TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Tuin, Wierdensestraat bij 208

Almelo, Overijssel, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Tuin
Category
onroerend gebouwd
Built
1917 - 1921
Address
Wierdensestraat bij 208, 7604 BR Almelo
Place
Almelo
Province
Overijssel
Country
Netherlands
Coordinates
52.35467, 6.63568
Part of complex
507680
Monument number
507687

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

The 1917 map covering this location: "28 Almelo" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De TUIN is in 'gemengde stijl' aangelegd in een oud cultuurlandschap waarvan belangrijke elementen in het ontwerp zijn opgenomen. Zo zijn door houtwallen omhaagde delen aan de zuid-oostzijde omgevormd tot moestuin en boomgaard, zijn bestaande waterlopen gebruikt voor nieuwe en is in de grote relatief open ruimte aan de noordzijde het weiland herkenbaar dat hier heeft gelegen.

Het grootste deel van de tuin is landschappelijk vormgegeven met ten zuiden van het huis een geometrisch gedeelte dat aansluit op het terras. Het huis vormt het middelpunt van de tuinaanleg en uitgangspunt van een stelsel van gebogen paden dat het gehele terrein bestrijkt en dat ten zuiden van het huis aansluit op de paden in de geometrische deeltuin. Het karakter van de tuin wordt bepaald door gazons, solitaire bomen en boomgroepen, waartussen doorzichten binnen en buiten de tuin. De beplanting bestaat uit inheemse soorten en exoten, waaronder meer zeldzame boomsoorten.

In de bibliotheek van de Landbouwuniversiteit Wageningen zijn de volgende ontwerptekeningen aanwezig:

1. 'Situatie villa en omgeving van den Weled. Heer Joh. ten Cate te Almelo', 14 mei 1917, ongesigneerd (L.A. Springer), schaal 1:500.

2. 'Ontwerp bloementuin v/d Weledgeb. Heer Joh. ten Cate te Almelo', 28 aug. 1917, ongesigneerd (L.A. Springer), schaal 1:250.

3. 'Huize de Bellinckhof te Almelo', ongedateerd, ongesigneerd (L.A. Springer), schaal 1:1000.

4. 'Landgoed de Bellinckhof te Almelo', ongedateerd, ongesigneerd (L.A. Springer), schaal 1:500.

5. 'Schets-ontwerp uitbreiding Bellinkhof Almelo', 15-4-'26, gesigneerd: L.A. Springer, schaal 1:500.

6. 'Schets-ontwerp uitbreiding Bellinckhof te Almelo', 27-4-'26, gesigneerd: L.A. Springer, schaal 1:500.

7. 'Ontwerp tuinmuur voor huize Bellinckhof te Almelo', ongedateerd, ongesigneerd (L.A. Springer), schaal 1:250.

voorts zijn daar aanwezig:

- 2 ansichtkaarten uit 1920

- 2 ansichtkaarten uit 1923 die het huis en een deel van de tuin afbeelden,

- copieboeken van L.A. Springer waarin bestellingen van plantmateriaal bij diverse kwekers.

Omschrijving

Het huis is van de Wierdensestraat bereikbaar door middel van een gebogen oprit die in de noord-westelijke en de noord-oostelijke hoeken aansluit op de Wierdensestraat. Bij de westelijke aansluiting staat ten westen van de oprit een gebouw met woning, stal en garage. Bij de oostelijke aansluiting staat een kleine dienstwoning. Tussen beide aansluitingen van de oprit ligt langs de Wierdensestraat een langgerekte vijver met aan de tuinzijde een slingerende oeverlijn. In het westelijk deel van de vijver ligt een klein eiland met boomgroep. Langs de vijver loopt een wandelpad. Tussen vijver en huis ligt een naar het water aflopend gazon met solitaire bomen en boomgroepen, waar tussendoor zicht is op het huis. Voor het huis is de oprit verbreed tot een vierkant voorplein met gemetselde keermuren die recent (1993) zijn gebouwd.

In het noordwestelijk deel van de tuin ligt, ten zuiden van het koetshuis, een kleine vijver met gebogen oeverlijnen die is omgeven door bomen en heesters. Ten zuiden hiervan ligt een tennisbaan met kleedhuisje (voor bescherming van ondergeschikt belang). De vijver staat via een duiker in verbinding met de vijver langs de Wierdensestraat. Ten westen van het huis staat opgaand loofbos met voornamelijk eik. Hierin is, in afwijking van het ontwerp, later in zuid-westelijke richting een doorzicht vrijgemaakt naar de belendende weilanden.

