Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bedrijfsruimte, Irene Vorrinkplein 10
Zaandam, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Bedrijfsruimte
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1930
- Address
- Irene Vorrinkplein 10, 1506 WR Zaandam (Zaanstad 27) (and others)
- Place
- Zaandam
- Municipality
- Zaanstad
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.44054, 4.81554
- Monument number
- 508797
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1910 map "Polderkaart van de landen tusschen Maas en ij / door W.H. Hoekwater" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Aan de oostzijde van de Provincialeweg, achter Provincialeweg 128, en langs de westzijde van de Vaart gelegen voormalige ESSENCEFABRIEK uit 1930, gebouwd naar ontwerp van architect J. Coenraad door de Zaanse aannemers-architecten fa. J. en D. Eilmann, in opdracht van de N.V. Polak en Schwarz's Essencefabrieken te Zaandam. Het fabrieksgebouw, opgetrokken in een aan het Nieuwe Bouwen verwante zakelijke functionalistische bouwtrant, verrees op zeer geringe afstand ten noorden van het oude 19de-eeuwse pakhuis van Polak en Schwarz aan de Vaart, waarmee het door een luchtbrug werd verbonden. In de architectuur van het jaren '30-fabrieksgebouw zijn enkele expressionistische kenmerken terug te vinden, bijvoorbeeld de plastische gevelbehandeling van de traptoren. Door de loop van de Vaart, de vorm van het erf en de wens om het grondoppervlak van het erf optimaal te benutten ten behoeve van het productie, werd voor de plattegrond van het nieuwe fabrieksgebouw gekozen voor een onregelmatige rechthoek (een rechthoek met één lange schuingeplaatste zijde, die het schuine beloop van de Vaart volgt).
N.B. Vanaf 1968/69 is het pand in gebruik geweest als schoolgebouw, waartoe in het interieur nieuwe scheidingswanden zijn aangebracht en in de meeste ruimtes verlaagde plafonds. De vensters van de noord-, zuid- en oostgevel werden in de onderramen voorzien van grotere ruiten.
Omschrijving
Geheel in gietbouw, te weten monolietsysteem, opgetrokken voormalig fabrieksgebouw van (hoofdzakelijk) drie bouwlagen onder een plat dak en met een inwendig betonskelet voorzien van paddestoelvloeren en opgetrokken op een plattegrond in de vorm van een onregelmatige rechthoek. De voorgevel (W) heeft een lengte van circa 40 meter, de twee haaks daarop staande zijgevels (N en Z) hebben een respectievelijke lengte van circa 33 en circa 19 meter; de achtergevel is schuingeplaatst, maar loopt evenwijdig aan de vaart. De begane grondverdieping is aanzienlijk hoger dan de twee bovenliggende verdiepingen. De witte gesauste gevel wordt afgesloten door een borstwering met constrasterende zwarte tegelrand bovenlangs. De betonnen gevels worden onderbroken door grote stalen vensters en vensterreeksen, voorzien van ramen met kleine roedenverdelingen. In de asymmetrische voorgevel (W) bevindt zich links van het midden een rechthoekige traptoren die de horizontaal gelede voorgevel doorbreekt en die hoog boven het gebouw uitsteekt, boven de daklijn verjongt en afgesloten wordt door een plat dak. Links in de traptoren bevindt zich het trappenhuis, rechts de gecombineerde goederen- en personenlift. Laatstgenoemde is op de begane grond zowel van buitenaf als van binnen uit via dubbele stalen deuren toegankelijk. De traptoren risaleert licht en heeft op de middenas een hooggeplaatste liseen, ingeklemd tussen uitkragende blokken en bekroond door een vlaggenmast. Het trappenhuis (links in de toren) is herkenbaar aan drie slanke verticale lichtsleuven met onderin uitkragende blokken; ter plaatse van de lift (rechts) geen lichtsleuven. Het bovenste gedeelte van de traptoren, waar zich de machinekamer van de lift bevindt, verjongt en is boven en onderlangs voorzien van een omgaande tegelrand. De onderste rand wordt in het midden van de achter- en zijgevels onderbroken door vier uitkragende blokken met daarboven drie smalle lichtsleuven; aan de voorzijde een getrapte liseen achter de vlaggenmast. Onder de drie vensters is in de korte gevels een hoog smal venster aangebracht en aan de achterzijde rechts een stalen deur en venster en links een dubbele stalen deur in het verlengde van de achterliggende liftdeuren. De deuren geven toegang tot het platte dak (dat in oorsprong gebruikt kon worden voor de opslag van goederen, waartoe het betonnen dak bedekt was met houten vlonders). Rechts van de traptoren telt de voorgevel op de begane grond vijf grote stalen vensterpartijen van verschillende breedte, voorzien van een kleine roedenverdeling (van elf ruiten