Rijksmonumentenregister · Netherlands
Julia Jan Wouters Stichting
Oudeschoot, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Function
- Bejaardenwoning
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1901
- Address
- Schoterlandseweg 45, 8451 KA Oudeschoot (Heerenveen 21)
- Place
- Oudeschoot
- Municipality
- Heerenveen
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.93523, 5.96184
- Part of complex
- 510466
- Monument number
- 510467
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1892 map "Ontwerp tot afsluiting der Zuiderzee over Wieringen met gedeeltelijke indijking binnen die afsluiting" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het HOOFDGEBOUW van de JULIA JAN WOUTERS STICHTING, ter plaatse van het vm. landhuis Veenwijk. Tussen 1873 en 1892 is het buitenhuis Veenwijk gewijzigd. De laatste eigenaresse Julia Hartsinck-Wouters, dochter van Jan Wouters, had bij testament bepaald haar kapitaal grotendeels te bestemmen "tot het doen verblijf houden van voor hun leven met geheel onderhoud van ongehuwde en behoeftige dames uit den fatsoenlijken en beschaafden stand, de ouderdom van vijfenveertig jaren bereikt hebbende en geboren in de provincie Friesland" op het buitenhuis Veenwijk. Het buitenhuis bleek ongeschikt voor de huisvesting en in 1901 besloot men een nieuw huis te laten bouwen, naar ontwerp van en door Joh. Borger uit Joure, voortgezet door J.G. Brouwer uit Oranjewoud. Aannemer van het tehuis was A.R. van der Wijk uit Lippenhuizen. Het in de trant van de Neo-Renaissance uitgevoerde gebouw werd gebouwd op de kelderverdieping en op gedeelten van de fundamenten van het oude Veenwijk, maar breder. Het interieur bevat enkele stucwerkdecoraties uit het eind van de 18de eeuw, die hergebruikt zijn. In 1927 werd het hoofdgebouw uitgebreid met een vleugel aan de noordwestelijke zijde die een eenheid vormt met het hoofdvolume. Deze vleugel werd ontworpen en uitgevoerd door timmerman J.G. Brouwer, gebaseerd op een voorontwerp van de Leeuwarder architect H.H. Kramer. Het tehuis vormt het hoofdmotief in de aanleg van de stichting. Het hoofdgebouw ligt aan de zuidzijde van een langgerekt terrein, waarvan de begrenzing op kaart is aangegeven.
Omschrijving
Het gebouw heeft een L-vormige plattegrond, waarvan het hoofdvolume geleed is door een middenrisaliet; de jongere aanbouw is teruggerooid aan de noordwestelijke zijde van het bouwblok. Het geheel is twee bouwlagen hoog opgetrokken op een basement waarin een kelderverdieping is opgenomen. Het opgaand muurwerk bestaat uit bruine bakstenen, verlevendigd met gepleisterde sier- en cordonlijsten en geglazuurde tegels in de trommelvelden van de ramen van de tweede bouwlaag. Het middenrisaliet wordt geaccentueerd door een levendig gedecoreerde Vlaamse topgevel. De oostelijke zijvleugel van het hoofdvolume is voorzien van een houten veranda. De verschillende bouwvolumes worden gedekt door een afgeknot schilddak belegd met zwart geglazuurde kruispannen, met uitzondering van het dakschild aan de noordzijde van het hoofdvolume waarop zwarte gegolfde Friese pannen, met daklichten. De dakschilden op de zuidzijde worden verlevendigd door kleine dakkapellen met zinken tentdakjes voorzien van een piron. De indrukwekkende zuidgevel rust op een plint en basement; in het middenrisaliet zijn twee kelderramen voorzien van diefijzers. De bel-etage heeft in elk gevelvlak drie lichtopeningen met T-vensters onder een getoogde hanekam voorzien van versierde sluit- en onversierde aanzetstenen; tussen de ramen vier gepleisterde sierbanden. In het middenrisaliet is de rechter gevelopening de toegang tot het huis. De toegang is voorzien van deuren met Neo-Renaissance motieven en siersmeedwerk in de deurpanelen en een viertreeds natuurstenen stoep met ijzeren trapleuningen. In de zijgevels van het middenrisaliet zijn smalle vensters. De lichtopeningen in de rechtervleugel, waarvan de middelste dubbele tuindeuren zijn, worden gedeeltelijk aan de blik onttrokken door een houten veranda op een