Rijksmonumentenregister · Netherlands
Huizen Zevenende
Laren, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1925 - 1927
- Address
- Vredelaan 44, 1251 GJ Laren
- Place
- Laren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.24110, 5.21690
- Monument number
- 511285
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Grote VILLA, genaamd "Huize Zevenende", gebouwd tussen 1925 en 1927 naar ontwerp van architect W. Hamdorff. De villa, waarvan de oorspronkelijke bestemming 'woonhuis met tuinmanswoning' was, is gelegen aan de zuidzijde van de Vredelaan (nabij de brug over de Rijksweg) en grenzend aan de Zuiderheide. Het huis wordt omgeven door een zeer grote tuin en is van de weg af bijna geheel aan het zicht onttrokken door bossages. De glooiende kap is vanaf de Zuiderheide wel zichtbaar en maakt in feite onderdeel uit van het glooiende heidelandschap. Het pand is één van de grootste Larense (en Gooische) landhuizen en eveneens één van de grootste opdrachten voor Hamdorff. Het werd door hem ontworpen in een romantisch-expressionistische bouwtrant waarin invloeden van de Engelse landhuisstijl herkenbaar zijn.
De villa is verbouwd en gerestaureerd in 1978 en in 1989. Bij de restauratie van 1989 stond herstel van de oorspronkelijke elementen voorop; de restauratie werd uitgevoerd onder leiding van architect van der Pol door aannemersbedrijf Reissen & Co. te Utrecht.
De villa wordt omgeven door een zeer grote tuin, die in 1989 gewijzigd is naar ontwerp van landschapsarchitect P.A.M. Buys (Vught). Hierbij werd de toegang tot het perceel met de toegangsmuur, hek en oprijlaan verlegd. De toegang tot het terrein bevond zich oorspronkelijk in de noord-westhoek van het terrein, thans is deze in het midden van de noordgrens met de Vredelaan gelegen. Een aarden wal omsluit thans driekwart van het terrein, terwijl aan weerszijden van de bestaande vijver nieuwe waterpartijen zijn aangelegd (de zuidelijkste met twee eilandjes). De villa had oorspronkelijk ensemblewaarde vanwege de kenmerkende eenheid die de glooiende rieten kap vormt met zijn glooiende heide- en bosachtige omgeving. Tevens hadden villa en omgevende tuin grote situationele waarde vanwege de in het oorspronkelijke ontwerp van Hamdorff zo weloverwogen wisselwerking tussen aangelegde delen (huis en tuin) en de natuur (heide en bos) op deze hoek van de Vredelaan nabij de brug over de Rijksweg. Door de aanleg van de aarden wal is de wisselwerking verstoord.
N.B. Eigenaar wenste geen medewerking te verlenen aan het MSP-onderzoek en verleende geen toestemming om het erf te betreden. De beschrijving en waardering berusten op gegevens verkregen tijdens het MIP en op een beschrijving van het pand, gemaakt in opdracht van de gemeente Laren, waarbij gebruik is gemaakt van foto's, tekeningen en plattegronden.
In 1989 is een mutatie aangebracht in een van de zijgevels.
Omschrijving
Het landhuis op samengestelde, geknikte plattegrond is boven een plint van klinkers opgetrokken uit rode handvormbakstenen van kloostermoppenformaat, gemetseld in wild verband. Het bouwwerk bestaat uit twee woonlagen en een zolder onder een samengestelde rieten kap. De kap heeft een glooiende nok, en bevat op de hoogste punten een schoorsteen. De bovenste woonlaag valt gedeeltelijk in de kap. Ramen en deuren zijn, op een enkele uitzondering na, voorzien van de voor Hamdorff typerende roedenverdeling, waarbij de horizontale roeden langer zijn dan de verticale. Aan de onderzijde van de vensters springt een rollaag naar voren. De kozijnen zijn okerkleurig geschilderd, het raamhout wit.
De voorgevel (W) is gelegen aan het voorplein dat een ovaal grasveld in het midden bevat. Het voorplein wordt aan twee kanten omsloten door respectievelijk de voorgevel en een gang/loggia met garage.
