Rijksmonumentenregister · Netherlands
St. Adrianus
Ter Aar, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1902
- Address
- Langeraarseweg 88, 2461 CL Ter Aar (Nieuwkoop 28)
- Place
- Ter Aar
- Municipality
- Nieuwkoop
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.19367, 4.71142
- Part of complex
- 508275
- Monument number
- 508274
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University Library
4 historical maps cover this location, the earliest the 1901 map "31 Utrecht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In 1902 gewijde St. Adrianuskerk, gelegen aan een voorplein, in vroeg-gotische trant naar ontwerp van J.L. Meester en J. Scheepens. In het noordwesten bevindt zich tegen het koor van de kerk de sacristie (rijksmonumentnummer 508277).
NB In 1974 is het bankenplan gewijzigd, waarbij het middenpad is komen te vervallen. De oude banken zijn hergebruikt in de nieuwe opstelling.
Omschrijving
In baksteen opgetrokken centraliserende driebeukige kruisbasiliek met achthoekige kruising, driebeukig transept en vijfzijdig gesloten koor met veelzijdige zijkoren onder een samenstel van leien lessenaar- en zadeldaken met dakruiters en aan de westzijde voor het schip een hoog oprijzende toren op vierkante grondslag met ingesnoerde leien naaldspits. Tegen de zijbeuken bevinden zich in het westen veelzijdige kapellen onder een leien dak met kapelkruis. Tussen de noordelijke zijkapel en de toren bevindt zich een traptoren.
De verhoogde achtzijdige kruising wordt beklemtoond door vier frontalen, gedecoreerd met klimmende blinde lancetvormige spaarvelden, die zich herhalen in de topgevels van de transeptarmen, en gedekt door zadeldaken bekroond met een ranke, kleine vieringstoren en kruis. De uitstekende transeptarmen zijn voorzien van zijbeuken, naar het westen toe een drie traveeën tellend schip. De gevels worden geleed door muurvlakken gescheiden door versneden steunberen waarin ofwel drie gekoppelde lancetramen opgenomen in een spitsboognis met natuurstenen onderdorpel ofwel door - in de noord- en zuidgevel van het transept klimmende - lancetvensters. De zijbeuken worden gedekt door lessenaardaken, de kapellen door puntdaken met een kruis bekroond. De gevels van het koor worden geleed door vensters met natuurstenen tracering bestaande uit twee lancetramen en roosvenster met glas-in-lood.
Vierledige toren met hoofdportaal en aan weerszijden aangebouwde zijportalen. Eerste geleding van de toren, met op de hoeken haaks gestelde versneden steunberen, is vlak uitgevoerd, tweede geleding heeft aan noord- en zuidzijde drie lancetvormige spaarvelden en aan westzijde drie lancetvensters in een spitsboognis gevat, derde en vierde verdieping aan elke zijde geleed door lisenen, rondboogfries en drie hoge smalle lancetvormige spaarvelden waarvan het bovenste deel met galmgaten. Toren met achtzijdige naaldspits en frontalen, elk met een uurwerk met wijzerplaat, eindigend in een torenkruis.
Spitsboogvormige hoofd- en zijportalen met wimbergen, in het hoofdportaal gedecoreerd met een spitsboogvormig spaarveld, in zijportalen met decoratieve band in siermetselwerk, afgewerkt met een natuurstenen lijst met hogels en in het midden een kruisbloem. In baksteen en natuursteen uitgevoerde archivolten en colonetten met natuurstenen gestileerde bladkapitelen. Elk portaal bevat een dubbele eikehouten deur met sierbeslag en een natuurstenen met rozetten gedecoreerde bovendorpel, waarboven natuurstenen rondboogtracering gevuld met veelkleurig glas-in-lood. Tegen de haaks gestelde steunberen van de toren zijn aan weerszijden van het hoofdportaal op bewerkte consoles natuurstenen heiligenbeelden onder rijk versierde baldakijnen geplaatst (H. Phocas, H. Lidwina, H. Willibrordus, H. Adrianus). Steunberen met pinakelbekroning aan weerszijden van de zijportalen.
