TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Heilige Henricus

Clinge, Zeeland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1876
Address
's-Gravenstraat 169, 4567 AD Clinge (Hulst 29)
Place
Clinge
Municipality
Hulst
Province
Zeeland
Country
Netherlands
Coordinates
51.26933, 4.08998
Part of complex
509695
Monument number
509696

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Driebeukige kerk met basilikale opzet en fronttoren, in 1876 in neo-romaanse stijl gebouwd naar ontwerp van P. Soffers. In de zijdelingse aanbouwen met een gelijke hoogte als de zijbeuken zijn dubbele transeptachtige ruimten opgenomen. Aan weerszijden van het koor worden de zijbeuken beëindigd door dwars geplaatste kapellen.

Achter de noordelijke koorkapel is een sacristie aangebouwd.

De één laag hoge, plat gedekte aanbouw achter de absis valt niet onder de bescherming.

Omschrijving

Kerk en aanbouwen zijn geheel opgetrokken uit rode baksteen in kruisverband, aan de voorgevel voorzien van een gepleisterde plint. Met uitzondering van de sacristie worden de gevels afgesloten door boogfriezen met bogen uit geel metselwerk tussen lisenen. In de frontgevel is het fries als keperfries uitgevoerd. De langsgevels zijn voorzien van geprofileerde houten gootlijsten. De topgevels zijn afgedekt met een ezelsrug met natuurstenen topstukken en aanzetstukken met kraagstenen. De rondboogvenster zijn afgewerkt met een gele bakstenen boog en natuurstenen aanzetstenen en dorpels. De ramen zijn, met uitzondering van de ronde ramen in de lichtbeuk van het middenschip, uitgevoerd in rondboogvorm.

Rond de ronde vensters een band geel metselwerk. De fronttoren bestaat uit vier geledingen: de onderste twee zijn vierkant, de bovenste twee zijn achthoekig. De onderste geleding bevat een rondboogvormige entreepartij met een driehoekige afsluiting, bekroond door een kruis. De deuren worden geflankeerd door kwartronde hoekzuiltjes.

Boven de deuren een bovenlicht met recent glas-in-lood. Boven de entree een dubbel rondboograam met recent glas-in-lood. In beide zijgevels van de toren twee smalle vensters. De geleding wordt door een fries afgesloten.

De tweede geleding met kwartronde hoekkolommen en twee ramen in de voorgevel wordt afgesloten door een boogfries en een natuurstenen lijst.

De derde, kleine geleding bezit wijzerplaten aan vier zijden. De vierdegeleding is verjongd en wordt per gevelvlak driehoekig afgesloten met een sparing in kruisvorm in de top. In alle gevelvlakken zijn galmgaten in rondboognissen opgenomen. De achtzijdige spits is gedekt met leien en wordt bekroond door een kruis en een haan.

De westelijke frontgevels van het middenschip bezitten spaarvelden aanweerszijden van de toren waarin drie smalle vensters onder elkaar zijn geplaatst, in beide kopgevels van de zijbeuken een dubbel ronboograam, eveneens in een spaarveld.

De kerk is zes en een halve travee diep. De eerste, halve travee bevindt zich ter plaatse van de half ingebouwde toren. De noordelijke zijgevel bezit per hele travee een rond glas in lood vensters in de lichtbeuk van het middenschip en een dubbel vensters in de gevel van de zijbeuk. Tegen de vierde en vijfde hele travee van de zijbeuk is een transept-uitbouw met gelijke goothoogte als de zijbeuk onder een eigen schilddak geplaatst. In de westelijke gevel hiervan bevindt zich een stel vensters. Tegen de oostgevel van het transept een uitbouw onder een schilddakje. De zesde travee, achter het transept, waarin een kapel is opgenomen, is voorzien van een dwars geplaatste topgevelpartij. In deze topgevel, afgesloten door een klimmend boogfries, eveneens een stel ramen. De pastorie sluit met een zeer sobere gang aan op de eerste travee van de zijbeuk. In het verlengde van de noordelijke zijbeuk bevindt zich naast de absis een sacristie onder een zadeldak met een lagere goothoogte dan de zijbeuk.

De noordelijke zijgevel hiervan bevat een deurpartij en een reeks van vier nissen, de oostelijke topgevel bezit een reeks van vier gekoppelde rondboogvensters op de begane grond en een reeks van drie gekoppelde rechthoekige vensters op de zolderlaag, het geheel in een verdiept gevelveld. Op de geveltop bevindt zich een slanke schoorsteen.

