TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Catharijnebrug

Haarlem, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Brug
Function
Verkeersbrug
Category
onroerend gebouwd
Built
1902 - 1903
Address
Koudenhorn bij 51, Centrum Haarlem
Place
Haarlem
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.38291, 4.64302
Monument number
513353

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De Catharijnebrug, een GELIJKARMIGE DRAAIBRUG, ligt over het Binnenspaarne en verbindt, in het verlengde van de Harmenjansweg, de oevers van de Koudenhorn en de Scheepmakersdijk. De Catharijnebrug werd in 1902-1903 gebouwd naar ontwerp van gemeentearchitect Jacques Leijh en verving de verouderde Catharijne- of Hoogebrug, die iets noordelijker was gesitueerd.

De bouw van een nieuwe Catharijnebrug had te maken met de totstandkoming van de gemeentelijke 'Lichtfabrieken', het latere GEB, in de Veerpolder. De ontwikkeling van dit industriegebied maakte de aanleg van een kortere verbinding met de binnenstad noodzakelijk.

De bovenbouw van de Catharijnebrug werd uitgevoerd door de Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij uit Leiden. De onderbouw werd door B. Zuithof & Zonen uit Haarlem uitgevoerd. In de brug zijn stijlelementen uit de neo-Renaissance toegepast. Tot het oorspronkelijke ontwerp van de brug behoort ook het houten brugwachtershuisje.

De draaibrug is in de loop der jaren op sommige punten gemoderniseerd c.q. gewijzigd. Zo zijn onder meer het onder- en bovendek geheel vernieuwd, het opzetwerk gedeeltelijk gemoderniseerd, de dubbele afsluithekken vervangen door automatische slagbomen, de oorspronkelijke lantaarnpalen vervangen door lichtmasten en de seinborden vervangen door moderne seinlichten. In 1933 werd de brug geëlectrificeerd, hiertoe werden electromotoren en toebehoren toegevoegd aan de draaiinrichting.

N.B. De moderne toevoegingen als de automatische slagbomen, de lichtmasten, de seinlichten en dergelijke, vallen buiten de bescherming.

Omschrijving

De circa 28,26 meter lange en 10,10 meter brede Catharijnebrug is samengesteld uit een bovenbouw en een onderbouw.

Tot de bovenbouw behoren de ijzeren draaiinrichting, de ijzeren brugdrager, het houten onderdek, de houten trottoirdekken, de houten rijvoering en de brugleuningen met piedestals.

De onderbouw bestaat uit de landhoofden, de vleugelmuren, de grondkeermuren en de pijler waarop de draaiinrichting is geplaatst. Het apart staande houten brugwachtershuisje werd eveneens gebouwd door de aannemer van de onderbouw.

De constructie van de brug bestaat uit langs- en dwarsliggers van gietijzer en staal. Daarboven ligt een onderdek dat is samengesteld uit eikehouten delen; de trottoirs zijn eveneens van eikehout. Het ruim zeven meter brede rijdek was oorspronkelijk bekleed met een rijvoering van teakhouten blokjes. (Tegenwoordig is dit geheel gemoderniseerd.) Tussen rijdek en trottoirs zijn twee ijzeren goten aangebracht.

De twee buitenste liggers van de draagconstructie zijn aan de buitenzijde bekleed met gietijzeren versieringsplaten die met elkaar acht velden vormen. In de middelste twee velden zijn aan iedere zijde twee ijzeren borden bevestigd met respectievelijk het opschrift: 'Gemeente Haarlem/Anno 1902', en 'Kon. Ned. Grofsmederij/Leiden'.

De draaipijler, de landhoofden en de vleugelmuren zijn gemetseld in miskleurige en grijze klinkers. De grondkeermuren bestaan uit miskleurige klinkers en rollagen van grijze klinkers.

De landhoofden en de vleugelmuren zijn bekleed met natuurstenen dekzerken. De trottoirs bij het brugdek hebben eveneens een natuurstenen bekleding. De landhoofden, de vleugelmuren, de draaipijler en de plinten aan de waterlijn zijn voorzien van blokken en banden van Duits Graniet. De hoeken van de landhoofden zijn gedecoreerd met 'alla rustica' aangebrachte natuurstenen blokken.

Oorspronkelijk waren de opritten en de vleugelmuren bestraat met keien.

De ronde draaiinrichting is op een gemetselde, ovaalvormige pijler aangebracht die geplaatst is in de lengterichting van de rivier. De ronde brugdrager is van gietijzer. De draaiinrichting bestaat uit een verticale smeedijzeren koningsspil die aan de draaipijler is bevestigd, een gietijzeren spilhouder in de middenpijler en een gietijzeren rolring met tandreep. De bediening geschiedde oorspronkelijk met de hand vanaf de brug door middel van een zogeheten 'sleutel'. Dit was een stalen staaf die door een opening in het brugdek met de draaiinrichting in verbinding kon worden gebracht. Om de druk van de brug op te kunnen vangen zijn op de beide landhoofden gietijzeren stootplaten aangebracht, alsmede ijzeren kussens voor het opzetwerk.