Het inwendige van de kerk is grotendeels in schoon metselwerk uitgevoerd. Achtzijdige kruising met bakstenen stergewelf gedragen door acht bundelpijlers. Driedelige opstand in transeptarmen en middenschip bestaande uit spitsboogvormige arcadebogen waarboven een doorlopend bruinrood geschilderd fries met vergulde gotische letters en groene klaverrand aan de boven- en onderzijde afgezet met een bruin geglazuurde bakstenen rand, triforium met vier gekoppelde spitsboognissen verbonden door deelzuiltjes met groen-rood gepolychromeerde kapitelen en lichtbeuk. Het triforium is in het transept versierd met schilderingen van musicerende engelen.
Midden- en zijschepen met bakstenen kruisribgewelven, afgezet met geglazuurde bakstenen. Bakstenen pijlers op natuurstenen basement met colonetten en gepolychromeerde bladkapitelen, in de kruising gepolychromeerde gewelfaanzetten. Koorwanden bestaande uit twee geledingen, gescheiden door het tekstfries. Benedenzone met blinde spitsboognissen met in het boogveld schilderingen van o.m. vis met broodmand, Arma Christi en Agnus Dei. Bovenzone met veelkleurige gebrandschilderde ramen met voorstellingen uit het leven van Christus en heiligenfiguren.
De wanden van het transept en de koorkapellen zijn gepolychromeerd in aardekleuren. Boven een zwarte plint zijn zones met gestileerde florale motieven in verschillende kleurstellingen aangebracht, gescheiden door smalle bandfriezen met kleine motieven. In het transept zijn in de zone onder het triforium bruinrode spitsboogvelden in een omlijsting geschilderd, die dienen als achtergrond van witgeschilderde 18e eeuwse houten apostelbeelden, op bewerkte consoles geplaatst en vervaardigd door W.H. van der Wall.
In het westen een orgeltribune met opengewerkte borstwering gedragen door een spitsboogvormige arcadeboog. In de vier wanden van de toren diepe blinde spitsboognissen. Kruisribgewelf in gele baksteen met rode ribben, waarlangs een zwarte bakstenen rand. In de boogvelden van de portalen roosvensters met glas-in-lood in rode, groene, gele en blauwe kleuren in geometrische vormen. Overig glas-in-lood in transept, midden- en zijschepen en in kapellen met geometrische en florale ornamenten in heldere kleuren.
In het interieur zijn met name de volgende onderdelen van belang. Witgeschilderde houten beelden van de twaalf apostelen tegen de transeptwanden en beeld van H. Adrianus in het transept, daterend uit de achttiende eeuw en afkomstig uit de vroegere kerk, vervaardigd door W.H. van der Wall. In marmer en koper uitgevoerd hoofdaltaar met in hout en in brons uitgevoerde reliëfs, blijkens signatuur afkomstig uit het atelier van Brom te Utrecht en oorspronkelijk behorend tot de communiebank, evenals de koperen onderdelen van de lezenaar en altaartafel. In marmer uitgevoerd neo-gotische kansel op zuilen met gedecoreerde kapitelen met houten neo-gotisch klankbord. Wit marmeren altaartomben, afkomstig uit de vroegere kerk, uit het midden van de negentiende eeuw in koorkapellen waarop beelden geplaatst. In de zuidelijke kapel tombe met annunciatiereliëf van Stracké en Mariabeeld, in de noordelijke kapel tombe met voorstelling van de marteldood van Adrianus met Christusbeeld. Twee eikenhouten, in neo-barokke trant gesneden biechtstoelen met figuratieve voorstellingen, ca. 1900. Kruiswegstaties met zijpanelen in de zijschepen en de transeptarmen geschilderd door Frans Loots uit Haarlem in 1912-1914. Op wanden van de zijkoren schilderingen van Loots uit 1913, voorstellende Christus in de Tempel en Werkplaats van Jozef. Westelijke zijkapellen, door ijzeren hekwerken afgesloten, en westwand eveneens met schilderingen van Frans Loots daterend rond 1915. Glas-in-lood vensters met kleine symbolische voorstellingen. Linker zijkapel met marmeren doopvont met koperen deksel gedecoreerd met de vier evangelisten, rechter zijkapel met altaar met Pieta-beeld. In de kerk bevinden zich de oorspronkelijke kerkbanken, zij het thans in gewijzigde opstelling. In rijk gesneden achttiende eeuwse orgelkas een tweeklaviersorgel van L. Ypma, gemaakt in 1854. Klokkenstoel met gelui bestaande uit drie klokken van Petit en Fritsen, 1920, diam. resp. 90 cm, 70 cm en 55 cm.