Tegen de zuidelijke zijgevel van de sacristie, achter de absis, bevindt zich een recentere aanbouw die niet voor bescherming in aanmerking komt. De absis bezit in elk van de vijf vlakken een slank glas-in-lood venster.

Het dak van de absis loopt aan tegen de hoger opgaande topgevelsluiting van het schip welke door een klimmend boogfries wordt afgesloten en wordt bekroond door een natuurstenen kruis.

De zuidelijke zijgevel is uitgevoerd als de noordelijke zijgevel met uitzondering van de, aan de noordzijde aanwezige, sacristie aanbouw. Het middenschip is voorzien van een zadeldak, de zijbeuken van lessenaarsdaken, beëindigd door de dwarse zadeldaken van de kapellen; de absis heeft een vijfvlaks schilddak en de transeptuitbouwen zijn voorzien van schilddaken, alle gedekt met leien. Op de transeptdaken staan zinken pironnen.

Het interieur heeft een sobere driebeukige basilikale opzet. Het middenschip wordt aan de oostzijde afgesloten door de absis, de zijbeuken worden beëindigd door de Mariakapel aan de noordzijde en de doopkapel aan de zuidzijde. De plafonds bestaan uit sobere, stucwerk kruisgewelven. Het triforium bezit drie rondboognissen per travee waarboven een rond venster is geplaatst. De pilaren zijn vierkant uitgevoerd met aan de zijde van het middenschip halfronde zuiltjes, beëindigd door een kapiteel ter hoogte van de aanzet van de scheibogen. Boven het kapiteel gaat het halfronde zuiltje verder omhoog, beëindigd door een kapiteel bij de aanzet van de plafondgewelven van het schip. Met uitzondering van de kapitelen en sluitstukken in de gewelven zijn wanden en plafonds grotendeels gewit. De vloer van het schip is belegd met zwarte tegels met grijze banen, het middenpad met meerkleurige plavuizen met meander- en leliemotieven. De verhoogde vloer in het koor heeft meerkleurige plavuizen met een omlopend fries. In de absis een beschilderd stenen hoofdaltaar met onder meer boogfries- en zuildecoraties op een marmeren sokkel. De altaren in de kapellen vormen een stilistische eenheid met het hoofdaltaar. In de transeptachtige uitbouwen bevinden zich in de oostelijke gevels naar buiten uitgebouwde eiken biechtstoelen met pilasterdecoraties en torenachtige bekroningen. De figuratieve glas-in-lood ramen in de absis zijn relatief jong. De overige gebrandschilderde glas-in-lood rondboogvensters met heiligen voorstellingen zijn alle oorspronkelijke donaties ter verfraaiing van de kerk. De gehele entreepartij met deuren en ramen en de hoge ronde ramen in de lichtbeuk zijn vernieuwd. Boven de entree een zeer sobere zangtribune. Via een deur in de absis isde sacristie bereikbaar. Vrijstaand orgel met positief met één klavier, gemaakt door Deetlef Onderhorst in 1763 voor onbekende opdrachtgever. Gerestaureerd in 1970 door de fa. Gebr. Vermeulen te Weert.

Waardering

Kerk van algemeen belang vanwege cultuurhistorische waarden en architectuurhistorische waarden als één der weinige voorbeelden van neo-romaanse trant in in de regio.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Three-aisled church with basilical layout and front tower, built in 1876 in neo-Romanesque style after designs by P. Soffers. In the lateral annexes with a height equal to the side aisles are double transept-like spaces incorporated. On either side of the choir the side aisles are terminated by transversely placed chapels.

Behind the northern choir chapel a sacristy has been added.

The single-storey, flatly roofed annex behind the apse falls outside the protection.

Description

Church and annexes are entirely constructed of red brick in English bond, provided with a plastered plinth on the front facade. With the exception of the sacristy, the gables are closed by arch friezes with arches of yellow brickwork between pilasters. In the front gable the frieze is executed as herringbone frieze. The longitudinal gables are provided with profiled wooden drip mouldings. The gable ends are covered with a saddle roof with natural stone top pieces and setting pieces with corbels. The round-arch windows are finished with a yellow brick arch and natural stone setting stones and sills. The windows are, with the exception of the round windows in the clerestory of the nave, executed in round-arch form.