De leuningen zijn doorgetrokken over de landhoofden en de vleugelmuren. Ze zijn gemaakt van smeed- en gietijzer en zijn vormgegeven in neo-renaissancistische stijl. Elke leuning is samengesteld uit ronde kolommen, een leuning, halfcirkelbogen, spijlen en piedestals aan de uiteinden. De kolommen zijn versierd met eromheen gewikkelde ranken en - boven de blokvormige voet - met bladmotieven. Tussen de kolommen is een gekoppelde arcade gemaakt met dunne ronde spijlen, in oorsprong alle bekroond door een eikel. De twee leuningen van het oostelijke landhoofd zijn doorgetrokken tot aan de belendende huizen. Ter hoogte van de Scheepmakersdijk is aan de zuidkant een trap met leuningen naar beneden gemaakt. De leuningen worden aan de uiteinden van de brug afgesloten door piedestals. (Oorspronkelijk stonden er op de achthoekige piedestals die het brugdek markeren lantaarnpalen met een koperen lantaarn). De achthoekige piedestals hebben afgeschuinde, uitstekende hoeken en zijn voorzien van een rechthoekige vlakverdeling. De overige piedestals zijn vierhoekig en hebben afgeschuinde hoeken en een rechthoekige vlakverdeling.

De leuningen van de landhoofden worden ingeleid met iets eenvoudiger vormgegeven vierhoekige piedestals, die eveneens afgeschuinde hoeken en een rechthoekige vlakverdeling hebben.

Aan de bovenzijde van de noordelijke brugleuning is een langwerpige ijzeren naamplaat aangebracht met het opschrift 'Catharijnebrug'. De zuidelijke brugleuning wordt ter hoogte van de draaiinrichting onderbroken door een stalen kast met daarin de elektrische bediening. Links van deze kast bevindt zich nog de originele grendel waarmee de brug wordt vastgezet; de grendel steekt in een stalen koker.

Het brugwachtershuisje staat aan de oever van de Koudenhorn en hangt gedeeltelijk over het water op achthoekige grondvlak, met aan de waterkant ramen in alle hoeken. Aan de Koudenhorn is een rechthoekige uitbouw.

Het raamwerk (stijlen en regels) bestaat uit grenehout. De buitenwanden zijn beschoten met grenen schroten, de binnenwanden en het plafond met vuren schroten. Het huisje wordt afgedekt met een overstekend tentdak bekleed met zink. De ramen hebben hun oorspronkelijke indeling behouden, die bestaat uit horizontale roeden; de ramen hebben luiken die wit zijn geschilderd. Aan de kant van de Koudenhorn bevindt zich de deur.

Tot de oorspronkelijke inrichting behoren een privaat, een kast met onder meer kapstokken en een afsluitbare kist voor brandstoffen en zand.

Waardering

De Catharijnebrug is van algemeen belang wegens bouwhistorische en architectuur-historische waarde als zijnde een grotendeels gaaf bewaard voorbeeld van een begin 20ste-eeuwse, merendeels uit smeed- en gietijzer opgetrokken, gelijkarmige draaibrug.

Daarnaast is de Catharijnebrug van algemeen belang wegens bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid, alsmede het materiaalgebruik. Ook is de brug van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als zijnde een draaibare oeververbinding over het Spaarne, waarmee de begin 20ste-eeuwse ontwikkeling van het verkeersnet in Haarlem en het belang van het Spaarne als scheepvaartroute in die tijd, tot uitdrukking wordt gebracht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The Catharijnebrug, an EQUAL-ARMED SWING BRIDGE, lies over the Binnenspaarne and connects, in the continuation of the Harmenjansweg, the banks of the Koudenhorn and the Scheepmakersdijk. The Catharijnebrug was built in 1902-1903 according to the design of municipal architect Jacques Leijh and replaced the obsolete Catharijne or Hoogebrug, which was situated somewhat further north.

The construction of a new Catharijnebrug was connected to the establishment of the municipal 'Lichtfabrieken', the later GEB, in the Veerpolder. The development of this industrial area made the construction of a shorter connection with the city centre necessary.

The superstructure of the Catharijnebrug was executed by the Koninklijke Nederlandsche Grofsmederij from Leiden. The substructure was executed by B. Zuithof & Zonen from Haarlem. Neo-Renaissance style elements were applied in the bridge. The original design of the bridge also includes the wooden bridge keeper's cottage.

The swing bridge has been modernised and altered in several respects over the years. Among other things, the lower and upper deck have been entirely renewed, the parapet work partly modernised, the double closing gates replaced by automatic boom gates, the original lamp posts replaced by light masts and the signal boards replaced by modern signal lights. In 1933 the bridge was electrified, for which electric motors and accessories were added to the swing mechanism.

