TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Langbroekerweg bij 10

Doorn, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1790 - 1875
Address
Langbroekerweg bij 10, 3941 MT Doorn (Utrechtse Heuvelrug 26)
Place
Doorn
Municipality
Utrechtse Heuvelrug
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.03070, 5.33939
Part of complex
506962
Monument number
506963

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Leiden University Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1764 map "Carte du Comté de Hollande" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG MET DE DAARTOE BEHORENDE TUINSIERADEN, GRAFZERKEN ED. van Huis Doorn gaat in oorsprong terug naar het begin van de 18de eeuw. Van voor deze tijd zijn er geen stukken bekend dat de tuinen een ander dan utilitair karakter hebben gekend. Zoals te zien is op een tekening uit ca. 1660 werd het huis omringd door twee natte grachten: een binnen- en een buitengracht, waartussen een voorplein met bijgebouwen. Van de 18de eeuw zijn eveneens weinig gegevens bekend. In een verkoopbericht van Huis Doorn in 1721 wordt geschreven over "Den adelijken Huize Doorn, met zijn binnen en buitenpleyn, Stallinge, Hoveniers-woning, Duiven en Duiven-Torens, bermen, grachten, Cingels, Boomgaarden (...)".

Het huis lag in deze tijd binnen een, voor de tijd niet ongebruikelijke, ingewikkelde geometrische structuur van waterwerken en omgrachte terreinen, die vermoedelijk in de 17de eeuw of daarvoor al aanwezig is geweest. De aanplant van de thans nog bestaande beukenlaan ten oosten van het huis, is vóór de tweede helft van de 18de eeuw geschied, ditzelfde kan verondersteld worden voor de noord-zuid zichtas, waarvan een deel de voormalige oprijlaan was, die dwars door het huis liep. Tevens lag ten westen van het huis, parallel aan de twee voornoemde lanen, een dwarslaan. Deze lanen worden op een kaart uit 1792 weergegeven. Het huis wordt thans nog omgeven door de 18de-eeuwse, grotendeels intact zijnde lanenstructuur.

Aan het einde van de 18de-eeuw werd een aanzet gegeven tot verlandschappelijking van de parkaanleg. In een verkoopakte van het huis in 1792 wordt vermeld dat bij het huis een slingerbos ligt; deze eerste fase van de verandering in landschapsstijl in het noordoosten van het park is grotendeels nog intact. Ten noord-oosten van het huis ligt de voormalige 'Bloem- en Moestuin' die omstreeks 1790 op een kaart werd weergegeven. Deze rechthoekige tuin is thans als grasveld ingezaaid en in het noorden van de tuin ligt een vroeg 20ste-eeuwse lange koude bak die aan weerszijden is voorzien van enkele schuurtjes uit het begin van deze eeuw. Ten westen van de koude bak staat tevens een vroeg 20ste-eeuwse bakstenen tuinmuur voorzien van steunberen en houten versterkingen aan de achterzijde.

De tuinaanleg kent een aanleg in landschapsstijl die in verschillende fasen in de periode 1790-1875 tot stand is gekomen. Het park van Huis Doorn werd niet in zijn geheel maar voor een betrekkelijk klein deel verlandschappelijkt en het is voor Huis Doorn karakteristiek dat er in deze periode geen coherente aanleg is ontstaan, maar enkele verspreide kernen van vernieuwingen in landschapsstijl ten zuiden en zuidwesten van het huis.

Aan het einde van de 18de eeuw, waarschijnlijk in opdracht van mevrouw Godin, werd met gebruikmaking van de twee 18de-eeuwse formele karpervijvers in het zuiden, die weergegeven worden op een kaart van Huis Doorn van voor of rond 1790, en de slotgracht een onregelmatige structuur van waterlopen uitgegraven waarin twee eilanden zijn uitgespaard. De formele lanenstructuur werd eveneens tijdens veranderingen in de aanleg door de heer Munter omstreeks 1830 gehandhaafd; hij liet waarschijnlijk voor ca. 1830 het neogotische kalverhok (thans verdwenen), de neogotische kapel, het huis Campanella en de tuinmanswoning Vedetta (omstreeks 1920 verplaatst) bouwen. Of is bij deze verschillende veranderingen een tuinarchitect betrokken is geweest is niet bekend.

