TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Tuin, Mollaan bij 1

Bloemendaal, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Tuin
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1922
Address
Mollaan bij 1, Locatie: Duin en Daal, 2061 CR Bloemendaal
Place
Bloemendaal
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.40625, 4.61140
Part of complex
511124
Monument number
511126

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "Rijnland" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

TUINAANLEG, onderdeel van het complex "Saxenburg", uitgevoerd tussen 1919 en 1922 in de Architectonische Tuinstijl naar een ontwerp van D.F. Tersteeg in opdracht van de dames J.M. en M.A. Bierens de Haan.

De tuin is in oorspronkelijke staat aanwezig, grotendeels overeenkomstig het schetsontwerp uit 1919 en een aanpassing uit 1922 ten behoeve van een verdiepte binnentuin.

NB Het in 1976 in de vierkante binnentuin ten zuidwesten van het huis aangelegde zwembad valt buiten de bescherming.

Omschrijving

De in Architectonische Tuinstijl uitgevoerde tuinaanleg omvat een terrein van ongeveer 8700 m2 groot en is omgeven door een gracht. De tuinaanleg bestaat uit zes verschillende gedeelten (genummerd 1 t/m 6) die rondom het huis zijn gesitueerd:1. ten zuiden van het huis een oprit met "voorplein";2. ten zuidwesten en ten noordwesten van het huis een terras direct tegen het huis gelegen;3. ten zuidwesten van het huis een vierkante binnentuin grenzend aan het terras;4. ten noordwesten van het huis een gazon, grenzend aan het terras, omzoomd door een wand van bomen en heesters;5. ten noorden van het huis, grenzend aan het hierboven genoemde gazon, een symmetrisch gedeelte met verdiepte binnentuin, dat oorspronkelijk als bloementuin bedoeld was;6. ten noordoosten van het huis, grenzend aan de westzijde van de verdiepte binnentuin, een moestuin met boomgaard en kas.

Rondom de gehele tuin is een randbeplanting van verschillende soorten aanwezig, waaronder Quercus (eik), Betula (berk), Picea (den), Acer (esdoorn) en Fraxinus (es), waar oorspronkelijk aan de west- en oostzijde een pad doorheen liep, dat nu grotendeels overgroeid is. In de tuin zijn thans vier van de vijf oorspronkelijke symmetrie-assen te onderscheiden, waardoor de verschillende gedeelten onderling met elkaar verbonden worden. Het huis is als uitgangspunt voor deze symmetrie-assen gekozen. De tuin is ontworpen op basis van een raster, waarvan de symmetrie-assen deel uit maken.

Beschrijving van de verschillende tuingedeelten:

1. Ten zuiden van het huis voert de oprit, betaande uit een grindpad vanaf de twee 19de-eeuwse hekpalen aan de openbare weg naar het "voorplein". Het pad verbreedt zich ter hoogte van het huis tot het "voorplein" dat eveneens met grind verhard is. Aan de noordwestzijde wordt de oprit begrensd door een Taxushaag. Aan de zuidoostzijde wordt de oprit begrensd door een Taxushaag die iets lager is en die zich voortzet rond het semi-zeskantige "voorplein" en waarin tegenover de voordeur van het huis een smalle boog gevormd is.

2. Ten zuidwesten en ten noordwesten ligt, direct tegen het huis, het L-vormige terras. Dit is verhard met flagstones. In het verlengde van de noordwestgevel van het huis is een bakstenen trede in het terras opgenomen naar het ongeveer 0.20 meter lager ten zuidwesten van het huis gelegen terras en op de afscheiding voorzien van een gemetselde keermuur. De tuinpaden zijn verhard met rechthoekige flagstones van verschillend formaat.

Alle gemetselde muren in de tuin bestaan uit grijspaarse handvorm baksteen in Vlaams verband.