Ten zuiden van het huis liggen terrassen en keermuren als inleiding op een geometrisch tuindeel. De begrenzing van de tuin aan de zuidzijde wordt gevormd door een lage meidoornhaag waarachter een zandweg met waterloop. Aan de zuidwest-zijde ligt aan de overzijde van de zandweg een bosgedeelte, waarin oorspronkelijk slingerpaden waren die aansloten op de padenloop in de tuin rond het huis. Vanaf het huis is, over de meidoornhaag en zandweg, een vergezicht in zuid-oostelijke richting vrijgehouden. De zandweg (Bellinkshofsweg) loopt aan de oostzijde door tot aan de Wierdensestraat.

Ten oosten van het huis ligt een gazon met solitaire bomen en boomgroepen, waartussen slingerpaden en een slingerende waterloop. De paden worden hier met twee houten bruggen overheen geleid. Aan de westzijde van de zandweg staan twee kleine dienstwoningen met een kleine tuinaanleg. Ten zuid-oosten van de zandweg lag de moestuin, thans weiland. Ten oosten van de zandweg ligt een deels ommuurde kwekerij met kweekkassen en kweekbakken. Tegen de tuinmuur zijn latten bevestigd waartegen leifruit groeit. Aan de oostzijde van de moestuin grenst een boomgaard die gedeeltelijk nog intact is. Moestuin en boomgaard waren omgeven door een waterloop die in verbinding stond met de waterlopen langs de zandweg en in het oostelijk deel van de tuin.

Geometrische deeltuin:

De geometrische deeltuin ten zuiden van het huis is grotendeels aangelegd volgens het ontwerp van Springer van augustus 1917 (tekening 2). Afwijkingen betreffen de ligging van twee trappen in de keermuren bij het huis (die verschoven zijn) en de berceau in de as van dit tuindeel aan de zuidzijde die niet is aangelegd.

De deeltuin is symmetrisch ontworpen rondom een midden-as die van het huis uitgaat. Op die plaats heeft het huis een rond uitgebouwde loggia met zuilen. Aan de zuid-, oost- en westzijde sluit de tuin in twee niveaus op het huis aan. De niveaus zijn gescheiden door twee gemetselde keermuren en liggen respectievelijk circa twee meter (het niveau van de bel-etage) en een meter (een tussen-niveau) boven het laagste niveau.

De keermuren zijn bij beëindigingen en bij aansluitingen, zoals aan trappen, tot kleine pylonen uitgebouwd. Op elk staat nu een tuinvaas, maar oorspronkelijk stonden hier houten bloembakken. De trappen hebben gemetselde trapbomen die aansluiten op de keermuren. Alle gemetselde delen bestaan uit baksteen.

Het terras op het niveau van de bel-etage is verhard met betontegels van 30x30 cm. De keermuur rond dit terras vormt een borstwering van ongeveer een halve meter. Langs de achtergevel van het huis is de borstwering nu tot ongeveer de helft (0.25 meter) verlaagd. In de hoofd-as is het terras rond uitgebouwd, met in het midden een gebogen, gemetselde trap van 5 treden. Het terras is langs de westgevel doorgezet tot aan een trap van vijf treden die aansluit op een deur in het midden van de westgevel. Aan de oostzijde van het huis loopt het terras tegen de achterzijde van de dienstvleugel. In de oostelijke keermuur is daar, in de as van de serre-deuren, eveneens een gemetselde trap van zes treden aangebracht.

Een tweede niveau, een strook van ongeveer 2.0 meter breed, sluit aan de zuid- en de oostzijde tegen de keermuur van het terras aan. Het is van de geometrische tuinaanleg aan de zuidzijde gescheiden door een keermuur van ongeveer dertig centimeter. De strook is uitgevoerd als een pad van grind met aan de zijde van het huis, evenwijdig aan en langs de keermuur, een border met vaste planten en heesters, afgezet met een lage buxushaag. Westelijk en oostelijk van het huis sluit dit niveau zonder trappen aan op de oprit voor het huis. Aan de zuidzijde zijn in de keermuur, symmetrisch ten opzichte van de as, twee gemetselde trappen van vier treden geplaatst die het hoogteverschil van ongeveer een meter naar het maaiveld aan de zuidzijde overbruggen. In de hoofd-as is de keermuur tussen beide trappen als een exedra uitgebouwd. Op het laagste niveau ligt onderaan de keermuur en evenwijdig hieraan een border met lage heesters en vaste planten die is afgezet met een lage buxushaag. Daarlangs loopt een pad dat aansluit op het padenstelsel in de tuin.

Ten zuiden hiervan lag oorspronkelijk een rechthoekige parterre met paden, verdiept gelegen gazon, langwerpige bloemperken en heesters. Dit deel is nu geheel vervangen door gazon. In het midden van het gazon staat in de as een bloemenschaal op sokkel.