hoog), enkele zesruitsdraairamen en meerdere valramen bovenin. De linkervensterpartij heeft een grote glazen schuifdeur die onderaan is gewijzigd in een (niet beschermde) dubbele deur. In de tweede en vierde vensterpartij is een dubbele stalen deur opgenomen (waarvan de rechter is gewijzigd). Boven de begane grond heeft het rechtergevelgedeelte een sterk horizontale opbouw van afwisselend (niet-dragende) betonstroken en vensterreeksen met meerruitsroedenramen, bovenlichten met valramen, smalle doorlopende betonlateien direct boven de vensters en zwart geschilderde lekdorpeltegels. Links van de traptoren op de begane grond een grote terugliggende venstrpartij, tevens voorzien van stalen deuren en met zichtbare kolom van het inwendige skelet. Op de eesrte verdieping bevindt zich een dubbele stalen deur met lateiband erboven, op de tweede verdieping een vensterreeks met dubbele stalen deur en stalen hijsbalk. De symmetrisch ingedeelde linkerzijgevel (N) heeft een hoogte van één bouwlaag onder lessenaarsdak en heeft op de begane grond (tussen twee rechthoekige kopgevels van de voor- en achterzijde) een breedte van vijf vensterassen, bestaande uit drie brede en twee smallere vensterpartijen, alle met inspringende bovenhoeken, meerruitsroedenverdeling, bovenlichten met valramen, zwarte lekdorpels en smalle doorlopende betonlatei. De dakaanzet wordt gevormd door twee boven elkaar geplaatste smalle lateien. Het lessenaarsdak heeft onderaan over de volle breedte gekoppelde legramen voorzien van (authentiek) draadglas en is daarboven gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. Bovenaan, in het midden van het dak, is een brede dakkapel aangebracht met gekoppelde vensters met roedenverdeling en een plat dak met ruim overstek. De symmetrisch ingedeelde achtergevel (O) heeft een breedte van zes vensterassen, gescheiden door muurdammen. De vensterassen bevatten vier brede en twee smallere vensterpartijen; inspringende bovenhoeken, meerruitsroeden, bovenlichten en lateien als in noordgevel. In de tweede vensterpartij van rechts is op de eerste verdieping een dubbele stalen deur met glaspanelen opgenomen. In de latei van de tweede verdieping zijn vijf (van de zeven) zinken vergaarbakken opgenomen; de aansluitende regenpijpen zijn vóór het midden van de muurdammen zijn geplaatst. De smalle ruimte tussen de rechterzijgevel (Z) en het aangrenzende pakhuis wordt overspannen door een betonnen luchtbrug met liggende zesruitsvensters ter hoogte van de eerste en tweede verdieping. ter weerszijden van de luchtbrug heeft de zuidgevel brede vensters met luifels. Voorts vensters met in oorsprong meerruitsroedenverdeling, zwarte lekdorpels en smalle lateien. Rond het dak loopt een betonnen borstwering; in het midden van de noordzijde in plaats van deze borstwering een stalen hek. Het dak heeft twee lage rechthoekige lichtkappen met korte zijden van beton en langszijden voorzien van gekoppelde vensters. De bovenzijden van de lichtkappen zijn voorzien van (niet beschermde) kunstofpanelen. Het betonskelet is opgebouwd uit paddestoelvloeren rustend op vierkante kolommen, geplaatst in een regelmatig rechthoekig stramien van circa 6,5 bij 5,5 meter in de lengterichting van het gebouw. De overgang tussen de kolommen en de balkloze vloeren wordt gevormd door vierzijdige kolomkoppen. De kolommen in de meest westelijke rij hebben afwijkende kolomkoppen die ver uitkragen in de richting van de niet-dragende westmuur. Op alle verdiepingen zijn nog oorspronkelijke stalen deuren bewaard gebleven, ondermeer de liftdeuren en de deuren van het trappenhuis. Op de begane grond, van onder andere het trappenhuis, bevinden zich grijze tegelvloeren en lambrizeringen met witte geglazuurde tegels en onder- en bovenrand van zwarte tegels (onderrand ongeglazuurd). De bordestrappen van het trappenhuis zijn uitgevoerd in staal met houten treden, de bordessen in beton. Op de begane grond bevindt zich in de traptoren een in staal uitgevoerde binnenwand met dubbele deur en in het verlengde daarvan tegen de achtergevel een betonnen insteek, bereikbaar via een stalen trap. Van de twee kleine vertrekken onder de insteek heeft de ruimte tegen de achtergevel een lambrizering als in het trappenhuis; de aangrenzende ruimte heeft op de hoek een stalen pui voorzien van glas. Ook het middelste deel van de eerste verdieping heeft een tegelvloer en lambrizering als bovengenoemd. Op de tweede verdieping zijn grote gedeelten van de stalen binnenwanden bewaard gebleven, bestaande uit verticale profielen waartussen gekoppelde vierruitsvensters en stalen beplatingen.