Around the round windows a band of yellow brickwork. The front tower consists of four storeys: the lower two are square, the upper two are octagonal. The lower storey contains a round-arch-shaped entrance section with a triangular closure, crowned by a cross. The doors are flanked by quarter-round corner columns.

Above the doors a fanlight with recent stained glass. Above the entrance a double round-arch window with recent stained glass. In both side gables of the tower two narrow windows. The storey is closed by a frieze.

The second storey with quarter-round corner columns and two windows in the front gable is closed by an arch frieze and a natural stone moulding.

The third, small storey has clock faces on four sides. The fourth storey is tapered and is closed triangularly on each facade face with a cross-shaped opening in the top. In all facade faces are sound holes in round-arch niches incorporated. The octagonal spire is covered with slate and is crowned by a cross and a weathercock.

The western front gables of the nave possess spare fields on either side of the tower in which three narrow windows are placed one above the other, in both end gables of the side aisles a double round-arch window, likewise in a spare field.

The church is six and a half bays deep. The first, half bay is located at the place of the half-built-in tower. The northern side gable has per whole bay a round stained glass window in the clerestory of the nave and a double window in the gable of the side aisle. Against the fourth and fifth whole bays of the side aisle a transept extension with equal gutter height as the side aisle is placed under its own hipped roof. In the western gable thereof is located a set of windows. Against the east gable of the transept an extension under a small hipped roof. The sixth bay, behind the transept, in which a chapel is incorporated, is provided with a transversely placed gable section. In this gable, closed by a climbing arch frieze, likewise a set of windows. The rectory adjoins with a very austere passage on the first bay of the side aisle. In the extension of the northern side aisle next to the apse is a sacristy under a gabled roof with a lower gutter height than the side aisle.

The northern side gable thereof contains a door section and a series of four niches, the eastern gable end has a series of four coupled round-arch windows on the ground floor and a series of three coupled rectangular windows on the upper storey, the whole in a recessed facade field. On the gable top is located a slender chimney.

Against the southern side gable of the sacristy, behind the apse, is located a more recent annex which does not qualify for protection. The apse has in each of the five faces a slender stained glass window.

The roof of the apse runs against the higher rising gable closure of the nave which is closed by a climbing arch frieze and is crowned by a natural stone cross.

The southern side gable is executed as the northern side gable with the exception of the, on the north side present, sacristy annex. The nave is provided with a gabled roof, the side aisles with lean-to roofs, terminated by the transverse gabled roofs of the chapels; the apse has a five-faced hipped roof and the transept extensions are provided with hipped roofs, all covered with slate. On the transept roofs stand zinc finials.

The interior has a sober three-aisled basilical layout. The nave is closed off on the east side by the apse, the side aisles are terminated by the Maria chapel on the north side and the baptistry on the south side. The ceilings consist of sober, plasterwork cross vaults. The triforium has three round-arch niches per bay above which a round window is placed. The pillars are square in form with on the side of the nave half-round columns, terminated by a capital at the height of the springing of the transverse arches. Above the capital the half-round column continues upward, terminated by a capital at the springing of the ceiling vaults of the nave. With the exception of the capitals and closing pieces in the vaults, walls and ceilings are largely whitewashed. The floor of the nave is laid with black tiles with grey bands, the central aisle with multi-coloured tiles with meander and lily motifs. The raised floor in the choir has multi-coloured tiles with a running frieze. In the apse a painted stone high altar with among other things arch frieze and column decorations on a marble base. The altars in the chapels form a stylistic unity with the high altar. In the transept-like extensions are in the eastern gables outward-projecting oak confessionals with pilaster decorations and tower-like crownings. The figurative stained glass windows in the apse are relatively recent. The remaining painted stained glass round-arch windows with saints representations are all original donations for the adornment of the church. The entire entrance section with doors and windows and the tall round windows in the clerestory have been renewed. Above the entrance a very austere gallery. Via a door in the apse the sacristy is accessible. Free-standing organ with positive with one manual, made by Deetlef Onderhorst in 1763 for unknown patron. Restored in 1970 by the firm Gebr. Vermeulen in Weert.

Valuation

Church of general importance due to cultural historical values and architectural historical values as one of the few examples of neo-Romanesque style in the region.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map