TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Melkbrug

Haarlem, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Brug
Function
Verkeersbrug
Category
onroerend gebouwd
Built
1886
Address
Spaarne bij 70, Centrum Haarlem
Place
Haarlem
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.37934, 4.63823
Monument number
513403

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De Melkbrug, een ONGELIJKARMIGE DRAAIBRUG, ligt over het Binnenspaarne, in de lengteas van de Hoogstraat en de Korte Veerstraat, en verbindt de binnenstad van Haarlem met de Burgwalbuurt. De Melkbrug werd in 1886 gebouwd naar ontwerp van gemeentearchitect Jacques Leijh en verving een dubbele bascule-brug die op hetzelfde punt was gelegen. De bovenbouw van de Melkbrug werd uitgevoerd door de Maatschappij IJzergieterij Prins van Oranje uit Den Haag. De onderbouw werd door G.P.J. Beccari uit Haarlem uitgevoerd. In de brug zijn stijlelementen uit de neorenaissance toegepast.

Tot het ontwerp van de draaibrug behoorden onder meer ook een houten brugwachtershuisje en oorspronkelijke seintoestellen, maar deze zijn inmiddels vervangen door respectievelijk een nieuw brugwachtershuisje op de vleugelmuur ten zuidwesten van de brug en een moderne seininrichting. Voorts hebben er in de loop der jaren ook andere wijzigingen casu quo moderniseringen aan de brug plaatsgevonden. Zo zijn het onder- en bovendek geheel vernieuwd, is het opzetwerk gedeeltelijk gemoderniseerd en zijn de vier oorspronkelijke afsluithekken vervangen door slagbomen.

In 1971 vond elektrificatie van de brug plaats, hiertoe werden elektromotoren en toebehoren toegevoegd aan de draai-inrichting.

Omschrijving

De circa 22,5 meter lange en 6,70 meter brede Melkbrug is samengesteld uit een bovenbouw en een onderbouw.

Tot de bovenbouw behoren de ijzeren draai-inrichting, de ijzeren brugdrager, het houten onderdek, de houten trottoirdekken, de houten rijvoering en de balustrades met piëdestals en vier lantaarnpalen.

De onderbouw bestaat uit de landhoofden, de vleugelmuren, de grondkeermuren en de pijler waarop de draai-inrichting is geplaatst.

De brug wordt gedragen door drie steunpunten, te weten een middenpijler (draaipijler) en twee landhoofden. Het brugdek verloopt licht bollend.

De draagconstructie van getrokken ijzer bestaat uit zes hoofdliggers, die onderling zijn verbonden door deels open en deels dichte dwarsverbindingen in de vorm van ijzeren kruisramen. De beide langszijden zijn bekleed met gietijzeren versieringsplaten. De brugdrager bestaat uit een spaakconstructie van gietijzer met zes armen. Op de ijzeren draagconstructie is een onderdek aangebracht bestaand uit eikenhouten delen. Daarop zijn een eikenhouten rijvoering en eikenhouten trottoirs gemaakt. Oorspronkelijk was het rijdek geteerd en met fijn gestampte schelpen bestrooid. (Thans is het rijdek met grindasfalt bekleed).

In het midden van het rijdek, ter hoogte van de draai-inrichting, bevindt zich boven de spil het houten luik dat moest worden geopend om de draai-inrichting met een staafvormige sleutel te kunnen bedienen. Tussen het rijdek en de trottoirs zijn twee ijzeren goten aangebracht.

(Bij geopende stand van de brug werd de brug afgesloten door vier hekken; deze zijn inmiddels verwijderd en vervangen door slagbomen.) De twee buitenste liggers van de draagconstructie bestaan ieder uit staande wandplaten. Deze zijn aan de buitenzijde bekleed met zogenaamde gietijzeren versieringsplaten die met elkaar velden vormen. Ter hoogte van de middenpijler is een ijzeren plaat bevestigd met het opschrift: 'Vervaardigd door de/Maatschappij/"IJzergieterij/De Prins van Oranje"/Te 'S Gravenhage A 1886'.

De landhoofden, vleugelmuren en de middenpijler zijn gemetseld in klinkers. De tot aan de vleugels opgehoogde walmuren bestaan uit miskleurige klinkers.

Voor de landhoofden en de vleugelmuren zijn dekbanden, hoekstukken, bekledingsplaten, frontdorpels, dekzerken en dergelijke, uitgevoerd in twee natuursteensoorten, te weten Escauzijnse steen en Noords graniet. De steunpunten van de leuningen rusten in natuurstenen dekzerken.

De draai-inrichting is aangebracht op een achthoekige gemetselde pijler met ijzeren I-balken. De brug wordt bewogen om een smeedijzeren spil die in de stenen middenpijler is geplaatst. De gietijzeren spilhouder is verbonden met de dragende liggers. De spilkop (taats) is van staal. De brugdrager is van gietijzer en heeft een gietijzeren spilkoker.

