TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Runsvoort

Hummelo, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Boerderij
Function
Boerderij(M1)
Category
onroerend gebouwd
Built
1858
Address
Zelhemseweg 8, 6999 DN Hummelo (Bronckhorst 25)
Place
Hummelo
Municipality
Bronckhorst
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
52.00633, 6.25366
Monument number
512159

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1851 map "Holland." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HERENHUIS annex BOERDERIJ (oorspronkelijk type driekap), genaamd 'Runsvoort' uit 1858 in opdracht van J.G. Breukink, gelegen aan de Zelhemseweg in Hummelo. De groots opgezette boerderij van weleer heeft door het verdwijnen (rond 1990) van twee van de drie aangrenzende schuren ontegenzeggelijk aan indrukwekkendheid verloren. Desondanks is de boerderij met voornaam voorhuis en fors middenhuis van aanzienlijk belang. Niet alleen is de boerderij in zijn uiterlijke verschijningsvorm bijzonder, maar ook het belang van de boerderij in zijn omgeving is te duiden. Dankzij het bewaard gebleven bestek waarin niet alleen bouwvoorschriften staan vermeld maar ook wetenswaardigheden zijn opgesomd over de sociaal-economische aspecten van het leven op de boerderij, vormt de boerderij met 80 à 85 ha. grond en vroeger huisvesting voor maximaal zeven inwonende personeelsleden, een meer dan bijzonder object. De boerderij met inmiddels afgebroken wagenschuur is door S.H.B.O. in 1982 nauwkeurig opgemeten en gedocumenteerd. Aan de hand van die situatie zijn latere bouwkundige wijzigingen eenvoudig na te sporen.

Het gepleisterde voorhuis is gebouwd in een op het neoclassicisme geënte stijl. De voorgevel wordt door platte hoekpilasters geleed. De zesruits schuiframen zijn per paar aan weerszijden van de ingangspartij gesteld en aan het boven de deur gelegen balkon. De alleen in de voorgevel en linkerzijgevel voorkomende schouderbogen, die een bovenlicht omspannen dat is uitgerust met twee levensbomen met tegen de zijkanten een gehalveerde boom, zijn voorzien van rozetten.

De boerderij is oostelijk gelegen in de gemeente Hummelo en Keppel en is ca. 2 km. ten oosten van het dorp Hummelo gesitueerd. Omsloten door diverse bomen en opgenomen in een door een beukenhaag van de weg afgescheiden tuinaanleg, ligt de boerderij in de binnenbocht van de Zelhemseweg die van Hummelo naar Zelhem/Hengelo leidt. Vanwege de verkeersveiligheid is de oorspronkelijke toegang tot het erf nabij de bocht in de weg buiten gebruik gesteld en verplaatst. Een deel van de buitenmuren van de ontbrekende schuren is als tuinafscheiding gehandhaafd en houdt de herinnering levendig van de ooit aanwezige drie schuren.

Omschrijving

De BOERDERIJ bezit met voor-, midden- en achterhuis een rechthoekige plattegrond en is oost-west georiënteerd. De drie bouwmassa's worden door gesmoorde oud Hollandse pan gedekt. Het voorhuis (westen) telt twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een afgeplat schilddak waarop een schoorsteen is geplaatst. In het achterschild bevinden zich twee schoorstenen. Twee van de drie exemplaren bezitten een uitgemetselde beëindiging met een betonnen afdekplaat op hoekstenen. Op het lagere afgeplatte schilddak van het middenhuis dat ter hoogte van de tweede bouwlaag met het voorhuis is aangekapt rust één schoorsteen. In het noordelijke dakschild van het middenhuis bevindt zich een lage schoorsteen.

Op de tekeningen van S.H.B.O. zijn op het voor- en middenhuis zeven schoorstenen weergegeven. In de noordgevel van het voorhuis komt in de huidige situatie een dakkapel voor waar er oorspronkelijk ook in de voorgevel boven de deurpartij er een voorkwam. Alleen het voor- en middenhuis bezitten een ongeprofileerde bakgoot, die alleen in het middenhuis rust op fraai gesneden consoles.