basement; in het midden is een smal houten trapje. De eerste en tweede bouwlaag worden gescheiden door een cordonlijst. De indeling van de gevel is identiek aan die van de eerste bouwlaag. Boven de T-vensters (schuiframen) zijn trommelvelden met een ruitvormig tegelpatroon onder een getoogde streklaag met onversierde imitatie sluit- en aanzetstenen. De brede gevellijst is voorzien van een opschrift op de beide zijvleugels van het hoofdvolume: JULIA. JAN WOUTERS.STICHTING. OPGERICHT.IN.HET. JAAR.1901 De gevellijst van het middenrisaliet heeft vlakken met ruw pleisterwerk waartussen zes consoles op de hoeken en onder de muurdammen van de Vlaamse gevel, die uit de gevel oprijst. Deze bakstenen dakkapel heeft de formele aspecten van een halsgevel en is verlevendigd met pleisterwerk. De dakkapel heeft een rondboogvenster geflankeerd door pilasters, die een lijst dragen waarop een aveinkel met het jaartal 1901, bekroond door een halfronde schelp; aan weerszijden van de kajuit eenvoudige klauwstukken met op de hoeken obelisken. De oostelijke zijgevel is ondiep en bevat een houten aanbouw van recente datum, met een toegang en een brandtrap. De noordelijke gevel (achtergevel) van het hoofdvolume is zeer eenvoudig, zonder versiering uitgevoerd: alle vensters bevinden zich onder een onversierde streklaag.
In het linker deel zijn vier zesruitsvensters; een smalle dienstingang met gietijzeren rooster met fruitmotief in het middenpaneel; een brede dubbele deur met een viertreeds bakstenen stoep; een sierlijk geleed bovenlicht; een zesruitsvenster erboven en twee kleine vensters. Links ervan zijn vijf vensters in de eerste en tweede bouwlaag, deels zesruits, deels T-vensters, van ongelijke breedte en met onderling ongelijke afstand over de gevel verdeeld. Onder het eerste zesruitsvenster in de tweede bouwlaag is een hergebruikt fragment met een Louis-XVI ornament van het oude buitenhuis Veenwijk met het opschrift: Gebouwdt 1763 Herbouwdt 1798. De aanbouw uit 1927 bestaat uit een vijf raamtraveeën diep, rechthoekig bouwlichaam, dat haaks op de westelijke zijgevel is gebouwd; van de westelijke zijgevel nog twee vensters in het zicht latende, met in het basement twee kelderramen voorzien van sierlijke diefijzers. In de structuur en de detaillering voegt de aanbouw zich volkomen naar het bestaande gebouw aangepast. De oostgevel van de aanbouw heeft in de hoek met het bestaande gebouw een smal T-venster in de eerste bouwlaag en een breder venster in de tweede bouwlaag; voor het overige is het opgaand muurwerk blind. In de noordgevel van de aangebouwde vleugel zijn slechts twee kleine gangvensters aangebracht. Het opgaand muurwerk van de westgevel van de aangebouwde vleugel is door een cordonlijst gescheiden: de vijf T-vensters in de eerste bouwlaag hebben een getoogde hanekam met sluit- en aanzetstenen; de vijf T-vensters in de tweede bouwlaag zijn voorzien van een betegeld trommelveld met éénsteens segmentboog. De zuidgevel van de aangebouwde vleugel is twee raamtraveeën diep en heeft aan de zuidwestzijde een dubbele toegangsdeur met smeedwerk in de deurpanelen, een natuurstenen brievenbus rechts naast de deur en een viertreeds natuurstenen stoep.
De indeling van het interieur van het gebouw is grotendeels oorspronkelijk gebleven en bestaat uit een centrale gang in de lengte-as van het gebouw met aan weerszijden zalen en dienstvertrekken op de bel-etage en kamers op de verdieping; in de aangebouwde vleugel zijn de kamers gelegen aan één zijde van de gang die aansluit op de gang van het hoofdgebouw. De aankleding van het interieur is in Jugendstil-trant uitgevoerd en bevat ondermeer plafondschilderingen in de gangen, een trap, schoorsteenmantels en verschillende kamerplafonds met beschilderd stucwerk. In de bestuurskamer bevinden zich twee herplaatste, eind 18de-eeuwse stucwanden afkomstig uit het buiten Veenwijk. De decoraties bevatten attributen of symbolen van de jacht en de vrijmetselarij. Het gebouw werd tussen 1990 en 1992 inwendig gerestaureerd.
