Rijksmonumentenregister · Netherlands
Atelierwoning, Engweg 2
Laren, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Werk-woonhuis
- Function
- Atelierwoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1911
- Address
- Engweg 2, 1251 LL Laren (and others)
- Place
- Laren
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.25434, 5.22125
- Monument number
- 511277
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
ATELIERWONING, met twee ateliers, gebouwd in 1911 naar ontwerp van architect A.J. Kropholler in een bouwtrant die refereert aan de Cottage-stijl. Het vrijstaande pand is gelegen op de hoek van de Velthuysenlaan en de Engweg; aan de noordzijde bevinden zich de twee kopgevels van de ateliers met elk een groot ateliervenster.
Het pand is in twee fasen tot stand gekomen. Het gedeelte aan de Engweg is in 1911 naar ontwerp van A.J. Kropholler gebouwd. De twee ingangen en het rechter atelier aan de Velthuysenlaan zijn in 1916 aangebouwd door houthandel L. van Dijk (Laren), in opdracht van beeldhouwer Mendes da Costa. Het tweede atelier werd speciaal gebouwd voor het maken van het beeldhouwwerk van Generaal de Wet op de Hoge Veluwe. Het woonhuis is in 1940 uitgebreid door architect W. Hamdorff. Het beeldhouwwerkje op de topgevel van de entree is gemaakt door Han Wezelaar. Oorspronkelijk stond hier een beeld van een vrouwenfiguur, gemaakt door Mendes da Costa.
In 1984 en 1988 hebben verbouwingen aan het pand plaatsgevonden, onder leiding van architect Van der Pol. Daarbij werden onder andere in de niet oorspronkelijke westgevel van het woonhuis/atelier twee sets terrasdeuren aangebracht, elk bestaande uit stolpende, openslaande deuren met achtruits-roedenverdeling met drieruits-zijlichten en een liggend bovenlicht.
N.B. De westgevel van het woonhuis/atelier met de dubbele terrasdeuren valt buiten de bescherming.
Omschrijving
Vrijstaand pand op L-vormige plattegrond, met een hoogte van één bouwlaag (twee woonlagen) onder een samengesteld rieten zadeldak met rode nokvorsten. De kap bestaat uit twee parallel lopende zadeldaken, met noklijnen evenwijdig aan de Engweg. De meest westelijke kap dekt het bouwdeel uit 1916 en is korter dan de oostelijke kap. De oostelijke kap is aan de zuidzijde geknikt. Alle topgevels zijn afgewerkt met knelplanken. Op de zuidwesthoek van het woonhuis en in de knik van de zuidgevel zijn schoorstenen aan te treffen, evenals op de nok van het westelijke atelier. Het pand is opgetrokken uit een grauwe baksteen, deels met gesinterde koppen. Het linkerdeel van de oostgevel is gemetseld in kruisverband, de overige muurdelen in halfsteensverband. De vensters zijn onder en boven afgewerkt met een rollaag; tussen het venster en de rollaag bevindt zich een terugliggende platte laag. De houten kozijnen waren in oorsprong okerkleurig geschilderd, het raamhout wit. De onder- en bovendorpels van de oorspronkelijke kozijnen zijn voorzien van doorlopende oren.
De voorgevel (O) aan de Engweg bevat ongeveer in het midden een kleine portaal-achtige uitbouw met de entree. Deze eenlagige uitbouw heeft een rechthoekig grondplan en wordt afgesloten door een klein rieten zadeldak met noklijn haaks op de Engweg. De entree bestaat uit een houten deur met kruisraam en een glazen afdak op eenvoudige schoren. Voor de deur ligt een tegelstoep in dambordpatroon met rand van gele klinkers. De kleine topgevel heeft een op een hardstenen kraagsteen rustende bakstenen makelaar met sierankers; de makelaar dient als console voor een beeldhouwwerk, bestaande uit een man met korenschoof en lam. Links van de entree-uitbouw bevindt zich een liggend drielichts-venster, waarvan het middelste kozijn een draairaam bevat. Geheel links in de voorgevel bevindt zich een klein rechthoekig venster.
