TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Karekiet

Laag-Keppel, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1928
Address
Rijksweg 118, 6998 AK Laag-Keppel (Bronckhorst 25)
Place
Laag-Keppel
Municipality
Bronckhorst
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.99618, 6.22393
Monument number
512161

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1928 map "Bl. 20 Zutphen, 1928" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA, "De Karekiet", gebouwd in 1928 in een heroriëntatie-stijl die is geënt op traditionele wijze toegepaste stijlmotieven, maar die ook moderne uitingen overneemt. De ingangspartij heeft reminiscenties aan de Amsterdamse School, terwijl de schoorstenen met het 'board en batten'-motief invloeden van de Nieuwe Haagse School bezit.

De vrijstaande villa is gelegen ten zuiden van het centrum van Laag Keppel en van de Rijksweg, die van Doesburg naar Doetinchem loopt en waardoor ze met een arm van de Oude IJssel wordt ingesloten. De villa is door een tuin met oude bomen omsloten. De tuinaanleg aan de voorzijde van de woning heeft plaats moeten maken voor bestrating en een later gebouwde, niet voor bescherming in aanmerking komende garage. Door een (modern) hek, voorzien van een motief van zonnestralen wordt de ingang afgesloten. Aan de rechterzijde van het huis grenst de tuin aan de eerder genoemde riviertak. De struiken aan de straatzijde onttrekken een deel van de linker zijgevel van de villa aan het zicht.

Omschrijving

De villa bezit een samengestelde plattegrond, is opgetrokken in rode tras en gele baksteen (Noors verband) en telt in de hoofdmassa twee bouwlagen en een zolderverdieping. Tussen de begane grond en verdieping geven muurankers het vloerniveau aan. Het merendeel van de gevels is symmetrisch ingedeeld en bevatten meerruits beluikte ramen. Het schilddak is met geglazuurde gesmoorde verbeterde Hollandse pan gedekt. De nokas die haaks op de Rijksweg is gesitueerd, wordt op de uiteinden door een piron bekroond. De uitbouw aan de zuidzijde die door een zadeldak wordt gedekt, bezit één bouwlaag en een zolderverdieping. In de dakvlakken komen diverse aankappingen van dakkapellen voor. Twee schoorstenen zijn noordelijk en zuidelijk in het dakvlak van de hoofdmassa geplaatst. Van de noordzijde (straatzijde) is het rookkanaal deels uitgemetseld. De ruim overkragende daklijsten dragen een zinken bakgoot.

De VOORGEVEL is van de straatzijde afgekeerd en wordt door een eenlaags middenrisaliet met hoge topgevel bepaald. Het ter hoogte van de verdieping oprijzende zadeldak is deels in het hoger gelegen dakvlak van de hoofmassa aangekapt. De deurpartij is via een brede halfronde, uit bakstenen opgetrokken trap met vier treden bereikbaar en geeft aan de entree een voornaam voorkomen. Het bordes is in visgraatmotief gelegd. De paneeldeur is ten opzichte van de gevel teruggeplaatst. De deur wordt door een trapsgewijs, viermaal verspringende dagkant omsloten waarbij de dagkant zich boven ononderbroken als halfronde boog de vorm van de deur herhaalt. In het midden van de deur zijn onder elkaar drie kleine ruitjes geplaatst die door ijzeren roostertjes worden afgeschermd. In de bovenste spiegel zijn de planken in visgraatmotief aangebracht overeenkomstig het metselverband in het bordes. De spiegel boven de weldorpel bestaat uit verticaal geplaatste planken. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito onderdorpel. Ter weerszijden van de deur is een houten omlijsting aangebracht waarin een verticaal gedeeld klapraampje is opgenomen dat wordt geflankeerd door twee verdiepte velden waarin twee onder elkaar met de punt naar beneden wijzende driehoeken zijn geplaatst. Deze omlijsting, die is gevat tussen twee rollagen zet zich in de zijgevels van het risaliet voort en wordt boven afgesloten door een uitgemetselde streklaag die ook de vorm van de boog boven de deur volgt. Hierboven is in metalen belettering de naam van de villa aangebracht: "Karekiet". De geveltop van de van een windveer en subtiel gesneden afdeklat voorziene risaliet bezit een groot venster met gekoppeld vier smalle glas-in-loodramen, is met verticale planken beschoten. Onderaan steken ter weerszijden van het laag geplaatste raam om en om afgeronde kopse zijden van vermoedelijk vloerdelen uit de gevel. Boven het venster wordt dit motief herhaald. Zoals eerder vermeld wordt het risaliet gedekt door een zadeldak. In het dakvlak is in iedere zijde een kleine platgedekte dakkapel met enkelruits klapraam geplaatst. De afwatering van het dak wordt verzorgd door een bakgoot die in de voorzijde van het risaliet is omgehoekt en uitkomt onder de beschoten topgevel. Het linker- en rechtergedeelte van de voorgevel is identiek en bestaat uit in de eerste bouwlaag een kruiskozijn met 2x2 ruits bovenlichten en 2x3 ruits draairamen. In de verdieping komen twee gekoppelde acht-ruits (2x4) draairamen voor. De ramen rusten op houten lekdorpels en worden behoudens die in de verdieping, boven afgesloten door een rollaag onder een uitgemetselde streklaag. De vensters zijn boven een rollaag geplaatst.