Waardering
Het hoofdgebouw van de Julia Jan Wouters Stichting uit 1901, geëvolueerd uit het vm. buiten Veenwijk, is van algemeen cultuurhistorisch belang:
- vanwege de hoge mate van belang als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische ontwikkeling, in het bijzonder die van de liefdadigheidsinstellingen,
- vanwege de bijzondere plaats die het gebouw inneemt in het oeuvre van de bouwmeesters Joh. Borger en J.G. Brouwer,
- vanwege de zeer hoge mate van esthetische kwaliteit van het hoofdgebouw,
- vanwege de zeer hoge mate van belang van de bijzonder rijke en verzorgde detaillering zowel van het ex- als interieur van het hoofdgebouw,
- vanwege de hoge mate van belang als hoofdelement van een complex dat onderdeel uitmaakt van een groter geheel dat cultuurhistorisch van nationaal belang is, te weten het gebied met de buitenplaatsen c.a. Oranjewoud-Oudeschoot,
- vanwege de zeer hoge mate van belang voor het aanzien van Oudeschoot,
- vanwege de zeer hoge mate van architectonische gaafheid van exterieur en interieur,
- vanwege de hoge mate van visuele gaafheid als hoofdmotief van de samenstellende onderdelen van het complex bestaande uit een hoofdgebouw, tuinaanleg c.a., dienstwoning en hekwerk,
- vanwege de redelijke mate van zeldzaamheid op provinciaal niveau van een collectieve woonvorm voor dames uit de gegoede stand.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The MAIN BUILDING of the JULIA JAN WOUTERS FOUNDATION, at the site of the former country house Veenwijk. Between 1873 and 1892 the country house Veenwijk was altered. The last proprietor Julia Hartsinck-Wouters, daughter of Jan Wouters, had by will determined her capital to be largely intended "for the maintenance of lodging during their lifetime with complete care of unmarried and needy ladies of respectable and refined standing, having reached the age of forty-five years and born in the province of Friesland" at the country house Veenwijk. The country house proved unsuitable for accommodation and in 1901 it was decided to have a new house built, designed by and built by Joh. Borger from Joure, continued by J.G. Brouwer from Oranjewoud. The contractor of the home was A.R. van der Wijk from Lippenhuizen. The building, executed in the style of Neo-Renaissance, was built on the basement storey and on parts of the foundations of the old Veenwijk, but wider. The interior contains some stucco work decorations from the end of the 18th century, which have been reused. In 1927 the main building was extended with a wing on the north-western side which forms a unit with the main volume. This wing was designed and executed by carpenter J.G. Brouwer, based on a preliminary design by Leeuwarden architect H.H. Kramer. The home forms the main motif in the layout of the foundation. The main building lies on the southern side of an elongated plot, the boundaries of which are indicated on the map.
Description
The building has an L-shaped plan, of which the main volume is articulated by a central risalit; the younger extension is set back on the north-western side of the building block. The whole is constructed two storeys high on a basement in which a cellar storey is incorporated. The exterior masonry consists of brown brickwork, enlivened with plastered decorative and cordon mouldings and glazed tiles in the drum fields of the windows of the second storey. The central risalit is accentuated by a lively decorated Flemish stepped gable. The eastern side wing of the main volume is provided with a wooden veranda. The different building volumes are covered by a truncated hipped roof laid with black glazed cross tiles, with the exception of the roof slope on the north side of the main volume which has black wavy Frisian tiles, with roof lights. The roof slopes on the south side are enlivened by small roof dormers with zinc tent roofs provided with a finial. The impressive south facade rests on a plinth and basement; in the central risalit two cellar windows are provided with grilles. The piano nobile has in each facade field three light openings with T-windows under an arched decorative corbel provided with decorated end stones and undecorated setting stones; between the windows four plastered decorative bands. In the central risalit the right facade opening is the entrance to the house. The entrance is provided with doors with Neo-Renaissance motifs and decorative ironwork in the door panels and a four-step natural stone stoop with iron handrails. In the side facades of the central risalit are narrow windows. The light openings in the right wing, of which the middle ones are double garden doors, are partly obscured from view by a wooden veranda on a basement; in the middle is a narrow wooden stair. The first and second storeys are separated by a cordon moulding. The division of the facade is identical to that of the first storey. Above the T-windows (sash windows) are drum fields with a diamond-shaped tile pattern under an arched string course with undecorated imitation end stones and setting stones. The wide gable moulding is provided with an inscription on both side wings of the main volume: JULIA. JAN WOUTERS.FOUNDATION. ESTABLISHED.IN.THE. YEAR.1901 The gable moulding of the central risalit has fields with rough plasterwork between which six corbels at the corners and beneath the wall piers of the Flemish gable, which rises from the facade. This brick roof dormer has the formal aspects of a neck gable and is enlivened with plasterwork. The roof dormer has a round-arched window flanked by pilasters, which carry a moulding on which a small cornice with the date 1901, crowned by a half-round shell; on either side of the cabin simple claw brackets with obelisks at the corners. The eastern side facade is shallow and contains a wooden extension of recent date, with an entrance and a fire escape. The northern facade (rear facade) of the main volume is very simple, executed without decoration: all windows are located under an undecorated string course.