Het voorhuis met houten veranda in de rechter zijgevel, heeft gepleisterde gevels. Volgens de eigenaar bezit alleen de eerste bouwlaag een spouwmuur. Het midden- en achterhuis zijn opgetrokken in baksteen en in kruisverband gemetseld.

De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL (westgevel) van het voorhuis bezit in het midden een terugliggende travee waarin een deuropening met erboven gelegen balkon, geflankeerd door per bouwlaag twee vensterassen. Platte hoekpilasters sluiten de gevel links en rechts af. Horizontaal wordt de gevel begane gronds ingedeeld door een gecementeerde plint en een cordonlijst. De tweede bouwlaag wordt door een gekornist entablement afgesloten. Alle drie gevellijsten zetten zich in de zijgevels voort. De toegang is bereikbaar via een hardstenen bordes. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. De dubbele paneeldeur is boven en onder voorzien van vierkante kussens met brede bossingen. In het midden bevindt zich een rechthoekige deurruit met rijk bewerkt gietijzeren rooster. Ook aan de oorspronkelijke twee voordeurgrepen is zorg besteed. Het brede getoogde bovenlicht met schouderboog is reeds hiervoor beschreven. Het boven de deur voorkomende balkon met sierlijk balkonhek wordt aan weerszijden door rijk uitgevoerde samengestelde consoles waarin een voluut, eikenbladeren en een putto ondersteund. De dubbele op het balkon aansluitende deuren zijn getoogd en geplaatst onder eenzelfde schouderboog als het hiervoor besproken bovenlicht. Balkondeuren en schuiframen 2x(1+2), zijn alle voorzien van persiënnes. De ramen die ten dele hun oude glas nog bezitten, rusten op gecementeerde onderdorpels.

De LINKER ZIJGEVEL van het voorhuis bezit in de eerste bouwlaag twee identieke dubbele twee-ruits paneeldraaideuren die door een veel smaller zijlicht worden geflankeerd. Voor beide deuren bevindt zich een hardstenen trede. De bovenlichten en schouderbogen zijn van het eerder beschreven type, waarbij zij opgemerkt dat de gietijzeren levensbomen in het raam precies boven de stijlen van het kozijn en de deur zijn geplaatst. De levensbomen in de hoeken zijn gehalveerd. In de verdieping komen twee aan de voorgevel identieke ramen met persiënnes voor.

De platgedekte dakkapel in het dakschild bezit een gedeeld raam.

De RECHTER ZIJGEVEL wordt deels bepaald door de houten serre in het linker gedeelte van de gevel. De voorzijde telt vier vensterassen en voor wat betreft het aantal vensterassen in de twee zijden, afwijkend van de tekening van het S.H.B.O. twee in plaats van drie vensterassen. In de voorzijde komt in het midden een dubbele schuifdeur voor. De ramen zijn door twee breed uiteen geplaatste verticale en drie horizontale roeden verdeeld. De kozijnen zijn beneden en boven geklemd tussen panelen met gepaarde kruisen, waarvan alleen de bovenste reeks als klapluikjes dienen. Op de schuifdeuren in de voorzijde ontbreken deze motieven. Het lessenaarsdak is in transparant kunststof materiaal uitgevoerd. In de twee zijden van de serre wordt de beschoten gevel onder het hellende vlak van het lessenaarsdak beëindigd door horizontaal geplaatste planken. In het rechter gedeelte van de zijgevel van het voorhuis zijn dubbele tweeruits (door een horizontale roede verdeeld) tuindeuren opgenomen met ter weerszijden dito zijlichten. Vier bovenlichten sluiten het gehele kozijn af. De tweede bouwlaag is gelijk aan die van de linker zijgevel. Vergelijking met de tekening van S.H.B.O. levert in deze gevel twee opmerkelijke verschillen op, namelijk dat de zijlichten van de tuindeuren blijkbaar later zijn aangebracht op de plaats waar persiënnes de deuren flankeerden. Het linkse raam op de verdieping is na 1982, als blindvenster uitgevoerd, tegenwoordig opengemaakt.

