Rijksmonumentenregister · Netherlands
Hooghstede
Hoogmade, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1887
- Address
- Van Klaverweijdeweg 21, 2355 AA Hoogmade (Kaag en Braassem 28)
- Place
- Hoogmade
- Municipality
- Kaag en Braassem
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.16572, 4.56684
- Monument number
- 509924
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De BOERDERIJ 'Hooghstede' is in 1887 als langhuistype gebouwd met daarbij door een tussenlid verbonden, bijbehorend, ZOMERHUIS, beide in een aan het Eclecticisme verwante stijl met elementen van de Neo-Renaissance en Chaletstijl. De overige bijgebouwen, waaronder op het achtererf een rietgedekte hooiberg (vierroeder), karnhuis en schuur, zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang. Blijkens een stichtingssteen rechts van de entree is de eerste steen gelegd door W. v.d. Lans en C. v.d. Salm. De architectuur kenmerkt zich enerzijds door de toepassing van kleurig siermetselwerk en anderzijds door de met snijwerk uitgevoerde windveren. Karakteristiek voor de bouwperiode is ook de toepassing van zogenaamde 'engelenramen', die vooral in de streek van de Oude Rijn en Hollandsche IJsselis toegepast. In het achterhuis, tussen woon- en stalgedeelte is een deel van de werkkeuken bewaard gebleven.
De boerderij ligt in de Hoogmadesche Polder, langs een met voornamelijk 19de-eeuwse boerderijen bebouwde uitvalsweg ten westen van de dorpskern van Hoogmade. Op een vrijwel rechthoekige kavel (onderdeel van Middeleeuwse strokenverkaveling) ligt de boerderij met het ten oosten ervan gelegen zomerhuis met hun voorgevel naar de weg gericht. Het zomerhuis is daarbij teruggerooid ten opzichte van het woongedeelte van de boerderij. Rondom de boerderij en het zomerhuis is het erf bestraat. Voor de voorgevel van het woongedeelte staan twee leilinden. Verder bestaat de erfinrichting aan voor- en achterzijde uit een gazon en staan verspreid op het erf diverse loofbomen en heesters. Het erf wordt aan de zuidzijde begrensd door een sloot, evenwijdig aan de openbare weg. De hoofdtoegang tot het erf bestaat uit een (van een duikervoorziene) dam met een smeedijzeren toegangshek, die buiten de bescherming valt. Aan de oost- en westzijde bevinden zich eveneens smalle slootjes. Aan de noordzijde gaat het erf over in weiland.
Omschrijving
Boerderij met zomerhuis van het langhuistype, elk op een rechthoekig grondplan en met elkaar verbonden door een tussenlid. Ze bestaan elk uit één bouwlaag en een zolderverdieping, dat aan de achtezijde is afgewolfd. De boerderij is gedekt met riet en heeft gesmoorde nokvorsten; het zomerhuis gesmoorde platte Friesepannen. Het rechter dakschild van het woongedeelte heeft een klein dakvenster onder een opgelicht dakschild. De nokrichtingen van beide bouwlichamen lopen evenwijdig aan elkaar en staan haaks op de weg. Het zomerhuis ligt iets terug ten opzichte van het woongedeelte van de boerderij.
De gevels zijn opgetrokken in grauwe baksteen in kruisverband met aan de onderzijde getoogde strekken en segmentbogen boven de deuren en vensters. In de beide voorgevels zijn diverse sierende elementen van gele steen, zoals de sierbanden en de aanzet- en sluitstenen van de strekken. De plint van het woongedeelte bestaat uit grijs pleisterwerk. De vensters van de beide woongedeelten bevatten merendeels zesruitsschuiframen. De lichtgetoogde stalvensters zijn, evenals de keldersvensters voorzien van diefijzers en zijn afgehangen met in rood-groen zandlopermotief beschilderde luiken.
