TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Pastorie(F), Tsjessenswei 8

Waaxens, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Pastorie(F)
Category
onroerend gebouwd
Built
1894 - 1895
Address
Tsjessenswei 8, 9152 BD Waaxens (Noardeast-Fryslân 21)
Place
Waaxens
Municipality
Noardeast-Fryslân
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.35699, 5.91997
Monument number
480514

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De PASTORIE van de Hervormde gemeente, thans woonhuis met pension, is in 1894 ongeveer ter plaatse van de oude pastorie gebouwd, ten noordwesten van een vroeggotisch kerkje dat reeds een beschermd monument is. De pastorie is in neorenaissancestijl ontworpen door G.A. van der Meulen, timmerman-molenmaker uit Leeuwarden en gebouwd door de aannemer J. Faber uit Lioessens. Het werd in de krant 'Oostergo', d.d. 17 maart 1894, als volgt omschreven: "'t Is een prachtig gebouw en munt uit door nette betimmering, zoowel van buiten als van binnen. 't Is een sieraad voor ons dorp en vrij zeker een van de fraaiste zoo niet de fraaiste plattelandsch pastorie van Friesland (...)."Vermoedelijk kort na de voltooiing van de pastorie is deze uitgebreid met een aanbouw, thans bijkeuken, kennelijk bedoeld als paardenstalling en als brandstofopslag met een privaat.

De pastorie ligt op een ruim eigen erf, met gedeeltelijk een betonnen omheining van de achtertuin, zonder zichtbare aanleg en een voortuin met ondermeer een solitaire rode beuk, kenmerkend voor de tuinbeplanting van de riante woningen aan de weg Dokkum-Holwerd, en een treurbeuk. Het padenbeloop van de pastorietuin is niet meer aanwezig. De tuin is van de openbare weg gescheiden door een greppel en een gietijzeren hekwerk. De zolderverdieping van de pastorie is in 1978 verbouwd naar ontwerp van het Ingenieursburo "Friesland" en uitgevoerd door aannemer J. Walsma uit Holwerd.

Aan de noordzijde van de pastorie stond voorheen een achtkantig tuinhuisje waarvan de gemetselde voet thans nog zichtbaar is. Deze is voor de bescherming van rijkswege van ondergeschikt belang. De houten garage en de stalling op het terein zijn eveneens van ondergeschikt belang wegens te geringe architectonische waarde.

De bescherming geldt enkel de pastorie.

Omschrijving

De pastorie heeft globaal een vierkante plattegrond, met een afgesnoten noordhoek en een rechthoekige aanbouw.

Het pand bestaat uit een bouwlaag onder een afgeknot schilddak belegd met zwart geglazuurde Lucas IJsbrandpannen. In de dakschilden aan de noordwest- en zuidoostzijde zijn moderne kantelramen. De schoorstenen zijn meest van recente datum. Op het dak staat een pseudo-lichtbeuk onder een zinken zadeldak met een overstek op korbeeltjes. De pseudo-lichtbeuk accentueert de as van het gebouw. Het pand is opgetrokken in bruine bakstenen met snijvoegen op een plint, afgesloten door een rollaag die aan de voorzijde is bekleed met hardsteen en levendig is gedetailleerd met pleisterwerk, borstweringen onder de vensters, figuratieve consoles, siermetselwerk en dergelijke. De gevels zijn vrijwel rondom afgesloten door een gevellijst met een tandlijst onder de gootlijst; de lijst wordt aan de achterzijde onderbroken door de opgemetselde dakkapel. De gevellijst is alleen aan de voorgevel verlevendigd met panelen.

De zuidwestgevel is symmetrisch ingedeeld: een risalerende middenpartij met een portiek en aan weerszijden twee getoogde T-vensters met imitatie glas-in-lood in het bovenlicht onder streklaag met sluit- en aanzetstenen, respectievelijk met diamantkop en diepreliëf. Onder de vensters is een natuurstenen borstwering met diepreliëf. De muurdammen van de middenrisaliet zijn evenals de hoeklisenen voorzien van imitatie rusticablokken: afwisselend vlak en met diamantkop. Voor de toegang ligt een drietreeds hardstenen stoep; een omlijst portiek met een vrouwenkop in de kuif, een granitovloer waarin het jaartal 1894 en dito lambrisering; beraapte wanden; een oorspronkelijke dubbele deur met smeedijzeren raamversiering en een bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. Boven de middenrisaliet bevindt zich een doorgemetselde kajuit met een balkon. De kajuit heeft dubbele balkondeuren onder een rondboog streklaag met gele en rode Groninger bakstenen en het trommelveld is verlevendigd met siermetselwerk. De topgevel heeft een gepleisterd diepreliëf, hoeklisenen met spiegelvlak en gestukadoorde decoratie. In de zijgevels van de kajuit zijn kleine rondboogvensters met een gele bakstenen wenkbrauwboog. Het houten balkon rust op consoles welke zijn versierd met knielende putti en heeft een smeedijzeren balustrade.

