Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Middenweg 4
Andijk, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1929 - 1930
- Address
- Middenweg 4, 1619 BL Andijk (Medemblik 27) (and others)
- Place
- Andijk
- Municipality
- Medemblik
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.75253, 5.22132
- Monument number
- 508026
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamStanford Libraries
3 historical maps cover this location, the earliest the 1936 map "Provincie Noordholland waterstaatkundig" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
GEREFORMEERDE KERK MET PASTORIE, KOSTERSWONING, ZALENCENTRUM EN BERGPLAATS, gebouwd in 1929-1930 naar ontwerp van de Groningse architect Egbert Reitsma, die de kerk van Andijk als zijn beste werk beschouwde. Uit welhaast onbegrensde middelen heeft Reitsma een kerk kunnen realiseren, die in West-Friesland ook wel de 'gereformeerde kathedraal' wordt genoemd. De kerk is één van de meest exuberante gereformeerde kerkgebouwen van Nederland en is gebouwd in een expressionistische bouwstijl met verwijzingen naar de gotiek. Meer gespecificeerd zou men de kerk kunnen onderbrengen bij de architectuur van de Amsterdamse School.
Concurrentiemotieven speelden zeker een rol bij de bouw van dit spectaculaire gebouw. Men wilde wedijveren met het tien kilometer zuidelijker gelegen Enkhuizen en met de grote neo-gotische kerk van het naburige katholieke dorp Wervershoof. De kerk te Andijk is te beschouwen als een mijlpaal in de emancipatie van de gereformeerden in Nederland. Het verschil tussen de kleine kerken uit de doleantietijd (1886-1892) en de gereformeerde kerk van Andijk (1930) symboliseert de groei van de positie van de "Kleine Luyden". Zij moesten zich profileren enerzijds ten opzichte van de hervormden van wie ze waren afgescheiden, anderzijds ten opzichte van de katholieken, die sinds 1853 eveneens bezig waren hun sinds de reformatie verloren gegane positie te herwinnen. Andijk had in de jaren '20 van de 20ste eeuw een bloei doorgemaakt in de bollenteelt. Daaruit is te verklaren, dat men zo'n dure kerk heeft kunnen bekostigen. Het betrof de vervanging van een 19de-eeuws, te klein geworden kerkgebouw. Nadat er in de kerkeraad was gesproken over verbouwing, besloot men toch tot nieuwbouw over te gaan. Als architect werd de Groningse architect Egbert Reitsma aangetrokken. De gereformeerde kerk van Weesp (ook van Reitsma) had de doorslag gegeven bij de uiteindelijke architectenkeuze. In januari 1929 kwam Reitsma met een plan ter tafel dat f.120.000,- ging kosten, terwijl er 'maar' f.90.000,- uitgetrokken was. Men wilde de bouwkosten drukken door het weglaten van de toren, hetgeen een besparing van f.15.000,- zou opleveren. In februari 1929 diende Reitsma een herziene begroting in van f.100.000,- met een toren van veertig meter hoog. Hoe veel belang hij hechtte aan de realisatie van een toren, bleek toen hij in de onderhandelingen aanbood voor het bouwen van de toren geen honorarium te rekenen. In een nog later stadium droeg hij f.1000,- bij aan de bouw. Uiteindelijk stemde de commissie toe in de bouw. Op 27 maart 1929 vond de aanbesteding plaats. De eerste steenlegging vond plaats op 25 juli van dat jaar. De bouw vorderde echter langzaam. Door de economische wereldcrisis viel de export van bloembollen grotendeels weg, hetgeen zijn weerslag had op de verwerving van fondsen. Op 3 september 1930 werd de ingebruikname gevierd (J.J. Falize, 'De kerkbouw tussen de wereldoorlogen. De Amsterdamse School' in "Honderdvijftig jaar gereformeerde kerkbouw", red. R. Steensma en C.A. van Swigchem; en doctoraalscriptie van J.J. Falize, Rijksuniversiteit Groningen). Het kerkorgel werd gebouwd door de firma Spiering rond 1930, uitgaande van een oudere kern. N.B. Het orgel-instrument valt niet onder de bescherming.