3.Het niveau van de vierkante binnentuin ten zuidwesten van het huis lag aanvankelijk 0.40 meter beneden dat van het ZW-terras en was van daaruit bereikbaar via een trap met drie treden. De binnentuin (tuingedeelte 3) is bereikbaar via een trap van twee treden, aan weerszijden waarvan een kegelvormige Chamaecyparis Lawsoniana compacta nova (E) (conifeer) staat. Ten noordwesten van het huis ligt de tuin met gazon (tuingedeelte 4) ongeveer 0.70 meter lager. Dit hoogteverschil wordt gemarkeerd door een gemetselde keermuur. Deze tuin is bereikbaar door middel van een trap van vijf treden in het midden van de keermuur. Op de westhoek is de keermuur ongeveer 0.50 meter teruggelegen. Rondom de keermuren zijn vakken met beplanting bestaande uit heesters en vaste planten.

De vierkante binnentuin is opgebouwd vanuit een symmetrie-as, welke loodrecht staat op het midden van de zuidwest gevel van het huis. De beplanting van bomen en heesters bestaat naar het schetsontwerp uit 1919 aan de zuidwestelijke zijde voornamelijk bestaat uit Rhododendron en Ilex (hulst). Oorspronkelijk is ook de in de ZO-hoek staande, nu circa 8 m. hoge Chamaecyparis Obtusa (D).

4. Rondom het gazon ten noordwesten van het huis, zijn borders met bomen en heesters, waaronder een zeldzame Mespilus (mispel) (C), llex (hulst), Catalpa (trompetboom), Cupressaceae (coniferen), Acer (esdoom), Ulmus (iep) en Rhododendron. In de zuidhoek van het gazon staat een Tilia (linde) (L). De afscheiding tussen de plantvakken grenzend aan het terras en het gazon wordt gevormd door een pad van flagstones evenwijdig aan het terras. De in het verlengde van het pad ter hoogte van de Tilia staande Cryptomeria Japonica behoort ook nog tot de oorspronkelijke beplanting (A). Op ongeveer 1.00 meter afstand van het pad is het gazon. Dit ligt ca. 0.20 meter lager dan het genoemde pad.

5. Het symmetrisch tuingedeelte ten noorden van het huis bestaat uit twee delen: A. een deel direct aansluitend op het gazon ten noordwesten van het huis.

B. een verdiept tuingedeelte.

Door deze beide delen loopt een symmetrie-as (zuidwest-noordoost). Loodrecht hierop staat in de vrijwel vierkante verdiepte binnentuin een tweede symmetrie-as. Markant en origineel zijn ook de symmetrisch ten opzichte van de symmetrie-as geplaatste Cupressus Arizonica van circa 15 m. (B1 en B2). De beide tuindelen worden gescheiden door een Taxushaag.

5A. Op het grote gazon sluit, gescheiden door een aarden pad, een klein gazon aan met aan de noordwest- en zuidoostzijde een pad van flagstones en op de binnenhoeken van de paden twee in bolvorm gesnoeide Buxusstruiken. De paden leidden in noordoostelijke richting naar een boogvormige doorgang in een iepenhaag (tot 1990). De aangrenzende verdiepte binnentuin is bereikbaar door middel van twee trappartijen gelegen in het verlengde van elk pad. Aan de buitenzijden van de paden is een Buxushaagje, waarnaast een plantenborder.

5B. - De vrijwel vierkante verdiepte binnentuin is aan alle zijden omgeven door een gemetselde keermuur, welke het hoogteverschil van ongeveer 0.40 meter met de omliggende tuindelen opvangt; de keermuur is van wisselende hoogte. De binnentuin was tot medio 1989 aan noordwest-, zuidoost- en ten dele aan de noordoostzijde omringd door een haag bestaande uit Ulmus (iep) van thans ongeveer 3 meter hoogte. In het midden van de tuin is een gazon met in het centrum, het kruispunt van de twee symmetrie-assen, een zonnewijzer. Het gazon is omringd door borders van heesters en vaste planten, behalve in het midden van de zuidwest- en noordoostzijde.

Aan de zuidwestzijde zijn de twee trappartijen die het onder 5a genoemde tuindeel verbinden met de verdiepte binnentuin. De bakstenen trappartijen bestaan uit twee treden, ter weerszijden geaccentueerd door een op het muurwerk aansluitende vierkante pijler.

