Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Stationsweg 18
Dokkum, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1909
- Address
- Stationsweg 18, 9101 HZ Dokkum (Noardeast-Fryslân 21) (and others)
- Place
- Dokkum
- Municipality
- Noardeast-Fryslân
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.32929, 6.00194
- Monument number
- 507102
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft Library
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het rijkelijk geornamenteerde, dubbele WOONHUIS met HEKWERK is in de gevel gedateerd ANNO 1909 en gebouwd onder Overgangsarchitectuur. Bij een interne verbouwing van huisnummer 18 vond men een plankje waarop stond: "Ate A. Meinema, oud 18 jaren en Jan Jansma, oud 19 jaren hebben dit kamertje gemaakt. Metslawier, Juni 1909." Op stilistische gronden valt de woning toe te schrijven aan de anonieme architect van de Stationsweg 29 te Dokkum. Het dubbele woonhuis, op de hoek van de Stationsweg en de Eelaan, en heeft een diepe achtertuin die begrensd wordt door de stadsgracht. De dubbelwoning ligt binnen het Gebied met Bijzondere Waarden 'Stationsbuurt' dat in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project is geïnventariseerd. De bouw van het woonhuis valt in de periode waarin de Noord Friesche Locale Spoorwegmaatschappij het eindstation (1901) bij Dokkum had, tegenover het bedoelde dubbele woonhuis. Het dubbele woonhuis heeft de verschijningsvorm van het rentenierswoningtype; beide woninghelften zijn meer of minder in-pandig verbouwd, zonder dat ze structureel ingrijpend zijn gewijzigd. Buiten de bescherming van rijkswege vallen een houten garage (1981) achter huisnummer 20, en de berging (1976) achter huisnummer 18 wegens geringe architectonische waarde en te jonge leeftijd.
Omschrijving
Het dubbele woonhuis heeft globaal een rechthoekige plattegrond, met de voorgevel aan de noordzijde parallel aan de Stationweg. Aan de achterzijde zijn contemporaine aanbouwen: in het midden de beide bijkeukens met een T-vormige plattegrond en op de hoeken vierkante serres, alle onder plat dak. Het terrein wordt aan de voorzijde en zijkant van het trottoir gescheiden door een eenvoudig, contemporain, ijzeren hekwerk. Het dubbele woonhuis bestaat uit één bouwlaag onder een afgeknot schilddak aan de voorzijde en een tot en met de zolderverdieping opgetrokken gevel aan de achterzijde. Op de achtergevel staat een gemetselde, lage balustrade als gevelbeëindiging, tussen gepleisterde hoekpenanten. De gevels zijn opgetrokken in bruine bakstenen op een gepleisterde plint en verlevendigd met crème-witte verblendstenen en rode strengpersbakstenen tectonische decoraties, zoals de sierbanden langs onder- wissel- en boven-dorpels en streklagen. De gevels worden afgesloten door een rode strengpersbakstenen lijst, rood gevoegd, met een geprofileerde, gepleisterde band. De vensters hebben een flauw hellende, keperboogvormige afsluiting met een streklaag, aanzetstenen en sluitstenen met diamantkop, en kunststenen trommelvelden, waarin eenvoudige Art Nouveau lijndecoraties in laagreliëf. Alle vensters hebben een groen geglazuurde bakstenen lekdorpel. Al het kozijnhout heeft een geknipte loodslab. De dakschilden zijn belegd met bruin geglazuurde kruispannen. De dakschilden worden onderbroken door opgetrokken geveltoppen boven de dubbele entree en op de hoek naar de Eelaan en een kleine houten dakkapel in het linker dakschild aan de Eelaan. De noordgevel heeft in het midden een risalerende, dubbele entreepartij met een vereenvoudigde trapgevel en een gepleisterde gevellijst: op de aanzettrede, de middentrede en op de top staat een obelisk. De entree bestaat uit twee portieken met een betegeling van onder meer reliëftegels met een bloemmotief en een terrazzostoep. Beide portieken hebben een porte brisee in Neo-Renaissance-trant met smeedijzeren hekwerkjes voor de glaspanelen. Het portiek wordt afgesloten door een latei met een kunststenen trommelveld. Boven de entree rust op een muurstijl-korbeelconstructie een houten balkon met een elegante, geometrische versierde balustrade. In de geveltop worden de twee dubbele balkondeuren omlijst door een vrijwel cirkelvormige, decoratieve streklaagomranding met de datering: ANNO 1909. De bijkeukens zijn opgetrokken in bruine bakstenen en oversnijden gedeeltelijk de achtergevel. In de tweede bouwlaag enkele vensters en een deur naar het droogplat.
