TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Watertoren

Schimmert, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Industrie
Function
Nutsbedrijf
Category
onroerend gebouwd
Built
1926
Address
De Bockhofweg 1, 6333 AZ Schimmert (Beekdaelen 31) (and others)
Place
Schimmert
Municipality
Beekdaelen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.89793, 5.82416
Monument number
507197

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Toekenning van een renteloos voorschot uit 's rijks schatkist ten behoeve van den aanleg en het in exploitatie brengen van een spoorweg van Sittard over Heerlen naar de Pruisische grens bij Bovenste Locht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

WATERTOREN met UITZICHTRUIMTE, KANTOOR en DIENSTWONING in de stijl van de Amsterdamse School, 1926. Gebouwd in opdracht van de Waterleiding Maatschappij Limburg, naar een prijswinnend ontwerp van de Sittardse architect Jos Wielders. De vrijstaande toren is zeer dominant gesitueerd in het landschap op een van de hoogste punten van het Zuid-Limburgse plateau. Het voormalige kantoor is thans ingericht als bedieningsruimte, het woonhuis fungeert als kantoor, de uitzichtruimte is niet meer in gebruik. De oorspronkelijke houten, met zink beklede vensterkozijnen van de watertoren zijn met uitzondering van de ramen in de uitzichtruimte, vervangen door kunststoffen kozijnen zonder de oorspronkelijke roedeverdeling. De traptorens alsmede de verbindingsmuur en enkele geveldelen van het kantoor zijn naderhand gesausd ter voorkoming van vochtdoorslag. De vlaggenmast op de traptoren en de nokpion op het dak van de uitzichtruimte zijn verwijderd.

Omschrijving

WATERTOREN met UITZICHTRUIMTE op ronde plattegrond, aan de oostzijde voorzien van twee uitgebouwde, hoogoplopende ronde traptorens die elk een hoogte van 37,85 meter bereiken. De zuidelijke traptoren was bedoeld als publieksingang voor de uitzichtruimte, de noordelijke toren was gereserveerd voor het dienstpersoneel. De watertoren telt een souterrain plus vijf bouwlagen en wordt gedekt door een half kegelvormig dak op de voormalige uitzichtruimte, waarvan het oorspronkelijke ruberoïd is vervangen door zink.

De watertoren bestaat uit een draagconstructie in gewapend beton, omhuld door een expressionistisch vormgegeven bakstenen mantel, gemetseld in Vlaams verband. De gewapend betonconstructie bestaat uit twaalf pijlers die de voormalige uitzichtruimte op de vijfde bouwlaag, het waterreservoir op de vierde bouwlaag en de lekvloer op de derde bouwlaag dragen.

De geheel door gesausd metselwerk omsloten traptorens zijn eveneens in beton geconstrueerd. De trappen wentelen elk tien maal om een centrale spil, zijn voorzien van tussenbordessen en treden met ijzeren stootrand. De bakstenen omhulling bestaat uit een rood genuanceerd bakstenen basement met gesausde betonkraag, een geel genuanceerde bakstenen onderbouw, een rood genuanceerde bakstenen reservoiromhulling en gesausde bakstenen traptorens met een onderlinge verbindingswand.

De toren heeft tot aan het waterreservoir op de vierde laag een hoge onderbouw waarin de verticale lijn overheerst, hetgeen wordt geaccentueerd door veertien verticale bakstenen uitstulpingen rondom, die als facetten onder een hoek geplaatst zijn. Tussen beide traptorens aan de oostzijde bevinden zich drie uitstulpingen, de overige elf facetten zijn verdeeld over de rest van de gevelomtrek. In de gevelvelden tussen de uitstulpingen zijn telkens drie vensters geplaatst: twee vierkante kunststoffen vensters in verschillende maatvoering vlak boven het basement (ter vervanging van de oorspronkelijke vensters met kleine roedeverdeling), één smal hoogoplopend venster onder de betonnen overkraging van het waterreservoir (zonder de oorspronkelijke horizontale 4-ruits roedeverdeling). Op de begane grond aan de noordzijde geeft een 3-delige vouwpoort van recente datum toegang tot de garage annex werkplaats. Aan de westzijde is een aantal souterrainingangen uitgebouwd.

Deze bakstenen onderbouw draagt als het ware het waterreservoir, waarin de horizontale lijn, benadrukt door twee terugliggende vensterreeksen en betonnen lijsten, overheerst. De twee rondgangen rond het reservoir worden aangeduid door deze dubbele vensterreeks, waaruit de oorspronkelijke 12-ruits roedeverdeling per venster is verdwenen.