De LINKER ZIJGEVEL van de schuur met middenhuis wordt het meest bepaald door het grote schilddak van de schuur. De gevel van de schuur is door zes steunberen in zes traveeën verdeeld. Alleen het muurvlak dat aan het middenhuis grenst bezit geen steunbeer. De twee linkse traveeën zijn in het midden voorzien van een smal door horizontale roeden verdeeld drieruits rondboog stalraampje. In de travee rechts hiervan bevinden zich twee van dergelijke raampjes. Naar rechts toe zijn in het vlak twee naast elkaar geplaatste rondboogvormige opgeklampte staldeuren met ruitvormige deurruit gesitueerd. Deze worden boven afgesloten door een steens boog afgezet met een koppenlaag en een zandstenen sluitsteen. Een aanzetsteen komt alleen voor in de buitenzijde van de twee bogen met aan die zijde ook nog een zelfde steen ter hoogte van de onderdorpel. Aan de binnenzijde ter halverhoogte van de twee deuren is één zandstenen blok aanwezig. De travee rechts hiervan heeft een dageraads-stalraam dat door een stalraampje van het eerder beschreven type wordt geflankeerd. Geheel rechts wordt het gewijzigde muurvlak in beslag genomen door twee deeldeuren met 1½ steens korfbogen (met sluitsteen) en een koppenlaag. De tekening van S.H.B.O. laat een afwijkende situatie zien: de meest linkse travee is blind uitgevoerd en ter plaatse van de deeldeuren zijn twee stalraampjes weergegeven.

De eerste bouwlaag van het middenhuis bezit een kozijn waarin een opgeklampte deur (voorzien van een forse weldorpel) met bovenlicht waarin twee gekruiste roeden zijn gevat en links een achtruits (2x4) zijlicht met een bovenlicht waarin een enkele kruisvormige roedeverdeling is geplaatst. Het raam bezit een opgeklampt luik. De dorpels van deur en raam bestaan uit natuursteen evenals de neuten waarop het kozijn van de deur rust. Een 1½ steens strek ontlast het kozijn. Rechts is, boven het door een steense boog afgesloten dubbel kelderluik waar achter twee 2x4 ruits draairamen, een venster geplaatst. Dit bevat twee vierruits (2x2) draairamen met een tuimelbovenlicht met gekruiste houten roedeverdeling. Het kozijn wordt evenals de deurpartij door een 1½ steense strek afgesloten. Een kordonlijst scheidt de eerste bouwlaag van de tweede.

In de verdieping komen twee identieke gekoppelde door gekruiste roeden verdeelde ramen voor, rustend op een natuurstenen dorpel. Het venster wordt afgesloten door een steens strek.

De ACHTERGEVEL van het achterhuis wordt door dubbele naar achter geplaatste deeldeuren met ruitvormige ruitjes gedomineerd. De linkerdeur bestaat uit twee halve deuren. Een 1½ steens korfboog afgebiesd door een koppenlaag met zandstenen sluitsteen ('ICB/BHT/1858') en twee aanzetstenen ter weerszijden, sluit de inrij-opening af. Links en rechts van de deuren is een halfrond afgesloten achtruits raampje met vorktracering aanwezig. Op de hoeken van de gevel bevindt zich een halfrond afgesloten, opgeklampt staldeurtje. In de een steens boog is een gepleisterde sluitsteen opgenomen. Aan de buitenzijde hiervan bevindt zich ter halverhoogte van de deur een gepleisterd blok. Aan de binnenzijde komen als aanzetsteen en een blok ter hoogte van de onderdorpel, gepleisterde blokken voor. Het metselwerk is op diverse plaatsen gewijzigd, met name de linkerzijde die duidt op het opwippen van het dak na het afbreken van de aangrenzende schuren. Rechts van het linker staldeurtje is volgens de tekening van het S.H.B.O. een stalraampje dichtgezet. In het dakvlak boven de staldeuren is een klein dakraampje geplaatst. Het dak is afgewolfd en voorzien van een modern toegevoegd uilebord. De aangrenzende muren van de achtergevel van de voor het overige gedeelte verdwenen schuren zijn ter hoogte van de aanzetstenen van de deeldeuren afgebroken. De restant muur wordt door een rollaag beëindigd. Alleen in het meest linker gedeelte zijn nog twee kleine moderne door rondbogen afgesloten staldeurtjes aanwezig met sluitsteen en aanzetstenen. De deeldeur is afgetopt en bezit naast de aanzetstenen gepleisterde blokken ter hoogte van de dorpel waar een schampijzer in de hoeken is geplaatst. Het muurwerk van de achtergevel van de middelste schuur is blind uitgevoerd en modern.

