TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Schoterlandseweg 69

Jubbega, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1920 - 1928
Address
Schoterlandseweg 69, 8411 XX Jubbega (Heerenveen 21)
Place
Jubbega
Municipality
Heerenveen
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
52.97483, 6.11199
Monument number
510490

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1909 map "11 Heerenveen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De PASTORIE met KOETSHUIS van de N.H. Kerk te Jubbega is in 1920 gebouwd naar ontwerp van P.H. van Lonkhuyzen uit Harderwijk. Het pand, met een aan Overgangs-architectuur verwante hoofdvorm, heeft een verstrakking in de bakstenen detaillering en heeft daarnaast aan de traditionele bouwstijl ontleende elementen. Het pand ligt op een ruim perceel, met een grote tuin rondom met in de voortuin o.a. een rode beuk en een kastanje. Aan de zij- en achterkant wordt het terrein begrensd door een sloot waarlangs berken en eiken staan. Aan de oostzijde zijn twee grindpaden: één naar de voordeur en één naar het koetshuis. Dit koetshuis, thans garage en schuur, staat ten noorden van de pastorie en is ermee verbonden middels een gemetselde muur. In 1967 is de pastorie inpandig verbouwd naar tekening van architectenbureau Hoogeveen uit Heerenveen. Bij deze verbouwing is met name de zolderverdieping verbouwd, waarbij drie dakkapellen zijn geplaatst. Ook is een kastenwand uitgebroken en een schoorsteen geplaatst.

Omschrijving

De pastorie is op een bijna vierkante plattegrond gebouwd met een aangebouwde bijkeuken aan de achtergevel en een serre aan de westzijde. Het pand van twee bouwlagen wordt gedekt door een overstekend tentdak met twee door het dakvlak brekende topgevels onder zadeldak. Het dak is belegd met rode ongeglazuurde tuile-du-nord pannen. Op de nok is een gemetselde, zich verjongende schoorsteen. Het opgaand muurwerk bestaat uit bruine bakstenen met een rollaag ter hoogte van het trasraam. De gevelvlakken van de eerste bouwlaag worden rondom het pand over de gehele hoogte van de vensters gemarkeerd door in diep reliëf gemetselde horizontale banden. Aan alle gevels hebben de vensters onder strek een bakstenen afzaat. De H-vensters worden steeds door brede houten stijlen gedeeld, zodat twee- of driedelige vensterpartijen ontstaan. De roedeverdeling is verschillend op de beide bouwlagen: op de eerste bouwlaag is de bovenste helft van elk venster voorzien van een zesruits verdeling; op de tweede bouwlaag hebben de zesruitsvensters tweeruits bovenlichten. De vensters aan de voorgevel en één venster aan de oostelijke zijgevel zijn op de eerste bouwlaag voorzien van tweedelige luiken: het bovenste deel met persiennes, het onderste deel met een zandlopermotief in rood en wit. De voorgevel bestaat uit een uit het gevelvlak naar voren springende topgevel, voorzien van een rand siermetselwerk onder de dakvoet en een windveer. In de geveltop zijn twee smalle rechthoekige vensters. In deze topgevel bevindt zich op de beide bouwlagen een driedelig venster. Op gelijke hoogte bevinden zich in het naastliggende gevelvlak twee tweedelige vensters. In het dakvlak boven deze vensters is een dakkapel met een tweelichtvenster. De oostelijke zijgevel wordt gedomineerd door de sterk naar voren springende en hoger opgetrokken topgevel met de ingangspartij. De vernieuwde houten voordeur met ééntreeds gemetselde stoep met een natuurstenen plaat wordt geflankeerd door twee kleine vensters met een romboidale roede. Twee gelijke vensters bevinden zich in de zijkant van het middenrisaliet; de afzaten hebben natuurstenen hoeken. Links naast de voordeur is een natuurstenen brievenbus met opschrift: EERSTE STEEN GELEGD DOOR DS. D. VAN LONKHUYZEN 9 JUNI 1920. Boven de houten luifel bevinden zich twee rijen van ieder zes verticale smalle vensterstroken met gekleurd glas-in-lood. Aan weerszijden van het middenrisaliet onder zadeldak is de gevel symmetrisch ingedeeld door tweedelige vensterpartijen. Het noordelijke venster op de eerste bouwlaag, zonder roedeverdeling, is niet oorspronkelijk. Aan de westgevel is de rechthoekige serre, bestaande uit geschakelde vensters met zes-, acht- en twaalfruits bovenlichten op een gemetseld trasraam; de doorlopende afzaat is voorzien van natuurstenen hoeken. Op het platte dak boven de serre komt een vernieuwde dubbele balkondeur uit, met tweeruits bovenlichten. De overige westgevel wordt ingedeeld door twee tweedelige vensters. In het dakvlak is een lange, later toegevoegde dakkapel met drie vensters. Aan de achtergevel verspringt de rooilijn waar het dakvlak iets is doorgetrokken. In het rechtergeveldeel zijn twee tweedelige vensters. De bijkeuken van één bouwlaag staat aan de noordwesthoek. De noordgevel van de bijkeuken wordt ingedeeld door een houten deur met aan weerszijden een venster met romboidale roedeverdeling. Het woonhuis wordt met het koetshuis verbonden middels een gemetseld muurtje met halfronde poort. Het KOETSHUIS is opgetrokken in bruine bakstenen met een rollaag ter hoogte van het trasraam. Het zadeldak is gedekt met golfplaten. De voorgevel bevat een vernieuwde dubbele deur met een segmentvormig bovenlicht met romboidale roedeverdeling: oorspronkelijk was hier een halfrond bovenlicht. Erboven is een klein rechthoekig venster met dezelfde roedeverdeling. In de noordgevel zijn voorts vier luchtgaten, in de zuidgevel een nieuwe houten deur en een tweeruitsvenster.