Omschrijving
Aan de oostzijde van Middenweg gelegen complex van de Gereformeerde Gemeente te Andijk, bestaande uit de zuid-noordgerichte reeks bouwvolumes van pastorie, kerk, toren met daarin ondergebracht de kosterswoning, zalen en een bergplaats. De pastorie ligt daarbij het meest zuidelijk, zalen en bergplaats het meest noordelijk. Alle bouwvolumes zijn aan elkaar vastgebouwd en gegroepeerd langs een noord-zuid-as evenwijdig aan de Middenweg, die weer loodrecht op de IJsselmeerdijk staat.
De kerk met annexe bouwvolumes is geheel vrij gelegen, op enige afstand van de IJsselmeerdijk en van de Middenweg, in een eigen omgeving. Door terugplaatsing van de rooilijn is een ruimte tussen kerk en weg ontstaan die in beslag wordt genomen door een kerkplein en een grote tuin.
De afzonderlijke bouwvolumes hebben alle een interne constructie van een betonskelet, in het exterieur bekleed met mondsteen. De rijke textuur van deze baksteen wordt nog verhoogd door toepassing van verschillende bijzondere metselverbanden: zo is de plint gemetseld in blokverband, waarmee rustica wordt geïmiteerd. De verschillende bouwvolumes hebben alle zeer steile, hoog opgaande schild- of zadeldaken, gedekt met leien in maasdekking. Tussen de bouwvolumes van zalengedeelte en kerk rijst de toren op, die trapsgewijs verjongt en die bekroond wordt door een met leien gedekte naaldspits. Klokkenstoel met klok van Van Bergen, 1929, diam. 137,2 cm. Mechanisch torenuurwerk van M. van de Kerkhof, 1873.
De kerkruimte is een centraalbouw op een kruisvormig grondplan, bestaande uit twee kruisende delen: een oost-westgerichte rechthoek haaks op de Middenweg en een noord-zuidgerichte rechthoek met afgeschuinde hoeken evenwijdig aan de Middenweg. Laatsgenoemde rechthoek vormt de basis voor het kerkgedeelte met de kerkbanken, afgesloten door twee polygonale gedeelten. De haaks op de Middenweg staande rechthoek vormt de basis voor de hoofdingang (west), bankenplan (midden) en kansel (oost). Verder zijn er ingangen aan de noord- en zuidzijde. In het exterieur zijn de twee haaks op elkaar staande delen te herkennen aan de dakvorm. De noord-zuidgerichte rechthoek met afgeschuinde hoeken wordt afgesloten door een schilddak met noklijn evenwijdig aan de Middenweg. De rechthoek haaks op de Middenweg wordt bekroond door een hoog opgaand zadeldak dat het voornoemde schilddak in het midden doorklieft. De westgevel van de kerk heeft een groot ingangsportaal en is compositorisch opgebouwd uit een aantal elkaar oversnijdende driehoeken, steeds met dezelfde basis. Vooraan de driehoek met de ingang, daarboven de driehoek van de kerkeraadskamer. Daarachter een steilere driehoek, die de glazen lichtschepping voor het schip draagt en daarachter de zeer hoge geveltop met de schuingeplaatste lintvoegen. De vensters van de kerkeraadskamer en het schip bestaan uit een risalerende driehoekige glazen opbouw. Op de hoeken van het kerkgebouw staan steunberen, waarin rondbogige doorgangen zijn uitgespaard. De hoge smalle vensters worden door wimbergen bekroond. Deze vensterpartijen komen behalve in het bouwvolume van de kerk ook in de pastorie en het zalengedeelte voor.
