TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Weeshuis, Westerstraat 111

Enkhuizen, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Sociale zorg, liefdadigheid
Function
Weeshuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1905 - 1906
Address
Westerstraat 111, 1601 AD Enkhuizen
Place
Enkhuizen
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.70330, 5.28793
Monument number
507078

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1881 map "Kaart van het Krabbersgat" (Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig WEESHUIS, gebouwd in 1905/1906 ter vervanging van het weeshuis uit de 16de eeuw, naar ontwerp van architect U.J. van der Meulen in overgangsarchitectuur. Het iets van de straat teruggelegen pand is gesitueerd aan de zuidzijde van de Westerstraat. Momenteel is het pand in gebruik als kantoor (1994).

Omschrijving

Het voormalige weeshuis, bestaande uit drie haaks op elkaar geplaatste bouwvolumen, is gebouwd op een dubbele T-plattegrond en heeft links achter nog een uitbouw welke bestaat uit één bouwlaag en een kapverdieping. Het uit baksteen opgetrokken pand is onderkelderd en rust op een bakstenen plint. Het pand telt twee bouwlagen en een kapverdieping en wordt gedekt door een samengesteld schilddak met wolfseinden, voorzien van rode verglaasde Friese kruispannen. De voor- en achtergevel en de linker zijgevel van het gehele pand bezitten kruisvormige vensters waarvan de bovenlichten gekanteld kunnen worden. De rechter zijgevel is voorzien van driedelige vensters met driedelige bovenlichten. Aan weerszijden van de horizontale roeden en de strekse lagen van de vensters zijn natuurstenen blokken ingemetseld.

De vijf vensterassen brede gevel van het aan de Westerstraat gelegen bouwvolume (noordzijde) bezit in de plint, aan weerszijden van de ingangspartij, twee kleine dubbele ramen met voorzetroosters.

Een natuurstenen trap leidt naar het ingangsportaal, welke in de vorm van een rondboog is opgebouwd uit bakstenen metselwerk en natuurstenen blokken. De dubbele houten deur van het ingangsportaal heeft aan weerszijden een smal raam en bezit een segmentvormig bovenlicht met roedeverdeling.

De begane grond wordt van het souterrain gescheiden door een natuurstenen cordonlijst en heeft aan weerszijden van de ingangspartij twee vensters waarboven zich een natuurstenen latei bevindt. De eerste verdieping bezit boven de ingangspartij een portaal met balustrade van natuursteen, waarachter zich balkondeuren met bovenlicht bevinden. Aan weerszijden van het portaal is de eerste verdieping eveneens voorzien van twee vensters, welke gelijk zijn aan die van de begane grond. Boven het portaal van de eerste verdieping is een natuurstenen gevelstuk aangebracht welke taferelen vertoont van opvoedkundige aard. Een natuurstenen speklaag scheidt de eerste verdieping van de kapverdieping. De houten, geprofileerde daklijst sluit de gevel af en wordt gesteund door houten consoles waartussen een tandlijst is aangebracht. Dit type daklijst wordt op iedere zijde van het pand herhaald. De daklijst van de gevel aan de noordzijde wordt onderbroken door een dakkapel met hetzelfde type daklijst. De dakkapel loopt in de voorgevel door en bezit een schuifvenster geflankeerd door een smal schuifvenster, waarboven zich een natuurstenen latei bevindt. Boven de latei is in de gevel nog een rondvenster aangebracht. Op het nokeind van de dakkapel is een piron geplaatst. De zijgevels van dit bouwvolume zijn identiek en hebben op zowel de begane grond als de eerste verdieping twee vensters, waarvan er per verdieping één geblindeerd is. De linker zijgevleugel (oost) heeft naast het linker geblindeerde venster nog twee boven elkaar geplaatste smalle vensters. De kapverdieping bezit twee smalle schuifvensters. De zijgevels worden afgesloten door een wolfseind, waarop een schoorsteen is geplaatst. Tevens is het dak op beide nokeinden voorzien van een piron.

Het bouwvolume aan de achterzijde (zuid) is identiek aan het bouwdeel aan de voorzijde (noord), met uitzondering van de ingangspartij en de trap. Voor de entree bevindt zich een bordes welke aan beide zijden via een trap te bereiken is. In het bordes is een souterrain-venster met voorzetrooster aangebracht. Het segmentvormige portaal met natuurstenen sluitstenen is door middel van twee pijlers in drie vakken verdeeld, waarbij de twee buitenste vakken voorzien zijn van vensters. Een natuurstenen latei scheidt de ingang en vensters van het driedelig bovenlicht zonder ramen. De dakkapel is hier voorzien van twee schuifvensters, waarboven zich nog twee kleine raampjes bevinden.

