Rijksmonumentenregister · Netherlands
Stationsgebouw, Stationsplein 2
Enkhuizen, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Transport
- Function
- Stationsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1885
- Address
- Stationsplein 2, 1601 EN Enkhuizen
- Place
- Enkhuizen
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.69956, 5.28879
- Part of complex
- 507063
- Monument number
- 507064
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
KOPSTATION op een T-vormig grondplan, dat bestaat uit drie onderdelen die corresponderen met de drie aaneengesloten bouwvolume waaruit het deels onderkelderde kopstation is samengesteld. Van noord naar zuid hebben de bouwvolume respectievelijk een vrijwel vierkante, een vierkante en een rechthoekige plattegrond. Laatst genoemde bouwvolume staat haaks op de twee voornoemde bouwvolumen. Het zuidelijke bouwvolume en het middelste bouwvolume, waarin zich de stationshal bevindt, bestaan uit begane grond en kapverdieping en hebben een gezamenlijke uit afgeknotte schilddaken samengestelde kap met aan de voor- (O) en achterzijde (W) drie dakkapellen. Een van de dakkapellen aan de achterzijde heeft een met lood bedekt schilddak met piron, de overige dakkapellen hebben een pangedekt lessenaardak en met zink beklede zijden. Het noordelijk bouwvolume bestaat uit begane grond, verdieping en kapverdieping, onder een afgeknot schilddak met dakkapellen onder zadeldak en drie gemetselde schoorstenen in rode baksteen. De zadel-, de lessenaars- en de afgeknotte schilddaken, zijn bedekt met rode en zwarte Kruispannen in ruitpatroon.
Aan de gehele zuidzijde en links aan de achterzijde (W) heeft het station een overkapping. De overkapping aan de achterzijde bestaat uit een deels houten dak dat rust op ijzeren draagbalken en drie gietijzeren kolommen met korintisch kapiteel. De overkapping met zadeldak aan de zuidzijde heeft nog twee originele gietijzeren kolommen met ionisch kapiteel (de overige vier kolommen zijn kopieën) en een ijzeren trekstangconstructie.
Het muurwerk van het kopstation is opgetrokken in rode baksteen boven een natuurstenen plint, waarin ter decoratie speklagen in rode en grijze baksteen zijn aangebracht. De decoratie bestaat voorts onder meer uit ontlastingsbogen boven deuren en vensters, zandstenen aanzet- en sluitstenen in de ontlastingsbogen, metselmozaïek in rode en grijze baksteen in de spaarvelden van de ontlastingsbogen, vensters met natuurstenen onderdorpels, een vrijwel rondomgaand rondboogfries in twee soorten rode baksteen en zandsteen langs de houten kroonlijst, een fries ter hoogte van de verdiepingsvloer van het noordelijk bouwvolume in rode en grijze baksteen, twee natuurstenen cordonlijsten die voornoemd fries inkaderen, een zandstenen gevelsteen met het jaartal 1886 en zandstenen accenten aan de middenrisaliet van het centrale geveldeel aan de voorzijde (O), zandstenen lateien en onderdorpels in de vensteropeningen van de dakkapellen onder zadeldak van het noordelijk bouwvolume en in zandsteen uitgevoerde detaillering aan de basis van voornoemde dakkapellen.
De vensters op de begane grond van het kopstation hebben in oorsprong een venster met houten kruiskozijn en meerruitsroedenverdeling.
De L-vormige asymmetrische voorzijde (O) bestaat uit drie met de eerdergenoemde bouwvolumen corresponderende geveldelen. Het naar voren springende zuidelijk bouwvolume, links aan de voorzijde, heeft aan de oostzijde en aan de noordzijde één vensteras. Het centrale geveldeel met middenrisaliet heeft een breedte van drie vensterassen. De as in de middenrisaliet bevat een deuropening op de begane grond en heeft een trapgevel ter hoogte van de kapverdieping. De oostgevel van het noordelijk bouwvolume, rechts aan de voorzijde (O), heeft net als de noord- en westgevel van dit bouwvolume, een breedte van drie vensterassen. Alle vier de gevels van het noordelijk bouwvolume hebben een middenrisaliet die bekroond wordt met een licht uit de gevel naar voren komende dakkapel onder zadeldak. Aan weerszijden van deze dakkapellen bevindt zich een klein formaat houten dakkapel met dito luik en een loden dakbedekking met piron.