De bekroning van de toren bestaat uit de voormalige uitzichtruimte, omgeven door een galerij met borstwering. In deze uitzichtruimte bevinden zich een vernieuwde rechthoekige deur en de oorspronkelijke rechthoekige houten vensters met verticale indeling, waaruit de 6-ruits roedeverdeling inmiddels is verwijderd. De beide aan weerszijden geplaatste traptorens zijn in de bekroning verbonden via een gewelfde bakstenen wand, waardoor de indruk ontstaat dat deze wand zich in het inwendige van de toren voortzet. De traptorens en de verbindingswand zijn gesausd. Elke traptoren heeft acht gekoppelde en verdiept geplaatste vensters met een verticale, gesausde betontracering. Boven in de traptorens bevindt zich een reeks verticaal ingedeelde vensters, die de welving van toren en verbindingsmuur volgt.

Tegen de oostgevel van de toren, bij de meest zuidelijke traptoren, bevindt zich het uitgebouwde KANTOOR onder een plat en de DIENSTWONING onder een steil Hollands zadeldak. Beide zijn opgetrokken in baksteen en beton. Rood genuanceerde bakstenen plint en een geel genuanceerde bakstenen optrek, gemetseld in halfsteens verband. Kantoor en woning stonden oorspronkelijk samen op een L-vormige plattegrond. Vanwege een uitbreiding van het kantoor aan de noordzijde, in de oksel van kantoor en woonhuis, is er thans een min of meer rechthoekige plattegrond.

De verbinding tussen toren en dienstwoning - het voormalige KANTOOR - bestaat uit een in hoogte variërend bouwvolume onder plat. Aan de zuidzijde wordt het aanzicht van dit bouwdeel bepaald door een in dezelfde kleur als de traptorens gesausde eerste bouwlaag. In deze eerste bouwlaag zijn onder een doorlopende betonlatei en tussen uitstulpende betonnen traceringen achtereenvolgens een rechthoekige houten toegangsdeur met zijlicht en vier rechthoekige vensters met verticale indeling en 8-ruits roedeverdeling geplaatst. Het vierde venster in de reeks is geplaatst in de oksel tussen kantoor en het enigszins teruggerooide woonhuis. Vóór dit venster bevindt zich een afgeronde bloembak in ongesausde baksteen. Deze bloembak volgt de ronding van het balkon in de tweede laag. Dit balkon heeft een gesausde bakstenen borstwering met rollaag. Achter deze borstwering een ongesausd geel genuanceerd bakstenen gevelveld. In deze gevel een betonnen lijst met een rechthoekige balkondeur en drie rechthoekige houten vensters met horizontale roedeverdeling.

Het aangebouwde kantoordeel van één bouwlaag aan de noordzijde heeft een ten dele vooruitspringende gevel. In het terugliggende geveldeel een rechthoekig houten, verticaal ingedeeld houten venster met horizontale 8-ruits roedeverdeling. Dit venster is geplaatst in een betonnen lijst.

In het vooruitspringende geveldeel een rechthoekige houten deur met een horizontaal geleed kijkvenster en een rechthoekig, verticaal ingedeeld houten venster met horizontale 8-ruits roedeverdeling. Dit venster heeft een bakstenen dorpel en een strek.

In de gevel boven de noordelijke aanbouw bevindt zich een rechthoekig, verticaal ingedeeld houten venster met horizontale roedeverdeling. In de oksel van het voormalige kantoor en de achtergevel van de woning is een hoogoplopende schoorsteen geplaatst. In de vrijgebleven achtergevel van de woning bevindt zich een rechthoekig houten venster met verticale indeling en horizontale roedeverdeling.

De DIENSTWONING heeft een gedeeltelijke souterrainverdieping, twee bouwlagen en een vliering op een rechthoekige plattegrond. Het geheel is gesitueerd in dwarsrichting ten opzichte van De Bockhofweg en wordt gedekt door een steil Hollands zadeldak met rode Hollandse betonpannen.

Uitkragingen op de gevelhoeken, ter ondersteuning van de luifelgoten.

Volledig symmetrische gevelindeling, gespiegeld ten opzichte van de centraal in de voorgevel geplaatste ingangspartij, bestaande uit een rechthoekige houten paneeldeur met twee 4-ruits zijlichten. Deur en zijlichten zijn geplaatst in een betonnen lijst met luifel. Aan weerszijden van de entree een uitgebouwde reeks rechthoekige houten vensters in betonnen lijsten, die zich voortzet in de zijgevels. In elke reeks bevinden zich twee verticaal ingedeelde vensters met horizontale roedeverdeling en drie in maatvoering variërende vensters met horizontale roedeverdeling. Tussen de entreepartij en de uitgebouwde vensters zijn tot op plinthoogte bloembakken gemetseld. In de tweede laag, boven de entree, zijn drie rechthoekige houten vensters met verticale indeling en horizontale roedeverdeling geplaatst. Rollagen boven en onder de vensters van de dienstwoning. Topgevelvlechtingen in het woonhuis. Kleine souterrainvensters met strek.

