizontale roedeverdeling; een provisiekelderraam met diefijzers en een tweelichtsvenster; in de aanbouw een opgeklampte ingang en een tweelicht met driehoekige roedeverdeling. In de westelijke zijgevel van links naar rechts twee H-vensters met in het bovenlicht ruitvormige roedeverdeling en een stolpvenster met ruitvormige roedeverdeling. In de aanbouw aan de achterzijde van het woonhuis een vierlichtsvenster met driehoekige roedeverdeling. In het dakschild van het woonhuis een houten dakkapel onder geringere dakhelling en een stolpraam met horizontale roedeverdeling.

Waardering

Het woonhuis onder ambachtelijke baksteenarchitectuur, in de detaillering beïnvloed door het expressionisme en volgens mondelinge mededeling omstreeks 1920 gebouwd als rentenierswoning naar ontwerp van en door de plaatselijke timmerman Y.J. Buitenveld (actief ca. 1905-1935), is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang;

- als karakteristiek voorbeeld van een eenvoudige rentenierswoning, die om sociaal-economische redenen bij de boerderij is gebouwd en niet in de stad,

- vanwege het eenvoudige, maar verzorgde ontwerp, de detaillering en uitvoering,

- vanwege de zeer hoge mate van gaafheid van het exterieur,

- vanwege de gaafheid van de visuele en structurele relatie met de boerderij en het landelijk gebied.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The DWELLING HOUSE, under craftsman-traditional brick architecture and in its detailing influenced by expressionism, was according to oral information from the resident J.E. Schilstra, built around 1920 as a simple annuitant's house adjacent to the neighbouring farm Marsherne 17, not protected by the state. The design and construction were according to the same source by the local carpenter Y.J. Buitenveld (active ca. 1905-1935). The house is built by the road on a corner of a pasture, separated by a small ditch.

The very high degree of integrity of the exterior of the house suggests that the interior of the house is also virtually entirely original. This could not, however, be investigated.

Description

The dwelling house has an almost square floor plan with, on the rear side, a contemporaneous extension set back half a brick. The dwelling house consists of one storey; cavity walls in half-brick bond with a front facade built in brown brick over two storeys. The trash frame is accentuated by two, somewhat projecting, bands; the first storey and the attic storey are separated on three sides by a two-brick course. The windows of the dwelling house have brick sills, in the extension wooden sills are used. The dwelling house is covered by an overhanging mansard roof with hooked roof tiles and half-hipped roofs on the front and rear; the roof covering of the extension has a half-hipped roof. The overhang rests on gutter brackets. The gutter brackets and the fascia board of the gutters are decorated in a simple manner, respectively in stepped fashion and with wave edging. The roof tiles are laid with curved pantiles. In both the western and southern roof slope a brick chimney is built. The front facade is modelled very plastically: on the first storey there is a porch under a lintel with recesses in the brickwork; a brick stoop; a varnished front door with a nine-sided pane with wrought trellis work. Above the lintel of rough concrete is a hexagonal fanlight with yellowish tinted frosted stained glass. To the right of the porch an internal bay has been created through projections in the facade wall, a four-light window and H-windows with diamond-shaped tracery in the fanlight; on the corner posts of the bay simple stepped decoration. In the gable top a two-light window with double casement windows under a lintel of rough concrete. Each window with a three-pane horizontal glazing bar division, on either side of the windows vertical decorative brickwork. In the eastern side facade from right to left: a two-light window in the passage with horizontal glazing bar division; a provisions cellar window with iron bars and a two-light window; in the extension a clamped entrance and a two-light with triangular glazing bar division. In the western side facade from left to right two H-windows with diamond-shaped glazing bar division in the fanlight and a casement window with diamond-shaped glazing bar division. In the extension on the rear of the dwelling house a four-light window with triangular glazing bar division. In the roof slope of the dwelling house a wooden roof dormer under reduced roof pitch and a casement window with horizontal glazing bar division.

Valuation

The dwelling house under craftsman brick architecture, in its detailing influenced by expressionism and according to oral information built around 1920 as an annuitant's house to the design of and by the local carpenter Y.J. Buitenveld (active ca. 1905-1935), is of general cultural-historical and architectural significance;

- as a characteristic example of a simple annuitant's house, which for socio-economic reasons was built adjacent to the farm and not in the town,

- because of the simple, yet careful design, detailing and execution,

- because of the very high degree of integrity of the exterior,

- because of the integrity of the visual and structural relationship with the farm and the rural area.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map