TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

St. Urbanuskerk

Ouderkerk aan de Amstel, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1865 - 1867
Address
Achterdijk 1, 1191 JG Ouderkerk aan de Amstel (Ouder-Amstel 27)
Place
Ouderkerk aan de Amstel
Municipality
Ouder-Amstel
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.29473, 4.90179
Part of complex
511286
Monument number
511287

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1838 map "Amsterdam" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

KERK, hoofdonderdeel van het religieuze St. Urbanus complex te Ouderkerk aan de Amstel. De kerk, een kruisbasiliek, maakt onderdeel uit van het vroege werk van architect P.J.H. Cuypers. De kerk ligt ten westen van de pastorie en is daarmee verbonden door middel van een tussengang en sacristie. De tegeltableaus in de zijbeuken en dwarsarmen, met onder andere voorstellingen uit de kruiswegstatie, dateren uit 1901 en werden ontworpen door Jos Cuypers. Frans Nicolas maakte de zeven gebrandschilderde ramen voor het priesterkoor in de absis, waartoe hij in 1870 de opdracht ontving.

De wanden van het priesterkoor, de absis en het kruisribgewelf van de absis zijn naderhand van een pleisterlaag voorzien, waardoor het in oorsprong schoon metselwerk met beschilderingen aan het zicht worden onttrokken.

Omschrijving

Rooms-katholieke kruisbasiliek, gebouwd op kruisvormig grondplan met absis aan de oostzijde en een klokkentoren aan de noordwestzijde. De kerk bestaat uit een middenschip van vier traveeën met zijbeuken, een transept met dwarsarmen van twee traveeën, en een priesterkoor met zevenzijdige absis ter diepte van twee traveeën. Transept en middenschip zijn even hoog en worden afgesloten door kruisende zadeldaken. De viering is gemarkeerd door een achthoekige dakruiter. De zijbeuken hebben lessenaarsdaken. Aan de achterzijde van de zijbeuken (oostelijk) zijn twee aanbouwen geplaatst: een armenkantoor (noordelijke zijbeuk) en de sacristie (zuidelijke zijbeuk), beide met een zadeldak. Alle zadeldaken liggen verzonken tussen de kopgevels en bevatten enkele houten dakkapellen ter ontluchting van de kap. De klokkentoren is opgenomen in de noordelijke zijbeuk, naast de westelijke hoofdingang. Alle daken en torenspitsen zijn gedekt met leien. De kerk is opgetrokken in rode handvormbaksteen in kruisverband boven een uitgemetselde plint met hardstenen afzaat. Op verschillende plaatsen zijn slanke, zich verjongende steunberen aangebracht ter versteviging van het muurwerk. Verschillende detailleringen in het exterieur, zoals aanzet- en sluitstenen, (roos)venster- en deuromlijstingen, lateien en afdekplaten zijn uitgevoerd in zandsteen. Tussen de verdiepingen en onder de vensters zijn cordonbanden aangebracht in decoratief metselwerk met natuurstenen waterlijsten. De dakgoten bestaan uit (in oorsprong) bakstenen met lood beklede daklijsten in decoratief metselwerk.

De voorzijde (W) bestaat uit de kopgevel met hoofdingang en de klokkentoren links van deze kopgevel. De westgevel bevat op de begane grond de hoofdingang, bestaande uit een geprofileerde spitsboog in baksteen en natuursteen met een dubbele opgeklampte eiken deur met smeedijzeren hang- en sluitwerk, een natuurstenen latei en een spitsboogvormig bovenlicht met glas-in-loodraam. De deur is bereikbaar via een trap met enkele hardstenen treden. Boven de ingang bevindt zich de waterlijst met daarboven een rondboogvormig spaarveld met (rustend op de waterlijst) vier gekoppelde keperboogvormige blinde muurvelden met daarboven een groot natuurstenen roosvenster met gebrandschilderd glas. De gevel wordt afgesloten door een tuitgevel met natuurstenen afdekplaten en stenen nokpiron. De klokkentoren heeft hoeklisenen en vier bouwlagen waartussen waterlijsten zijn aangebracht. Van beneden naar boven bevat de toren: een spitsboogvenster (begane grond, W) en een spitsboogvormige zij-ingang (N), twee gekoppelde spitsboogvensters met klein roosvenster (tweede bouwlaag, W en N), drie gekoppelde spitsboogvensters (derde bouwlaag, W en N) en in de vierde bouwlaag zijn aan alle zijden van de toren in een rondboogvormig spaarveld twee gekoppelde spitsboogvormige galmgaten aangebracht met een ronde wijzerplaat erboven. De overige spaarvelden zijn rechthoekig en van een siermetsellijst voorzien. De toren wordt bekroond door een achtzijdige spits op vierkante grondslag en sierlijk gesmeed torenkruis.