Van de oorspronkelijke RECHTER ZIJGEVEL staan nog twee blinde traveeën dan relict van de stal-buitenmuur overeind. De tekening van S.H.B.O. geeft hierin twee raampjes en een staldeurtje weer.

Het middenhuis bezit, afwijkend van de tekening van S.H.B.O. links een moderne deur onder het ellipsvormige door gekruiste roeden verdeelde raam. Het wordt omgord door een rollaag.

Het kozijn van de deur rust op natuurstenen neuten en dito dorpel en wordt door 1½ steens strek afgesloten. De twee ramen rechts zijn gelijk aan die voorkomen in de voorgevel. De vensters worden door een 1½ steens strek afgesloten. Geheel rechts bevindt zich een draairaampje op houten onderdorpel met een diefijzer ervoor. De gekoppelde ramen in de verdieping zijn identiek aan die voorkomen in de rechter zijgevel.

De RECHTER ZIJGEVEL van het achterhuis is opgetrokken met hergebruikte stenen van de buitenmuur. Stalramen en deuren zijn eveneens hergebruikt. In het muurvlak van het achterhuis dat ten opzichte van het middenhuis uitspringt en haaks hierop is geplaatst, komt een zesruits rondboogvormig gietijzeren venster voor met in de vensterkop een vorktracering. Het venster wordt afgesloten door een rollaag. Tussen zeven steunberen zijn in de traveeën van links naar rechts: een opgeklampte korfboogvormige staldeur; in de twee volgende vlakken, een dageraads stalraampje; vervolgens in één travee twee zesruits (3x2) stalraampjes met vorktracering in de kop. In het laatste en twee na laatste travee is een zelfde raampje geplaatst maar nu met vier, i.p.v. zes ruitjes. De op een na laatste travee wordt door een opgeklampt staldeurtje in beslag genomen. Alle raampjes rusten op een rollaag en worden boven door een rollaag afgesloten. In het dakvlak, dat hier is voorzien van een mastgoot, komen drie dakraampjes voor.

Het in goede staat verkerende INTERIEUR bezit enkele waardevolle onderdelen. De hal is belegd met marmertegels en is voorzien van een stucplafond dat met een ovaalvormig ornament van een bladrank is uitgerust. De scheluw bordestrap bezit gebogen treden. De balusters zijn sierlijk vormgegeven. Aan het einde van de gang bevindt zich een dubbele deur, voorzien van Mousselineglas en halfrond bovenlicht, die toegang geeft tot het middenhuis. De oorspronkelijke paneeldeuren zijn merendeels nog aanwezig. De kamer-en-suite, door dubbele schuifdeuren met klassieke omlijsting, is gesitueerd in het linker gedeelte van het woonhuis. Hier komen twee verschillende geornamenteerde stucplafonds voor, die door een geprofileerde perklijst worden omkaderd. De hoeken zijn bezet met een bloemtak. De stucplafonds kenmerken zich door volplastisch uitgevoerde bloemmotieven. De kamers bevatten elk een schouw, waarvan er een is uitgerust met een in klassieke stijl uitgevoerde schoorsteenmantel. Ook de binnen(klap)luiken voor de ramen zijn bewaard gebleven. In de rechtergevel bevindt zich de keuken waarin behalve een eenvoudige schouw ook de koperen pomp nog aanwezig is. Het achterhuis met paardestal en haverkist die nog in takt zijn, telt zes ankerbalkgebinten; de deelvloer bestaat deels nog uit leem.

Waardering

BOERDERIJ annex HERENHUIS uit 1858 aan de Zelhemseweg te Hummelo en Keppel.

- van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een boerderij die opvalt door de esthetische kwaliteiten van m.n. het voorhuis met rijke entree. Door de restanten van de buitenmuur van de twee verdwenen aangrenzende schuren is een redelijk beeld te vormen van de situatie zoals die zich tot enkele jaren geleden nog heeft voorgedaan. Het interieur van het voorhuis bevat enkele bijzondere onderdelen als geornamenteerde stucplafonds en een rijk uitgevoerde trap. Als type onderscheidt de boerderij zich met groot middenhuis van in de gemeente voorkomende boerderij-typen.