N.B. The modern additions such as the automatic boom gates, the light masts, the signal lights and the like, fall outside the protection.

Description

The Catharijnebrug, approximately 28.26 metres long and 10.10 metres wide, is composed of a superstructure and a substructure.

The superstructure includes the iron swing mechanism, the iron bridge girder, the wooden lower deck, the wooden footway decks, the wooden road surface and the bridge railings with pedestals.

The substructure consists of the abutments, the wing walls, the retaining walls and the pier on which the swing mechanism is placed. The separate standing wooden bridge keeper's cottage was also built by the contractor of the substructure.

The construction of the bridge consists of longitudinal and transverse beams of cast iron and steel. Above these lies a lower deck composed of oak timber sections; the footways are also of oak. The roughly seven-metre-wide roadway was originally surfaced with a road surface of teak wooden blocks. (Nowadays this has been entirely modernised.) Two iron gutters are fitted between the roadway and the footways.

The two outer girders of the supporting structure are clad on the outside with cast-iron ornamental plates which together form eight fields. In the middle two fields are two iron boards attached on each side respectively inscribed: 'Gemeente Haarlem/Anno 1902', and 'Kon. Ned. Grofsmederij/Leiden'.

The swing pier, the abutments and the wing walls are built with mixed-colour and grey clinker bricks. The retaining walls consist of mixed-colour clinker bricks and courses of grey clinker bricks.

The abutments and the wing walls are clad with natural stone coping stones. The footways at the bridge deck also have a natural stone cladding. The abutments, the wing walls, the swing pier and the plinths at the waterline are provided with blocks and bands of German granite. The corners of the abutments are decorated with natural stone blocks applied 'alla rustica'.

Originally the approaches and the wing walls were paved with stones.

The round swing mechanism is mounted on a masoned, oval-shaped pier which is placed in the longitudinal direction of the river. The round bridge girder is of cast iron. The swing mechanism consists of a vertical wrought-iron main spindle which is attached to the swing pier, a cast-iron spindle holder in the centre pier and a cast-iron rolling ring with gear ring. The operation was originally carried out by hand from the bridge by means of a so-called 'key'. This was a steel rod which could be connected to the swing mechanism through an opening in the bridge deck. To absorb the pressure of the bridge, cast-iron thrust plates are mounted on both abutments, as well as iron cushions for the parapet work.

The railings are carried over the abutments and the wing walls. They are made of wrought and cast iron and are designed in neo-Renaissance style. Each railing is composed of round columns, a railing, semicircular arches, spindles and pedestals at the ends. The columns are decorated with scrolls wound around them and – above the block-shaped base – with leaf motifs. Between the columns a coupled arcade is created with thin round spindles, originally all crowned by an acorn. The two railings of the eastern abutment are carried through to the adjoining houses. At the level of the Scheepmakersdijk a staircase with railings is constructed downwards on the south side. The railings are terminated at the ends of the bridge by pedestals. (Originally there stood on the octagonal pedestals marking the bridge deck lamp posts with a copper lantern). The octagonal pedestals have bevelled, projecting corners and are provided with a rectangular field division. The remaining pedestals are four-sided and have bevelled corners and a rectangular field division.

The railings of the abutments are introduced with four-sided pedestals of somewhat simpler design, which also have bevelled corners and a rectangular field division.

On the top of the northern bridge railing an elongated iron nameplate is mounted with the inscription 'Catharijnebrug'. The southern bridge railing is interrupted at the level of the swing mechanism by a steel cabinet containing the electrical control. To the left of this cabinet is still the original bolt with which the bridge is locked; the bolt protrudes into a steel tube.

The bridge keeper's cottage stands on the bank of the Koudenhorn and partially hangs over the water on an octagonal ground plan, with windows in all corners on the water side. On the Koudenhorn is a rectangular extension.

The framework (uprights and rails) consists of pine wood. The outer walls are boarded with pine planks, the inner walls and the ceiling with spruce planks. The cottage is covered with an overhanging tent roof clad with zinc. The windows have retained their original arrangement, which consists of horizontal muntins; the windows have shutters which are painted white. On the side of the Koudenhorn is the door.

Among the original fixtures are a privy, a cupboard with among other things coat hooks and a lockable chest for fuel and sand.

Valuation

The Catharijnebrug is of general importance due to its building historical and architectural historical value as being a largely well-preserved example of an early 20th-century, mostly wrought and cast-iron constructed, equal-armed swing bridge.

Furthermore, the Catharijnebrug is of general importance due to its construction technical, typological and functional rarity, as well as the use of materials. The bridge is also of general importance due to its cultural historical value as being a swingable river connection over the Spaarne, which expresses the early 20th-century development of the traffic network in Haarlem and the importance of the Spaarne as a shipping route at that time.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map