TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Strobosserweg 11

Dokkum, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1905 - 1906
Address
Strobosserweg 11, 9101 VT Dokkum (Noardeast-Fryslân 21)
Place
Dokkum
Municipality
Noardeast-Fryslân
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.32387, 6.00159
Monument number
507104

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het WOONHUIS in Overgangsarchitectuur is ontworpen in 1905/06, vermoedelijk door A. Velding uit Buitenpost. De toeschrijving is gebaseerd op vergelijking met de woonhuizen aan de Voorstraat 58 en 60 te Buitenpost. Tevens blijkt een van de ontwerptekeningen op 17 januari 1906 vanuit Buitenpost te zijn verzonden naar de aannemers Gebroeders Van der Mei uit Dokkum. Het woonhuis buiten de stadgracht werd voor eigen bewoning gelijktijdig met de naastligger Strobosserweg 12 gebouwd in opdracht van de weduwe juffrouw Oberman. In de opzet vertoont het woonhuis de Classicistische indeling van kamers aan weerszijden van een gang, maar in de detaillering zijn decoratieve elementen van de Chalet-stijl verwerkt. Het perceel is van de openbare weg gescheiden door een kavelsloot, die bijna geheel rondom het perceel loopt, echter niet aan de oostzijde waar deze vermoedelijk in 1955 is gedempt ten behoeve van de bouw van de garage. Op de grens van de kavel een HEK en over het water een BRUG. De beeldbepalende, houten BALUSTRADES van de verbrede toegangsbrug zijn naar het oude model gerestaureerd en zijn voor het object van visueel belang. In het gazon van de voortuin staat een solitaire beuk. De woning is inpandig verbouwd, laatstelijk in 1977 naar ontwerp van B.S. Adema (serre en installatiewerk), zonder dat de structuur van het pand ernstig werd verstoord. Voor de bescherming van rijkswege zijn van ondergeschikt belang de bijkeuken en de serre. Buiten de bescherming van rijkswege valt de in stijl bijgebouwde garage wegens de geringe ouderdom.

Omschrijving

Het hoofdvolume van het woonhuis heeft globaal een vierkante plattegrond met aan de zuidzijde (niet beschermde) aanbouwen als een bijkeuken en een serre, beide onder plat dak. Het woonhuis bestaat uit één bouwlaag onder een samengesteld dak, belegd met leien in Maasdekking. De dakschilden aan de voor- en zijgevels worden onderbroken door vier risalerende geveltoppen met wolfeind, terwijl de achtergevel over twee bouwlagen is opgetrokken. De wolfeinden worden bekroond met een zinken vaas als makelaar. Het opgaand muurwerk bestaat uit bruine bakstenen verlevendigd met creme-witte, verblendstenen tectonische decoraties, zoals banden, streklagen en imitatie-neggeblokken. Het dakoverstek van de langsgevels rust op gepaarde en versierde gootklampen, terwijl de overstekende geveltoppen zijn verlevendigd met eenvoudig gedecoreerde windveren en sierspanten die rusten op gepaarde, versierde korbelen. Bijna alle vensters zijn onder een stompe spitsboog met een strek- of rollaag en een kunststenen trommelveld met een florale versiering in laagreliëf. Aan de onderzijde hebben alle vensters een bruin geglazuurde bakstenen lekdorpel. De noordzijde heeft een driemaal verspringende gevel: rechts een risalerende erker van twee raamtraveeën breed; in de geveltop een T-venster met tienruits bovenlicht. Onder het raam is een bloembak bevestigd op consoles en met een sierlijke, lage balustrade. In het terugliggende gevelvlak en onder het dakoverstek is een porte brisee met een drietreeds, hardstenen stoep. De deurpanelen hebben eenvoudig snijwerk; voor de glaspenalen is eenvoudig siersmeedwerk. Aan het de gootlijst van het overstek hangen aangepunte leien als een bies. Op het dakschild boven de deur een houten kajuit met een piron op het wolfeind; H-venster en een samengesteld bovenlicht. Het houtwerk heeft eenvoudig snijwerk. Het linkerdeel van de gevel risaleert en heeft een afgesnoten hoek aan de deurzijde waarin een smal H-venster. Aan de voorzijde is een venster met een stompe spitsboog en een gebogen wisseldorpel. In de geveltop een T-venster met vierruits bovenlicht. De oostelijke zijgevel heeft een risaliet met wolfeind, iets breder, maar verder nagenoeg identiek aan het linker gedeelte van de noordgevel. In de langsgevel een H-venster onder een stompe spitsboog rollaag en een toiletraam met diefijzer. In de zijgevel van de aangebouwde bijkeuken twee vensters aan weerszijden van de zij-ingang. De zuidgevel is opgetrokken tot in de kap en heeft twee wolfeinden aan de oost- en westzijde. De zuidgevel wordt gedeeltelijk oversneden door de serre. In de tweede bouwlaag twee T-vensters onder een rollaag. De westgevel is evenals de voorgevel in drieën verdeeld. Rechts een erker met een H-venster onder een stompe spitsboog en een trommelveld. Aan de gootlijst hangt een 'bies' van aangepunte leien. In het dakschild erboven een houten kajuit met een piron op het wolfeind; H-venster en een samengesteld bovenlicht. Het houtwerk heeft eenvoudig snijwerk. In het terugliggende gevelvlak een blind venster ter hoogte van de scheiding tussen voor- en achterkamer. Op het dakschild een dubbele schoorsteen. Links van het blinde venster een smal en ondiep risaliet met H-venster en in de geveltop een klein H-venster met een achtruits bovenlicht.

