Rijksmonumentenregister · Netherlands
Abdij St.Benedictusberg
Lemiers, Limburg, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Klooster, kloosteronderdl
- Function
- Abdij
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1921 - 1923
- Address
- Mamelis 39, 6295 NA Lemiers (Vaals 31)
- Place
- Lemiers
- Municipality
- Vaals
- Province
- Limburg
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 50.80114, 5.97215
- Monument number
- 491839
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 428. Aachen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
ABDIJ ST.BENEDICTUSBERG, vrij in het landschap gesitueerd tussen Wahlwiller en Lemiers, op een beboste helling langs de provinciale weg Maastricht-Vaals. Tussen 1921 en 1928 gebouwd in expressionistische stijl met verwijzing naar Moorse en middeleeuwse stijlkenmerken, in opdracht van bouwmeester Dr. R. Wolter OSB, Abt van de Benedictijnerabdij te Merkelbeek, naar ontwerp van de architecten Dominicus Böhm & Martin Weber, gevestigd te Offenbach am Main.
Vanaf het begin van de jaren zestig is in verband met de door de Benedictijnerorde gewenste versobering van ex- en interieur het oudere bouwdeel gewijzigd door verwijdering en toevoeging van een aantal bouwdelen en interieurelementen.
De nieuwe abdijkerk en krypte, kloosterhof en ontvangsthal met spreekkamers van architect Dom. H. van der Laan, kwamen in 1968 gereed. In 1986 volgde een tweede uitbreiding van het klooster met een tweede patio, een bibliotheek en een sacristie.
Deze overigens wel beschermenswaardige uitbreidingen zijn vanwege het niet voldoen aan de wettelijk voorgeschreven ouderdom van 50 jaar vooreerst van bescherming uitgesloten.
Omschrijving
Carré-vormige abdij rond gesloten binnenplaats, souterrain, drie bouwlagen en zolderverdieping, aan de zuidzijde voorzien van twee karakteristieke hoektorens met bastionachtige uitstraling. Deze torens hebben op de begane grond korte, gedrongen steunberen. In de toren aan de zuidoostelijke zijde gaven de gedrukte spitsbogen oorspronkelijk toegang tot een open ruimte met gewelf. De bouwlagen van de torens zijn onderscheiden door geprofileerde rollagen, waartussen geprofileerde, kops gemetselde bakstenen in V-verband voor een expressieve ornamentering zorgen. De zuidwestelijke toren, waarin zich oorspronkelijk de abtskapel bevond, is over twee bouwlagen voorzien van een hardstenen vensterlijst met drie langgerekte keperboogvensters.
De zuidgevel tussen beide hoektorens heeft een onregelmatige indeling vanwege de in de tweede bouwlaag, rechts van het midden gesitueerde mijtervormige erker op console, die de verblijfplaats van de abt accentueerde. De plaatsing van een reeks kruiskozijnen in de eerste bouwlaag op de locatie van de refter - die inmiddels vervangen zijn door een vensterreeks in een betonnen lijst - draagt verder bij aan deze onregelmatige gevelindeling. In de tweede en derde bouwlaag is een regelmatiger indeling met negen vensterassen toegepast.
De oostelijke zijgevel is eveneens onregelmatig ingedeeld. In elk van de drie geprofileerde, door siermetselwerk omgeven vensterlijsten bevonden zich oorspronkelijk drie vensterkozijnen; het middenkozijn is thans dichtgemetseld. Dwars op deze ingang aan de oostelijke zijgevel is naderhand een bakstenen keermuur geplaatst.
De gesloten binnenplaats heeft aan de zuidzijde een viertal, drievoudige verticaal gelede keperboogvensters in hardstenen lijsten, waartussen waterspuwers in de vorm van gestileerde dierenfiguren zijn geplaatst. Deze vensters zorgen voor een rijke lichtinval in de kloostergang, die achter de verblijfsgebouwen en de refter van de zuidvleugel ligt. Deze kloostergang is onder een plat dak met balkon gesitueerd. De westgevel van de binnenplaats heeft drievoudig gekoppelde vensters in rondboogvormige hardstenen lijsten in de eerste bouwlaag, soortgelijke vensters in keperboogvormige lijsten in de tweede laag, rechthoekige vensters met rollagen en strekken in de derde en de vierde. In de tweede as van de westgevel bevindt zich een uitstulpende erker op betonvloer met authentieke glas-in-lood vensters.