Het open- en dichtdraaien geschiedt door een in het midden van de brug aangebracht zogeheten windwerk, dat in verbinding staat met een gietijzeren tandring die zich op de draaipijler bevindt. Oorspronkelijk geschiedde de bediening met de hand door middel van een sleutel die via een opening in het brugdek met de draai-inrichting in verbinding werd gebracht. De draai-inrichting is verder samengesteld uit giet- en smeedijzeren onderdelen.

De brug wordt in gesloten stand op de landhoofden door een as met opzetrollen ondersteund. De beweging van deze assen met opzetrollen vindt ter hoogte van de middenpijler plaats door een verticale as met schroef zonder einde die in verbinding staat met een wormrad; de beweging wordt met krukken en stangen naar de as met opzetrollen overgebracht. Het opzettoestel bestaat uit smeed- en gietijzer. Inmiddels is dit deels vervangen en aangepast.

De leuningen lopen door over de landhoofden en de vleugelmuren. Ze zijn van smeed- en gietijzer en vormgegeven in neorenaissancistische stijl. De leuningen zijn samengesteld uit ronde kolommen, een deklat, halfcirkelbogen, spijlen en piëdestals aan de uiteinden van het brugdek.

De kolommen zijn versierd met eromheen gewikkelde ranken en - boven de blokvormige voet - bladmotieven. Tussen de kolommen is een gekoppelde arcade gemaakt van halfcirkelbogen met dunne ronde stijlen, in oorsprong alle bekroond door een eikel.

De leuningen worden aan de uiteinden van de brug afgesloten door vier piëdestals. Op elke piëdestal is een lantaarnpaal geplaatst. De piëdestals zijn achthoekig en hebben afgeschuinde, uitstekende hoeken en zijn voorzien van een rechthoekige vlakverdeling. De lantaarnpalen hebben een naar boven toe versmallende schacht versierd met forse cannelures. Aan de voet van de lantaarnpalen zijn vier leeuwenkoppen aangebracht alsmede een balustervorm met krulmotieven en een rondlopende ring van driekwart bolvormen. De achtkantige roodkoperen lantaarns zijn versierd met zinken ornamenten en smeedijzeren spinnenkoppen.

Aan de bovenzijde van de noordelijke balustrade is een langwerpige ijzeren plaat aangebracht met het naamopschrift 'Melkbrug'. De zuidelijke balustrade is ter hoogte van de draai-inrichting onderbroken door een stalen kast met daarin de elektrische bediening. Links van deze kast bevindt zich de grendel waarmee de brug wordt vastgezet. Nog verder naar links bevindt zich nog de koker waarin de sleutel werd bewaard waarmee de brug oorspronkelijk werd gedraaid. Aan de binnenzijde van de zuidelijke en noordelijke balustrade zijn twee stalen haken bevestigd die oorspronkelijk dienden om reddingshaken te bewaren.

Waardering

De Melkbrug is van algemeen belang wegens bouwhistorische en architectuurhistorische waarde als zijnde een grotendeels gaaf bewaard voorbeeld van een eind negentiende-eeuwse, merendeels uit smeed- en gietijzer opgetrokken, ongelijkarmige draaibrug. Daarnaast is de Melkbrug van algemeen belang wegens bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid, alsmede wegens het materiaalgebruik. Ook is de brug van algemeen belang wegens cultuurhistorische waarde als zijnde een draaibare oeververbinding over het Spaarne, waarmee de eind negentiende-eeuwse ontwikkeling van het verkeersnet in Haarlem en het belang van het Spaarne als scheepvaartroute in die tijd, tot uitdrukking wordt gebracht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Melkbrug, an UNEQUAL-ARM BASCULE BRIDGE, spans the Binnenspaarne, aligned with the length of Hoogstraat and Korte Veerstraat, and connects the inner city of Haarlem with the Burgwalbuurt. The Melkbrug was built in 1886 to a design by municipal architect Jacques Leijh and replaced a double bascule bridge that had stood at the same location. The superstructure of the Melkbrug was executed by the Maatschappij IJzergieterij Prins van Oranje from The Hague. The substructure was executed by G.P.J. Beccari from Haarlem. Stylistic elements from the neo-renaissance have been applied in the bridge.

The design of the bascule bridge included, among other elements, a wooden bridge keeper's house and original signalling apparatus, but these have since been replaced by a new bridge keeper's house on the wing wall to the southwest of the bridge and modern signalling equipment respectively. Furthermore, various other modifications and modernisations to the bridge have taken place over the years. The upper and lower decks have been completely renewed, the superstructure has been partly modernised, and the four original closing gates have been replaced by barriers.

In 1971 the bridge was electrified, for which electric motors and accessories were added to the rotating mechanism.