In het interieur bevinden zich aan weerszijden van de hoofdingang (west) de trappenhuizen naar de galerijen. Het aantal zitplaatsen bedraagt 1200. De banken zijn in een halve cirkel rond de kansel (oost) gegroepeerd. Boven de kansel staat op een balkon het (op zichzelf niet beschermenswaardige) orgel in een open opstelling. In uitvoering en in relatie tot de kansel maakt het orgelfront een nadrukkelijk element van de inrichting uit. Het interieur wordt verlicht door ramen in de onderbouw en een groot raam boven de ingang, tegenover de kansel. De benedenramen hebben gebrandschilderd glas met voorstellingen van handel, techniek, landbouw, scheepvaart en dergelijke, eveneens naar ontwerp van Reitsma. De ruimte wordt overwelfd door een parabolisch gewelf. Het centrale gedeelte wordt gevormd door een tongewelf tussen twee gemetselde scheibogen. Aan dit middenvak op rechthoekige plattegrond sluiten links en rechts straalgewelven aan over de polygonale gedeelten (vijfzijdige 'absiden'). De gewelfaanzetten zijn omkleed met houtsculpturen in de vorm van een geometrisch patroon van houten blokjes, geschilderd in felle kleuren. De gewelfvelden zijn gedeeltelijk beschilderd met geometrische motieven, vanaf de geboorte van het houten gewelf tot ongeveer halve hoogte. Alleen langs de graten lopen de motieven iets verder naar boven.
Waardering
De gereformeerde kerk met annexe gebouwen is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard voorbeeld van kerkelijke bouwkunst uit het tweede kwart van de 20ste eeuw in de expressionistische bouwtrant van de Amsterdamse School. Daarnaast heeft de kerk met annexe gebouwen ensemblewaarde door de gaaf bewaard gebleven samenhang tussen de diverse onderdelen en door de beeldbepalende situering van het geheel in het Noordhollandse polderland. Tevens is de kerk met annexe gebouwen van belang als een van de belangrijkste werken uit het oeuvre van architect Egbert Reitsma.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
REFORMED CHURCH WITH PARSONAGE, SEXTON'S DWELLING, COMMUNITY HALL AND STORAGE BUILDING, built in 1929-1930 designed by Groningen architect Egbert Reitsma, who considered the church of Andijk his best work. From virtually unlimited resources Reitsma was able to realise a church, which in West-Friesland is also called the 'reformed cathedral'. The church is one of the most exuberant reformed church buildings in the Netherlands and was built in an expressionistic architectural style with references to Gothic. More specifically, one could place the church within the architecture of the Amsterdam School.
Competitive motives certainly played a role in the construction of this spectacular building. There was a desire to rival Enkhuizen, situated ten kilometres to the south, and the large neo-Gothic church of the neighbouring Catholic village of Wervershoof. The church at Andijk may be regarded as a milestone in the emancipation of the Reformed in the Netherlands. The difference between the small churches from the Doleantie period (1886-1892) and the reformed church of Andijk (1930) symbolises the growth in the position of the 'Common People'. They had to establish their profile on the one hand in relation to the Protestants from whom they had separated, on the other hand in relation to the Catholics, who since 1853 had also been engaged in recovering their position lost since the Reformation. Andijk had experienced a flourishing period in the 1920s of the twentieth century in the cultivation of bulbs. This explains how one could afford such an expensive church. It concerned the replacement of a nineteenth-century church building that had become too small. After the church council had discussed renovation, it was decided to proceed with new construction. Groningen architect Egbert Reitsma was engaged as architect. The reformed church of Weesp (also by Reitsma) had been decisive in the final choice of architect. In January 1929 Reitsma presented a plan costing f.120,000,-, while only f.90,000,- had been budgeted. They wanted to reduce building costs by omitting the tower, which would save f.15,000,-. In February 1929 Reitsma submitted a revised budget of f.100,000,- with a tower forty metres high. How much importance he attached to the realisation of a tower became clear when he offered to charge no fee for building the tower in the negotiations. At a later stage he contributed f.1000,- to the construction. Ultimately the committee agreed to the construction of the tower. On 27 March 1929 the project was put out to tender. The foundation stone ceremony took place on 25 July of that year. However, construction progressed slowly. Due to the economic world crisis, the export of flower bulbs largely ceased, which had an impact on fundraising. On 3 September 1930 the opening into use was celebrated (J.J. Falize, 'Church building between the world wars. The Amsterdam School' in "One hundred and fifty years of reformed church building", ed. R. Steensma and C.A. van Swigchem; and doctoral thesis by J.J. Falize, Rijksuniversiteit Groningen). The church organ was built by the Spiering firm around 1930, based on an older core. N.B. The organ instrument does not fall under protection.