De linker zijgevel (west) van dit bouwdeel heeft in het souterraingedeelte twee vensters met voorzetroosters. De begane grond heeft twee vensters waarvan het linker geblindeerd is. Dit geldt ook voor de eerste verdieping, echter hier is het rechter venster geblindeerd. De kapverdieping is voorzien van twee kleine schuiframen. De rechter zijgevel van dit bouwvolume heeft dezelfde vensterindeling als de linker zijgevel, echter door de uitbouw zijn de twee linker vensters van de begane grond en de eerste verdieping weggevallen. De zijgevel wordt in tweeën gedeeld door een schoorsteen die in de gevelwand risaleert.

De uitbouw, gedekt door een schilddak, is gesitueerd aan de oostzijde van het bouwdeel en heeft in de zuidelijke gevelwand op de begane grond links een kruisvormig venster en rechts een houten deur. Boven de deur is een tweeruits bovenlicht aangebracht. Links naast het bovenlicht bevindt zich op dezelfde hoogte een drieruits bovenlicht, waaronder vermoedelijk nog een deur heeft gezeten. De zijgevel van de uitbouw is blind en de achtergevel bezit links een drieruits venster, welke vermoedelijk het bovenlicht is geweest van een deur. Rechts op de gevel is een kruisvormig venster aangebracht. Het dak is zowel aan de voor- als achterkant voorzien van een houten dakkapel met klein venster en bezit op beide nokeinden een piron.

Het bouwvolume dat haaks tussen de twee buitenste bouwvolumes staat, springt aan oost- en westzijde iets terug in de gevelwand. Het bouwvolume wordt gedekt door een afgeknot schilddak en de linker zijgevel (west) heeft op de begane grond links drie driedelige vensters met driedelig bovenlicht waarvan het middelste venster breder is dan de twee buitenste vensters. Boven deze vensters is een strekse boog met hieronder segmentvormige spaarvelden aangebracht. Rechts van de drie vensters bevindt zich een smal, kruisvormig venster met daarnaast twee kleine, boven elkaar geplaatste blinde vensters. De vensterindeling op de eerste verdieping is identiek aan die van de begane grond, echter boven de vensters is hier een rechte strekse laag aangebracht. Rechts van de drie vensters bevinden zich vier kleine blinde vensters die per twee boven elkaar zijn geplaatst. Boven de vensters op de eerste verdieping is een natuurstenen speklaag aangebracht. Het dak is voorzien van twee dakkapellen. De gevel aan de linker zijde (oost) bezit op de begane grond vier vensters met bovenlicht. De vensterindeling op de eerste verdieping is identiek aan die van de begane grond. Het gevelvlak rechts naast de vensters van beide bouwlagen heeft op de begane grond rechts een deur welke via een trap bereikt wordt. Links van de deur bezit de gevel een klein venster. Boven de deur bevinden zich twee smalle vensters met bovenlicht, welke de begane grond en de eerste verdieping overlappen. Hierboven zijn nog twee smalle vensters geplaatst waaronder een gemetselde balustrade is aangebracht. Boven de vensters van de eerste verdieping bevindt zich een natuurstenen speklaag. Het dak is ook hier voorzien van twee dakkapellen.

Het interieur is gedeeltelijk bewaard gebleven, waartoe de Jugendstil gedetailleerde ramen van enkele deuren en decoraties op sommige wanden, onder andere de hal, behoren. Tevens zijn er nog gietijzeren draagconstructies aanwezig in met name het keldergewelf en het gewelf van de hal aan de voor- en achterzijde. De regentenkamers aan de noordzijde zijn afkomstig uit het oude weeshuis uit de 18de eeuw, evenals het inrijhek en de vier hardstenen pijlers uit 1733/34 (zie monumentnr. 15146). Deze zijn geplaatst tussen de gietijzeren hekken uit 1905.

Waardering

Het voormalig weeshuis uit 1905, met bijbehorende onderdelen van de 18de-eeuwse voorganger is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde. Tevens heeft het pand een beeldbepalende waarde.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former ORPHANAGE, built in 1905/1906 to replace the orphanage from the 16th century, designed by architect U.J. van der Meulen in transitional architecture. The building, set slightly back from the street, is situated on the south side of the Westerstraat. Currently the building is in use as an office (1994).

Description

The former orphanage, consisting of three building volumes placed at right angles to each other, was built on a double T-shaped floor plan and has a rear extension on the left which consists of one storey and a roof storey. The brick building is cellared and rests on a brick plinth. The building has two storeys and a roof storey and is covered by a complex hipped roof with half-hipped ends, furnished with red glazed Friesian cross tiles. The front and rear facades and the left side facade of the entire building have cross-shaped windows with fanlights that can be tilted. The right side facade is furnished with three-part windows with three-part fanlights. Natural stone blocks are set into the mortar on either side of the horizontal glazing bars and the stretcher courses of the windows.