De symmetrisch ingedeelde voorgevel van het gedeeltelijk onderkelderde woongedeelte (zuid) van de boerderij is een puntgevel met hoeklisenen en een middenrisaliet, rijk versierd met sierbanden, deels uitgevoerd met geblokt motief. De entreedeur in het midden is een paneeldeur met tweeruits bovenlicht met rechts daarvan een stichtingsteen. Aan weerszijden hiervan bevindt zich een zesruitsschuifraam, waarbij zich onder het rechter een tweeruits keldervenster met diefijzers bevindt. Op de verdieping in het midden bevindt zich een engelenraam onder een keperboog. De zij- en bovenlichten zijn voorzien van diagonaalgeplaatste roedenverdeling. Aan weerszijden ervan is de gevel verlevendigd met driekhoekig siermetselwerk. De houten windveren zijn uitgevoerd met een geschulpt motief en ter plaatse van de onderste makelaars versierd met een opengewerkt motief. In de topmakelaar staan het Latijnse kruis, het anker en het hart (symbolen voor geloof, hoop en liefde). De linker zijgevel (west) heeft van rechts naar links drie schuiframen, één houten deur met tweeruits bovenlicht naar de werkkeuken en vier stalvensters. De rechter zijgevel (oost) heeft van links naar rechts: twee keldervensters, één hoog in de gevel geplaatst (schuifraam), een klein tussenlid en drie stalvensters. In het kleine tussenlid bevindt zich aan weerszijden een deur met keperboogvormig bovenlicht. In de symmetrisch ingedeelde achtergevel (noord) wordt een centrale dubbele staldeur geflankeerd door twee enkele deuren (vm. mestluiken). Op de verdieping is in het midden een zolderluik geplaatst,voorzien van een keperboogvormig bovenlicht met diagonaal geplaatste roeden.
Het zomerhuis heeft een iets korter en smaller rechthoekig grondvlak dan de boerderij, maar de rooilijn van de achtergevels sluiten wel op elkaar aan. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is dan ook iets kleiner dan de voorgevel van het woongedeelte, maar heeft verder een vergelijkbare gevelindeling en detaillering, met dien verstande dat zich ter plaaste van de centrale entreedeur een schuifraam bevindt. De linker langsgevel (west) heeft een segmentbogig stalvenster en een deur.
Tegen de rechter zijgevel (oost), waarin zich enkele rechthoekige stalvensters bevinden, is aan de voorzijde (zuid) een spoelhok onder een lessenaarshok uitgebouwd, welke reikt tot de sloot. De beide kopgevels hebben een houten deur; de langsgevel een segmentbogige staldeur. De symmetrisch ingedeelde achtergevel (noord) heeft een centrale staldeur geflankeerd door twee segmentbogige ijzeren stalvensters. Op de verdieping is in het midden een zolderluiken geplaatst, voorzien van een keperboogvormig bovenlicht met diagonaal geplaatste roeden.
In de voormalige werkkeuken, gelegen tussen de stal- en het woongedeelte van de hoofdmassa zijn nog de oorspronkelijke klinkerbestrating, een koelbak, granito aanrecht en een schouw aanwezig. De driebeukige indeling van het stalgedeelte met standvinken is grotendeels oorspronkelijk. Er bevinden zich ondermeer enkele voedertroggen.
Het vrij sober vormgeven zomerhuis bezit de oorspronkelijke balkenzoldering met consoles en een kleine schouw.
Waardering
De boerderij 'Hooghstede' is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorischewaarde als voorbeeld van een merendeels gaaf boerenerf uit het eind van de 19de eeuw met een voor Midden-Holland en meer specifiek de Rijnstreek karakteristieke langhuisboerderij en daarbij behorend zomerhuis. Het boerenerf geeft een representatieve indruk van de totale inrichting van een boerderij uit het laatste kwart van de 19de eeuw.
De boerderij is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als een representatief voorbeeld van agrarische bouwkunst met een rijke vormgeving in een aan het Eclecticisme verwante stijl met elementen van de Neo-Renaissance en Chaletstijl. De bouwkundige onderdelen zijn gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik endetaillering.
De boerderij heeft situationele waarde vanwege de ligging in het open polderlandschap aan een ontginningsas waaraan voorts nog eveneens voornamlijk uit de 19de eeuw daterende boerderijen liggen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The FARMHOUSE 'Hooghstede' was built in 1887 as a long-house type with an adjoining SUMMER HOUSE connected by an intermediate section, both in a style related to Eclecticism with elements of Neo-Renaissance and Chalet style. The other outbuildings, including a thatch-covered hay barn (four-rod) on the rear yard, butter-churn house and shed, are of subsidiary importance for protection purposes. According to a foundation stone to the right of the entrance, the first stone was laid by W. v.d. Lans and C. v.d. Salm. The architecture is characterised on the one hand by the application of coloured decorative brickwork and on the other by wind vanes executed with carved work. Characteristic for the building period is also the application of so-called 'angel windows', which were particularly used in the region of the Oude Rijn and Hollandsche IJssel. In the rear house, between the living and stable sections, part of the working kitchen has been preserved.
The farmhouse is located in the Hoogmadesche Polder, along an exit road lined with predominantly 19th-century farmhouses west of the village centre of Hoogmade. On an almost rectangular plot (part of medieval strip subdivision) the farmhouse and the summer house to its east are positioned with their front facades facing the road. The summer house is set back relative to the living section of the farmhouse. The yard around the farmhouse and summer house is paved. Two lime trees stand in front of the living section's facade. The yard layout on the front and rear sides further consists of lawn and various deciduous trees and shrubs scattered across the yard. The yard is bounded on the south side by a ditch, parallel to the public road. The main entrance to the yard consists of a dam (provided with a culvert) with a wrought-iron gate, which falls outside the protected area. On the east and west sides there are also narrow ditches. On the north side the yard transitions into meadow.