Onderaan de trap ligt een klein rechthoekig met flagstones verhard gedeelte. De keermuur is ongeveer 0.50 meter hoog, behalve aan de noordwest kant waar de muur, via een in de muur opgenomen muurverzwaring, overgaat in een hoogte van ongeveer 0.80 meter.

De keermuur is aan de zuidoostzijde ongeveer 0.50 meter hoog en is in het midden gedeeltelijk verlaagd. Hier middenin slaat, op een met flagstones afgedekte vierkante pijler, een beeldje dat de symmetrie-as beëindigt. De haag van Ulmus (iep) vormt een halfronde boog hier omheen.

In het midden van de noordwestzijde ligt in de as een trappartij. Deze bestaat uit vier treden, verhard met flagstones, waarbij de tweede trede van onderen extra breed is. De onderste twee treden zijn ellips-vormig uitgebouwd, de bovenste twee treden zijn recht. Aan weerszijden van de trappartij staat een uitgegroeide Chamaecyparis Obtusa nana gracilis (F1 en F2) (conifeer). De keermuur is aan weerszijden van de trappartij ongeveer 1.00 meter hoog; naar de hoeken gaat deze, gemarkeerd door een muurverzwaring over in een hoogte van ongeveer 0.80 meter. Ten noordwesten van de trappartij is evenwijdig aan de keermuur een pad van flagstones, dat in zuidwestelijke richting beëindigd wordt door een haag van Ulmus (iep) en in noordoostelijke richting door een in deze haag gevormde boog naar de moestuin (tuingedeelte 6) leidt. Het pad is omzoomd door een lage Buxushaag. Ten noordwesten van het pad en hier op aansluitend is in de as een gemetselde zitbank in de vorm van een halve achthoek met aan de voet een verharding van flagstones met in oorsprong een zitting van houten planken.

Aan de noordoostzijde gaat het gazon door middel van een rand van flagstones over in een rechthoekig waterbassin, waarachter zich een verhoogde, gemetselde bloembak bevindt.

De keermuur is aan de beide uiteinden van deze zijde ongeveer 0.80 meter hoog en gaat, middels een muurverzwaring, over in een muur met een hoogte van ongeveer 0.30 meter, welke de voorzijde van de bloembak vormt. De achterzijde wordt gevormd door een ongeveer 1.50 meter hoge gemetselde muur. Recht voor de bloembak ligt het bassin. Bloembak en bassin liggen in het midden van de keermuur.

6. De moestuin, nu niet meer als zodanig in gebruik, ligt ten noordoosten van het huis. Deze was tot 1990 bereikbaar door een ongeveer 5.00 meter lange berceau gevormd door Ulmus (iep) en een in het verlengde hiervan gelegen graspad. In de moestuin staat een verscheidenheid aan bomen, heesters en vaste planten. Aan de uiterste noordoostzijde van de moestuin is een kleine kweekkas met aan weerszijden kweekbakken. In de oosthoek van de moestuin is een gedeelte ter grootte van ongeveer 80 m2 afgeschermd door middel van een ongeveer 2.50 meter hoge muur, waarin twee poorten. Via de moestuin is de ten noordoosten van de verdiepte tuin gelegen boomgaard bereikbaar.

Waardering

De tuinaanleg naar ontwerp van tuinarchitect D.F. Tersteeg in Architectonische tuinstijl, is van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het complex "Saxenburg" en is van belang als representatief voorbeeld van een tuinaanleg uit ca. 1920 in de architectonische tuinstijl en als karakteristiek onderdeel van het oeuvre van tuinarchitect D.F. Tersteeg.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

GARDEN LAYOUT, component of the complex "Saxenburg", executed between 1919 and 1922 in the Architectural Garden style according to a design by D.F. Tersteeg commissioned by the ladies J.M. and M.A. Bierens de Haan.

The garden is present in its original state, largely in accordance with the sketch design from 1919 and an adaptation from 1922 for the purposes of a sunken inner garden.

NB The swimming pool laid out in 1976 in the square inner garden to the southwest of the house falls outside the protection.