De noordwestgevel heeft twee getoogde T-vensters onder een streklaag met een sluitsteen en een tuindeur met glaspanelen. Mogelijkerwijs bevond zich hier eertijds een houten veranda die doorliep tot aan de tuindeur, met glaspanelen in de afgesnoten hoek op het noorden en met een beraapte bakstenen drietreeds stoep.

De noordoostgevel heeft een T-venster en een klein privaatvenster met diefijzer en een dubbele achteringang met middenstijl en glaspanelen. Alle lichtopeningen aan de achterzijde, zowel van het hoofdvolume als van de aanbouw, zijn onder een streklaag met een gele bakstenen imitatiesluitsteen. Boven de achterdeur is een doorgemetselde dakkapel; de muurdammen van de kapel rusten op pseudo-kapitelen. In de gevel is een tweelichtsvenster met een gebogen Frans balkon onder een rondboog streklaag in gele en rode Groninger bakstenen; het trommelveld is verlevendigd met siermetselwerk; de topgevel heeft gepleisterd diepreliëf. Aan weerszijden van de gemetselde dakkapel zijn kleine dakkapellen.

De aanbouw, thans bijkeuken, is opgetrokken in bruine bakstenen met een gepleisterde voet; de aanhechting aan het hoofdvolume is gedeeltelijk beraapt. De aanbouw heeft een zadeldak belegd met zwart geglazuurde Hollandse pannen. In de noordwestgevel van de aanbouw zijn twee deuren onder een streklaag met gele bakstenen imitatie sluit- en aanzetstenen.

De noordoostgevel heeft twee halfronde, ijzeren stalramen; de geveltop een ijzeren roosvenster. De zuidoostgevel van de aanbouw heeft een ingebroken getoogd ijzeren vierruitsraampje en een klein venster met diefijzer.

In de zuidoostgevel van het hoofdvolume zijn vier getoogde T-vensters met imitatie glas-in-lood in het bovenlicht en met een diamantkopsluitsteen in de streklaag. De keukenvensters zijn aan de onderzijde enigszins korter, omdat ze zich boven twee kelderramen met diefijzers bevinden.

Het interieur van de pastorie is structureel vrijwel origineel, waarbij opvalt dat het achterste gedeelte van het huis, dat was bedoeld als werk- en dienstruimte, minder uitbundig is uitgevoerd. Het interieur heeft bijzondere onderdelen, meest in oorspronkelijke afwerking, zoals o.a.: een tochtportaal met matglas en glas-in-lood (fa. L. Joh. van der Meulen, Leeuwarden), een betegelde gangvloer, lambrisering met betegeling, een draaitrap, beschilderde en gesjabloneerde plafonds in de kamers, deuromlijstingen met gipsen bekroningen met een dolfijnmotief, schuifdeuren, dubbele vensterbanken, marmeren schouwen en schoorsteenmantels (geleverd door de fa. L. Johs. van der Meulen, Leeuwarden) en de goeddeels oorspronkelijke keukeninrichting. De zolderverdieping, welke voorheen grotendeels open was, is thans opgedeeld in kamers.

Waardering

De voormalige pastorie uit 1894 is van algemeen cultuurhistorisch en architectonisch belang:

- vanwege de architectuurhistorische betekenis door de toepassing van moderne materialen in een structureel neoclassicistisch pand,

- vanwege de bijzondere en rijke architectonische vormgeving,

- vanwege de zeer hoge mate van gaafheid, zowel structureel als van de architectonische decoraties,

- vanwege de zeer hoge mate van gaafheid van het exterieur en van het interieur,

- vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de decoraties,

- vanwege de visuele gaafheid als pastorie met het naastgelegen kerkje dat reeds een beschermd monument is.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The PARSONAGE of the Reformed congregation, now a residential house with pension, was built around 1894 approximately in the place of the old parsonage, to the northwest of an early Gothic church building that is already a protected monument. The parsonage was designed in neorennaissance style by G.A. van der Meulen, carpenter-millwright from Leeuwarden and built by contractor J. Faber from Lioessens. It was described in the newspaper 'Oostergo', dated 17 March 1894, as follows: "It is a splendid building and stands out through neat carpentry, both outside and inside. It is an ornament to our village and very certainly one of the finest if not the finest rural parsonage of Friesland (...)."
Probably shortly after the completion of the parsonage, it was extended with an outbuilding, now a scullery, clearly intended as a horse stable and as fuel storage with a privy.