- van stedebouwkundige waarde vanwege de situering in de bocht van de druk begaande Zelhemseweg. De boerderij heeft bovendien betekenis voor het aanzien van het buitengebied van Hummelo.

- van cultuurhistorische waarde vanwege zijn bestemming, welke verbonden is met een sociaal-economische ontwikkeling in dit agrarische buitengebied. De boerderij met zo'n 85 ha. grond bood emplooi aan divers personeel waarvan voor zeven leden inwoning mogelijk was.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

MANOR HOUSE annex FARMHOUSE (original three-part farmhouse type), named 'Runsvoort' from 1858 commissioned by J.G. Breukink, located on the Zelhemseweg in Hummelo. The grandly designed farmhouse of yesteryear has undeniably lost impressiveness through the disappearance (around 1990) of two of the three adjoining barns. Nevertheless, the farmhouse with prominent front house and substantial central house is of considerable importance. Not only is the farmhouse extraordinary in its external appearance, but the significance of the farmhouse within its surroundings is also notable. Thanks to the preserved specification which not only lists building regulations but also contains information about the socio-economic aspects of life on the farmhouse, the farmhouse with some 80 to 85 hectares of land and previously accommodating a maximum of seven live-in staff members, constitutes a more than exceptional object. The farmhouse, with its since demolished wagon shed, was precisely measured and documented by S.H.B.O. in 1982. Based on that situation, later structural modifications can be easily traced.

The plastered front house is built in a style based on neoclassicism. The front facade is articulated by flat corner pilasters. The six-pane sash windows are positioned in pairs on either side of the entrance section and at the balcony located above the door. The shoulder arches, which occur only in the front and left side facades and span a fanlight equipped with two tree-of-life motifs with a halved tree at the sides, are fitted with rosettes.

The farmhouse is situated in the eastern part of the municipality of Hummelo and Keppel and is approximately 2 km east of the village of Hummelo. Enclosed by various trees and incorporated into a garden layout separated from the road by a beech hedge, the farmhouse lies in the inner curve of the Zelhemseweg which leads from Hummelo to Zelhem/Hengelo. For traffic safety reasons, the original access to the yard near the curve in the road has been closed off and relocated. Part of the outer walls of the missing barns has been retained as garden fencing and keeps alive the memory of the three barns that once existed.

Description

The FARMHOUSE has a rectangular floor plan with front, central and rear houses and is oriented east-west. The three building masses are covered with weathered old Dutch pan tiles. The front house (west) has two storeys and an attic storey under a flattened hipped roof on which a chimney is placed. In the rear roof slope there are two chimneys. Two of the three specimens have a brick finish with a concrete capping plate on corner stones. On the lower flattened hipped roof of the central house which is abutted at the level of the second storey to the front house rests one chimney. In the northern roof slope of the central house there is a low chimney.

On the S.H.B.O. drawings, seven chimneys are shown on the front and central houses. In the north facade of the front house there is currently a roof dormer where originally there was also one in the front facade above the door section. Only the front and central houses possess an unprofilated box gutter, which rests only in the central house on finely carved consoles.

The front house with wooden veranda in the right side facade has plastered facades. According to the owner, only the first storey has a cavity wall. The central and rear houses are built in brick and laid in bond.

The symmetrically arranged FRONT FACADE (west facade) of the front house has in the middle a recessed bay containing a door opening with a balcony located above, flanked by two window axes per storey. Flat corner pilasters close off the facade on the left and right. Horizontally, the facade at ground level is divided by a cemented plinth and a string course. The second storey is closed off by a moulded entablature. All three facade strings continue in the side facades. Access is reached via a hardstone platform. The door frame rests on hardstone jambs and likewise sill. The double panel door is fitted above and below with square cushions with broad rustication. In the middle there is a rectangular door light with richly worked cast-iron grille. Attention has also been paid to the original two front door handles. The broad arched fanlight with shoulder arch has already been described above. The balcony above the door with decorative balustrade is supported on either side by richly executed composite consoles in which a volute, oak leaves and a putto are present. The double doors adjoining the balcony are arched and placed under the same shoulder arch as the previously discussed fanlight. Balcony doors and sash windows 2x(1+2) are all fitted with blinds. The windows, which still retain part of their original glass, rest on cemented undersills.