Description

The garden layout executed in Architectural Garden style comprises a terrain of approximately 8700 m2 and is surrounded by a moat. The garden layout consists of six different sections (numbered 1 to 6) situated around the house: 1. to the south of the house a drive with "forecourt"; 2. to the southwest and northwest of the house a terrace directly adjoining the house; 3. to the southwest of the house a square inner garden adjoining the terrace; 4. to the northwest of the house a lawn, adjoining the terrace, bordered by a row of trees and shrubs; 5. to the north of the house, adjoining the aforesaid lawn, a symmetrical section with sunken inner garden, originally intended as a flower garden; 6. to the northeast of the house, adjoining the west side of the sunken inner garden, a vegetable garden with orchard and greenhouse.

Around the entire garden is a perimeter planting of various species present, including Quercus (oak), Betula (birch), Picea (spruce), Acer (maple) and Fraxinus (ash), where originally a path ran through on the west and east sides, now largely overgrown. In the garden four of the five original axes of symmetry can now be distinguished, through which the various sections are interconnected with each other. The house was chosen as the starting point for these axes of symmetry. The garden was designed on the basis of a grid, of which the axes of symmetry form part.

Description of the different garden sections:

1. To the south of the house the drive leads, consisting of a gravel path from the two 19th-century gateposts on the public road to the "forecourt". The path widens at the height of the house to the "forecourt" which is also surfaced with gravel. On the northwest side the drive is bounded by a yew hedge. On the southeast side the drive is bounded by a yew hedge which is slightly lower and which continues around the semi-hexagonal "forecourt" and in which a narrow arch is formed opposite the front door of the house.

2. To the southwest and northwest, directly adjoining the house, lies the L-shaped terrace. This is surfaced with flagstones. In the extension of the northwest gable of the house a brick step is incorporated in the terrace leading to the terrace situated approximately 0.20 meters lower to the southwest of the house and on the boundary provided with a mortared retaining wall. The garden paths are surfaced with rectangular flagstones of various sizes.

All mortared walls in the garden consist of greyish-purple hand-moulded brick in Flemish bond.

3. The level of the square inner garden to the southwest of the house was originally 0.40 meters below that of the SW terrace and was accessible from there via a flight of three steps. The inner garden (garden section 3) is accessible via a flight of two steps, on either side of which stands a conical Chamaecyparis Lawsoniana compacta nova (E) (conifer). To the northwest of the house lies the garden with lawn (garden section 4) approximately 0.70 meters lower. This height difference is marked by a mortared retaining wall. This garden is accessible by means of a flight of five steps in the middle of the retaining wall. On the west corner the retaining wall is set back approximately 0.50 meters. Around the retaining walls are panels with planting consisting of shrubs and herbaceous plants.

The square inner garden is constructed from an axis of symmetry, which is perpendicular to the middle of the southwest gable of the house. The planting of trees and shrubs consists, according to the sketch design from 1919, on the southwestern side mainly of Rhododendron and Ilex (holly). Originally also the Chamaecyparis Obtusa (D) standing in the SE corner, now approximately 8 m. high.

4. Around the lawn to the northwest of the house are borders with trees and shrubs, including a rare Mespilus (medlar) (C), Ilex (holly), Catalpa (Indian bean tree), Cupressaceae (conifers), Acer (maple), Ulmus (elm) and Rhododendron. In the south corner of the lawn stands a Tilia (lime tree) (L). The separation between the planting sections adjoining the terrace and the lawn is formed by a path of flagstones parallel to the terrace. The Cryptomeria Japonica standing in the extension of the path at the height of the Tilia also belongs to the original planting (A). At approximately 1.00 meter distance from the path is the lawn. This lies approximately 0.20 meters lower than the said path.

5. The symmetrical garden section to the north of the house consists of two parts: A. a part directly adjoining the lawn to the northwest of the house.

B. a sunken garden section.

Through these two parts runs an axis of symmetry (southwest-northeast). Perpendicular to this stands in the almost square sunken inner garden a second axis of symmetry. Striking and original are also the Cupressus Arizonica of approximately 15 m. placed symmetrically with respect to the axis of symmetry (B1 and B2). The two garden sections are separated by a yew hedge.