The facade of the building volume on the Westerstraat side (north side), which is five window bays wide, has in the plint, on either side of the entrance section, two small double windows with retractable grilles.

A natural stone staircase leads to the entrance portal, which is constructed in the form of a round arch from brick masonry and natural stone blocks. The double wooden door of the entrance portal has a narrow window on either side and possesses a segmental fanlight with glazing bars.

The ground floor is separated from the basement by a natural stone string course and has two windows on either side of the entrance section, above which there is a natural stone lintel. The first storey has above the entrance section a portal with a natural stone balustrade, behind which there are glazed balcony doors with fanlight. On either side of the portal the first storey is likewise furnished with two windows, which are identical to those of the ground floor. Above the portal of the first storey a natural stone gable feature has been applied which displays scenes of an educational nature. A natural stone band course separates the first storey from the roof storey. The wooden, moulded cornice closes off the facade and is supported by wooden consoles between which a dentil moulding has been applied. This type of cornice is repeated on every side of the building. The cornice of the facade on the north side is interrupted by a dormer with the same type of cornice. The dormer extends through the front facade and possesses a sash window flanked by a narrow sash window, above which there is a natural stone lintel. Above the lintel, a round window has been placed in the facade. A finial has been placed on the ridge end of the dormer. The side facades of this building volume are identical and have two windows on both the ground floor and the first storey, of which one per storey is blind. The left side wing (east) has, beside the left blind window, two more narrow windows placed one above the other. The roof storey possesses two narrow sash windows. The side facades are closed off by a half-hipped end, on which a chimney is placed. The roof is also provided with a finial on both ridge ends.

The building volume at the rear (south) is identical to the building section at the front (north), with the exception of the entrance section and the staircase. In front of the entrance there is a platform which can be reached via a staircase on both sides. In the platform is a basement window with a retractable grille. The segmental portal with natural stone voussoirs is divided into three bays by means of two piers, with the two outer bays furnished with windows. A natural stone lintel separates the entrance and windows from the three-part fanlight without windows. The dormer here is furnished with two sash windows, above which there are still two small window panes.

The left side facade (west) of this building section has in the basement area two windows with retractable grilles. The ground floor has two windows of which the left one is blind. This also applies to the first storey, however here the right window is blind. The roof storey is furnished with two small sash windows. The right side facade of this building volume has the same window arrangement as the left side facade, however due to the extension the two left windows of the ground floor and the first storey have been lost. The side facade is divided in two by a chimney that projects in the facade wall.

The extension, covered by a hipped roof, is situated on the east side of the building section and has on the south wall of the building on the ground floor on the left a cross-shaped window and on the right a wooden door. Above the door is a two-light fanlight. To the left of the fanlight at the same height is a three-light fanlight, below which presumably there was still a door. The side facade of the extension is blind and the rear facade has on the left a three-light window, which presumably was the fanlight of a door. On the right of the facade a cross-shaped window has been placed. The roof is furnished with a wooden dormer with small window on both the front and rear and possesses a finial on both ridge ends.

The building volume that stands at right angles between the two outer building volumes steps back slightly on the east and west sides into the facade wall. The building volume is covered by a truncated hipped roof and the left side facade (west) has on the ground floor on the left three three-part windows with three-part fanlight of which the middle window is wider than the two outer windows. Above these windows a straight arch has been placed with segmental spandrels below. To the right of the three windows there is a narrow, cross-shaped window with beside it two small, blind windows placed one above the other. The window arrangement on the first storey is identical to that of the ground floor, however above the windows here a straight stretcher course has been applied. To the right of the three windows there are four small blind windows which are placed two above two. Above the windows on the first storey a natural stone band course has been applied. The roof is furnished with two dormers. The facade on the left side (east) has four windows with fanlight on the ground floor. The window arrangement on the first storey is identical to that of the ground floor. The facade area to the right of the windows of both storeys has on the ground floor on the right a door which is reached via a staircase. To the left of the door the facade has a small window. Above the door there are two narrow windows with fanlight, which span the ground floor and the first storey. Above this two narrow windows have been placed below which a masonry balustrade has been applied. Above the windows of the first storey a natural stone band course is located. The roof is also furnished with two dormers here.

The interior is partially preserved, to which the Art Nouveau detailed windows of several doors and decorations on some walls, among others the hall, belong. There are also cast-iron load-bearing structures present, in particular in the basement vault and the vault of the hall at the front and rear. The regents' chambers on the north side are from the old orphanage from the 18th century, as are the carriage entrance gate and the four hard stone piers from 1733/34 (see monument no. 15146). These are placed between the cast-iron fences from 1905.

Valuation

The former orphanage from 1905, with associated components of the 18th-century predecessor, is of general importance because of its architectural-historical and cultural-historical value. The building also has a character-defining value.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map