De STRUCTUUR van het pand is geheel herkenbaar ondanks de wijzigingen. Tot de waardevolle INTERIEUR-onderdelen behoren ondermeer de marmeren vloer in de gang, de gemarmerde lambrizering en de met Art Nouveau-motieven beschilderde deuren. De ebbehouten deurkrukken zijn origineel. Aan het einde van de gang is een dubbele boog met de trap naar de verdieping. De kamers en suite hebben in de voorkamer vensterbanken en een raamomlijsting, een stucplafond waarin vruchtmotieven zijn verwerkt; een zwartmarmeren hoekhaard met slanke zuilen op de hoeken van de boezem. In de achterkamer eenzelfde zwartmarmeren schoorsteen met diepreliëf en slanke hoekzuilen op de boezem. Het stucplafond is versierd met vruchtmotieven.

De toegangsbrug heeft een balustrade bestaande uit houten hekstijlen met ingesnoerde punten en afgebiljoende hoeken; tussen de stijlen twee gebogen X-vormen. Op de erfscheiding met Stroobosserweg 12 een hek met identieke houten stijlen, waartussen ijzeren hekjes.

Waardering

Het woonhuis in Overgangsstijl ontworpen en gebouwd in 1905/1906, met hek en brugbalustrade, zijn van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- als karakteristiek voorbeeld van de toepassing van rustieke decoratie-elementen in de klassieke plattelandsarchitectuur,

- vanwege de visuele gaafheid van de balustrade op de toegangsbrug,

- vanwege de oorspronkelijkheid van het hekwerk op de erfscheiding met de naastligger,

- vanwege de redelijke mate van belang binnen het oeuvre van de architect aan wie het woonhuis wordt toegeschreven,

- vanwege de uitbundige detaillering en de ornamentiek,

- vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur,

- vanwege de redelijke mate van de gaafheid van interieuronderdelen

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The RESIDENTIAL HOUSE in Transition Architecture was designed in 1905/06, presumed to be by A. Velding from Buitenpost. The attribution is based on comparison with the residential houses at Voorstraat 58 and 60 in Buitenpost. Furthermore, one of the design drawings was sent from Buitenpost on 17 January 1906 to the contractors Gebroeders Van der Mei from Dokkum. The residential house outside the town moat was built for the owner's own occupation simultaneously with the adjoining house at Strobosserweg 12 on the instructions of the widow Miss Oberman. In its layout the residential house displays the Classicist arrangement of rooms on either side of a corridor, but in the detailing decorative elements of the Chalet style have been incorporated. The plot is separated from the public road by a field ditch, which runs almost entirely around the plot, however not on the east side where it was presumably filled in in 1955 for the construction of the garage. On the boundary of the plot a FENCE and across the water a BRIDGE. The visually defining, wooden BALUSTRADES of the widened access bridge have been restored according to the old model and are of visual importance to the object. In the lawn of the front garden stands a solitary beech tree. The house has been internally renovated, most recently in 1977 according to designs by B.S. Adema (conservatory and installation work), without the structure of the building being seriously disturbed. For protection at national level, the utility room and the conservatory are of subordinate importance. Outside the protection at national level falls the garage built in matching style due to its recent age.