Description

The Melkbrug, approximately 22.5 metres long and 6.70 metres wide, consists of a superstructure and a substructure.

The superstructure comprises the iron rotating mechanism, the iron bridge girder, the wooden lower deck, the wooden pavement decks, the wooden roadway and the balustrades with pedestals and four lamp posts.

The substructure consists of the abutments, the wing walls, the retaining walls and the pier on which the rotating mechanism is placed.

The bridge is supported by three support points, namely a central pier (rotating pier) and two abutments. The bridge deck runs slightly domed.

The load-bearing structure of wrought iron consists of six main girders, connected to each other by partly open and partly solid cross-connections in the form of iron lattice windows. Both long sides are covered with cast-iron ornamental plates. The bridge girder consists of a spoke construction of cast iron with six arms. On the iron load-bearing structure a lower deck has been installed consisting of oak wood sections. On this, an oak wood roadway and oak wood pavements have been constructed. Originally the roadway was tarred and strewn with finely compacted shells. (Currently the roadway is covered with gravel asphalt).

In the middle of the roadway, at the level of the rotating mechanism, above the pivot is the wooden hatch that had to be opened to operate the rotating mechanism with a rod-shaped key. Between the roadway and the pavements two iron gutters have been installed.

(When the bridge was in the open position it was closed off by four gates; these have since been removed and replaced by barriers.) The two outer girders of the load-bearing structure each consist of standing wall plates. These are covered on the outside with so-called cast-iron ornamental plates which form fields with each other. At the level of the central pier an iron plate has been fixed with the inscription: 'Manufactured by the/Maatschappij/"IJzergieterij/De Prins van Oranje"/At The Hague A 1886'.

The abutments, wing walls and the central pier are laid in brick. The parapet walls, raised to the level of the wings, consist of off-coloured bricks.

For the abutments and wing walls, coping bands, corner pieces, facing plates, front sills, coping stones and the like have been executed in two types of natural stone, namely Escauzijnse stone and Nordic granite. The bearing points of the railings rest in natural stone coping stones.

The rotating mechanism is installed on an octagonal bricked pier with iron I-beams. The bridge rotates around a wrought-iron pivot that is placed in the stone central pier. The cast-iron pivot holder is connected to the supporting girders. The pivot head (taat) is of steel. The bridge girder is of cast iron and has a cast-iron pivot sleeve.

The opening and closing is accomplished by a so-called winding mechanism installed in the middle of the bridge, which is in connection with a cast-iron cogwheel located on the rotating pier. Originally the operation was done manually by means of a key that was connected to the rotating mechanism via an opening in the bridge deck. The rotating mechanism is further composed of cast- and wrought-iron components.

The bridge is supported in the closed position on the abutments by an axle with lifting rollers. The movement of these axles with lifting rollers takes place at the level of the central pier by a vertical axle with endless screw which is in connection with a worm gear; the movement is transferred to the axle with lifting rollers by means of cranks and rods. The lifting device consists of wrought- and cast iron. This has meanwhile been partly replaced and adapted.

The railings run continuously over the abutments and wing walls. They are of wrought- and cast iron and styled in neo-renaissance manner. The railings are composed of round columns, a coping rail, semicircular arches, balusters and pedestals at the ends of the bridge deck.

The columns are decorated with tendrils wound around them and - above the block-shaped base - leaf motifs. Between the columns a coupled arcade has been created from semicircular arches with thin round uprights, originally all crowned by an acorn.

The railings are terminated at the ends of the bridge by four pedestals. On each pedestal a lamp post is placed. The pedestals are octagonal and have bevelled, projecting corners and are provided with a rectangular field division. The lamp posts have a shaft that tapers towards the top, decorated with strong fluting. At the base of the lamp posts are four lion heads as well as a baluster shape with curl motifs and a continuous ring of three-quarter spherical shapes. The octagonal copper lamp housings are decorated with zinc ornaments and wrought-iron spider heads.

On the top of the northern balustrade an oblong iron plate has been attached with the name inscription 'Melkbrug'. The southern balustrade is interrupted at the level of the rotating mechanism by a steel cabinet containing the electrical control system. To the left of this cabinet is the bolt with which the bridge is secured. Further to the left there is still the tube in which the key was kept with which the bridge was originally rotated. On the inside of the southern and northern balustrades two steel hooks are attached which originally served to store rescue hooks.

Valuation

The Melkbrug is of general importance for its architectural and structural history value as being a largely intact example of a late 19th-century bascule bridge, mostly constructed of wrought- and cast iron. In addition, the Melkbrug is of general importance for its structural, typological and functional rarity, as well as for the use of materials. The bridge is also of general importance for its cultural-historical value as a rotating river connection over the Spaarne, through which the late 19th-century development of the traffic network in Haarlem and the importance of the Spaarne as a shipping route at that time are expressed.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map