Description
On the east side of Middenweg, a complex of the Reformed Congregation at Andijk, consisting of a series of south-north-oriented building volumes of parsonage, church, tower with incorporated sexton's dwelling, halls and a storage building. The parsonage is situated most southerly, halls and storage building most northerly. All building volumes are built together and grouped along a north-south axis parallel to the Middenweg, which in turn is perpendicular to the IJsselmeerdijk.
The church with annexe building volumes is completely detached, at some distance from the IJsselmeerdijk and from the Middenweg, in its own setting. By setting back the building line a space has been created between church and road which is occupied by a church square and a large garden.
The individual building volumes all have an internal steel-frame concrete structure, in the exterior clad with masonry brick. The rich texture of this brickwork is further enhanced by the use of various special bond patterns: the plinth for example is laid in block bond, imitating rustica. All the building volumes have very steep, high-rising hipped or gabled roofs, covered with slate in Maas bond. Between the building volumes of the hall section and church rises the tower, which tapers in steps and which is crowned by a spire covered with slate. Belfry with bell by Van Bergen, 1929, diam. 137.2 cm. Mechanical tower clock by M. van de Kerkhof, 1873.
The church space is a central structure on a cruciform floor plan, consisting of two crossing sections: an east-west-oriented rectangle perpendicular to the Middenweg and a north-south-oriented rectangle with chamfered corners parallel to the Middenweg. The latter rectangle forms the basis for the church section with the church pews, closed off by two polygonal sections. The rectangle perpendicular to the Middenweg forms the basis for the main entrance (west), pew plan (middle) and pulpit (east). There are also entrances on the north and south sides. In the exterior the two rectangles at right angles to each other can be recognised by the roof form. The north-south-oriented rectangle with chamfered corners is closed off by a hipped roof with ridge line parallel to the Middenweg. The rectangle perpendicular to the Middenweg is crowned by a high-rising gabled roof that cuts through the aforementioned hipped roof in the middle. The west gable of the church has a large entrance portal and is compositionally built up from a number of intersecting triangles, each with the same base. In front the triangle with the entrance, above it the triangle of the church council room. Behind it a steeper triangle, which carries the glazed light arrangement for the nave and behind it the very high gable top with slanted joint lines. The windows of the church council room and the nave consist of a projecting triangular glazed structure. Buttresses stand on the corners of the church building, with semicircular passages left open. The tall narrow windows are crowned by tracery. These window sections appear not only in the building volume of the church but also in the parsonage and the hall section.
In the interior, on either side of the main entrance (west) are the staircases to the galleries. The number of seats is 1200. The pews are grouped in a semicircle around the pulpit (east). Above the pulpit stands on a balcony the organ (not in itself worthy of protection) in an open arrangement. In execution and in relation to the pulpit the organ front makes a marked element of the furnishings. The interior is lit by windows in the lower section and a large window above the entrance, opposite the pulpit. The lower windows have stained glass with depictions of trade, technology, agriculture, shipping and the like, also designed by Reitsma. The space is spanned by a parabolic vault. The central section is formed by a barrel vault between two masonry transverse arches. To this central bay on a rectangular floor plan connect on the left and right radial vaults over the polygonal sections (five-sided 'apses'). The vault springing is covered with wooden sculptures in the form of a geometric pattern of wooden blocks, painted in bright colours. The vault fields are partially painted with geometric motifs, from the rise of the wooden vault to approximately half height. Only along the ribs do the motifs run somewhat further upwards.
Valuation
The reformed church with annexe buildings is of general importance for cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of ecclesiastical architecture from the second quarter of the twentieth century in the expressionistic style of the Amsterdam School. Moreover, the church with annexe buildings has ensemble value through the well-preserved coherence between the various components and through the visually defining situation of the whole in the North Holland polder landscape. The church with annexe buildings is also important as one of the principal works from the oeuvre of architect Egbert Reitsma.
Nearby in the register
- Boerderij, Dijkweg 296Boerderij1 mi
- Boerderij(M1), Bangert 28Boerderij2 mi
- Bedieningsgebouw, Oosterdijk 5 EBedieningsgebouw3 mi
- Boerderij(M1), Dorpsstraat 120Boerderij3 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.