De rechter helft van het dubbele woonhuis, huisnummer 18, heeft in de voorgevel twee H-vensters met groen getinte, matglazen, meerruits bovenlichten. In de rechter zijgevel een H- en een tweelichtvenster. Op het dakschild een oorspronkelijke schoorsteen. De serre aan de achterzijde is gedeeltelijk vernieuwd.
De linker helft van het dubbele woonhuis, huisnummer 20, heeft aan de noordzijde een drielichtvenster en op de afgsnoten hoek naar de Eelaan een over twee bouwlagen opgetrokken topgevel met een rechte en een uitgezwenkte gevellijst bekroond met een obelisk. In de eerste en tweede bouwlaag een H-venster, waarvan de bovenste onder een afgeknotte keperboogvormige streklaag. De H-vensters hebben gedeeltelijk glas-in-lood bovenlichten. In de zijgevel een tweelichtvenster en naast de schoorsteen op het dakschild een kleine houten dakkapel onder een wolfdak, belegd met leien, en een 'morgenster'. De serre aan de achterzijde heeft een met portland beraapte borstwering, die met de borstel is geruwd, waarop gesneden een houten stijlen met T-ruiten met een gebogen wisseldorpels; de bovenlichten hebben gekleurd glas-in-lood in het patroon van geabstraheerde bloemen.
Het INTERIEUR van het woonhuis nr. 18 is structureel oorspronkelijk en heeft enkele waardevolle interieuronderdelen. Van belang zijn onder meer het betegelde tochtportaal (motief: 'zonsopkomst') en een eenvoudig gestuct plafond en in de tochtdeur een gezandstraalde voorstelling van de watergezicht met een zeilprauw en gewas. De vloer van het portaal en de gang zijn uitgevoerd in terrazzo. In de kamers en suite zijn natuurstenen hoekschoorstenen met betegelde schouwen, vensterbanken en de serredeuren met gefacetterde glaspanelen.
Het INTERIEUR van nr. 20 is vrijwel identiek aan dat van nr. 18, zij het spiegelbeeldig. Van belang zijn ondermeer het tochtportaal en de gang als in het buurpand; in de kamers en suite beide stucplafonds met kastanjeblad en -bloesem en een hoekschoorsteen. De serre is van de achterkamer gescheiden door een dubbele deur met gefacetteerde glaspanelen.
Waardering
Het dubbele woonhuis met hekwerk uit 1909 dat onder Overgangsarchitectuur werd gebouwd is van algemene cultuurhistorische en architectuurhistorische waarde:
- als bijzonder uitdrukking van een stijlontwikkeling, te weten de invloed van de Art Nouveau in de regio,
- als bijzondere representant van deze Overgangsarchitectuur in de gemeente Dongeradeel,
- vanwege de redelijke mate van esthetische kwaliteit van het ontwerp,
- door de hoge mate van gaafheid van het materiaalgebruik en ornamentiek,
- vanwege de redelijke mate van belang wegens de situering verbonden met de ruimtelijke ontwikkeling van Dokkum buiten de vesting gedurende het eerste decennium van de twintigste eeuw, dat samenviel met de ontsluiting door de lokaalspoorweg,
- als beeldondersteunend hoekpand binnen de als gebied met bijzondere waarden aangemerkte Stationsbuurt,
- vanwege de redelijke tot hoge mate van gaafheid van zowel het exterieur als het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The richly ornamented double DWELLING HOUSE with IRONWORK is dated in the facade ANNO 1909 and built under Transitional Architecture. During an internal renovation of house number 18, a plank was found bearing the inscription: "Ate A. Meinema, aged 18 years and Jan Jansma, aged 19 years made this room. Bricklayer, June 1909." On stylistic grounds, the dwelling can be attributed to the anonymous architect of Stationsweg 29 in Dokkum. The double dwelling house, on the corner of the Stationsweg and the Eelaan, has a deep back garden bounded by the city moat. The double dwelling lies within the Area with Special Values 'Stationsbuurt' which was inventoried in the framework of the Monuments Inventory Project. The construction of the dwelling house falls in the period when the Noord Friesche Locale Spoorwegmaatschappij had its terminus (1901) at Dokkum, opposite the aforesaid double dwelling house. The double dwelling house has the appearance of the rentier dwelling type; both dwelling halves are more or less internally modernised, without being structurally significantly altered. Outside state protection fall a wooden garage (1981) behind house number 20, and the storage shed (1976) behind house number 18 owing to limited architectural value and too recent age.