In de oksels van noord- en westgevel cq. noord- en oostgevel zijn torenachtige volumes geplaatst, waartussen naderhand een galerij met balkon is gebouwd. Voor deze galerij is de oorspronkelijke, oude traptoren verwijderd.
De noordvleugel karakteriseert zich aan de binnenplaatszijde door een kasteelachtige trans in de hoogste bouwlaag, steunend op rondboogvormige uitkragingen, waartussen ronde stalen vensters geplaatst zijn.
In het geheel is een zeer expressief gebruik van baksteen toegepast, onder meer door gevariëerde vensterstrekken met verschillende vormen van siermetselwerk, rollagen, bloktanddecoraties en schijnbaar willekeurig ingemetselde 'slakken': bij het bakken zwart geblakerde, gebroken bakstenen.
Het geheel wordt gedekt door zadeldaken met verbeterde Hollandse pannen van recenter datum. De naderhand verhoogde torenspitsen, oorspronkelijk voorzien van pannen en dakkapellen, zijn thans bedekt met leien gelegd in een kleurpatroon en ontdaan van de dakkapellen.
De gevels worden geleed door rechthoekige houten kruiskozijnen, rechthoekige verticaal gelede kozijnen, deels voorzien van horizontale roedeverdeling. Geheel ongelede rechthoekige vensters. Enkele rechthoekige kozijnen waarin restanten van glas in lood. Driehoekige houten bovenlichten. Ronde stalen vensters.
In het INTERIEUR van het oude abdijgedeelte zijn onder meer van belang de meerkleurige plavuizenvloeren, gepleisterde wanden, opmerkelijk vormgegeven trappehuizen, bijzonder geornamenteerde gewelven. Bijzonder zijn de dubbele deuren van het verblijf van de abt. In de zuidwestelijke toren, waar oorspronkelijk de abtskapel gesitueerd was, bevinden zich nog de ribgewelven.
Waardering
De Abdij St.Benedictusberg is van zeer groot cultuurhistorisch belang als zeer bijzondere uitdrukking van een geestelijke, en typologische ontwikkeling.
De architectuurhistorische waarden worden bepaald door het grote belang voor de geschiedenis van de architectuur, vanwege de betrokkenheid van de Duitse architecten Dominikus Böhm en Martin Weber, vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van hun ontwerp, vanwege materiaalgebruik en ornamentiek en vanwege de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieuronderdelen. De Abdij St.Benedictusberg is van zeer bijzondere betekenis vanwege de situering, is zeer belangrijk voor het aanzien van de streek en heeft een sterke historisch-ruimtelijke relatie met de bodemgesteldheid.
Verder is er sprake van een redelijke mate van architectonische gaafheid en een zeer groot belang in relatie tot de visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving. Bovendien heeft de Abdij een architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid op nationaal niveau.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
ABBEY OF ST.BENEDICTUSBERG, situated freely in the landscape between Wahlwiller and Lemiers, on a wooded slope along the provincial road Maastricht-Vaals. Built between 1921 and 1928 in expressionist style with references to Moorish and medieval stylistic characteristics, commissioned by master builder Dr. R. Wolter OSB, Abbot of the Benedictine Abbey at Merkelbeek, designed by the architects Dominicus Böhm & Martin Weber, established at Offenbach am Main.
From the beginning of the sixties, in connection with the simplification of exterior and interior desired by the Benedictine order, the older building section was modified by removal and addition of a number of building components and interior elements.
The new abbey church and crypt, cloister courtyard and reception hall with conference rooms by architect Dom. H. van der Laan, were completed in 1968. In 1986 a second extension of the cloister followed with a second patio, a library and a sacristy.