Waardering
De voormalige essencefabriek is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als zakelijk, functionalistisch ontworpen en gaaf bewaard gebleven en representatief voorbeeld van een aan het Nieuwe Bouwen verwant fabrieksgebouw van de Zaanse industrie van smaak- en geurstoffen uit het tweede kwart van de 20ste eeuw. Het fabrieksgebouw is tevens van industrieel-archeologische waarde wegens de toegepaste constructie van balkloze paddestoelvloeren.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former ESSENCE FACTORY from 1930, located on the east side of the Provincialeweg, behind Provincialeweg 128, and along the west side of the Vaart, built to the design of architect J. Coenraad by the Zaanse contractor-architects fa. J. en D. Eilmann, on behalf of the N.V. Polak en Schwarz's Essencefabrieken at Zaandam. The factory building, erected in a business functionalist construction style related to the Nieuwe Bouwen, rose at a very short distance north of the old 19th-century warehouse of Polak en Schwarz on the Vaart, to which it was connected by an aerial bridge. In the architecture of the 1930s factory building, some expressionistic characteristics can be found, for example the plastic facade treatment of the stair towers. Due to the course of the Vaart, the shape of the site and the desire to utilise the ground surface of the site optimally for production purposes, an irregular rectangle was chosen for the floor plan of the new factory building (a rectangle with one long slanted side, which follows the slanted course of the Vaart).
N.B. From 1968/69 onwards the building has been in use as a school building, for which purpose new partition walls were introduced in the interior and lowered ceilings were installed in most rooms. The windows of the north, south and east facades were provided with larger panes in the lower sashes.
Description
Former factory building erected entirely in cast concrete construction, namely monolithic system, of (mainly) three storeys under a flat roof and with an internal concrete skeleton provided with mushroom floor slabs and erected on a floor plan in the shape of an irregular rectangle. The front facade (W) has a length of approximately 40 metres, the two side facades (N and S) at right angles to it have a respective length of approximately 33 and approximately 19 metres; the rear facade is set at an angle but runs parallel to the canal. The ground storey is considerably higher than the two storeys above it. The white rendered facade is finished with a parapet with a contrasting black tile edge along the top. The concrete facades are interrupted by large steel windows and window rows, provided with frames with small glazing bars. In the asymmetrical front facade (W) there is a rectangular stair tower to the left of centre, which breaks through the horizontally articulated front facade and which protrudes high above the building, tapers above the roofline and is finished with a flat roof. On the left in the stair tower is the stairwell, on the right the combined goods and passenger lift. The latter is accessible on the ground floor both from the outside and from the inside via double steel doors. The stair tower projects slightly and has a high-placed listel on the central axis, wedged between projecting blocks and crowned by a flagpole. The stairwell (left in the tower) is recognizable by three slender vertical light slits with projecting blocks at the bottom; at the location of the lift (right) no light slits. The upper part of the stair tower, where the lift engine room is located, tapers and is provided with a surrounding tile edge above and below. The lower edge is interrupted in the middle of the rear and side facades by four projecting blocks with three narrow light slits above; on the front a stepped listel behind the flagpole. Beneath the three windows, a tall narrow window is placed in the short facades and on the rear side to the right a steel door and window and to the left a double steel door in line with the lift doors behind. The doors give access to the flat roof (which originally could be used for the storage of goods, for which purpose the concrete roof was covered with wooden floorboards). To the right of the stair tower, the front facade on the ground floor has five large steel window sections of different widths, provided with a small glazing bar (of eleven panes high), some six-pane casement windows and several top-hung windows above. The left window section has a large glazed sliding door which has been altered at the bottom to a (unprotected) double door. In the second and fourth window section a double steel door is included (the right of which has been altered). Above the ground floor, the right facade section has a strongly horizontal structure of alternating (non-load-bearing) concrete strips and window