De langsgevels (N en Z) hebben in de zijbeuken per travee twee gekoppelde spitsboogvensters met glas-in-loodramen. De derde travee bevat aan beide langsgevels een kleine risalerende kopgevel, waarachter zich in het interieur de biechtstoelen bevinden. Deze kopgevels hebben twee kleine spitse vensters en een hooggeplaatst rond venster. In de lichtbeuk van het schip, boven de lessenaarsdaken van de zijbeuken, bevinden zich per travee twee rondboogvormige spaarvelden, elk met twee gekoppelde spitsboogvensters en een roosvenster.

De kopgevels van de dwarsarmen bevatten vier op de waterlijst rustende gekoppelde spitsboogvensters en een groot roosvenster met glas-in-loodramen met wit glas. De noordelijke dwarsarm heeft een extra ingang, bestaande uit een spitsboog met dubbele opgeklampte deur met smeedijzeren hang- en sluitwerk. Aan de noordelijke zijbeuk bevindt zich de aanbouw van het armenkantoor, een eenlagig bouwvolume op rechthoekige grondslag en zadeldak met noklijn evenwijdig aan het middenschip. Het kantoor bevat drie gekoppelde vensters in de noordgevel en een ingang, bestaande uit een opgeklampte deur met smeedijzeren hang- en sluitwerk en bovenlicht met vierpasmotief, in de oostgevel. Op de nok is een stenen lantaarn geplaatst. Aan de zuidelijke zijbeuk bevindt zich de aanbouw van de sacristie, een eenlagig bouwvolume op rechthoekige grondslag en een noklijn haaks op die van het middenschip. De zuidgevel van de sacristie heeft hoeklisenen en een uitgebouwde schoorsteen. In de hoge plint bevinden zich een houten deur en een klein venster, op de begane grond bevinden zich twee getoogde houten kruisvensters. In de kapverdieping zijn twee kleine getoogde houten vensters aangebracht. De gevel wordt afgesloten door een chalet-achtig dakoverstek en een vierkante bakstenen schoorsteen op de nok. De oostgevel bevat een keldervenster in de plint en bevat de bakstenen verbindingsgang met de pastorie.

De oostzijde van de kerk (de absis) heeft zeven door steunberen van elkaar gescheiden spitsboogvormige lancetvensters met gebrandschilderde ramen gemaakt door Frans Nicolas.

Het interieur is uitgevoerd in schoon metselwerk in diverse tinten baksteen. Tussen schip en zijbeuken wordt de traveemaat aangegeven door (twee maal vier) op hardstenen basement geplaatste zandstenen bundelpijlers met bewerkt kapiteel. De pijlers dragen de scheimuren van het schip en bevatten per travee (van beneden naar boven): een gedrukte spitsboogvormige scheiboog, in het triforium twee maal drie gekoppelde spitsbogen, van elkaar gescheiden door zandstenen zuiltjes, en in de lichtbeuk tenslotte twee maal twee gekoppelde rondboogvensters, elk met een bekronend roosvenster. Het gewelf, bestaande uit een houten spitsbooggewelf met sjabloon-achtige beschilderingen, begint boven een aanzet van muizetand en tandlijst. Op natuurstenen imposten rusten de gordelbogen, bestaande uit gebogen liggers met trekstangen. De zijbeuken en de absis hebben bakstenen kruisribgewelven. Aan de westzijde bevindt zich een voorportaal ter diepte van een travee. Het portaal wordt door een houten wand met paneeldeuren van de kerkruimte afgescheiden. Boven het portaal bevindt zich een galerij met houten balustrade (en orgel, zie mon. nr. 31950), bereikbaar via een spiltrap in de toren. Het orgel is gemaakt door J.J. Vollebregt in ''-Hertogenbosch en opgeleverd in 1878. Het orgel telt 25 stemmen met verschillende registers. De orgelkas is zeer waarschijnlijk vervaardigd naar ontwerp van P.J.H. Cuypers. De wanden van de zijbeuken en dwarsarmen zijn grotendeels betegeld met geglazuurde tegels met art-nouveaumotieven en tegeltableaus met voorstellingen van heiligen en de kruiswegstatie (1901, Jos Cuypers). In beide zijbeuken bevinden zich twee biechtstoelen, herkenbaar aan een natuurstenen wand met twee paneeldeuren met glas-in-loodpanelen. Boven de deuren is elk een tegeltableau met spreuk aangebracht.

