TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kerk, Leensterweg 1

Ulrum, Groningen, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1901
Address
Leensterweg 1, 9971 EA Ulrum (Het Hogeland 20)
Place
Ulrum
Municipality
Het Hogeland
Province
Groningen
Country
Netherlands
Coordinates
53.35961, 6.33458
Monument number
509489

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 4 Groningen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Gereformeerd KERKGEBOUW, gebouwd in een mengeling van Neo-Renaissance- en Berlagiaanse bouwtrant onder architectuur van L. Reitsma, vader van de architect E. Reitsma. De oorspronkelijke zaalkerk is in 1901 gebouwd door aannemer H. Poel en omstreeks 1926 uitgebreid met een dwarsschip in dezelfde stijl, ook door architect L. Reitsma. Tijdens deze uitbreiding zijn de preekstoel en het orgel verplaatst naar de westelijke zijgevel. Het orgel is van Van Dam uit Leeuwarden, vervaardigd in 1889. In de loop der jaren hebben er nog enkele uitbreidingen plaatsgevonden aan de achterzijde van de kerk, waaronder een ontmoetingscentrum (omstreeks 1978). Deze latere toevoegingen vallen buiten de bescherming van rijkswege. In de jaren vijftig hebben de vensters nieuwe glas-in-lood gekregen. Bij de kerk heeft een oude pastorie gestaan. Deze is na 1945 afgebroken en vervangen door een nieuwe.

De kerk is beeldbepalend gelegen op de hoek van de Leensterweg en de Schapenweg.

Omschrijving

Gereformeerde KERK opgetrokken in een roodbruine baksteen op een trasraam van gesinterde steen met bruin geglazuurde bovenrand. De gevels worden gesierd door witgepleisterde gevelbanden. Het gebouw heeft een samengesteld zadel-wolfsdak met nieuwe dakpannen. Het dak wordt omsloten door een houten goot op dubbele klossen. Onder de goot loopt een boogfries van rode baksteen met witgepleisterde vlakjes. Het dwarsschip heeft aan de beide uiteinden een tuitgevel met getrapte tuit. De hoekpilasters van de voor- en achtergevel hebben gepleisterde bekroningen.

Midden voor is een torendeel uitgebouwd waarin een voorportaal met entree. Het portaal is afgezet met een gepleisterde bies op aanzetstenen die eindigt in een gevelsteen met de namen van de dominee, de ouderlingen en diakenen en de architect met de aannemer. Aan weerszijden van de vernieuwde toegangsdeur met halfrond bovenlicht bevinden zich twee gevelstenen. Op de ene staat "gebouwd" op de andere "1901". Bovenin de gevel van het torendeel bevinden zich twee rondboogvensters van glas-in-lood en sierankers.

De toren heeft een spits gedekt met singels op een vierkante grondslag, die overgaat in een achtkantige. Het achtkantige deel is deels gepleisterd in bloktandmotief. In het deel van de toren dat de overgang vormt van vierkant naar achtkant zit aan elke zijde een galmgat.

De kerk heeft rondboogvensters met glas-in-lood (jaren vijftig) met gepleisterde sluitsteen in de boog en gepotdekselde onderdorpels van baksteen (3 lagen).

De voorgevel (zuid) heeft een rondboogvenster aan weerszijden van de entree, met daaronder een samengesteld glas-in-lood venster onder een strek met gepleisterde aanzetstenen.

In de westgevel bevinden zich drie rondboogvensters ten oosten en één ten westen van het dwarsschipgedeelte. Het dwarsschipgedeelte heeft een vierlichtvenster onder een rondboog met aan weerszijden een rechthoekig glas-in-lood venstertje met strek en in de tuit een klein rondboogvenster. Onder het vierlichtvenster bevinden zich nog eens drie rechthoekige vensters. Aan beide zijden van het dwarsschipdeel is een kleine uitbouw geplaatst onder een schilddak. In de linker uitbouw een toegangsdeur (niet origineel) onder een halfrond bovenlicht met daarboven een gevelsteen met bouwjaar (1901) en bijbeltekst. De rechter uitbouw heeft twee vensters onder een strek.

In de oostgevel bevinden zich twee rondboogvensters. Het aan de oostgevel gebouwde dwarsschip heeft zowel aan de zuid- als noordzijde drie rondboogvensters met daartussen gemetselde steunberen met schuin aflopende gepleisterde vlakken. De oostzijde van het dwarsschip heeft een vierlichtvenster onder een rondboog met gepleisterde aanzet- en sluitstenen. Aan weerszijden van de raampartij bevindt zich een steunbeer met een rondboogvenster ernaast. Bovenin de tuit zit een klein rondboogvenster.

De noordgevel heeft in de loop der tijd verschillende uitbreidingen gekend, die niet worden meegenomen wegens onvoldoende kwaliteit.