De centrale vensteras in het middenrisaliet aan de oostzijde heeft op de begane grond een dubbele houten paneeldeur met bovenlicht, op de verdieping een venster en op de kapverdieping een schuifvenster. De vensterasssen aan weerszijden hebben beide op zowel de begane grond als de verdieping een venster. De centrale as in het middenrisaliet aan de noordzijde heeft een deuropening op de begane grond, een venster op de verdieping en een klok op de kapverdieping. De assen aan weerszijden hebben beide op zowel de begane grond als de verdieping een venster. De centrale as in het middenrisaliet aan de westzijde bevat nog een deuropening op de begane grond en een venster met vierruitsroedenverdeling op de kapverdieping. De as ter linkerzijde heeft op zowel begane grond als verdieping een venster. De as ter rechterzijde heeft op de begane grond een deuropening en een venster op de verdieping. Het middenrisaliet aan de zuidzijde heeft een venster op de kapverdieping. Alle voornoemde vensters op de verdieping van het noordelijk bouwvolume zijn houten schuifvensters met een zesruitsroedenverdeling. De L-vormige asymmetrische achterzijde (W) is evenals de voorzijde (O) opgebouwd uit drie met de bouwvolumen corresponderende geveldelen. Links bevindt zich de voornoemde westzijde van het noordelijk bouwvolume met rechts daarvan het centrale geveldeel. Het centrale geveldeel heeft een breedte van vier vensterassen. De buitenste assen bevatten een deuropening. Het naar voren springende zuidelijk bouwvolume, rechts aan de achterzijde, heeft aan de noordzijde een breedte van vijf vensterassen. De meest linkse as bevat een deuropening, de overige assen hebben met houten luiken afgesloten éénlichtsvensters met klein formaat spaarveld en onlastingsboog, zonder zandstenen aanzet- en sluitstenen. Aan de westzijde heeft het zuidelijk bouwvolume twee vensterassen. De zuidzijde van het zuidelijk bouwvolume heeft een breedte van elf vensterassen. De tweede, de vierde, de zesde, de negende en de tiende as bevatten een deuropening.
Het interieur van de wachtkamer eerste klasse, in het zuidelijk bouwvolume, bevat een haard met hardstenen schouw en blauw-witte geglazuurde tegels. Op de schoorsteenmantel boven de haard prijkt het wapen van Enkhuizen. De wachtkamer heeft een houten cassettenplafond met vier, op consoles geschraagde, houten balken.
Het muurwerk aan de achter- (W), linker- (Z) en rechterwand (N) binnen in de stationshal is opgebouwd uit rode baksteen boven een plint bestaande uit witte tegels met een zwarte bovenrand en een natuurstenen voeting. De decoratie van de stationshal bestaat onder meer uit een speklaag met rode en gele geglazuurde baksteen, een floraalmotief in de spaarvelden van de ontlastingsbogen boven de twee deuropeningen in de linker- en rechterwand en langs het plafond heeft de achterwand een tegelfries dat terugkeert tussen de deuropeningen van de linker- en rechterwand.
Drie van de vier deuropeningen die de linker- en rechterzijde tezamen tellen hebben een houten paneeldeur met daarboven een natuurstenen cartouche. Alleen de paneeldeur aan de rechterzijde van de linkerwand en aan de linkerzijde van de rechterwand hebben ijzeren harnassen en glaspanelen. Rechts in de achterwand heeft de stationshal een deuropening onder ontlastingsboog. Het plafond heeft door zandstenen consoles geschraagde houten balken.
Waardering
Het Kopstation is van algemeen belang als historisch-functioneel onderdeel van het beschreven complex (zie complexwaardering).
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
TERMINAL STATION on a T-shaped ground plan, consisting of three components corresponding to the three adjoining building volumes that make up the partly cellared terminal station. From north to south, the building volumes have respectively an almost square, a square and a rectangular floor plan. The last-mentioned building volume stands perpendicular to the two aforementioned building volumes. The southern building volume and the central building volume, which houses the station hall, consist of a ground floor and a roof storey and have a jointly constructed roof composed of truncated hipped roofs with three roof dormers on the front (E) and rear (W) sides. One of the roof dormers on the rear side has a hipped roof covered with lead and ridge tile, the remaining roof dormers have a lean-to roof covered with tiles and zinc-clad sides. The northern building volume consists of a ground floor, a first floor and a roof storey, under a truncated hipped roof with roof dormers under gabled roof and three brick chimneys in red brick. The gabled, lean-to and truncated hipped roofs are covered with red and black interlocking tiles in a diamond pattern.