Van de geheel uit natuursteen uitgehouwen preekstoel uit het vierde kwart van de 19de eeuw resteren slechts fragmenten, onder andere de symbolen van de evangelisten; de fragmenten zijn nu ingemetseld in de zuidelijke wand van het transept. Voorts bevinden zich in het interieur een hardstenen doopvont met achthoekig koperen deksel (door F.W. Mengelberg uit Utrecht) en een houten hoofdaltaar in neogotische stijl met tabernakel en heiligenbeelden.

Waardering

De kerk is van algemeen belang als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het complex St. Urbanus met orgel en pastorie in Ouderkerk aan de Amstel. Daarnaast is de kerk uit architectuur- en cultuurhistorisch oogpunt van belang als gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een neogotische kerk uit het derde kwart van de 19de eeuw. Tevens is de kerk van belang als karakteristiek onderdeel in het vroege oeuvre van architect P.J.H. Cuypers.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

CHURCH, main component of the religious St. Urbanus complex in Ouderkerk aan de Amstel. The church, a cross basilica, forms part of the early work of architect P.J.H. Cuypers. The church is situated west of the presbytery and is connected to it by means of a connecting passage and sacristy. The tile tableaux in the aisles and transept arms, featuring among other things representations from the Stations of the Cross, date from 1901 and were designed by Jos Cuypers. Frans Nicolas made the seven stained glass windows for the choir in the apse, for which he received the commission in 1870.

The walls of the choir, the apse and the cross-ribbed vault of the apse have subsequently been given a layer of plaster, by which the originally exposed brickwork with paintings are hidden from view.

Description

Roman Catholic cross basilica, built on a cruciform ground plan with an apse on the east side and a bell tower on the northwest side. The church consists of a central nave of four bays with aisles, a transept with transept arms of two bays, and a choir with a seven-sided apse to a depth of two bays. Transept and central nave are of equal height and are closed off by intersecting gabled roofs. The crossing is marked by an octagonal roof turret. The aisles have lean-to roofs. At the rear of the aisles (east) are two extensions: a poor office (north aisle) and the sacristy (south aisle), both with a gabled roof. All gabled roofs are set back between the gable walls and contain a few wooden roof dormers for ventilation of the roof structure. The bell tower is incorporated into the north aisle, next to the western main entrance. All roofs and spires are covered with slate. The church is constructed in red handmade brickwork in cross-bond above a projecting base with stone sill. At various points slender, tapering buttresses are placed to reinforce the masonry. Various details in the exterior, such as springing and closing stones, (rose) window and door surrounds, lintels and cover slabs are executed in sandstone. Between the storeys and below the windows are string courses applied in decorative brickwork with natural stone drip mouldings. The roof gutters consist of (originally) bricks with lead-lined eaves in decorative brickwork.

The front (W) consists of the gable wall with main entrance and the bell tower to the left of this gable wall. The west gable contains on the ground floor the main entrance, consisting of a moulded pointed arch in brick and natural stone with a double clamped oak door with wrought iron hinges and fastenings, a natural stone lintel and a pointed arch-shaped fanlight with leaded glass. The door is accessible via a flight of stairs with a few stone steps. Above the entrance is the drip moulding with above it a round arch-shaped spandrel with (resting on the drip moulding) four coupled herringbone arch-shaped blind wall panels with above them a large natural stone rose window with stained glass. The gable is crowned by a spout gable with natural stone cover slabs and stone ridge cresting. The bell tower has corner pilasters and four storeys with drip mouldings between them. From bottom to top the tower contains: a pointed arch window (ground floor, W) and a pointed arch-shaped side entrance (N), two coupled pointed arch windows with small rose window (second storey, W and N), three coupled pointed arch windows (third storey, W and N) and in the fourth storey openings at all sides of the tower in a round arch-shaped spandrel are two coupled pointed arch-shaped louvered openings with a round clock face above. The remaining spandrels are rectangular and provided with decorative brickwork detail. The tower is crowned by an octagonal spire on square base and elegantly wrought tower cross.