De symmetrisch opgezette rechterzijgevel is de noordgevel. Deze gevel bevat de twee topgevels van de ateliers, verbonden door een tussenlid. De topgevels kragen iets uit (op bakstenen schouderstukken) en bevatten vergelijkbare ateliervensters, die echter verschillen qua detaillering en kozijnzwaarte. De linkertopgevel is bovendien voorzien van een klein zoldervenster met kruisroeden en dorpel-oren. Het ateliervenster in de linker topgevel bevat een drielichts-venster, waarvan de drie kozijnen elk een zesruits-roedenverdeling hebben. Dit venster wordt bekroond door een liggend bovenlicht met vier ruiten. De bovendorpel heeft oren, waarboven de zolderbalken uit het muurwerk naar voren steken. De rechtertopgevel is wat eenvoudiger qua detaillering. Het iets terugspringende, eenlagig tussenlid op rechthoekig grondplan wordt afgesloten door een rieten zadeldak met noklijn haaks op de Engweg. De noklijn van het tussenlid ligt lager dan die van de ateliers. Het tussenlid bevat twee ingangen, elk met een houten onder- en bovendeur. Tussen de ingangen bevinden zich twee kleine gekoppelde zesruits-vensters. De gevel wordt afgesloten door een houten goot op drie ijzeren schoren, die tevens als afdak dient. Rechts van de noordgevel is een door een iets uitkragende rollaag afgesloten muur gebouwd die twee stolpende deuren bevat, voorzien van ijzeren gehengen.
De achtergevel (W) van het westelijke gelegen atelier is blind.
De achtergevel (W) van het oostelijke bouwvolume (woonhuis/atelier) bevatte in oorsprong een veranda onder geknikt rieten dak. In het dak bevindt zich een langgerekte dakkapel met glooiende killen en vijf vensterassen, waarvan er drie een draairaam met kruisroeden bevatten, de linkeras een drielichts-venster en de middenas een dubbel draairaam met kruisroeden. Links van dit geveldeel springt de gevel onder het geknikte dakschild iets terug. Dit gedeelte bevat een keukenvenster, bestaande uit een kruisraam met tweeruits-bovenlicht en links daarvan een deelbare deur met bovenlicht. Links van de keuken springt de gevel ca. 2 m terug, maar bevat een kleine uitbouw met houten goot onder een plat dak. Dit gedeelte bevat een venster met tralies.
De linkerzijgevel (Z) van de woning heeft op de begane grond een gekoppeld venster met twee kruisramen en is voorzien van opgeklampte luiken. Boven het venster zijn twee rondbogen in het metselwerk aangebracht. Ter hoogte van de balklaag bevinden zich drie sierankers. Op de verdieping bevindt zich een venster als op de begane grond, maar zonder luiken. Op de rechterhoek van deze gevel bevindt zich de ingebouwde schoorsteen, die reikt tot de noklijn. Het linkerdakschild is geknikt, oorspronkelijk ten behoeve van de veranda en was onder de knik voorzien van glaspanelen (thans metselwerk).
De linkerzijgevel (Z) van het atelier bevat een (niet oorspronkelijke, niet beschermde) houten uitbouw en een (niet oorspronkelijk) excentrisch geplaatst venster op de verdieping. Het rechterdakschild is geknikt.
De gevel van het tussenlid bevat twee rechthoekige venster met tralies.
Waardering
Het pand is van algemeen belang uit typologisch oopunt en uit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt als vroeg voorbeeld van een atelierwoning in het Gooi uit het tweede decennium van de 20ste eeuw, opgetrokken in een bouwtrant die refereert aan de Cottage-stijl. Daarnaast is het pand van belang als onderdeel uit het oeuvre van architect A.J. Kropholler.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
STUDIO DWELLING, with two studios, built in 1911 to the design of architect A.J. Kropholler in a building style that refers to the Cottage style. The detached building is located at the corner of Velthuysenlaan and Engweg; on the north side are the two gabled ends of the studios, each with a large studio window.
The building was completed in two phases. The section on Engweg was built in 1911 to the design of A.J. Kropholler. The two entrances and the right studio on Velthuysenlaan were added in 1916 by timber merchant L. van Dijk (Laren), on the instructions of sculptor Mendes da Costa. The second studio was specially built for the creation of the sculptural work of General de Wet on the Hoge Veluwe. The dwelling was extended in 1940 by architect W. Hamdorff. The sculptural piece on the gabled end of the entrance was made by Han Wezelaar. Originally there stood here a sculpture of a female figure, made by Mendes da Costa.
In 1984 and 1988, renovations to the building took place under the direction of architect Van der Pol. During this work, two sets of terrace doors were installed in the non-original west facade of the dwelling/studio, each consisting of double-acting, opening doors with three-pane glazing bars with three-pane side lights and a horizontal fanlight.
N.B. The west facade of the dwelling/studio with the double terrace doors falls outside the protection.