These otherwise worthy-of-protection extensions are for the time being excluded from protection because they do not meet the legally prescribed age requirement of 50 years.
Description
Square-shaped abbey around closed courtyard, basement, three storeys and attic storey, provided on the south side with two characteristic corner towers with bastion-like appearance. These towers have short, sturdy buttresses on the ground floor. In the tower on the south-eastern side the pressed pointed arches originally gave access to an open space with vaulting. The storeys of the towers are distinguished by profiled roll courses, between which profiled, laid horizontally bricks in V-bond provide expressive ornamentation. The south-western tower, in which the abbot's chapel was originally located, is provided over two storeys with a natural stone window lintel with three elongated herringbone-arch windows.
The south façade between both corner towers has an irregular layout due to the mitre-shaped oriel on console located in the second storey, to the right of centre, which emphasized the abbot's residence. The placement of a series of cross windows in the first storey at the location of the refectory - which have since been replaced by a series of windows in a concrete frame - further contributes to this irregular façade layout. In the second and third storeys a more regular layout with nine window bays has been applied.
The eastern side façade is also irregularly arranged. In each of the three profiled window lintels surrounded by decorative masonry, there were originally three window frames; the middle frame is now bricked up. Transverse to this entrance on the eastern side façade, a brick retaining wall was subsequently placed.
The closed courtyard has on the south side four triple vertically divided herringbone-arch windows in natural stone lintels, between which water spouts in the form of stylized animal figures are placed. These windows provide abundant light to the cloister walk, which lies behind the residential buildings and the refectory of the south wing. This cloister walk is situated under a flat roof with balcony. The west façade of the courtyard has tripled coupled windows in round-arched natural stone lintels in the first storey, similar windows in herringbone-arch lintels in the second storey, rectangular windows with roll courses and stretches in the third and fourth. In the second bay of the west façade there is a projecting oriel on concrete floor with authentic leaded-glass windows.
In the angles of north and west façade and north and east façade, tower-like volumes are placed, between which a gallery with balcony was subsequently built. The original, old staircase tower was removed for this gallery.
The north wing is characterized on the courtyard side by a castle-like tie-beam in the highest storey, supported by round-arched cantilevers, between which round steel windows are placed.
Throughout, a very expressive use of brick has been applied, including varied window stretches with different forms of decorative masonry, roll courses, dentil decorations and seemingly randomly embedded 'slugs': bricks blackened and broken during firing.
The whole is covered by saddle roofs with improved Dutch tiles of more recent date. The subsequently raised tower spires, originally provided with tiles and roof dormers, are now covered with slates laid in a colour pattern and freed of the roof dormers.
The façades are articulated by rectangular wooden cross windows, rectangular vertically divided frames, partly provided with horizontal glazing bars. Completely unarticulated rectangular windows. Some rectangular frames containing remnants of leaded glass. Triangular wooden fanlights. Round steel windows.
In the INTERIOR of the old abbey section, the multi-coloured tile floors, plastered walls, remarkably designed staircases, particularly ornamented vaults are noteworthy. Particularly notable are the double doors of the abbot's residence. In the south-western tower, where the abbot's chapel was originally located, the ribbed vaults remain.
Evaluation
The Abbey St.Benedictusberg is of very great cultural-historical importance as a very special expression of a spiritual and typological development.
The architectural-historical values are determined by the great importance for the history of architecture, due to the involvement of the German architects Dominikus Böhm and Martin Weber, due to the high-quality aesthetic quality of their design, due to material use and ornamentation, and due to the special coherence between exterior and interior components. The Abbey St.Benedictusberg is of very special significance due to its location, is very important for the appearance of the region and has a strong historical-spatial relationship with the soil conditions.
Furthermore, there is a reasonable degree of architectural integrity and very great importance in relation to the visual integrity of the surrounding landscape. Moreover, the Abbey has an architectural-historical and typological rarity at national level.
Nearby in the register
- Boerderij, Mamelis 37Boerderijunder 1 mi
- Molen, Mamelis 25 aIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
- Boerderij, Mamelis 29Boerderijunder 1 mi
- Industrie, Mamelis 35Industrieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.