5A. On the large lawn adjoins, separated by an earth path, a small lawn with on the northwest and southeast sides a path of flagstones and at the inner corners of the paths two box shrubs clipped into a ball shape. The paths led in a northeast direction towards a curved passage in an elm hedge (until 1990). The adjoining sunken inner garden is accessible by means of two sets of stairs located in the extension of each path. On the outer sides of the paths is a low box hedge, beside which is a planting border.

5B. - The almost square sunken inner garden is surrounded on all sides by a mortared retaining wall, which takes up the height difference of approximately 0.40 meters with the surrounding garden sections; the retaining wall is of varying height. Until mid-1989 the inner garden was surrounded on the northwest, southeast and partly on the northeast side by a hedge consisting of Ulmus (elm) now approximately 3 meters high. In the middle of the garden is a lawn with at the center, the intersection point of the two axes of symmetry, a sundial. The lawn is surrounded by borders of shrubs and herbaceous plants, except in the middle of the southwest and northeast sides.

On the southwest side are the two sets of stairs which connect the garden section mentioned under 5a with the sunken inner garden. The brick sets of stairs consist of two steps, accented on either side by a square pilaster adjoining the masonry.

At the bottom of the stairs lies a small rectangular section surfaced with flagstones. The retaining wall is approximately 0.50 meters high, except on the northwest side where the wall, via a wall thickening incorporated in the wall, passes into a height of approximately 0.80 meters.

The retaining wall is approximately 0.50 meters high on the southeast side and is partly lowered in the middle. Here in the middle, on a square pilaster covered with flagstones, strikes a small sculpture that terminates the axis of symmetry. The hedge of Ulmus (elm) forms a semi-circular arch around it.

In the middle of the northwest side lies a set of stairs in the axis. This consists of four steps, surfaced with flagstones, whereby the second step from below is particularly wide. The bottom two steps are elliptically constructed, the top two steps are straight. On either side of the set of stairs stands a well-developed Chamaecyparis Obtusa nana gracilis (F1 and F2) (conifer). The retaining wall on either side of the set of stairs is approximately 1.00 meter high; towards the corners this, marked by a wall thickening, passes into a height of approximately 0.80 meters. To the northwest of the set of stairs is parallel to the retaining wall a path of flagstones, which terminates in a southwest direction by an elm hedge and in a northeast direction by an arch formed in this hedge leading to the vegetable garden (garden section 6). The path is bordered by a low box hedge. To the northwest of the path and adjoining it here is in the axis a mortared bench in the form of a half-octagon with at the base a surfacing of flagstones originally with wooden board seating.

On the northeast side the lawn passes by means of an edge of flagstones into a rectangular water basin, behind which is a raised, mortared flower trough.

The retaining wall is at the two ends of this side approximately 0.80 meters high and passes, by means of a wall thickening, into a wall with a height of approximately 0.30 meters, which forms the front of the flower trough. The rear is formed by an approximately 1.50 meters high mortared wall. Directly in front of the flower trough lies the basin. Flower trough and basin lie in the middle of the retaining wall.

6. The vegetable garden, now no longer in use as such, lies to the northeast of the house. This was accessible until 1990 through an approximately 5.00 meter long pergola formed by Ulmus (elm) and a grass path lying in its extension. In the vegetable garden stands a variety of trees, shrubs and herbaceous plants. At the far northeast side of the vegetable garden is a small propagating greenhouse with nursery trays on either side. In the east corner of the vegetable garden a section measuring approximately 80 m2 is screened off by means of an approximately 2.50 meters high wall, in which two gates. Via the vegetable garden the orchard situated to the northeast of the sunken garden is accessible.

Valuation

The garden layout to the design of garden architect D.F. Tersteeg in Architectural garden style is of general interest as a historically-functional component of the complex "Saxenburg" and is of importance as a representative example of a garden layout from approximately 1920 in the architectural garden style and as a characteristic component of the oeuvre of garden architect D.F. Tersteeg.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map