Description
Detached building on an L-shaped plan, with a height of one storey (two residential storeys) under a combined thatched gabled roof with red ridge finials. The roof consists of two parallel running gabled roofs, with ridge lines parallel to Engweg. The most westerly roof covers the building section from 1916 and is shorter than the eastern roof. The eastern roof is angled on the south side. All gabled ends are finished with bargeboard. On the south-west corner of the dwelling and in the angle of the south facade are chimneys to be found, as well as on the ridge of the western studio. The building is constructed of greyish brickwork, partly with sintered headers. The left part of the east facade is laid in cross-bond, the remaining wall sections in half-brick bond. The windows are finished above and below with a belt course; between the window and the belt course is a recessed flat layer. The wooden frames were originally painted ochre-coloured, the frame wood white. The under and upper sills of the original frames are provided with continuous ears.
The front facade (E) on Engweg contains approximately in the centre a small portal-like projection with the entrance. This single-storey projection has a rectangular plan and is terminated by a small thatched gabled roof with ridge line perpendicular to Engweg. The entrance consists of a wooden door with cross window and a glazed awning on simple corbels. In front of the door is a tiled step in chequerboard pattern with border of yellow clinker bricks. The small gabled end has a brick corbel resting on a hard stone corbel with ornamental wall anchors; the corbel serves as a console for a sculptural work, consisting of a man with sheaf of corn and lamb. To the left of the entrance projection is a horizontal three-light window, of which the middle frame contains a casement. Far left in the front facade is a small rectangular window.
The symmetrically arranged right side facade is the north facade. This facade contains the two gabled ends of the studios, connected by a connecting section. The gabled ends project slightly (on brick shoulder pieces) and contain comparable studio windows, which however differ in detail and frame weight. The left gabled end is furthermore provided with a small loft window with cross glazing bars and sill ears. The studio window in the left gabled end contains a three-light window, of which the three frames each have a six-pane glazing bar arrangement. This window is crowned by a horizontal fanlight with four panes. The upper sill has ears, above which the loft beams protrude from the masonry. The right gabled end is somewhat simpler in detailing. The slightly set-back, single-storey connecting section on rectangular plan is terminated by a thatched gabled roof with ridge line perpendicular to Engweg. The ridge line of the connecting section is lower than that of the studios. The connecting section contains two entrances, each with a wooden under and upper door. Between the entrances are two small coupled six-pane windows. The facade is finished with a wooden gutter on three iron corbels, which also serves as an awning. To the right of the north facade is a wall terminated by a slightly projecting belt course that contains two double-acting doors, furnished with iron hinges.
The rear facade (W) of the western situated studio is blind.
The rear facade (W) of the eastern building volume (dwelling/studio) originally contained a veranda under an angled thatched roof. In the roof is a long roof dormer with sloping rafters and five window axes, of which three have a casement with cross glazing bars, the left axis a three-light window and the middle axis a double casement with cross glazing bars. To the left of this part of the facade, the facade springs back slightly under the angled roof plane. This section contains a kitchen window, consisting of a cross window with two-pane fanlight and to its left a folding door with fanlight. To the left of the kitchen, the facade springs back approximately 2 m, but contains a small projection with wooden gutter under a flat roof. This section contains a window with bars.
The left side facade (S) of the dwelling has on the ground floor a coupled window with two cross windows and is provided with attached shutters. Above the window are two round arches in the masonry. At the height of the beam layer are three ornamental wall anchors. On the first floor is a window as on the ground floor, but without shutters. On the right corner of this facade is the built-in chimney, which extends to the ridge line. The left roof plane is angled, originally for the benefit of the veranda and was provided under the angle with glass panes (now masonry).
The left side facade (S) of the studio contains a (non-original, unprotected) wooden projection and a (non-original) eccentrically placed window on the first floor. The right roof plane is angled.
The facade of the connecting section contains two rectangular windows with bars.
Valuation
The building is of general interest from a typological point of view and from a cultural and architectural-historical point of view as an early example of a studio dwelling in the Gooi from the second decade of the 20th century, constructed in a building style that refers to the Cottage style. Furthermore, the building is of importance as a component of the oeuvre of architect A.J. Kropholler.
Nearby in the register
- Bedrijfs-,fabriekswoning, Molenweg 13Bedrijfs-,fabriekswoningunder 1 mi
- Bedrijfs-,fabriekswoning, Molenweg 11Bedrijfs-,fabriekswoningunder 1 mi
- Molen, Molenweg 2 BIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
- Bedrijfs-,fabriekswoning, Molenweg 9Bedrijfs-,fabriekswoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.