Twee dakkapellen zijn symmetrisch in het dakvlak geplaatst en bezitten 3x2-ruits draairamen tussen verdiepte velden met onder het zadeldak een met verticale planken beschoten top.

In de LINKER ZIJGEVEL domineert het uitgemetselde rookkanaal. In de eerste bouwlaag komt ter weerszijden een negenruits (3x3) schuifraam en 3x2-ruits bovenlicht voor. Tegen het rookkanaal is aan beide zijden een uitbouw aanwezig, gedekt door een lessenaarsdak voorzien van windveer en gesneden afdeklat, tegen het rookkanaal aan. De twee delen vormen samen een soortgelijke topgevel als in de voorgevel, maar steunt op een steens streklaag. In de naar de straatzijde gekeerde zijde komt een overeenkomstige omlijsting van het door een horizontale roede gedeeld vast raampje voor, maar nu geflankeerd door vier kleinere onder elkaar geplaatste driehoeken in een verdiept veld, dan in de deurpartij in de voorgevel. In de zijkanten van het uitbouwsel die recht op de gevel staan is een klein identiek gedeeld draairaampje geplaatst. In de verdieping zijn op de hoeken van de gevel twee 12-ruits schuiframen 3x(2+3) geplaatst; in het midden komen twee smalle rechthoekige ramen (1x3) voor.

De ACHTERGEVEL bezit een driezijdige houten erker op een breed met zwart-wit tegels belegd bordes dat vanuit de tuin bereikbaar is via drie gemetselde treden. Het kozijn van de erker rust op hardstenen neuten en dito onderdorpels. In de voorzijde bevinden zich dubbele tuindeuren met vier onder elkaar geplaatste ruiten waarvan het bovenste ruitje is voorzien van een roedeverdeling in v-vorm. In de binnenhoek daarvan is een ruitvormig ornament geplaatst. De flankerende ramen bevatten 2x4-ruitsindelingen die vervolgens per stel in iedere zijde van de erker voorkomen. Deze telt in de voorzijde vier en per zijde twee bovenlichten die van een roede-indeling zijn voorzien waarbij een ruitvorm vanuit de hoeken door vier korte armen in het midden van het vlak wordt gehouden. Alleen de twee bovenlichten die grenzen aan de gevel zijn uitgevoerd als valraampjes. Het bovengelegen balkon wordt door een houten met drielaags planken-borstwering begrensd. De bovenzijde bestaat uit een dekplaats die met liggende gedrukte ruitvormen is opengewerkt. De dubbele balkondeuren zijn op een verticale roedeverdeling in de onderste drie ruiten gelijk aan de deuren die zijn beschreven in de erker en tellen dus per deur 2x3 ruiten en het met een v-roede voorziene bovenste ruitje. De ramen links en rechts bestaan uit 2x4 ruiten.

De ramen in de achtergevel zijn alle identiek aan het type in de voorgevel. Boven de balkondeuren is een brede dakkapel aangebracht die drie gekoppelde ramen bezit met elk 2x3 ruiten en verder identiek is aan de dakkapel in de voorgevel. De RECHTER ZIJGEVEL van de hoofdmassa bezit op de begane grond een 15-ruits schuifraam 3x(2+3) en in de verdieping een 3x4-ruits draairaam. In het dakvlak komt een nagenoeg identieke dakkapel voor als hiervoor beschreven maar bevat in plaats van drie, twee gekoppelde ramen. Daarnaast ontbreekt de gesneden afdeklat naast de windveer.