De asymmetrische ingedeelde voorgevel heeft een complexe, onregelmatige opbouw en bevat van links naar rechts de volgende onderdelen: (1) een driezijdige uitbouw (oorspronkelijk de linnenkamer), (2) een gaanderij met drie bogen die de hoofdingang bevat, (3) een halronde erker, (4) een bouwvolume (hal) met topgevel en groot paraboolvormig venster, (5) een geveldeel met vier vensterassen en (6) een gaanderij met loggia erboven. Een (7) grote schoorsteenpartij sluit de voorgevel af aan de rechterzijde. De inzwenkende knik van de plattegrond bevindt zich tussen de topgevel (hal) en het geveldeel met vier vensterassen.
De linnenkamer (1) vormt een rechthoekige uitbouw op de linkerhoek van de voorgevel. De uitbouw heeft drie gelijke zijden, waarvan elke zijde een tweelichts-kozijn bevat. De uitbouw wordt direct boven de bovendorpel van de vensters afgesloten door een aangehuifd rieten dak dat ter plaatse van het hoofvolume van de villa versmelt met het dakschild van de voorgevel. De gaanderij (2) heeft drie bogen, afgewerkt met een meersteens rollaag. De openingen bieden toegang tot de gaanderij, die een trapeziumvormige plattegrond heeft. In de schuine zijde rechts bevindt zich de voordeur, geflankeerd door twee smalle vensters. De rechte, lange zijde van de gaanderij bevat een tweelichts-kozijn met raam, voorzien van een roedenverdeling. Links van dit venster bevindt zich een klein toiletraam. De schuine zijde links bevat een tweelichts-kozijn identiek aan het hiervoor beschrevene. De vloer van de gaanderij bestaat uit baksteen met tegels en ligt twee treden boven maaiveld. De gevel boven de gaanderij bevat (op de eerste verdieping) drie tweelichts-kozijnen gelijk aan de voorgaande. Hierboven bevindt zich de wit geschilderde dakgoot op okerkleurig geschilderde houten klossen. In het dakschild bevinden zich drie naast elkaar geplaatste, halfronde dakkapellen met glooiende rieten killen. Elke dakkapel heeft een halrond raam met radiale roedenverdeling. Naast de gaanderij bevindt zich een eenlagige erker (3) op halfrond grondplan en direct boven de vensters afgesloten door een rieten kap. De erker heeft drie vensters die zijn getralied en met rustica zijn omlijst. Rechts naast de erker bevindt zich (4) de topgevel van de hal, afgesloten door een rieten steekkap met zeer klein wolfseind. De gevel bevat een groot paraboolvormig halvenster met roedenverdeling en rustica-omlijsting. Het onderste kalf en de tussenstijlen zijn geheel in rustica uitgevoerd en getralied. Het dakschild tussen de hal en de gaanderij wordt doorbroken door een taps toelopende schoorsteen. Rechts van de hal knikt de gevel in en bevat vervolgens een geveldeel ter breedte van vier vensterassen (5). De drie linker vensterassen bevatten vensters met rustica-omlijstingen. De rechteras bevat een klein smal venster. Dit geveldeel wordt afgesloten door een dakschild, waarvan het onderste deel met leien is bedekt, het bovenste deel met riet. Het dakschild wordt doorbroken door twee dakkapellen, ten behoeve waarvan de kap iets is opgehuifd. De rechter-dakkapel bevat een tweelichts-kozijn met ramen voorzien van kruisroeden, de linker twee paar naar buiten stolpende ramen met kruisroeden. De zijkanten van de vensterstrook zijn wederom afgewerkt met geschilderde gepotdekselde delen. De lekdorpel bestaat uit een rand rode pannen. Rechts van dit geveldeel bevindt zich (6) een gaanderij met loggia erboven. De gaanderij heeft vier gedisselde eikenhouten staanders en korbelen, terwijl de gevelwand trapeziumvormig inspringt. De korte zijden van de gaanderij bevatten toegangsdeuren. Op de eerste verdieping bevindt zich de loggia, afgesloten door een leien dak. De loggia loopt geheel rechts over in een klein halfrond balkon, opgenomen in de schoorsteen (7). De grote, tapstoelopende schoorsteenpartij domineert de hoek tussen de rechterzijgevel en de voorgevel. Ter hoogte van de verdieping bevat de schoorsteen echter een boogvormige opening en het, met rode baksteen beklede, kleine halfronde balkon. De schoorsteen bevat tenslotte aan de voorzijde een op schoren rustende windkast, die gedekt is met rode pannen in dezelfde kleur als het metselwerk. De dakstoel bevat een klok.