Aansluitend op de rechthoekige parterre en ten zuiden hiervan ligt een oost-west lopend pad, dat aansluit op het padenstelsel in de tuin. Het pad vormt de middellijn van het gedeelte zuidelijk hiervan dat in de vorm van een halve cirkel is ingevuld met gazon en dat is omgeven door een haag van taxus. Oorspronkelijk waren hier paden, gazons en bloemperken in aangelegd. Ten westen van het denkbeeldige middelpunt van de halve cirkelvorm staat een eikeboom die rest van de voorgaande aanleg. Deze is in het ontwerp door Springer gehandhaafd en vormde het enige a-symmetrische element in de geometrische deeltuin. De halfcirkelvormige haag om dit deel is in het midden van de boog onderbroken en loopt daar aan beide zijden evenwijdig aan de as door in zuidelijke richting. De haag wordt doorgezet in twee recentelijk aangebrachte berceau's in een oost-west lopend pad, dat aansluit op het padenstelsel in de tuin. Ten zuiden hiervan vormt de haag een halfronde afsluiting.

Waardering

Tuin, tussen 1917 en 1921 ontworpen door L.A. Springer en in 1926 door hem gereorganiseerd en uitgebreid, van cultuurhistorische en tuinhistorische waarde:

- als kenmerkend voorbeeld van een tuinaanleg in de 'gemengde tuinstijl' waarbij de tuin, in aansluiting op het bestaande landschap, op landschappelijke wijze werd ingericht met in aansluiting op het huis een geometrisch tuindeel;

- als goed en redelijk gaaf (en daardoor zeldzaam) voorbeeld van een tuin in gemengde stijl binnen het oeuvre van L.A. Springer;

- vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp van Springer, met name de hoofdopzet van de tuin en de inpassing van de samenstellende onderdelen;

- vanwege de esthetische kwaliteiten van de samenstellende onderdelen van de tuin, i.c. landschappelijke aanleg, het symmetrische tuindeel en de kwekerij annex moestuin.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The GARDEN is laid out in 'mixed style' in an old cultural landscape whose important elements have been incorporated into the design. Thus, parts bounded by hedgerows on the south-east side have been transformed into a vegetable garden and orchard, existing watercourses have been used for new ones, and in the large relatively open space on the north side the meadow that lay here is recognizable.

The majority of the garden is landscaped with a geometric section to the south of the house that connects to the terrace. The house forms the focal point of the garden layout and the starting point of a system of curved paths that covers the entire terrain and that to the south of the house connects to the paths in the geometric sub-garden. The character of the garden is determined by lawns, solitary trees and groups of trees, with vistas between them within and outside the garden. The planting consists of native species and exotics, including some rare tree species.

The following design drawings are present in the library of Wageningen Agricultural University:

1. 'Situation villa and surroundings of the Honourable Joh. ten Cate at Almelo', 14 May 1917, unsigned (L.A. Springer), scale 1:500.

2. 'Design flower garden of the Honourable Joh. ten Cate at Almelo', 28 Aug. 1917, unsigned (L.A. Springer), scale 1:250.

3. 'Huize de Bellinckhof at Almelo', undated, unsigned (L.A. Springer), scale 1:1000.

4. 'Estate de Bellinckhof at Almelo', undated, unsigned (L.A. Springer), scale 1:500.

5. 'Sketch design extension Bellinkhof Almelo', 15-4-'26, signed: L.A. Springer, scale 1:500.

6. 'Sketch design extension Bellinckhof at Almelo', 27-4-'26, signed: L.A. Springer, scale 1:500.

7. 'Design garden wall for huize Bellinckhof at Almelo', undated, unsigned (L.A. Springer), scale 1:250.

furthermore present are:

- 2 postcards from 1920

- 2 postcards from 1923 depicting the house and part of the garden,

- copybooks of L.A. Springer containing orders for plant material from various nurseries.

Description

The house is accessible from the Wierdensestraat by means of a curved drive that connects to the Wierdensestraat at the north-western and north-eastern corners. At the western connection, to the west of the drive stands a building with dwelling, stable and garage. At the eastern connection stands a small service dwelling. Between the two connections of the drive lies along the Wierdensestraat an elongated pond with a meandering shoreline on the garden side. In the western part of the pond lies a small island with a group of trees. A walking path runs along the pond. Between pond and house lies a lawn sloping toward the water with solitary trees and groups of trees, with views of the house glimpsed through them. In front of the house the drive is widened into a square forecourt with masonry retaining walls that were recently (1993) built.

In the north-western part of the garden, to the south of the coach house, lies a small pond with curved shorelines surrounded by trees and shrubs. To the south of this lies a tennis court with a changing hut (of secondary conservation importance). The pond is connected via a culvert to the pond along the Wierdensestraat. To the west of the house stands deciduous woodland, predominantly oak. In this, in deviation from the design, a vista was later created in the south-westerly direction toward the adjoining meadows.