De rechter zijgevel van de hoofdmassa wordt merendeels in beslag genomen door een uitbouw met zadeldak waarvan de met verticale planken beschoten topgevel in het midden een gekoppeld (niet meer oorspronkelijk) draairaam bevat en verder in detaillering gelijkenis vertoont met de topgevel in de voorgevel. De eerste bouwlaag bevat vier gekoppelde 2x2 ruits ramen boven het hoge trasraam waarin zich ook de twee kelderramen (2x2-ruits als klapraam uitgevoerd) bevinden.

In het midden van de linkerzijde van de uitbouw is enkel een (moderne) halfrond afgesloten deur geplaatst waarvan de twee helften onafhankelijk van elkaar scharnieren. Beide delen zijn van een weldorpel voorzien. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel en bevat op 3/4 hoogte in de dagkant een soort console. De zwikken zijn als verdiepte velden uitgewerkt. Het rechthoekige bovenlicht, met gietijzeren profilering bestaat uit twee ten opzichte van elkaar omgekeerde v-vormen waarvan de benen vanuit het midden van de boven- en onderkant van het kozijn in gebogen lijn naar de overliggende hoeken reiken.

De rechterzijde van de uitbouw is blind uitgevoerd. In het bovenliggende dakvlak komt een platgedekte dakkapel voor, met twee 2x2-ruits draairaampjes, die tegen de rechtergevel van de hoofdmassa is geschoven.

Het INTERIEUR is in onderdelen redelijk gaaf bewaard gebleven. In de zwart-wit betegelde hal is een rijk uitgewerkte trap met trappalen en balusters aanwezig. De paneeldeuren en zwaar uitgevoerde kozijnen verkeren in goede en veelal in oorspronkelijke staat. Alleen de tuinkamer is voorzien van een geornamenteerd stucplafond met perklijst; de overige kamers bezitten hardboard-plafonds die door latwerk zijn onderverdeeld en uit de bouwtijd dateren. Dubbele schuifdeuren met 4x4 ruiten en smalle zijlichten zijn aanwezig tussen tuin- en woonkamer en tussen tuin- en z.g. herenkamer. In de herenkamer is de in klassieke vormentaal uitgevoerde wandkast bewaard gebleven alsook de houtenvloer en de deuromlijsting die alle in dezelfde houtsoort zijn uitgevoerd. In de dienstkeuken zijn enkele wijzigingen aangebracht. In de plaats van een doorgeefluik naar de tuinkamer is o.a. een deur aangebracht. In deze keuken is dezelfde geblokte vloer aanwezig als in de hal, toilet en tuinbordes. Daarnaast is van bijzondere waarde de oude centrale verwarmingsradiator waarin een kastje is gevat ten behoeven van het opwarmen van de eettafelborden.

Waardering

Villa gebouwd in 1928 in heroriëntatie-stijl.

- Van architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een villa uit de eerste helft van de 20ste eeuw in heroriëntatie-stijl. Deze grijpt terug op traditionele stijlen, maar neemt ook moderne uitingen over. Het pand bezit een redelijk gaaf bewaard interieur met diverse waardevolle onderdelen zoals onder meer een geornamenteerd stucplafond, een rijk uitgevoerde 'herenkamer' en in de verwarmingsradiator met kastje ten behoeve van het opwarmen van eettafelborden bezit de villa een zeldzaam interieur-onderdeel.

- Van stedenbouwkundige waarde als voorbeeld van een pand dat deel uitmaakt van een reeks karakteristieke villa's in het deel van de Rijksweg langs Laag Keppel. Als zodanig bezit de villa ensemblewaarde en speelt deze als het meest gave voorbeeld van de reeks (kleinere) villa's een belangrijke rol in het aanzicht van het dorp Laag Keppel.

- Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van een ontwikkeling op het gebied van de huisvesting van kapitaalkrachtige elite die zich in de eerste helft van de 20ste eeuw aan de rand van Laag-Keppel vestigde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA, "De Karekiet", built in 1928 in a re-orientation style that is grafted onto traditionally applied style motifs, but which also adopts modern expressions. The entrance section has reminiscences of the Amsterdam School, while the chimneys with the 'board and batten' motif possess influences of the New Hague School.