De linkerzijgevel (N) bevat naast de linnenkamer een terugspringend geveldeel en bevat, onder een huifachtig opgelicht dakdeel ten behoeve van de hijsbalk, vier verticale smalle vensters die daglicht bieden op de dienstgang en het trappenhuis. Links hiervan springt de gevel schuin naar voren en bevat een venster met stolpende ramen en een toiletraampje links daarvan. Het uitgesprongen zijgeveldeel bevat aan de brede zijde stolpende openslaande deuren. Hierachter bevond zich oorspronkelijk de zitkamer van de dienstboden. De andere zijgevel van de dienstboden-zitkamer is blind en maakt deel uit van de achtergevel.
De achtergevel (O) heeft rechts een geveldeel dat onder 45 graden naar voren springt ten opzichte van het overige deel van de gevel. Het heeft een eigen karakter doordat de dakschilden aan weerszijden langer doorlopen en het geveldeel op de verdieping bekleed is met houten gepotdekselde delen. De begane grond bevat rechts een drielichts-venster met bovenlichten en roedenverdeling, links een vierlichts-venster met bovenlichten en roedenverdeling. De bovendorpels hebben in het metselwerk doorlopende oren. Op de verdieping bevindt zich rechts een tweelichts-venster en links een drielichts-kozijn. De 'kopgevel' van dit geveldeel bevat links een kozijn met naar buiten stolpende ramen en een bovenlicht, verdeeld door twee verticale roeden. In het dakschild is een dakkapel geplaatst tegen de gevelknik. Deze bevat een een tweelichts-kozijn met naar buiten draaiende ramen. Op de nok is een grote rechthoekige schoorsteen geplaatst.
De achtergevel kent voorts van rechts naar links een gebogen gedeelte, een inspringend deel, een recht geveldeel en vervolgens een loggia. Het ovale grondplan van de eetkamer uit zich in het gebogen geveldeel met op de begane grond stolpende openslaande deuren, geflankeerd door stolpende vensters (melkmeid). Links in dit geveldeel bevindt zich nog een identiek stolpend venster. De verdieping bevat een drielichts-kozijn met stolpende ramen met links daarvan een balkondeur. Links van de eetkamer springt de gevel iets in en bevat recente (niet beschermde) serredeuren. Op de verdieping is een houten balkon geconstrueerd, dat te bereiken is door een deur. Links van dit ingesprongen deel is achter de rechte gevel de woonkamer gesitueerd. Deze gevel bevat op de begane grond een drielichts-kozijn met vaste vensters zonder roedenverdeling en bovenlichten. De oren van de bovendorpels en van de brede kalven lopen door in het metselwerk. Op de verdieping zijn drie identieke tweelichts-kozijnen met naar buiten draaiende ramen met roedenverdeling te zien. Het dakschild is op drie plaatsen licht gehuifd en bevat kleine dakkapellen met vensters, voorzien van een kruisroeden-verdeling. Links van het voorgaand beschreven geveldeel van de woonkamer loopt het dakschild verder door naar beneden en wijkt de gevel op de begane grond in trapeziumvorm terug om plaats te maken voor een loggia. De kap boven de loggia steunt op twee grote houten staanders van gedisseld eiken met korbelen. De gevel op de begane grond bevat aan elke zijde stolpende deuren, die toegang geven tot de loggia. De kap boven de loggia bevat een dakkapel, die een drielichts-kozijn bevat met naar buiten draaiende ramen. Aan weerszijden van dit kozijn is de vensterstrook afgewerkt met okerkleurig geschilderde gepotdekselde delen. Op de nok is een vierkante schoorsteen geplaatst. De plattegrond vertoont ter plaatse van de loggia een flauwe knik. De links van de loggia gelegen herenkamer bevat een drielichts-kozijn. Geheel links knikt de gevel naar het zuiden. Dit zuidelijke deel van de achtergevel bevat op de begane grond en de verdieping een tweelichts-kozijn. De topgevel is bekleed met gecarbolineerde gepotdekselde delen.
De grote schoorsteenpartij, geheel rechts in de voorgevel, met gaanderij geeft aansluiting op een door een zadeldak overdekte gang, die leidt naar een garage. Van het noordelijke dakschild aan de voor- c.q. pleinzijde is het onderste deel met pannen gedekt, het bovenste deel met riet. De gevel aan de pleinzijde bevat drie stalvensters, en aan de achterzijde vier gedisselde eikenhouten staanders en korbelen. De gang is daardoor aan de achterzijde (Z) open.