In the left part are four six-pane windows; a narrow service entrance with cast-iron grille with fruit motif in the centre panel; a wide double door with a four-step brick stoop; an elegant fanlight; a six-pane window above it and two small windows. To the left of this are five windows in the first and second storeys, partly six-pane, partly T-windows, of unequal width and with mutually unequal spacing across the facade. Beneath the first six-pane window in the second storey is a reused fragment with a Louis XVI ornament from the old country house Veenwijk with the inscription: Built 1763 Rebuilt 1798. The extension from 1927 consists of a rectangular building body five window bays deep, built at right angles to the western side facade; leaving two windows in sight from the western side facade, with in the basement two cellar windows provided with elegant grilles. In structure and detailing the extension adapts completely to the existing building. The east facade of the extension has in the corner with the existing building a narrow T-window in the first storey and a wider window in the second storey; otherwise the exterior masonry is blank. In the north facade of the added wing only two small passage windows are installed. The exterior masonry of the west facade of the added wing is separated by a cordon moulding: the five T-windows in the first storey have an arched decorative corbel with end stones and setting stones; the five T-windows in the second storey are provided with a tiled drum field with one-brick segment arch. The south facade of the added wing is two window bays deep and has at the south-west side a double entrance door with ironwork in the door panels, a natural stone letter box directly beside the door and a four-step natural stone stoop.
The interior layout of the building has largely remained original and consists of a central corridor along the longitudinal axis of the building with on either side halls and service rooms on the piano nobile and rooms on the upper floor; in the added wing the rooms are located on one side of the corridor which connects to the corridor of the main building. The decoration of the interior is executed in Art Nouveau style and contains among others ceiling paintings in the corridors, a staircase, chimneypieces and various room ceilings with painted stucco work. In the board room are two relocated, late 18th-century stucco walls from the country house Veenwijk. The decorations contain attributes or symbols of hunting and freemasonry. The building was internally restored between 1990 and 1992.
Valuation
The main building of the Julia Jan Wouters Foundation from 1901, evolved from the former country house Veenwijk, is of general cultural-historical importance:
- because of the high degree of importance as a particular expression of a socio-economic development, in particular that of charitable institutions,
- because of the particular place the building occupies in the oeuvre of the master builders Joh. Borger and J.G. Brouwer,
- because of the very high degree of aesthetic quality of the main building,
- because of the very high degree of importance of the particularly rich and careful detailing both of the exterior and interior of the main building,
- because of the high degree of importance as a principal element of a complex that forms part of a larger whole of cultural-historical importance of national significance, namely the area with the country houses c.a. Oranjewoud-Oudeschoot,
- because of the very high degree of importance for the appearance of Oudeschoot,
- because of the very high degree of architectural integrity of exterior and interior,
- because of the high degree of visual integrity as principal motif of the constituent components of the complex consisting of a main building, garden layout c.a., service house and fencing,
- because of the reasonable degree of rarity at provincial level of a collective residential form for ladies of the affluent classes.
Nearby in the register
- Julia Jan WoutersstichtingErfscheidingunder 1 mi
- Julia Jan WoutersstichtingDienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Tjeerd Roslaan 4Woonhuisunder 1 mi
- Kerk, Schoterlandseweg 24Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.