The detached villa is located south of the centre of Laag Keppel and of the Rijksweg, which runs from Doesburg to Doetinchem and by which it is enclosed with an arm of the Oude IJssel. The villa is enclosed by a garden with old trees. The garden layout at the front of the dwelling has had to make way for paving and a later built garage not considered for protection. By a (modern) gate, provided with a motif of sun rays, the entrance is closed off. On the right side of the house, the garden borders the aforementioned river branch. The shrubs on the street side hide part of the left side facade of the villa from view.

Description

The villa has a complex floor plan, is constructed in red travertine and yellow brick (Norwegian bond) and has two storeys and an attic floor in the main body. Between the ground floor and upper storey, wall anchors indicate the floor level. Most of the facades are symmetrically arranged and contain multi-pane shuttered windows. The hipped roof is covered with glazed smoked improved Dutch tile. The roof ridge, which is situated at right angles to the Rijksweg, is crowned at the ends by a pineapple finial. The extension on the south side, which is covered by a gabled roof, has one storey and an attic floor. In the roof planes there are various roof dormers cut into them. Two chimneys are placed north and south in the roof plane of the main body. From the north side (street side), the flue is partly built out. The generously overhanging eaves carry a zinc gutter.

The FRONT FACADE is turned away from the street side and is determined by a single-storey central risalit with high gable. The gabled roof rising at the height of the upper storey is partly cut into the higher-lying roof plane of the main body. The door section is accessible via a broad semicircular brick-built steps with four treads and gives the entrance a dignified appearance. The landing is laid in a herringbone pattern. The panelled door is set back with respect to the facade. The door is enclosed by a stepped frame, four times offset, whereby the frame above continuously repeats the form of the door as a semicircular arch. In the middle of the door, three small panes are placed one above the other which are screened by iron grilles. In the upper panel, the boards are arranged in herringbone pattern in accordance with the brick bond in the landing. The panel above the threshold consists of vertically placed boards. The door frame rests on hardstone ashlar and likewise threshold. On either side of the door is a wooden frame into which a vertically divided hinged window is incorporated, flanked by two recessed fields in which two downward-pointing triangles are placed one above the other. This frame, which is set between two roll mouldings, continues in the side facades of the risalit and is closed above by a built-out course which also follows the form of the arch above the door. Above this, the name of the villa is placed in metal lettering: "Karekiet". The gable top of the risalit, which is provided with a weathervane and subtly carved capping board, possesses a large window with coupled four narrow leaded-light windows, is clad with vertical boards. At the bottom, on either side of the low-placed window, rounded end grain sides of presumably floor boards project alternately from the facade. Above the window this motif is repeated. As mentioned earlier, the risalit is covered by a gabled roof. In each side of the roof plane, a small flat-roofed roof dormer with single-pane hinged window is placed. The drainage of the roof is handled by a gutter which is bent in the front of the risalit and emerges under the clad gable top. The left and right section of the front facade are identical and consist in the first storey of a cross window with 2x2-pane fanlights and 2x3-pane casement windows. On the upper storey, two coupled eight-pane (2x4) casement windows are found. The windows rest on wooden sills and are closed above, except those on the upper storey, by a roll moulding under a built-out course. The windows are placed above a roll moulding.

Two roof dormers are placed symmetrically in the roof plane and possess 3x2-pane casement windows between recessed fields with, under the gabled roof, a top clad with vertical boards.

In the LEFT SIDE FACADE, the built-out flue dominates. In the first storey, on either side, a nine-pane (3x3) sash window and 3x2-pane fanlight are found. Against the flue, there is an extension on both sides, covered by a lean-to roof provided with a weathervane and carved capping board, against the flue. The two parts together form a similar gable top as in the front facade, but rests on a brick course. In the side facing the street, a similar frame appears of the fixed window divided by a horizontal glazing bar, but now flanked by four smaller downward-pointing triangles placed one above the other in a recessed field, than in the door section in the front facade. In the sides of the extension which stand at right angles to the facade, a small identical divided casement window is placed. On the upper storey, on the corners of the facade, two 12-pane sash windows 3x(2+3) are placed; in the middle, two narrow rectangular windows (1x3) are found.