De overdekte gang wordt in het westen beëindigd door de garage. De garage heeft een schilddak met een getoogde welving aan de voorzijde (NO).
De voorgevel (NO) bevat in het midden houten garagedeuren met een getoogde bovenzijde. Grote rusticablokken van tufsteen zijn tussen het metselwerk gevoegd. Op de verdieping bevindt zich een kozijn met getoogde bovenzijde en stolpende ramen.
De achterzijde (ZW) heeft een afgewolfde steekkap.
Ten noorden van de villa bevindt zich een klein vrijstaand gebouw. Dit bouwwerk is opgetrokken op een nagenoeg rechthoekige plattegrond en wordt afgedekt door een zadeldak met stijgende nok. De kopgevels bevatten tuiten. Tussen de villa en het kleine bijgegbouw bevindt zich een gemetselde stenen muur met opening ten behoeve van de dienstbodeningang.
Aan de achterzijde van de villa is een terras aangelegd met een uitkijkpunt. De terraskeermuur is opgetrokken uit Wezer zandsteen en loopt in een vloeiende lijn mee met het huis en de tuin. De villa wordt omgeven door een zeer grote tuin; de toegang tot het terrein bevond zich oorspronkelijk in de noordwesthoek.
Waardering
De villa is van algemeen belang uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als gaaf bewaard voorbeeld van villa-architectuur uit de jaren '20 van de 20ste eeuw, opgetrokken in een romantisch-expressionistische bouwtrant met invloeden van de Engelse landhuisstijl. Daarnaast hebben villa en tuin ensemble- en situationele waarde, vanwege de kenmerkende eenheid die de glooiende rieten kap vormt met zijn glooiende heide- en bosachtige omgeving en vanwege de in oorsprong zo weloverwogen wisselwerking tussen aangelegde delen (huis en tuin) en de natuur (heide en bos) op deze hoek van de Vredelaan nabij de brug over de Rijksweg. Tevens is het pand van belang als een van de grootste en meest karakteristieke onderdelen van het oeuvre van architect W. Hamdorff.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Large VILLA, named "Huize Zevenende", built between 1925 and 1927 to a design by architect W. Hamdorff. The villa, originally intended as 'residential house with gardener's lodge', is situated on the south side of the Vredelaan (near the bridge over the Rijksweg) and bordering the Zuiderheide. The house is surrounded by a very large garden and is almost entirely concealed from the road by wooded areas. The sloping roof is visible from the Zuiderheide and effectively forms part of the sloping heathland landscape. The property is one of the largest country houses in Laren (and the Gooi area) and likewise one of the largest commissions for Hamdorff. He designed it in a romantic-expressionist style in which influences of the English country house style are recognizable.
The villa was remodelled and restored in 1978 and in 1989. At the 1989 restoration, restoration of the original elements was the primary concern; the restoration was carried out under the direction of architect van der Pol by the contractor firm Reissen & Co. in Utrecht.
The villa is surrounded by a very large garden, which was modified in 1989 to a design by landscape architect P.A.M. Buys (Vught). In the process the entrance to the property with the entrance wall, gate and driveway was relocated. The entrance to the site was originally in the north-west corner of the property; it is now situated in the middle of the northern boundary with the Vredelaan. An earthen embankment now encloses three-quarters of the property, while new water features have been created on either side of the existing pond (the southernmost with two small islands). The villa originally had ensemble value because of the characteristic unity formed by the sloping thatched roof with its sloping heathland and wooded surroundings. The villa and surrounding garden also had considerable situational value because of the carefully considered interaction in Hamdorff's original design between developed areas (house and garden) and nature (heath and woodland) on this corner of the Vredelaan near the bridge over the Rijksweg. The construction of the earthen embankment has disrupted this interaction.
N.B. The owner declined to cooperate with the MSP study and did not grant permission to enter the property. The description and evaluation are based on information obtained during the MIP and on a description of the property, commissioned by the municipality of Laren, using photographs, drawings and floor plans.
In 1989 an alteration was made to one of the side gables.