rows with multi-pane glazing bar windows, fanlights with top-hung windows, narrow continuous concrete lintels directly above the windows and black-painted drip edge tiles. To the left of the stair tower on the ground floor a large recessed window section, likewise provided with steel doors and with visible column of the internal skeleton. On the first floor there is a double steel door with lintel band above, on the second floor a window row with double steel door and steel hoist beam. The symmetrically arranged left side facade (N) has a height of one storey under a lean-to roof and has on the ground floor (between two rectangular gable ends of the front and rear) a width of five window axes, consisting of three wide and two narrower window sections, all with recessed upper corners, multi-pane glazing bars, fanlights with top-hung windows, black drip edges and narrow continuous concrete lintels. The roof edge is formed by two narrow lintels placed one above the other. The lean-to roof has coupled casement frames at the bottom over the full width provided with (authentic) wire glass and is covered above with finished improved Dutch tiles. At the top, in the middle of the roof, a wide roof dormer is installed with coupled windows with glazing bars and a flat roof with generous overhang. The symmetrically arranged rear facade (O) has a width of six window axes, separated by wall piers. The window axes contain four wide and two narrower window sections; recessed upper corners, multi-pane glazing bars, fanlights and lintels as in north facade. In the second window section from the right, a double steel door with glass panels is included on the first floor. In the lintel of the second floor, five (of the seven) zinc gutters are included; the adjoining downpipes are placed in front of the middle of the wall piers. The narrow space between the right side facade (S) and the adjoining warehouse is spanned by a concrete aerial bridge with horizontal six-pane windows at the level of the first and second floors. On either side of the aerial bridge the south facade has wide windows with canopies. Furthermore, windows with originally multi-pane glazing bars, black drip edges and narrow lintels. Running around the roof is a concrete parapet; in the middle of the north side, in place of this parapet, a steel fence. The roof has two low rectangular skylights with short sides of concrete and long sides provided with coupled windows. The upper sides of the skylights are provided with (unprotected) plastic panels. The concrete skeleton is built up from mushroom floor slabs resting on square columns, placed in a regular rectangular grid of approximately 6.5 by 5.5 metres in the lengthwise direction of the building. The transition between the columns and the flat floor slabs is formed by four-sided column capitals. The columns in the most western row have different column capitals that project far in the direction of the non-load-bearing west wall. Original steel doors have been preserved on all floors, including the lift doors and the doors of the stairwell. On the ground floor, including parts of the stairwell, there are grey tile floors and wainscotting with white glazed tiles and lower and upper edges of black tiles (lower edge unglazed). The flights of stairs in the stairwell are executed in steel with wooden treads, the landings in concrete. On the ground floor in the stair tower there is an internal wall executed in steel with double door and in line with it against the rear facade a concrete insert, accessible via a steel staircase. Of the two small rooms below the insert, the room against the rear facade has wainscotting as in the stairwell; the adjoining room has a steel frame at the corner provided with glass. Also the middle part of the first floor has a tile floor and wainscotting as mentioned above. On the second floor, large parts of the steel internal walls have been preserved, consisting of vertical profiles between which coupled four-pane windows and steel panels.
Valuation
The former essence factory is of general interest because of its architectural and cultural-historical value as a well-preserved business, functionalist designed and representative example of a factory building related to the Nieuwe Bouwen of the Zaanse flavouring and fragrance industry from the second quarter of the 20th century. The factory building is also of industrial-archaeological value because of the applied construction of flat floor slabs with mushroom columns.
Nearby in the register
- Kerk, Vinkenstraat 34Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Sociale zorg, liefdadigheid, Stationsstraat 6Sociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- Woonhuis, Westzijde 39Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Westzijde 38Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.