Rond 1900 heeft er voor het huis een onregelmatig patroon van paden en bloemperken gelegen, kort na 1903 werd deze aanleg gewijzigd; de oprijlaan is bij deze gelegenheid recht getrokken en aan weerszijden zijn symmetrisch geplaatste, rechthoekige perken aangelegd. Het is mogelijk dat de tuinarchitect Hugo A.C. Poortman in de 1909 en 1914 wijzigingen in het park heeft aangebracht, welke dit zijn is niet bekend. In 1919 werden wederom veranderingen in de tuin aangebracht in opdracht van Wilhelm II; waaronder het licht gebogen begrenzen van de walkanten van het kasteeleiland aan de zuid- en westzijde, ten zuidwesten van het huis werd een formele 'Rosengarten' aangelegd op T-vormige basis, waarvan thans nog slechts de ruwe contouren resten. Ten oosten hiervan werd een 'Blumengarten' aangelegd op basis van enkele in elkaar geplaatste ovalen, van deze tuin is thans niets meer over. Ten noorden van het huis, ter plaatse van het oorspronkelijke voorplein, werd een gazon aangelegd waarvan de randen naar het huis toe een sierlijk geometrisch verloop kregen. Op dit gazon werd in 1942 het mausoleum voor Wilhelm II gebouwd.

In 1920 werd de oprijlaan aan de noordzijde verlegd naar de Langbroekerweg en kwam de nieuwe toegang recht op de as, in het verlengde van de oude oprijlaan te liggen. Tevens werden twee bruggen gebouwd waaronder de houten ophaalbrug die over de gracht ten noorden van het huis werd gelegd. In deze tijd werd de van oorsprong laat 18de-eeuwse noordelijke zichtas, de Gezichtslaan, afgesloten door een hek en een Rododendrongordel en werd in 1924 aan de gemeente Doorn verkocht. De gemeente rooide de dubbele laan van loof- en naaldbomen voor het grootste deel. In 1928 werd in het noorden van de aanleg een openbaar rosarium geopend; symbool van erkentelijkheid van de ex-keizer jegens de bevolking van Doorn en het Nederlandse volk.

In maart 1920 beëindigde Hugo Poortman de samenwerking met de ex-keizer en de firma Van Noordt uit Boskoop. In 1921 richtte Van Noordt de voornoemde rozentuin opnieuw in, nog voor het gereedkomen van deze tuin stierf ex-keizerin Victoria en wordt de rozentuin postuum naar haar vernoemd: Augusta-Victoria Garten. In 1921/22 werd de thans nog bestaande zuidelijke zichtas van slotgracht tot de vijver aangelegd, waarvoor Van Noordt de zogenaamde 'durchblickbepflantzung' samenstelde. Deze 'bepflantzung' ging de naam van de nieuwe echtgenote, prinses Hermine von Schonaich-Carolath, van Wilhelm dragen: 'Hermo-Garten'. Vanaf 1932 stelde Wilhelm een pijnbomenbos samen, het thans nog bestaande 'Pinetum'. Het werd Wilhelms laatste grote tuinproject. In het Pinetum stonden in 1933 meer dan 400 soorten pijnbomen, uit alle delen van de wereld bijeen gebracht. Resumerend; in de aanleg van besloten parkgedeelte zijn vanaf 1920 tot voor de dood van de ex-keizer in juni 1941 een aantal veranderingen aangebracht die een hoge decoratieve aard hebben gekend: veelkleurige bloembedden en sierlijke borders zoals deze te vinden waren in de Augusta-Victoria Garten en de Hermo-Garten. Omstreeks 1950 werd in het noordwesten van de aanleg het thans nog bestaande hertenkamp aangelegd. Tevens werd omstreeks 1955 evenwijdig aan de beukenlaan ten oosten van het huis een tweede beukenlaan ingeplant. Zowel het hertenkamp als de tweede beukenlaan komen thans (1996) niet voor bescherming van rijkswege in aanmerking wegens te geringe ouderdom. In de jaren na 1950 werden de meeste van de nieuwe elementen in de aanleg die in opdracht van Wilhelm II werden aangelegd, sterk vereenvoudigd of verwijderd, waardoor de tuinaanleg thans grotendeels nog bestaat uit de 18de-eeuwse formele en de gefaseerd tot stand gekomen laat 18de- en 19de-eeuwse landschappelijke aanleg in een open structuur van (dwars)lanen, grasvelden, weiden en bossen. Het oorspronkelijk bij de aanleg horende ten noorden van de Molenweg gelegen terrein, valt thans buiten de bescherming van rijkswege, vanwege de nauwelijks meer aanwezige relatie met de buitenplaats. Thans (1996) bevindt zich er een midgetgolfbaan.