Description
The country house on a complex, bent floor plan is built above a plinth of clinker brick from red hand-moulded bricks in monastic bond pattern format, laid in wild bond. The building comprises two storeys and an attic under a complex thatched roof. The roof has a sloping ridge and contains a chimney at the highest points. The upper storey extends partly into the roof. Windows and doors are, with a few exceptions, provided with the glazing bars typical of Hamdorff, in which the horizontal bars are longer than the vertical ones. At the bottom of the windows a roll moulding projects forward. The frames are painted ochre, the window wood white.
The front facade (W) is located at the forecourt which contains an oval lawn in the middle. The forecourt is enclosed on two sides by the front facade and a corridor/loggia with garage respectively.
The asymmetrically arranged front facade has a complex, irregular composition and contains from left to right the following components: (1) a three-sided projection (originally the linen room), (2) a gallery with three arches containing the main entrance, (3) a semicircular bay, (4) a building volume (hall) with a gable and large parabola-shaped window, (5) a facade section with four window bays and (6) a gallery with loggia above. A (7) large chimney stack terminates the front facade on the right side. The inward bend of the floor plan is located between the gable (hall) and the facade section with four window bays.
The linen room (1) forms a rectangular projection on the left corner of the front facade. The projection has three equal sides, each containing a two-light window frame. The projection is closed directly above the head of the window frames by a curved thatched roof which merges at the main volume of the villa with the roof section of the front facade. The gallery (2) has three arches, finished with a multi-brick roll moulding. The openings provide access to the gallery, which has a trapezoidal floor plan. In the slanting side to the right is the front door, flanked by two narrow windows. The straight, long side of the gallery contains a two-light window frame with pane, provided with glazing bars. To the left of this window is a small toilet window. The slanting side to the left contains a two-light window frame identical to the one described above. The floor of the gallery consists of brick with tiles and lies two steps above ground level. The gable above the gallery contains (on the first storey) three two-light window frames the same as the previous ones. Above this is the white-painted roof gutter on ochre-painted wooden blocks. In the roof section are three semicircular roof dormers placed next to each other with sloping thatched kilns. Each roof dormer has a semicircular window with radial glazing bars. Beside the gallery is a single-storey bay (3) on a semicircular floor plan and closed directly above the windows by a thatched roof. The bay has three windows which are barred and framed with rustication. To the right of the bay is (4) the gable of the hall, terminated by a thatched steep roof with very small half-hipped end. The gable contains a large parabola-shaped fanlight with glazing bars and rustication framing. The lower calf and the intermediate posts are entirely executed in rustication and barred. The roof section between the hall and the gallery is pierced by a tapered chimney. To the right of the hall the gable bends inward and then contains a facade section covering four window bays (5). The three left window bays contain windows with rustication framings. The right bay contains a small narrow window. This facade section is terminated by a roof section, the lower part of which is covered with slate, the upper part with thatch. The roof section is pierced by two roof dormers, for which the roof has been slightly curved upward. The right roof dormer contains a two-light window frame with panes provided with cross-glazing bars, the left contains two pairs of outward-sloping windows with cross-glazing bars. The sides of the window strip are again finished with painted tarred wooden shingle sections. The drip edge consists of a row of red tiles. To the right of this facade section is (6) a gallery with loggia above. The gallery has four fluted oak wooden posts and corbels, while the gable wall is inset trapezoidally. The short sides of the gallery contain access doors. On the first storey is the loggia, closed by a slate roof. The loggia runs entirely to the right into a small semicircular balcony, incorporated in the chimney (7). The large, tapered chimney stack dominates the corner between the right side gable and the front facade. At the level of the storey, the chimney however contains an arched opening and the, red brick-clad, small semicircular balcony. The chimney finally contains on the front a wind-box resting on props, covered with red tiles in the same colour as the masonry. The roof truss structure contains a bell.
The left side gable (N) contains beside the linen room a recessed facade section and contains, under a hood-like raised roof section for the hoist beam, four vertical narrow windows which provide daylight to the service corridor and the stairwell. To the left of this the gable slopes forward and contains a window with outward-sloping windows and a small toilet window to the left of it. The projecting side facade section contains on the broad side outward-sloping doors. Behind this was originally the sitting room of the servants. The other side gable of the servants' sitting room is blank and forms part of the rear gable.