Waardering
In- en exterieur van vroeg-gotische parochiekerk met bijbehorende interieuronderdelen van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische waarden, waarbij op bijzondere wijze de longitudinaalbouw gecombineerd wordt met een centrale achtzijdige kruising.
Tevens van belang als hoofonderdeel van het kerkelijke complex.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
St. Adrian's Church consecrated in 1902, located at a forecourt, designed in early Gothic style after designs by J.L. Meester and J. Scheepens. In the northwest, against the choir of the church, is the sacristy (national monument number 508277).
NB In 1974 the seating plan was altered, whereby the central aisle was removed. The old pews were reused in the new arrangement.
Description
Brick-built centralizing three-aisled cruciform basilica with octagonal crossing, three-aisled transept and five-sided closed choir with multifaceted side choirs under an assembly of slate lean-to and gabled roofs with roof cresting and on the west side for the nave a high-rising tower on square ground plan with constricted slate spire. Against the side aisles in the west are multifaceted chapels under a slate roof with chapel cross. Between the northern side chapel and the tower is a stair tower.
The elevated octagonal crossing is emphasized by four frontals, decorated with ascending blind lancet-form spandrels, which are repeated in the gable ends of the transept arms, and covered by gabled roofs crowned with a slender, small crossing tower and cross. The projecting transept arms are provided with side aisles, towards the west a nave comprising three bays. The facades are articulated by wall surfaces separated by stepped buttresses in which either three coupled lancet windows set within a pointed arch niche with ashlar sill or lancet windows - ascending in the north and south facades of the transept - are incorporated. The side aisles are covered by lean-to roofs, the chapels by pitched roofs crowned with a cross. The choir facades are articulated by windows with ashlar tracery consisting of two lancet windows and rose window with stained glass.
Four-part tower with principal portal and side portals attached on either side. First division of the tower, with stepped buttresses set at right angles at the corners, executed flat, second division has on north and south sides three lancet-form spandrels and on west side three lancet windows set within a pointed arch niche, third and fourth storeys on each side articulated by pilaster strips, round-arch frieze and three tall narrow lancet-form spandrels with the upper part having sound holes. Tower with octagonal spire and frontals, each with a clock mechanism with dial face, terminating in a tower cross.
Pointed arch-form principal and side portals with wimpergs, in the principal portal decorated with a pointed arch-form spandrel, in side portals with decorative band in decorative brickwork, finished with an ashlar moulding with hog's-back moulding and in the middle a cross-flower. Archivolts and colonettes executed in brick and ashlar with ashlar-dressed stylized leaf capitals. Each portal contains a double oak door with decorative metalwork and an ashlar sill decorated with rosettes, above which ashlar round-arch tracery filled with multicoloured stained glass. Against the right-angled buttresses of the tower, on either side of the principal portal, stone saint figures are placed on worked consoles under richly decorated canopies (St. Phocas, St. Lidwina, St. Willibrord, St. Adrian). Buttresses with pinnacle capping on either side of the side portals.