In de tuin- en parkaanleg bevinden zich verspreid een aantal tuinsieraden die waarschijnlijk ten tijde van Wilhelm in de tuin werden geplaatst; een bronzen beeldengroep 'Undine', een bakstenen voetstuk met bronzen adelaar, een hardstenen voetstuk met een amazone te paard, allen vermoedelijk uit ca. 1925; twee natuurstenen voetstukken waarop een 18de-eeuwse mannen- en een vrouwenbuste, twee hardstenen voetstukken met lantarens uit ca. 1920, een bakstenen voetstuk met de buste van Wilhelm uit ca. 1913 door Max Bezner en een natuurstenen sokkel in Lodewijk XV-stijl uit ca. 1750 met een zonnewijzer, die omstreeks 1920 in de tuin werd geplaatst.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

HISTORICAL GARDEN AND PARK LAYOUT WITH ASSOCIATED GARDEN ORNAMENTS, GRAVESTONES ETC. Huis Doorn originates from the beginning of the 18th century. From before this time, no documents are known that show the gardens had any other than utilitarian character. As can be seen in a drawing from ca. 1660, the house was surrounded by two wet moats: an inner and an outer moat, between which lay a forecourt with outbuildings. Few data are known from the 18th century. In a sales notice of Huis Doorn in 1721, it is written about "The noble house Doorn, with its inner and outer courtyard, Stables, Gardener's dwelling, Pigeons and Pigeon Towers, verges, moats, Cingels, Orchards (...)".

At this time the house lay within a complicated geometric structure of waterworks and moated grounds, which was not unusual for the period and probably already existed in the 17th century or before. The planting of the currently still existing beech avenue to the east of the house was done before the second half of the 18th century; the same can be assumed for the north-south sight axis, part of which was the former drive that ran straight through the house. Furthermore, to the west of the house, parallel to the two aforementioned avenues, lay a transverse avenue. These avenues are shown on a map from 1792. The house is still surrounded by the 18th-century avenue structure, which remains largely intact.

At the end of the 18th century, a start was made towards landscaping of the park layout. In a sale deed of the house in 1792 it is mentioned that there is a winding wood next to the house; this first phase of the change to landscape style in the northeast of the park is still largely intact. To the northeast of the house lies the former 'Flower and Kitchen Garden' which was shown on a map around 1790. This rectangular garden is now sown as a lawn and in the north of the garden lies an early 20th-century long cold frame which is provided on both sides with a few sheds from the beginning of this century. To the west of the cold frame also stands an early 20th-century brick garden wall provided with buttresses and wooden reinforcements on the rear.

The garden layout features a landscape-style design that was created in various phases in the period 1790-1875. The park of Huis Doorn was not landscaped as a whole but only in a relatively small part, and it is characteristic of Huis Doorn that during this period no coherent layout was created, but rather a few scattered centres of innovations in landscape style to the south and southwest of the house.

At the end of the 18th century, probably at the request of Madame Godin, using the two 18th-century formal carp ponds in the south, which are shown on a map of Huis Doorn from before or around 1790, and the castle moat, an irregular structure of watercourses was excavated in which two islands were left. The formal avenue structure was also maintained during changes to the layout by Mr Munter around 1830; he probably had the neo-Gothic calf shed (now disappeared), the neo-Gothic chapel, the house Campanella and the gardener's dwelling Vedetta (relocated around 1920) built before ca. 1830. Whether a garden architect was involved in these various changes is not known.