Met uitzondering van de entree met consistoriekamer, hal en trapopgang, verkeert het INTERIEUR nog in vrij gave staat. Van belang zijn onder meer de in een halve cirkel opgestelde houten kerkbanken op ijzeren poten (oorspronkelijk bruin geverfd in kamtechniek), het dak met boogspanten en ijzeren trekstangen en luiken, de originele ijzeren kroonluchters, de tribune met houten banken, de fraai gedecoreerde orgelkas en het van oorsprong 1-klaviers orgel met aangehangen pedaal van de fa. Van Dam uit Leeuwarden, gemaakt in 1889. Gerestaureerd en uitgebreid met een tweede klavier en een vrij pedaal door de fa. Mense Ruiter uit Groningen.

Waardering

Gereformeerde kerk van algemeen cultuur- en architectuurhistorisch belang

- als voorbeeld van een nieuwe gereformeerde kerk na het samengaan van de dolerenden en afgescheidenen in 1892

- vanwege de opvallende vormgeving in Neo-Renaissancistisch-Berlagiaanse trant

- als goede representant van het oeuvre van de architect L. Reitsma

- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van het ex- en interieur

- vanwege de beeldbepalende ligging aan de hoofdstraat van Ulrum

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Reformed CHURCH BUILDING, built in a mixture of Neo-Renaissance and Berlage style architecture under the direction of L. Reitsma, father of architect E. Reitsma. The original hall church was built in 1901 by contractor H. Poel and was expanded around 1926 with a transept in the same style, also by architect L. Reitsma. During this extension, the pulpit and the organ were relocated to the western side gable. The organ is by Van Dam from Leeuwarden, made in 1889. Over the years, there have been several further extensions to the rear of the church, including a meeting centre (around 1978). These later additions fall outside the protection by the national heritage authority. In the nineteen-fifties, the windows received new stained glass. An old rectory stood by the church. It was demolished after 1945 and replaced by a new one.

The church is prominently situated at the corner of Leensterweg and Schapenweg.

Description

Reformed CHURCH built in reddish-brown brick on a base course of sintered stone with a brown glazed upper edge. The facades are embellished with whitewashed facade bands. The building has a composite saddle-half-hipped roof with new roof tiles. The roof is surrounded by a wooden gutter on double corbels. Below the gutter runs a brick arch frieze with whitewashed panels. The transept has at both ends a spout gable with stepped spout. The corner pilasters of the front and rear facades have plastered capitals.

In the middle of the front a tower section is built out containing a vestibule with entrance. The vestibule is framed with a plastered moulding on bedding stones which ends in a facade stone with the names of the minister, the elders and deacons and the architect with the contractor. On either side of the renovated entrance door with semicircular fanlight are two facade stones. On one it says "built" and on the other "1901". At the top of the facade of the tower section are two semicircular arched windows of stained glass and ornamental wall anchors.

The tower has a spire covered with courses on a square base, which transitions into an octagonal one. The octagonal section is partly plastered in a block dentil pattern. In the part of the tower that forms the transition from square to octagonal there is a sound hole on each side.

The church has semicircular arched windows with stained glass (nineteen-fifties) with plastered keystones in the arch and brick sills with raised edges (3 courses).

The front facade (south) has a semicircular arched window on either side of the entrance, with below it a composite stained glass window under a lintel with plastered bedding stones.

In the west facade are three semicircular arched windows to the east and one to the west of the transept section. The transept section has a four-light window under a semicircular arch with on either side a rectangular stained glass window with lintel and in the spout a small semicircular arched window. Below the four-light window are three more rectangular windows. On both sides of the transept section is a small extension placed under a hipped roof. In the left extension a door (not original) under a semicircular fanlight with above it a facade stone with building year (1901) and Bible verse. The right extension has two windows under a lintel.

In the east facade are two semicircular arched windows. The transept built onto the east facade has on both the south and north sides three semicircular arched windows with between them built-in buttresses with sloping plastered surfaces. The east side of the transept has a four-light window under a semicircular arch with plastered bedding and keystones. On either side of the window wall is a buttress with a semicircular arched window next to it. At the top of the spout is a small semicircular arched window.

The north facade has undergone various extensions over time, which are not included due to insufficient quality.

With the exception of the entrance with vestry room, hall and stair access, the INTERIOR is still in relatively good condition. Of importance are, among other things, the wooden church pews arranged in a semicircle on iron feet (originally brown-painted in combed technique), the roof with arched trusses and iron tie rods and louvers, the original iron chandeliers, the gallery with wooden benches, the finely decorated organ case and the originally single-manual organ with pedal attachment by the firm Van Dam from Leeuwarden, made in 1889. Restored and expanded with a second manual and a free pedal by the firm Mense Ruiter from Groningen.

Valuation

Reformed church of general cultural and architectural historical importance

- as an example of a new reformed church following the union of the Dolerenden and Afgescheidenen in 1892

- because of the striking design in Neo-Renaissance-Berlage style

- as a good representative of the oeuvre of architect L. Reitsma

- because of the relatively high degree of integrity of the exterior and interior

- because of its prominent location on the main street of Ulrum

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map