Description

The main volume of the residential house has roughly a square floor plan with on the south side (unprotected) extensions such as a utility room and a conservatory, both under a flat roof. The residential house consists of one storey under a composite roof, covered with slate in Dutch bond. The roof pitches on the front and side facades are interrupted by four projecting gable tops with half-hipped ends, while the rear facade rises over two storeys. The half-hipped ends are crowned with a zinc vase as a finial. The masonry consists of brown bricks enlivened with cream-white, facing stones with tectonic decorations, such as bands, string courses and imitation ashlar blocks. The roof overhang of the long facades rests on paired and decorated gutter brackets, while the projecting gable tops are enlivened with simply decorated wind braces and decorative braces resting on paired, decorated corbels. Nearly all windows are under a blunt pointed arch with a string course or roll moulding and a stone-coloured drum panel with floral decoration in low relief. At the base all windows have a brown glazed brick drip moulding. The north side has a three-times staggered facade: on the right a projecting oriel window two bays wide; in the gable top a T-window with a ten-pane fanlight. Below the window a flower box is attached to consoles and with a graceful, low balustrade. In the recessed facade plane and under the roof overhang is a porte brisee with a three-step stone step. The door panels have simple carved work; for the glazed panels simple decorative ironwork. At the gutter line of the overhang hang pointed slates as a border. On the roof pitch above the door a wooden cabin with a finial on the half-hipped end; H-window and a composite fanlight. The woodwork has simple carved work. The left part of the facade projects and has a cut-off corner on the door side with a narrow H-window. On the front is a window with a blunt pointed arch and a curved alternating drip moulding. In the gable top a T-window with a four-pane fanlight. The eastern side facade has a risalit with half-hipped end, somewhat broader, but otherwise almost identical to the left part of the north facade. In the long facade an H-window under a blunt pointed arch roll moulding and a toilet window with a ventilation grille. In the side facade of the adjoining utility room two windows on either side of the side entrance. The south facade is built up to the roof ridge and has two half-hipped ends on the east and west sides. The south facade is partially crossed by the conservatory. In the second storey two T-windows under a roll moulding. The west facade is like the front facade divided into three parts. On the right an oriel window with an H-window under a blunt pointed arch and a drum panel. At the gutter line hang a border of pointed slates. In the roof pitch above it a wooden cabin with a finial on the half-hipped end; H-window and a composite fanlight. The woodwork has simple carved work. In the recessed facade plane a blind window at the height of the division between front and back room. On the roof pitch a double chimney. To the left of the blind window a narrow and shallow risalit with H-window and in the gable top a small H-window with an eight-pane fanlight.

The STRUCTURE of the building is entirely recognizable despite the alterations. The valuable INTERIOR components include among others the marble floor in the corridor, the marbled wainscoting and the doors painted with Art Nouveau motifs. The ebonized door handles are original. At the end of the corridor is a double arch with the staircase to the upper floor. The rooms en suite have in the front room window sills and a window frame, a stucco ceiling in which fruit motifs are incorporated; a black marble corner fireplace with slender columns at the corners of the mantel. In the back room the same black marble fireplace with deep relief and slender corner columns on the mantel. The stucco ceiling is decorated with fruit motifs.

The access bridge has a balustrade consisting of wooden fence posts with tapered points and bevelled corners; between the posts two curved X-shapes. On the plot boundary with Stroobosserweg 12 a fence with identical wooden posts, between which iron railings.

Valuation

The residential house in Transition style designed and built in 1905/1906, with fence and bridge balustrade, are of general cultural-historical and architectural-historical importance:

- as a characteristic example of the application of rustic decorative elements in classical rural architecture,

- because of the visual integrity of the balustrade on the access bridge,

- because of the originality of the ironwork on the plot boundary with the adjoining house,

- because of the reasonable degree of importance within the oeuvre of the architect to whom the residential house is attributed,

- because of the exuberant detailing and ornamentation,

- because of the high degree of architectural integrity of the exterior,

- because of the reasonable degree of integrity of interior components

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map