The rear gable (O) has on the right a facade section that projects forward at 45 degrees relative to the rest of the gable. It has its own character in that the roof sections extend further on either side and the facade section on the storey is covered with wooden tarred wooden shingle sections. The ground floor contains on the right a three-light window with fanlights and glazing bars, on the left a four-light window with fanlights and glazing bars. The head of the windows have ears running through the masonry. On the storey is on the right a two-light window and on the left a three-light window frame. The 'head gable' of this facade section contains on the left a frame with outward-sloping windows and a fanlight, divided by two vertical glazing bars. In the roof section a roof dormer is placed against the gable bend. This contains a two-light window frame with outward-turning windows. On the ridge is a large rectangular chimney placed.
The rear gable further has from right to left a curved section, a recessed section, a straight facade section and subsequently a loggia. The oval floor plan of the dining room is expressed in the curved section with on the ground floor outward-sloping doors, flanked by outward-sloping windows (milk maid). Further to the left in this facade section is another identical outward-sloping window. The storey contains a three-light window frame with outward-sloping windows with a balcony door to the left of it. To the left of the dining room the gable projects slightly inward and contains recent (unprotected) conservatory doors. On the storey a wooden balcony has been constructed, which is accessible via a door. To the left of this recessed section behind the straight gable is the living room situated. This gable contains on the ground floor a three-light window frame with fixed windows without glazing bars and fanlights. The ears of the head of the windows and of the broad calves run through in the masonry. On the storey three identical two-light window frames with outward-turning windows with glazing bars are visible. The roof section is slightly curved in three places and contains small roof dormers with windows, provided with a cross-glazing bar division. To the left of the previously described facade section of the living room the roof section continues further downward and the gable on the ground floor recedes in trapezoidal form to make room for a loggia. The roof above the loggia is supported by two large wooden posts of fluted oak with corbels. The gable on the ground floor contains on each side outward-sloping doors, which provide access to the loggia. The roof above the loggia contains a roof dormer, which contains a three-light window frame with outward-turning windows. On either side of this frame the window strip is finished with ochre-painted tarred wooden shingle sections. On the ridge a square chimney is placed. The floor plan shows a slight bend at the location of the loggia. The gentlemen's room located to the left of the loggia contains a three-light window frame. At the far left the gable bends toward the south. This southern part of the rear gable contains on the ground floor and the storey a two-light window frame. The gable is covered with carbolineum tarred wooden shingle sections.
The large chimney stack, far right in the front facade, with gallery connects to a corridor covered by a gabled roof, which leads to a garage. Of the northern roof section on the front c.q. forecourt side the lower part is covered with tiles, the upper part with thatch. The gable on the forecourt side contains three stable windows, and on the rear side four fluted oak wooden posts and corbels. The corridor is thus open on the rear side (S).
The covered corridor is terminated in the west by the garage. The garage has a hipped roof with an arched vault on the front (NE).
The front facade (NE) contains in the middle wooden garage doors with an arched top. Large rustication blocks of tufa stone are jointed between the masonry. On the storey is a window frame with an arched top and outward-sloping windows.
The rear side (SW) has a half-hipped steep roof.
North of the villa is a small detached building. This structure is built on a nearly rectangular floor plan and is covered by a gabled roof with rising ridge. The gable ends contain dormers windows. Between the villa and the small outbuilding is a mortared stone wall with an opening for the servants' entrance.
At the rear of the villa a terrace has been constructed with a viewpoint. The terrace retaining wall is built from Weser sandstone and runs in a flowing line with the house and garden. The villa is surrounded by a very large garden; the entrance to the property was originally in the north-west corner.
Evaluation
The villa is of general importance from a cultural-historical and architectural viewpoint as a well-preserved example of villa architecture from the 1920s of the 20th century, built in a romantic-expressionist style with influences of the English country house style. Furthermore the villa and garden have ensemble and situational value, because of the characteristic unity formed by the sloping thatched roof with its sloping heathland and wooded surroundings and because of the originally so carefully considered interaction between developed areas (house and garden) and nature (heath and woodland) on this corner of the Vredelaan near the bridge over the Rijksweg. The property is also significant as one of the largest and most characteristic components of the oeuvre of architect W. Hamdorff.
Nearby in the register
- Archeologie, de Zeven Bergjes LarenArcheologieunder 1 mi
- Archeologie, ZuiderheideArcheologieunder 1 mi
- Archeologie, Zuiderheide/Zeven Bergjes LarenArcheologieunder 1 mi
- St. JanskerkhofKapelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.