Description
The double dwelling house has a roughly rectangular plan, with the front facade on the north side parallel to the Stationsweg. On the rear side are contemporary extensions: in the middle both pantries with a T-shaped plan and on the corners square conservatories, all under a flat roof. The property is separated from the pavement on the front and side by a simple, contemporary iron railing. The double dwelling house consists of one storey under a hipped roof on the front and a facade extending to attic level on the rear. On the rear facade stands a low brick balustrade as facade termination, between plastered corner pilasters. The facades are built in brown bricks on a plastered plinth and enlivened with cream-white facing bricks and red wire-cut bricks tectonic decoration, such as decorative bands along lower, intermediate and upper sills and wall-head courses. The facades are terminated by a red wire-cut brick cornice, red jointed, with a moulded, plastered band. The windows have a shallow sloping, herringbone arch-shaped termination with a wall-head course, setting stones and corner stones with diamond head, and artificial stone drums, in which simple Art Nouveau linear decorations in low relief. All windows have a green glazed brick drip moulding. All window frame wood has a cut lead flashing. The roof tiles are covered with brown glazed Spanish tiles. The roof tiles are interrupted by raised gable walls above the double entrance and on the corner towards the Eelaan and a small wooden roof dormer in the left roof tile on the Eelaan. The north facade has in the middle a projecting double entrance with a simplified stepped gable and a plastered facade cornice: on the base step, the middle step and at the top stands an obelisk. The entrance consists of two porches with tiling including relief tiles with a flower motif and a terrazzo doorstep. Both porches have a porte brisée in Neo-Renaissance style with wrought iron railings for the glass panels. The porch is closed by a lintel with an artificial stone drum. Above the entrance rests on a wall-pillar corbel construction a wooden balcony with an elegant, geometrically decorated balustrade. In the gable wall the two double balcony doors are framed by an almost circular decorative wall-head course surround with the date: ANNO 1909. The pantries are built in brown bricks and partially overlap the rear facade. In the second storey several windows and a door to the drying platform.
The right half of the double dwelling house, house number 18, has in the front facade two H-windows with green-tinted, frosted glass, multi-light fanlights. In the right side facade an H- and a two-light window. On the roof tile an original chimney. The conservatory on the rear side has been partially renewed.
The left half of the double dwelling house, house number 20, has on the north side a three-light window and on the cut corner towards the Eelaan a gable wall extending over two storeys with a straight and an angled facade line crowned with an obelisk. In the first and second storey an H-window, the upper one under a truncated herringbone arch-shaped wall-head course. The H-windows have partially leaded-light fanlights. In the side facade a two-light window and beside the chimney on the roof tile a small wooden roof dormer under a half-hipped roof, covered with slates, and a 'morning star' finial. The conservatory on the rear side has a portland cement rendered breast wall, which has been brushed rough, on which are carved wooden mullions with T-panes with curved intermediate sills; the fanlights have coloured leaded-light glass in the pattern of abstracted flowers.
The INTERIOR of the dwelling house number 18 is structurally original and has some valuable interior components. Of importance are among others the tiled entrance hall (motif: 'sunrise') and a simply stuccoed ceiling and in the entrance door a sandblasted representation of a water view with a sailing boat and vegetation. The floor of the hall and the corridor are executed in terrazzo. In the rooms en suite are natural stone corner fireplaces with tiled surrounds, window sills and the conservatory doors with faceted glass panels.
The INTERIOR of number 20 is virtually identical to that of number 18, albeit mirror-image. Of importance are among others the entrance hall and the corridor as in the neighbouring property; in the rooms en suite both stuccoed ceilings with chestnut leaf and blossom and a corner fireplace. The conservatory is separated from the back room by a double door with faceted glass panels.
Valuation
The double dwelling house with ironwork from 1909 which was built under Transitional Architecture is of general cultural-historical and architectural-historical value:
- as a particular expression of a stylistic development, namely the influence of Art Nouveau in the region,
- as a particular representative of this Transitional Architecture in the municipality of Dongeradeel,
- owing to the reasonable degree of aesthetic quality of the design,
- by the high degree of integrity of the material use and ornamentation,
- owing to the reasonable degree of importance owing to the situation associated with the spatial development of Dokkum outside the fortification during the first decade of the twentieth century, which coincided with the opening up by the local railway,
- as an image-supporting corner building within the area designated as having special values, the Stationsbuurt,
- owing to the reasonable to high degree of integrity of both the exterior and the interior.
Nearby in the register
- Bastion VIFort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Hantumerweg 6Werk-woonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Aalsumerpoort 17Werk-woonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Aalsumerpoort 15Werk-woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.