Description
Farmhouse with summer house of the long-house type, each on a rectangular ground plan and connected to each other by an intermediate section. Each consists of one storey and an attic storey, which is barrel-vaulted on the rear side. The farmhouse is covered with thatch and has hipped roof ridges; the summer house has hipped flat Frisian tiles. The right roof slope of the living section has a small roof window under an open roof slope. The ridge directions of both building masses run parallel to each other and stand at right angles to the road. The summer house is set back somewhat relative to the living section of the farmhouse.
The facades are built in grey brick in Flemish bond with arched stretches on the underside and segmental arches above the doors and windows. In both front facades are various decorative elements of yellow brick, such as decorative bands and voussoirs and springer stones of the arches. The plinth of the living section consists of grey plasterwork. The windows of both living sections contain mostly six-pane sash windows. The lightly arched stable windows, like the cellar windows, are provided with window guards and are hung with shutters painted in a red-green hourglass motif.
The symmetrically arranged front facade of the partially cellared living section (south) of the farmhouse is a pointed gable with corner pilasters and a central projection, richly decorated with decorative bands, partly executed with a blocked motif. The entrance door in the centre is a panelled door with two-pane fanlight with a foundation stone to its right. On either side of this is a six-pane sash window, with a two-pane cellar window with window guards beneath the right one. On the storey in the centre is an angel window under a chevron arch. The side and fanlights are provided with diagonally placed glazing bars. On either side the facade is enlivened with triangular decorative brickwork. The wooden wind vanes are executed with a scalloped motif and at the location of the lower makelaars decorated with an openwork motif. In the top makalar are the Latin cross, the anchor and the heart (symbols for faith, hope and love). The left side facade (west) has from right to left three sash windows, one wooden door with two-pane fanlight to the working kitchen and four stable windows. The right side facade (east) has from left to right: two cellar windows, one placed high on the facade (sash window), a small intermediate section and three stable windows. In the small intermediate section on either side is a door with a chevron arch-shaped fanlight. In the symmetrically arranged rear facade (north) a central double stable door is flanked by two single doors (former manure hatches). On the storey in the centre a loft hatch is placed, provided with a chevron arch-shaped fanlight with diagonally placed glazing bars.
The summer house has a somewhat shorter and narrower rectangular ground plan than the farmhouse, but the rear facade building lines do align with each other. The symmetrically arranged front facade is accordingly slightly smaller than the front facade of the living section, but otherwise has a similar facade arrangement and detailing, with the exception that in place of the central entrance door is a sash window. The left side facade (west) has a segmental arch stable window and a door.
Against the right side facade (east), in which there are several rectangular stable windows, a wash shed under a lean-to roof has been built on the front (south), which extends to the ditch. Both end facades have a wooden door; the side facade has a segmental arched stable door. The symmetrically arranged rear facade (north) has a central stable door flanked by two segmental arched iron stable windows. On the storey in the centre a loft hatch is placed, provided with a chevron arch-shaped fanlight with diagonally placed glazing bars.
In the former working kitchen, located between the stable and living section of the main building, the original brick paving, a cooling tank, granite worktop and a chimney are still present. The three-aisle arrangement of the stable section with stanchions is largely original. There are, among other things, several feeding troughs.
The relatively austere summer house has the original timber ceiling with consoles and a small chimney.
Valuation
The farmhouse 'Hooghstede' is of general importance because of its cultural-historical value as an example of an largely intact farmyard from the end of the 19th century with a long-house farmhouse characteristic of Central Holland and more specifically the Rijn region, and the associated summer house. The farmyard gives a representative impression of the total layout of a farmhouse from the last quarter of the 19th century.
The farmhouse is of general importance because of its architectural-historical value as a representative example of agricultural architecture with rich formal design in a style related to Eclecticism with elements of Neo-Renaissance and Chalet style. The architectural components are intact in principal form, material use and detailing.
The farmhouse has situational value because of its location in the open polder landscape on a reclamation axis along which further farmhouses dating mainly from the 19th century are also located.
Nearby in the register
- Boerderij, Van Klaverweijdeweg 19Boerderijunder 1 mi
- Boerderij, Van Klaverweijdeweg 17Boerderijunder 1 mi
- Molen, BY van Klaverweijdeweg 25 Hoogmade (Kaag en Braassem 28)Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Molen, Doesmolen zz. v.d. Does Hoogmade (Kaag en Braassem 28)Industrie- en poldermolenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.