The REAR FACADE has a three-sided wooden bay window on a broad landing paved with black-white tiles that is accessible from the garden via three brick steps. The frame of the bay window rests on hardstone ashlar and likewise thresholds. In the front are double French doors with four panes placed one above the other, of which the uppermost pane is provided with a v-shaped glazing bar division. A diamond-shaped ornament is placed in the inner corner thereof. The flanking windows contain 2x4-pane divisions which then occur per set on each side of the bay window. This has four fanlights in the front and two per side which are provided with a bar division whereby a diamond form from the corners is held by four short arms in the middle of the pane. Only the two fanlights that border the facade are executed as top-hinged windows. The overlying balcony is bordered by a wooden balustrade with three-layer boards. The upper side consists of a coping which is perforated with recumbent pressed diamond forms. The double balcony doors have on a vertical glazing bar division in the lowest three panes equal to the doors described in the bay window and thus contain 2x3 panes per door and the uppermost pane provided with a v-bar. The windows left and right consist of 2x4 panes.

The windows in the rear facade are all identical to the type in the front facade. Above the balcony doors, a broad roof dormer is attached which possesses three coupled windows with each 2x3 panes and is otherwise identical to the dormer in the front facade. The RIGHT SIDE FACADE of the main body has on the ground floor a 15-pane sash window 3x(2+3) and on the upper storey a 3x4-pane casement window. In the roof plane, there is an almost identical roof dormer as described above but contains, instead of three, two coupled windows. Furthermore, the carved capping board is absent beside the weathervane.

The right side facade of the main body is mostly occupied by an extension with gabled roof, of which the gable clad with vertical boards contains in the middle a coupled (no longer original) casement window and otherwise shows similarity in detailing with the gable in the front facade. The first storey contains four coupled 2x2-pane windows above the high travertine window in which the two basement windows (2x2-pane executed as hinged window) are also located.

In the middle of the left side of the extension, only a (modern) semicircular-ended door is placed, of which the two halves hinge independently of each other. Both parts are provided with a threshold. The door frame rests on hardstone ashlar and likewise sill and contains on 3/4 height in the jamb a sort of console. The soffits are executed as recessed fields. The rectangular fanlight, with cast-iron profiling, consists of two v-shapes inverted to each other, of which the legs reach from the middle of the top and bottom of the frame in a curved line to the opposite corners.

The right side of the extension is executed blind. In the overlying roof plane, there is a flat-roofed roof dormer with two 2x2-pane casement windows, which is placed against the right facade of the main body.

The INTERIOR has been reasonably well preserved in parts. In the black-white tiled hall is a richly executed staircase with newels and balusters. The panelled doors and heavily executed frames are in good and mostly in original condition. Only the garden room is provided with an ornamented stucco ceiling with cornice; the remaining rooms have hardboard ceilings which are subdivided by latticework and date from the period of construction. Double sliding doors with 4x4 panes and narrow side lights are present between garden room and living room and between garden room and so-called gentleman's room. In the gentleman's room, the wall cabinet executed in classical form language has been preserved, as have the wooden floor and door frame, which are all executed in the same wood species. Some changes have been made in the service kitchen. In place of a serving hatch to the garden room, a door has been installed. In this kitchen, the same chequered floor is present as in the hall, toilet and garden terrace. Furthermore, of special value is the old central heating radiator in which a cupboard is fitted for the purpose of warming dinner plates.

Valuation

Villa built in 1928 in re-orientation style.

- Of architectural historical value as a good example of a villa from the first half of the 20th century in re-orientation style. This harks back to traditional styles but also adopts modern expressions. The building possesses a reasonably well-preserved interior with various valuable components such as an ornamented stucco ceiling, a richly executed 'gentleman's room' and in the heating radiator with cupboard for warming dinner plates, the villa possesses a rare interior component.

- Of urban planning value as an example of a building that forms part of a series of characteristic villas in the section of the Rijksweg along Laag Keppel. As such, the villa possesses ensemble value and, as the most intact example of the series of (smaller) villas, plays an important role in the appearance of the village of Laag Keppel.

- Of cultural historical value as part of a development in the field of housing of wealthy elite who settled on the outskirts of Laag Keppel in the first half of the 20th century.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map