The interior of the church is executed largely in exposed brickwork. Octagonal crossing with brick star vault supported by eight bundle piers. Three-part elevation in transept arms and central nave consisting of pointed arch-form arcade arches above which a continuous brown-red painted frieze with gilded Gothic letters and green clover border marked at the top and bottom with a brown glazed brick band, triforium with four coupled pointed arch niches connected by small shafts with green-red polychromed capitals and clerestory. The triforium is decorated in the transept with paintings of musical angels.
Central and side naves with brick cross-rib vaults, marked with glazed brick. Brick piers on ashlar basement with colonettes and polychromed leaf capitals, in the crossing polychromed vault springings. Choir walls consisting of two divisions, separated by the text frieze. Lower zone with blind pointed arch niches with in the arch field paintings of among others fish with bread basket, Arma Christi and Agnus Dei. Upper zone with multicoloured stained glass windows with representations from the life of Christ and saint figures.
The walls of the transept and choir chapels are polychromed in earth colours. Above a black plinth are zones with stylized floral motifs in different colour schemes, separated by narrow frieze bands with small motifs. In the transept, in the zone below the triforium, brown-red pointed arch fields are painted in a frame, serving as background to white-painted 18th-century wooden apostle figures, placed on worked consoles and made by W.H. van der Wall.
In the west an organ gallery with openwork parapet supported by a pointed arch-form arcade arch. In the four walls of the tower deep blind pointed arch niches. Cross-rib vault in yellow brick with red ribs, along which a black brick band. In the arch fields of the portals rose windows with stained glass in red, green, yellow and blue colours in geometric forms. Other stained glass in transept, central and side naves and in chapels with geometric and floral ornaments in bright colours.
In the interior the following components are particularly important. White-painted wooden figures of the twelve apostles against the transept walls and figure of St. Adrian in the transept, dating from the eighteenth century and coming from the former church, made by W.H. van der Wall. High altar executed in marble and copper with reliefs executed in wood and bronze, according to signature coming from the workshop of Brom in Utrecht and originally belonging to the communion rail, as well as the copper components of the lectern and altar table. Neo-Gothic pulpit executed in marble on columns with decorated capitals with wooden neo-Gothic sounding board. White marble altar tombs, coming from the former church, from the middle of the nineteenth century in choir chapels on which figures are placed. In the southern chapel tomb with annunciation relief by Stracké and Mary figure, in the northern chapel tomb with representation of the martyrdom of Adrian with Christ figure. Two oak, neo-Baroque carved confessionals with figurative representations, c. 1900. Stations of the cross with side panels in the side naves and transept arms painted by Frans Loots from Haarlem in 1912-1914. On walls of the side choirs paintings by Loots from 1913, representing Christ in the Temple and Workshop of Joseph. Western side chapels, closed off by iron grilles, and west wall likewise with paintings by Frans Loots dating around 1915. Stained glass windows with small symbolic representations. Left side chapel with marble baptismal font with copper cover decorated with the four evangelists, right side chapel with altar with Pieta figure. The church contains the original church pews, although now in altered arrangement. In a richly carved eighteenth-century organ case a two-manual organ by L. Ypma, made in 1854. Bell tower with bell ring consisting of three bells by Petit and Fritsen, 1920, diam. respectively 90 cm, 70 cm and 55 cm.
Valuation
Interior and exterior of an early Gothic parish church with associated interior components of general importance by virtue of architectural and cultural-historical values, whereby the longitudinal construction is combined in a particular way with a central octagonal crossing.
Also of importance as a main component of the ecclesiastical complex.
Nearby in the register
- Kerkelijke dienstwoning, Langeraarseweg 90Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Kerk en kerkonderdeel, Langeraarseweg 90Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk, Aardamseweg 3Kerk en kerkonderdeel2 mi
- Kerk, Herenweg 26Kerk en kerkonderdeel2 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.