The LEFT SIDE FACADE of the front house has on the first storey two identical double two-pane panel swing doors flanked by a much narrower side light. A hardstone step is located in front of both doors. The fanlights and shoulder arches are of the previously described type, it being noted that the cast-iron tree-of-life motifs in the window are placed exactly above the stiles of the frame and door. The tree-of-life motifs in the corners are halved. On the upper storey there are two windows identical to those in the front facade with blinds.

The flat-roofed roof dormer in the roof slope has a divided window.

The RIGHT SIDE FACADE is partly determined by the wooden conservatory in the left section of the facade. The front side has four window axes and, with regard to the number of window axes in the two sides, deviating from the S.H.B.O. drawing, two instead of three window axes. In the front there is a double sliding door in the middle. The windows are divided by two widely spaced vertical and three horizontal glazing bars. The frames are clamped above and below between panels with paired crosses, of which only the upper series serve as hinged shutters. These motifs are absent on the sliding doors in the front. The lean-to roof is executed in transparent plastic material. On the two sides of the conservatory, the boarded facade under the sloping plane of the lean-to roof is terminated by horizontally placed planks. In the right section of the side facade of the front house are incorporated double two-pane (divided by a horizontal glazing bar) garden doors with side lights alike on either side. Four fanlights close off the entire frame. The second storey is the same as that of the left side facade. Comparison with the S.H.B.O. drawing reveals two remarkable differences in this facade, namely that the side lights of the garden doors apparently were added later in the place where blinds flanked the doors. The left window on the upper storey was executed after 1982 as a blind window and is now opened.

The LEFT SIDE FACADE of the barn with central house is most determined by the large roof slope of the barn. The barn facade is divided by six buttresses into six bays. Only the wall surface that borders the central house has no buttress. The two leftmost bays are fitted in the middle with a narrow three-pane rounded arch stable window divided by horizontal glazing bars. In the bay to the right of this there are two such windows. Further to the right, in the wall surface are two adjacent rounded arch-shaped clamped stable doors with diamond-patterned door lights. These are closed above by a brick arch set off with a header course and a sandstone keystone. A quoin appears only on the exterior of the two arches and at that location also an identical stone at the level of the undersill. On the inside at mid-height of the two doors is one sandstone block. The bay to the right of this has a daylight stable window flanked by a stable window of the previously described type. Furthest right, the modified wall surface is occupied by two half-doors with 1½-brick segmental arches (with keystone) and a header course. The S.H.B.O. drawing shows a different situation: the leftmost bay is executed blind and at the location of the half-doors two stable windows are shown.

The first storey of the central house has a frame containing a clamped door (provided with a substantial sill) with a fanlight in which two crossed glazing bars are fitted and on the left a four-pane (2x4) side light with a fanlight in which a single cross-shaped glazing pattern is placed. The window has a clamped shutter. The sills of door and window consist of natural stone as do the jambs on which the door frame rests. A 1½-brick relieving arch supports the frame. To the right, above the double cellar hatch closed by a brick arch behind which two 2x4 pane swing windows are located, a window is placed. This contains two four-pane (2x2) swing windows with a tilting fanlight with crossed wooden glazing bars. The frame, like the door section, is closed off by a 1½-brick relieving arch. A string course separates the first storey from the second.

On the upper storey there are two identical coupled windows divided by crossed glazing bars, resting on a natural stone sill. The window is closed off by a brick relieving arch.