Een stel ronde bakstenen hekpijlers met kunststenen afdekking aan weerszijden van de oprit naar woonhuis en watertoren. De INTERIEURindeling van kantoor en dienstwoning is gewijzigd en bevat, evenals het interieur van de watertoren met uitzichtruimte, geen beschermde onderdelen.

Waardering

De watertoren van Schimmert is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke, bestuurlijke, technische en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden van de watertoren zijn zeer groot en worden bepaald door het bijzondere belang voor de geschiedenis van de architectuur, de bouwstijl, door het belang van de toren voor het oeuvre van architect Wielders, door het materiaalgebruik, de ornamentiek en door de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. De geheel vrijstaande watertoren is vanwege de situering ten zeerste verbonden met de ontwikkeling van de streek en van zeer bijzondere betekenis voor het aanzien van de streek. Het vrijstaande karakter van de toren is van wezenlijk belang voor de ensemblewaarde van het monument. Bovendien beschikt de watertoren over een historisch-ruimtelijke relatie met de bodemgesteldheid. De watertoren is in hoge mate gaaf bewaard gebleven en is van zeer groot belang voor de visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving. Bovendien beschikt de toren in regionaal opzicht over een zeer hoge mate van architectuurhistorische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid.

Betreft prijswinnend ontwerp van Jos. Wielders.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

WATER TOWER with VIEWING ROOM, OFFICE and SERVICE DWELLING in the style of the Amsterdam School, 1926. Built on the commission of the Waterleiding Maatschappij Limburg, following a prize-winning design by Sittard architect Jos Wielders. The freestanding tower is very prominently situated in the landscape on one of the highest points of the South Limburgian plateau. The former office is now fitted out as a control room, the residential house functions as an office, the viewing room is no longer in use. The original wooden window frames clad with zinc of the water tower have, with the exception of the windows in the viewing room, been replaced by plastic frames without the original glazing bars. The staircase towers as well as the connecting wall and some sections of the facade of the office have subsequently been rendered to prevent damp penetration. The flagpole on the staircase tower and the ridge ornament on the roof of the viewing room have been removed.

Description

WATER TOWER with VIEWING ROOM on a circular ground plan, provided on the east side with two projecting, tall round staircase towers, each reaching a height of 37.85 metres. The southern staircase tower was intended as a public entrance to the viewing room, the northern tower was reserved for service personnel. The water tower comprises a basement plus five storeys and is covered by a half-conical roof over the former viewing room, whose original ruberoïd has been replaced by zinc.

The water tower consists of a load-bearing reinforced concrete structure, enclosed by an expressionistically designed brick casing, laid in Flemish bond. The reinforced concrete structure consists of twelve pillars that support the former viewing room on the fifth storey, the water reservoir on the fourth storey and the leakage floor on the third storey.

The staircase towers, wholly enclosed by rendered brickwork, are likewise constructed in concrete. The staircases each wind ten times around a central spindle, are provided with intermediate landings and treads with iron nosing. The brick casing consists of a reddish-toned brick basement with rendered concrete cornice, a yellowish-toned brick base, a reddish-toned brick reservoir casing and rendered brick staircase towers with an interconnecting wall between them.

The tower has, up to the water reservoir on the fourth storey, a tall base in which the vertical line predominates, which is accentuated by fourteen vertical brick projections around it, which are placed as facets at an angle. Between both staircase towers on the east side are three projections, the remaining eleven facets are distributed around the rest of the facade perimeter. In the facade fields between the projections, three windows are placed each time: two square plastic windows in different sizes just above the basement (replacing the original windows with small glazing bars), one narrow tall window under the concrete oversailing of the water reservoir (without the original horizontal 4-paned glazing bars). On the ground floor on the north side, a 3-section folding door of recent date provides access to the garage annex workshop. On the west side, a number of basement entrances have been built out.

This brick base carries, as it were, the water reservoir, in which the horizontal line, emphasised by two set-back window rows and concrete mouldings, predominates. The two circular passages around the reservoir are indicated by these double window rows, from which the original 12-paned glazing bars per window have disappeared.