Het interieur van de pastorie is deels oorspronkelijk wat betreft indeling. Daarnaast zijn enkele oorspronkelijke details nog aanwezig; zoals ondermeer de fraai gesneden trap en de stucplafonds.

Waardering

De pastorie van de N.H. kerk met koetshuis, in 1920 naar ontwerp van P.H. van Lonkhuyzen in Jubbega gebouwd, is van cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- als uitdrukking van een verschuiving in de bouwtraditie van het pastorie-type,

- vanwege de hoge mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp met aan verschillende bouwstijlen ontleende elementen,

- vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur,

- vanwege de redelijke mate van oorspronkelijkheid van het interieur,

- vanwege de hoge mate van belang voor het aanzien van straat en het dorp,

- vanwege de hoge mate van visuele gaafheid van de pastorie met koetshuis en de ruime tuin.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The PARSONAGE with COACH HOUSE of the N.H. Church at Jubbega was built in 1920 to a design by P.H. van Lonkhuyzen from Harderwijk. The building, with a main form related to Transition architecture, has a refinement in the brick detailing and additionally features elements drawn from traditional building style. The building stands on a spacious plot, with a large garden surrounding it containing, among other things, a red beech and a chestnut tree in the front garden. On the side and rear, the grounds are bounded by a dyke with birch and oak trees along it. On the east side are two gravel paths: one to the front door and one to the coach house. This coach house, now garage and shed, stands north of the parsonage and is connected to it by means of a brick wall. In 1967 the parsonage was internally renovated according to drawings by the architectural firm Hoogeveen from Heerenveen. During this renovation the upper floor in particular was renovated, whereby three roof dormers were installed. A built-in wardrobe was also removed and a chimney installed.

Description

The parsonage is built on an almost square floor plan with an adjoining scullery on the rear facade and a conservatory on the west side. The building of two storeys is covered by an overhanging tent roof with two gable ends breaking through the roof plane under gabled roof. The roof is laid with red unglazed tuile-du-nord tiles. On the ridge is a brick chimney that tapers upward. The external brickwork consists of brown bricks with a roll course at the height of the transom window. The facade sections of the first storey are marked around the building over the full height of the windows by horizontally laid bricks in deep relief. On all facades the windows have a brick lintel. The H-windows are always divided by broad wooden mullions, so that two- or three-part window sections are created. The glazing bars are different on both storeys: on the first storey the upper half of each window is provided with a six-light division; on the second storey the six-light windows have two-light fanlights. The windows on the front facade and one window on the eastern side facade are provided on the first storey with two-part shutters: the upper part with louvres, the lower part with an hourglass motif in red and white. The front facade consists of a gable end projecting forward from the facade plane, provided with a border of ornamental brickwork beneath the roof edge and a wind vane. In the gable top are two narrow rectangular windows. In this gable end on both storeys is a three-part window. At the same height there are in the adjacent facade section two two-part windows. In the roof plane above these windows is a roof dormer with a two-light window. The eastern side facade is dominated by the strongly projecting and taller gable end with the entrance section. The renewed wooden front door with a one-step brick stoep with a natural stone slab is flanked by two small windows with a rhomboidal glazing bar. Two identical windows are located in the side of the central risalit; the lintels have natural stone corners. To the left of the front door is a natural stone letterbox with the inscription: FIRST STONE LAID BY REV. D. VAN LONKHUYZEN 9 JUNE 1920. Above the wooden canopy are two rows of six vertical narrow window strips with coloured leaded glass each. On either side of the central risalit under gabled roof the facade is symmetrically divided by two-part window sections. The northern window on the first storey, without glazing bar division, is not original. On the west facade is the rectangular conservatory, consisting of linked windows with six-, eight- and twelve-light fanlights on a brick transom; the continuous lintel is provided with natural stone corners. A renewed double balcony door with two-light fanlights opens onto the flat roof above the conservatory. The remaining west facade is divided by two two-part windows. In the roof plane is a long, later added roof dormer with three windows. On the rear facade the roof line is staggered where the roof plane is slightly extended. In the right part of the facade are two two-part windows. The scullery of one storey stands at the north-west corner. The north facade of the scullery is divided by a wooden door with a window on either side with rhomboidal glazing bar division. The dwelling house is connected to the coach house by means of a small brick wall with a half-round opening. The COACH HOUSE is built in brown bricks with a roll course at the height of the transom window. The gabled roof is covered with corrugated metal sheeting. The front facade contains a renewed double door with a segmental fanlight with rhomboidal glazing bar division: originally a round fanlight was here. Above it is a small rectangular window with the same glazing bar division. In the north facade are furthermore four air vents, in the south facade a new wooden door and a two-light window.

The interior of the parsonage is partly original in terms of layout. Additionally, some original details are still present; such as the finely carved staircase and the stucco ceilings.

Valuation

The parsonage of the N.H. church with coach house, built in 1920 to a design by P.H. van Lonkhuyzen at Jubbega, is of cultural-historical and architectural-historical significance:

- as an expression of a shift in the building tradition of the parsonage type,

- on account of the high degree of aesthetic quality of the design with elements drawn from different building styles,

- on account of the high degree of architectural integrity of the exterior,

- on account of the reasonable degree of originality of the interior,

- on account of the high degree of importance for the appearance of the street and the village,

- on account of the high degree of visual integrity of the parsonage with coach house and the spacious garden.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map