The REAR FACADE of the rear house is dominated by double half-doors positioned towards the back with diamond-patterned panes. The left door consists of two half-doors. A 1½-brick segmental arch bevelled by a header course with sandstone keystone ('ICB/BHT/1858') and two quoins on either side, closes off the entrance opening. On the left and right of the doors is a semicircle-closed four-pane window with tracery present. On the corners of the facade there is a semicircle-closed, clamped small stable door. In a one-brick arch a plastered keystone is incorporated. On the outside of this is a plastered block at mid-height of the door. On the inside plastered blocks appear as quoin and a block at the level of the undersill. The masonry has been altered in various places, in particular the left side which indicates the raising of the roof after demolition of the adjoining barns. According to the S.H.B.O. drawing, a stable window to the right of the left small stable door was closed. In the roof plane above the half-doors a small roof window is placed. The roof is crowned and provided with a modern added owl board. The adjoining walls of the rear facade of the otherwise disappeared barns are demolished at the level of the quoins of the half-doors. The remaining wall is terminated by a roll course. Only in the furthest left section are two small modern stable half-doors closed by rounded arches present with keystone and quoins. The half-door is topped off and beside the quoins has plastered blocks at the level of the sill where a strap iron is placed in the corners. The masonry of the rear facade of the middle barn is executed blind and modern.

Of the original RIGHT SIDE FACADE, two blind bays still stand as a relic of the stable exterior wall. The S.H.B.O. drawing shows two windows and a small stable door in this.

The central house has, deviating from the S.H.B.O. drawing, on the left a modern door under the elliptical window divided by crossed glazing bars. It is surrounded by a roll course.

The door frame rests on natural stone jambs and likewise sill and is closed off by 1½-brick relieving arch. The two windows on the right are the same as those occurring in the front facade. The windows are closed off by a 1½-brick relieving arch. Furthest right is a swing window on wooden undersill with a theft iron in front. The coupled windows on the upper storey are identical to those occurring in the right side facade.

The RIGHT SIDE FACADE of the rear house is built with reused stones from the exterior wall. Stable windows and doors are likewise reused. In the wall surface of the rear house which projects in relation to the central house and is placed at right angles to it, there is a six-pane semicircular cast-iron window with tracery in the window head. The window is closed off by a roll course. Between seven buttresses are in the bays from left to right: a clamped segmental arch-shaped stable door; in the two following surfaces, a daylight stable window; subsequently in one bay two six-pane (3x2) stable windows with tracery in the head. In the last and second-to-last bay the same window is placed but now with four instead of six panes. The second-to-last bay is occupied by a clamped small stable door. All windows rest on a roll course and are closed above by a roll course. In the roof plane, which here is provided with a gutter beam, there are three roof windows.

The well-maintained INTERIOR possesses several valuable components. The hall is tiled with marble tiles and is fitted with a stucco ceiling equipped with an oval-shaped ornament of a leaf scroll. The shell-shaped staircase has curved steps. The balusters are elegantly shaped. At the end of the corridor is a double door, provided with Mousseline glass and a semicircular fanlight, giving access to the central house. The original panel doors are mostly still present. The enfilade rooms, connected by double sliding doors with classical framing, is situated in the left section of the dwelling. Two differently ornamented stucco ceilings are present here, framed by a profiled cornice. The corners are decorated with a spray of flowers. The stucco ceilings are characterized by fully plastic executed flower motifs. The rooms each contain a fireplace, one of which is fitted with a fireplace mantel executed in classical style. The interior (hinged) shutters for the windows have also been preserved. In the right facade is the kitchen in which, in addition to a simple fireplace, the copper pump is still present. The rear house with horse stall and oat bin which are still intact contains six tie-beam roof trusses; the partial floor still partly consists of clay.

Valuation

FARMHOUSE annex MANOR HOUSE from 1858 on the Zelhemseweg in Hummelo and Keppel.

- of architectural historical value as an example of a farmhouse that stands out through the aesthetic qualities of in particular the front house with rich entrance. Through the remains of the outer wall of the two disappeared adjoining barns, a reasonable picture can be formed of the situation as it existed until a few years ago. The interior of the front house contains some special components such as ornamented stucco ceilings and a richly executed staircase. As a type, the farmhouse distinguishes itself with a large central house from farmhouse types found in the municipality.

- of urban planning value due to its location in the bend of the busy Zelhemseweg. The farmhouse moreover has significance for the appearance of the countryside of Hummelo.

- of cultural-historical value because of its function, which is connected with a socio-economic development in this agricultural countryside. The farmhouse with some 85 hectares of land provided employment for various staff of whom seven members had residential accommodation available.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map