The crowning of the tower consists of the former viewing room, surrounded by a gallery with balustrade. In this viewing room are a renewed rectangular door and the original rectangular wooden windows with vertical division, from which the 6-paned glazing bars have meanwhile been removed. The two staircase towers placed on either side are connected in the crowning via a vaulted brick wall, giving the impression that this wall continues inward within the tower. The staircase towers and the connecting wall are rendered. Each staircase tower has eight coupled and recessed windows with a vertical, rendered concrete tracery. At the top of the staircase towers is a series of vertically divided windows, which follows the curvature of the tower and connecting wall.

Against the east facade of the tower, at the most southern staircase tower, is the projecting OFFICE under a flat roof and the SERVICE DWELLING under a steep Dutch gabled roof. Both are constructed in brick and concrete. Reddish-toned brick plinth and a yellowish-toned brick superstructure, laid in half-brick bond. Office and dwelling originally stood together on an L-shaped ground plan. Due to an extension of the office on the north side, in the corner between office and residential house, there is now a more or less rectangular ground plan.

The connection between tower and service dwelling - the former OFFICE - consists of a building volume of varying height under a flat roof. On the south side the appearance of this building section is determined by a first storey rendered in the same colour as the staircase towers. In this first storey are, under a continuous concrete lintel and between projecting concrete tracerying, successively a rectangular wooden entrance door with sidelight and four rectangular windows with vertical division and 8-paned glazing bars. The fourth window in the sequence is placed in the corner between office and the somewhat recessed residential house. In front of this window is a rounded planter in unrendered brick. This planter follows the curve of the balcony in the second storey. This balcony has a rendered brick balustrade with roll moulding. Behind this balustrade an unrendered yellowish-toned brick facade field. In this facade a concrete moulding with a rectangular balcony door and three rectangular wooden windows with horizontal glazing bars.

The adjoining office section of one storey on the north side has a partly projecting facade. In the recessed facade section a rectangular wooden, vertically divided wooden window with horizontal 8-paned glazing bars. This window is placed in a concrete moulding.

In the projecting facade section a rectangular wooden door with a horizontal-jointed inspection window and a rectangular, vertically divided wooden window with horizontal 8-paned glazing bars. This window has a brick sill and a lintel.

In the facade above the northern extension is a rectangular, vertically divided wooden window with horizontal glazing bars. In the corner between the former office and the rear facade of the dwelling is a tall chimney. In the remaining rear facade of the dwelling is a rectangular wooden window with vertical division and horizontal glazing bars.

The SERVICE DWELLING has a partial basement storey, two storeys and an attic on a rectangular ground plan. The whole is situated in transverse direction in relation to De Bockhofweg and is covered by a steep Dutch gabled roof with red Dutch concrete tiles.

Cantilevers on the facade corners, for the support of the gutter bearings.

Completely symmetrical facade layout, mirrored with respect to the entrance section placed centrally in the front facade, consisting of a rectangular wooden panelled door with two 4-paned sidelights. Door and sidelights are placed in a concrete moulding with canopy. On either side of the entrance an extended series of rectangular wooden windows in concrete mouldings, which continues in the side facades. In each series are two vertically divided windows with horizontal glazing bars and three windows varying in size with horizontal glazing bars. Between the entrance section and the extended windows, planters are laid up to plinth height. In the second storey, above the entrance, three rectangular wooden windows with vertical division and horizontal glazing bars are placed. Roll mouldings above and below the windows of the service dwelling. Gable weaves in the residential house. Small basement windows with lintel.

A pair of round brick gate piers with artificial stone cappings on either side of the driveway to residential house and water tower. The INTERIOR layout of office and service dwelling has been altered and contains, as does the interior of the water tower with viewing room, no protected components.

Valuation

The water tower of Schimmert is of cultural-historical value as a particular expression of a landscape, administrative, technical and typological development. The architectural-historical values of the water tower are very great and are determined by the particular significance for the history of architecture, the building style, by the significance of the tower for the oeuvre of architect Wielders, by the use of materials, the ornamentation and by the particular coherence between exterior and interior. The wholly freestanding water tower is, because of its situation, closely connected with the development of the region and is of very particular significance for the appearance of the region. The freestanding character of the tower is of essential importance for the ensemble value of the monument. Moreover, the water tower has a historical-spatial relationship with the soil conditions. The water tower has been preserved in a high degree of intactness and is of very great importance for the visual intactness of the surrounding landscape. Moreover, the tower possesses, in regional terms, a very high degree of architectural-historical, constructional, typological and functional rarity.

Concerns prize-winning design by Jos. Wielders.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map