Around 1900 there lay an irregular pattern of paths and flower beds in front of the house; shortly after 1903 this layout was altered; the drive was straightened at this occasion and rectangular beds were placed symmetrically on both sides. It is possible that the garden architect Hugo A.C. Poortman made changes to the park in 1909 and 1914, but which ones are not known. In 1919 changes were again made to the garden at the request of Wilhelm II; including the gently curved delimitation of the walk edges of the castle island on the south and west sides; to the southwest of the house a formal 'Rosengarten' was laid out on a T-shaped basis, of which now only the rough outlines remain. To the east of this a 'Blumengarten' was laid out on the basis of several interlocking ovals; nothing of this garden remains now. To the north of the house, at the location of the original forecourt, a lawn was laid out with edges towards the house that took on an elegant geometric course. On this lawn, in 1942, the mausoleum for Wilhelm II was built.

In 1920 the drive on the north side was relocated to the Langbroekerweg and the new entrance came to lie straight on the axis, in line with the old drive. At the same time, two bridges were built, including the wooden drawbridge that was laid over the moat to the north of the house. During this time the originally late 18th-century northern sight axis, the Gezichtslaan, was closed off by a gate and a rhododendron border and was sold to the municipality of Doorn in 1924. The municipality felled most of the double avenue of deciduous and coniferous trees. In 1928 a public rosarium was opened in the north of the layout; symbol of gratitude of the ex-emperor towards the people of Doorn and the Dutch nation.

In March 1920 Hugo Poortman ended his cooperation with the ex-emperor and the firm Van Noordt from Boskoop. In 1921 Van Noordt recreated the aforementioned rose garden; even before this garden was completed, ex-empress Victoria died and the rose garden is posthumously named after her: Augusta-Victoria Garten. In 1921/22 the currently still existing southern sight axis from the castle moat to the pond was laid out, for which Van Noordt composed the so-called 'durchblickbepflantzung'. This 'bepflantzung' bore the name of Wilhelm's new wife, Princess Hermine von Schonaich-Carolath: 'Hermo-Garten'. From 1932 Wilhelm assembled a pine forest, the still existing 'Pinetum'. It became Wilhelm's last major garden project. In the Pinetum there stood in 1933 more than 400 species of pine trees, gathered from all parts of the world. In summary; in the layout of the enclosed park section, from 1920 until the death of the ex-emperor in June 1941, a number of changes were made which had a highly decorative character: multicoloured flower beds and elegant borders such as those found in the Augusta-Victoria Garten and the Hermo-Garten. Around 1950 the still existing deer enclosure was laid out in the northwest of the layout. Furthermore, around 1955, parallel to the beech avenue to the east of the house, a second beech avenue was planted. Both the deer enclosure and the second beech avenue do not qualify for protection by the state at present (1996) due to insufficient age. In the years after 1950, most of the new elements in the layout that were created at the request of Wilhelm II were greatly simplified or removed, as a result of which the garden layout now largely still consists of the 18th-century formal layout and the landscape layout of the late 18th and 19th centuries, created in phases, in an open structure of (transverse) avenues, lawns, meadows and woods. The terrain originally belonging to the layout lying to the north of the Molenweg now falls outside state protection, due to the scarcely present connection with the country seat. At present (1996) there is a miniature golf course.

Scattered throughout the garden and park layout are a number of garden ornaments which were probably placed in the garden at the time of Wilhelm; a bronze sculptural group 'Undine', a brick base with bronze eagle, a sandstone base with an amazon on horseback, all probably from ca. 1925; two natural stone bases on which are an 18th-century male and female bust, two sandstone bases with lanterns from ca. 1920, a brick base with the bust of Wilhelm from ca. 1913 by Max Bezner and a natural stone plinth in Louis XV style from ca. 1750 with a sundial, which was placed in the garden around 1920.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map