The long sides (N and S) have in the aisles per bay two coupled pointed arch windows with leaded glass. The third bay contains on both long sides a small projecting gable wall, behind which in the interior are located the confessionals. These gable walls have two small pointed windows and a high-placed round window. In the clerestory of the nave, above the lean-to roofs of the aisles, are per bay two round arch-shaped spandrels, each with two coupled pointed arch windows and a rose window.

The gable walls of the transept arms contain four coupled pointed arch windows resting on the drip moulding and a large rose window with leaded glass windows with white glass. The north transept arm has an additional entrance, consisting of a pointed arch with double clamped door with wrought iron hinges and fastenings. At the north aisle is located the extension of the poor office, a single-storey building volume on rectangular ground plan and gabled roof with ridge line parallel to the central nave. The office contains three coupled windows in the north gable and an entrance, consisting of a clamped door with wrought iron hinges and fastenings and fanlight with quatrefoil motif, in the east gable. On the ridge is placed a stone lantern. At the south aisle is located the extension of the sacristy, a single-storey building volume on rectangular ground plan and a ridge line perpendicular to that of the central nave. The south gable of the sacristy has corner pilasters and a built-out chimney. In the high base are a wooden door and a small window, on the ground floor are two arched wooden cross windows. In the roof storey are two small arched wooden windows inserted. The gable is crowned by a chalet-like roof overhang and a square brick chimney on the ridge. The east gable contains a basement window in the base and contains the brick connecting passage with the presbytery.

The east side of the church (the apse) has seven pointed arch-shaped lancet windows separated by buttresses with stained glass windows made by Frans Nicolas.

The interior is executed in exposed brickwork in various shades of brick. Between nave and aisles the bay division is indicated by (two times four) sandstone bundle pillars placed on stone base with worked capital. The pillars bear the screen walls of the nave and contain per bay (from bottom to top): a depressed pointed arch-shaped screen arch, in the triforium two times three coupled pointed arches, separated from each other by sandstone shafts, and in the clerestory finally two times two coupled round arch windows, each with a crowning rose window. The vault, consisting of a wooden pointed arch vault with template-like painted decorations, begins above a setting of dog-tooth and toothed string. On natural stone imposts rest the transverse arches, consisting of curved beams with tie rods. The aisles and the apse have brick cross-ribbed vaults. On the west side is a vestibule to a depth of one bay. The vestibule is separated from the church space by a wooden wall with panelled doors. Above the vestibule is a gallery with wooden balustrade (and organ, see mon. no. 31950), accessible via a spiral stair in the tower. The organ was made by J.J. Vollebregt in 's-Hertogenbosch and delivered in 1878. The organ has 25 stops with various registers. The organ case was very probably made to a design by P.J.H. Cuypers. The walls of the aisles and transept arms are largely tiled with glazed tiles with art nouveau motifs and tile tableaux with representations of saints and the Stations of the Cross (1901, Jos Cuypers). In both aisles are two confessionals, recognisable by a natural stone wall with two panelled doors with leaded glass panels. Above the doors is each a tile tableau with inscription.

Of the entirely natural stone carved pulpit from the fourth quarter of the 19th century only fragments remain, among other things the symbols of the evangelists; the fragments are now built into the south wall of the transept. Furthermore in the interior are a stone baptismal font with octagonal copper cover (by F.W. Mengelberg from Utrecht) and a wooden high altar in neo-gothic style with tabernacle and holy statues.

Valuation

The church is of general importance as a historically-functional main component of the St. Urbanus complex with organ and presbytery in Ouderkerk aan de Amstel. Moreover the church is of importance from an architectural and cultural-historical perspective as a well-preserved example of a neo-gothic church from the third quarter of the 19th century. The church is furthermore of importance as a characteristic component in the early oeuvre of architect P.J.H. Cuypers.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map