To the south of the house lie terraces and retaining walls as an introduction to a geometric garden section. The boundary of the garden on the south side is formed by a low hawthorn hedge behind which runs a sandy path with a watercourse. On the south-west side, on the far side of the sandy path, lies a wooded section, in which there were originally winding paths that connected to the path system in the garden around the house. From the house, over the hawthorn hedge and sandy path, a distant view in the south-easterly direction is kept open. The sandy path (Bellinkshofsweg) continues on the east side to the Wierdensestraat.

To the east of the house lies a lawn with solitary trees and groups of trees, with winding paths between them and a meandering watercourse. The paths are led here over two wooden bridges. On the west side of the sandy path stand two small service dwellings with a small garden layout. To the south-east of the sandy path lay the vegetable garden, now meadow. To the east of the sandy path lies a partially walled nursery with nursery glasshouses and seed beds. Slats are attached against the garden wall against which espalier fruit grows. On the east side of the vegetable garden adjoins an orchard that is partially still intact. The vegetable garden and orchard were surrounded by a watercourse that connected to the watercourses along the sandy path and in the eastern part of the garden.

Geometric sub-garden:

The geometric sub-garden to the south of the house is largely laid out according to Springer's design of August 1917 (drawing 2). Deviations concern the location of two staircases in the retaining walls at the house (which have been moved) and the berceau on the axis of this garden section on the south side which has not been built.

The sub-garden is symmetrically designed around a central axis running from the house. At this point the house has a round projecting loggia with columns. On the south, east and west sides the garden adjoins the house in two levels. The levels are separated by two masonry retaining walls and lie respectively approximately two metres (the level of the principal floor) and one metre (an intermediate level) above the lowest level.

The retaining walls are built out at their ends and at connections, such as to staircases, into small pylons. A garden vase now stands on each, but originally wooden flower boxes stood here. The staircases have masonry stair treads that connect to the retaining walls. All masonry parts consist of brick.

The terrace at the level of the principal floor is paved with concrete tiles of 30x30 cm. The retaining wall around this terrace forms a balustrade of approximately half a metre. Along the rear facade of the house the balustrade is now lowered to approximately half (0.25 metres). On the main axis the terrace is built out in a round shape, with a curved, masonry staircase of 5 steps in the middle. The terrace is continued along the west facade to a staircase of five steps that connects to a door in the middle of the west facade. On the east side of the house the terrace runs against the rear of the service wing. In the eastern retaining wall, on the axis of the conservatory doors, a masonry staircase of six steps has also been constructed.

A second level, a strip approximately 2.0 metres wide, adjoins the retaining wall of the terrace on the south and east sides. It is separated from the geometric garden layout on the south side by a retaining wall of approximately thirty centimetres. The strip is executed as a gravel path with, on the house side, parallel to and along the retaining wall, a border with herbaceous plants and shrubs, edged with a low box hedge. West and east of the house this level connects without staircases to the drive in front of the house. On the south side, in the retaining wall, symmetrically with respect to the axis, two masonry staircases of four steps are placed that bridge the height difference of approximately one metre to the ground level on the south side. On the main axis the retaining wall between the two staircases is built out as an exedra. At the lowest level, at the foot of the retaining wall and parallel to it, lies a border with low shrubs and herbaceous plants that is edged with a low box hedge. Along it runs a path that connects to the path system in the garden.

To the south of this originally lay a rectangular parterre with paths, sunken lawn, elongated flower beds and shrubs. This section is now entirely replaced by lawn. In the middle of the lawn stands a flower basin on a plinth in the axis.

Adjacent to the rectangular parterre and to the south of it lies an east-west running path that connects to the path system in the garden. The path forms the centre line of the section south of it that is filled in the form of a semicircle with lawn and that is surrounded by a yew hedge. Originally paths, lawns and flower beds were laid out here. To the west of the imaginary midpoint of the semicircular form stands an oak tree, remnant of the previous layout. This was retained in Springer's design and formed the only asymmetrical element in the geometric sub-garden. The semicircular hedge around this section is interrupted in the middle of the arc and runs there on both sides parallel to the axis in the southerly direction. The hedge is continued in two recently constructed berceaux in an east-west running path that connects to the path system in the garden. To the south of this the hedge forms a semi-circular termination.

Valuation

Garden, designed between 1917 and 1921 by L.A. Springer and reorganized and extended by him in 1926, of cultural-historical and garden-historical significance:

- as a characteristic example of a garden layout in the 'mixed garden style' whereby the garden, in accordance with the existing landscape, was laid out in a landscape manner with a geometric garden section adjoining the house;

- as a good and reasonably intact (and therefore rare) example of a mixed-style garden within the oeuvre of L.A. Springer;

- on account of the aesthetic qualities of Springer's design, in particular the main layout of the garden and the integration of the component parts;

- on account of the aesthetic qualities of the component parts of the garden, namely the landscape layout, the symmetrical garden section and the nursery adjoining vegetable garden.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map