On the entire south side and to the left on the rear (W) side the station has a canopy. The canopy on the rear side consists of a partly wooden roof that rests on iron supporting beams and three cast-iron columns with Corinthian capitals. The canopy with a gabled roof on the south side still has two original cast-iron columns with Ionic capitals (the remaining four columns are copies) and an iron tie-rod construction.
The masonry of the terminal station is built in red brick above a natural stone plinth, in which speckled courses in red and grey brick are applied as decoration. The decoration further consists of, among other things, relieving arches above doors and windows, sandstone springer and keystone voussoirs in the relieving arches, decorative brickwork in red and grey brick in the spandrels of the relieving arches, windows with natural stone sills, a virtually continuous round-arch frieze in two types of red brick and sandstone along the wooden cornice, a frieze at the height of the first-floor level of the northern building volume in red and grey brick, two natural stone stringcourses that frame the aforementioned frieze, a sandstone façade stone with the date 1886 and sandstone accents at the central projection of the central façade section on the front (E), sandstone lintels and sills in the window openings of the roof dormers under gabled roof of the northern building volume and detailing executed in sandstone at the base of the aforementioned roof dormers.
The windows on the ground floor of the terminal station originally have a window with a wooden cross window and multi-light glazing bars.
The L-shaped asymmetrical front (E) consists of three façade sections corresponding to the aforementioned building volumes. The projecting southern building volume, on the left of the front, has one window bay on the east side and on the north side. The central façade section with central projection has a width of three window bays. The bay in the central projection contains a door opening on the ground floor and has a stepped gable at the level of the roof storey. The east façade of the northern building volume, on the right of the front (E), has, like the north and west façades of this building volume, a width of three window bays. All four façades of the northern building volume have a central projection which is crowned with a roof dormer under gabled roof projecting slightly from the façade. On either side of these roof dormers is a small-format wooden roof dormer with corresponding shutter and lead roof covering with ridge tile.
The central window bay in the central projection on the east side has on the ground floor a double wooden panel door with fanlight, on the first floor a window and on the roof storey a sash window. The window bays on either side both have on both the ground floor and the first floor a window. The central bay in the central projection on the north side has a door opening on the ground floor, a window on the first floor and a clock on the roof storey. The bays on either side both have on both the ground floor and the first floor a window. The central bay in the central projection on the west side contains a door opening on the ground floor and a window with four-light glazing bars on the roof storey. The bay on the left has on both ground floor and first floor a window. The bay on the right has a door opening on the ground floor and a window on the first floor. The central projection on the south side has a window on the roof storey. All aforementioned windows on the first floor of the northern building volume are wooden sash windows with six-light glazing bars. The L-shaped asymmetrical rear (W) is, like the front (E), composed of three façade sections corresponding to the building volumes. On the left is the aforementioned west side of the northern building volume with the central façade section to the right. The central façade section has a width of four window bays. The outer bays contain a door opening. The projecting southern building volume, on the right of the rear, has on the north side a width of five window bays. The leftmost bay contains a door opening, the remaining bays have single-light windows with wooden shutters, small-format spandrel and relieving arch, without sandstone springer and keystone voussoirs. On the west side the southern building volume has two window bays. The south side of the southern building volume has a width of eleven window bays. The second, fourth, sixth, ninth and tenth bay contain a door opening.
The interior of the first-class waiting room, in the southern building volume, contains a fireplace with a hardstone mantelpiece and blue and white glazed tiles. Above the mantelpiece the coat of arms of Enkhuizen is displayed. The waiting room has a wooden coffered ceiling with four wooden beams supported on consoles.
The masonry on the rear (W), left (S) and right wall (N) inside the station hall is built in red brick above a plinth consisting of white tiles with a black top edge and a natural stone base. The decoration of the station hall consists among other things of a speckled course with red and yellow glazed brick, a floral motif in the spandrels of the relieving arches above the two door openings in the left and right wall and along the ceiling the rear wall has a tile frieze that recurs between the door openings of the left and right wall.
Three of the four door openings that the left and right sides together have a wooden panel door with a natural stone cartouche above. Only the panel door on the right side of the left wall and on the left side of the right wall have iron fittings and glass panels. On the right in the rear wall the station hall has a door opening under a relieving arch. The ceiling has wooden beams supported by sandstone consoles.
Significance
The Terminal Station is of general importance as a historical-functional component of the described complex (see complex evaluation).
Nearby in the register
- Woonhuis, Snouck van Loosenpark 1Woonhuisunder 1 mi
- Bijgebouwen kastelen enz., Snouck van Loosenpark tegenover 1Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Goederenloods, Stationsplein 3Opslagunder 1 mi
- Woonhuis, Snouck van Loosenpark 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.