The parsonage is situated on a spacious property, with a partly concrete fence of the rear garden, without visible landscaping and a front garden with among other things a solitary red beech, characteristic of the garden planting of the spacious houses along the Dokkum-Holwerd road, and a weeping beech. The path layout of the parsonage garden is no longer present. The garden is separated from the public road by a ditch and an iron fence. The attic storey of the parsonage was renovated in 1978 according to a design by the Engineering Office "Friesland" and executed by contractor J. Walsma from Holwerd.

On the north side of the parsonage there previously stood an octagonal garden house, of which the masonry base is now still visible. This is of secondary importance for national protection purposes. The wooden garage and the stable on the property are likewise of secondary importance due to insufficient architectural value.

The protection applies only to the parsonage.

Description

The parsonage has roughly a square ground plan, with a cut-off north corner and a rectangular outbuilding.

The building consists of one storey under a truncated hipped roof covered with black glazed Lucas IJsbrand tiles. In the roof panels on the northwest and southeast sides are modern tilt windows. The chimneys are mostly of recent date. On the roof stands a pseudo-light shaft under a zinc gabled roof with an overhang on corbels. The pseudo-light shaft accentuates the axis of the building. The building is built of brown bricks with cut joints on a plinth, closed off by a roll moulding which on the front is clad with hardstone and is lively detailed with plasterwork, parapets under the windows, figural consoles, decorative brickwork and the like. The facades are virtually all around closed off by a cornice-topped facade with a dentil moulding under the drip moulding; the moulding is interrupted on the rear by the built-up roof dormer. The cornice-topped facade is enlivened with panels only on the front facade.

The southwest facade is symmetrically arranged: a projecting central section with a portico and on either side two arched T-windows with imitation leaded glass in the fanlight under a flat arch with closing and starting stones, respectively with diamond-head and deep relief. Under the windows is a natural stone parapet with deep relief. The wall piers of the central projection are, like the corner pilasters, provided with imitation rustication blocks: alternating flat and with diamond-head. In front of the entrance is a three-step hardstone stoop; an ornamented portico with a female head in the hood, a granite floor with the date 1894 and matching wainscoting; roughcast walls; an original double door with wrought-iron frame decoration and a fanlight with coloured leaded glass. Above the central projection is a built-up cabin with a balcony. The cabin has double balcony doors under a round-arch flat arch with yellow and red Groningen bricks and the drum is enlivened with decorative brickwork. The gable top has rough-cast deep relief, corner pilasters with mirror panel and stuccoed decoration. In the side facades of the cabin are small round-arch windows with a yellow brick eyebrow arch. The wooden balcony rests on consoles which are decorated with kneeling putti and has a wrought-iron balustrade.

The northwest facade has two arched T-windows under a flat arch with a closing stone and a garden door with glass panels. It is possible that there was formerly a wooden veranda here that extended to the garden door, with glass panels in the cut-off corner to the north and with a roughcast brick three-step stoop.

The northeast facade has a T-window and a small privy window with shutter bar and a double back entrance with centre mullion and glass panels. All light openings on the rear, both of the main volume and of the outbuilding, are under a flat arch with a yellow brick imitation closing stone. Above the back door is a built-up roof dormer; the wall piers of the dormer rest on pseudo-capitals. In the facade is a two-light window with a curved French balcony under a round-arch flat arch in yellow and red Groningen bricks; the drum is enlivened with decorative brickwork; the gable top has rough-cast deep relief. On either side of the masonry roof dormer are small roof dormers.

The outbuilding, now a scullery, is built of brown bricks with a roughcast base; the attachment to the main volume is partly roughcast. The outbuilding has a gabled roof covered with black glazed Dutch tiles. In the northwest facade of the outbuilding are two doors under a flat arch with yellow brick imitation closing and starting stones.

The northeast facade has two semi-circular iron stable windows; the gable top an iron grille window. The southeast facade of the outbuilding has a broken arched iron four-pane small window and a small window with shutter bar.

In the southeast facade of the main volume are four arched T-windows with imitation leaded glass in the fanlight and with a diamond-head closing stone in the flat arch. The kitchen windows are somewhat shorter at the bottom, because they are above two cellar windows with shutter bars.

The interior of the parsonage is structurally virtually original, with the notable feature that the rear part of the house, which was intended as working and service space, was executed less exuberantly. The interior has special components, mostly in original finish, such as among others: a draught lobby with frosted glass and leaded glass (firm L. Joh. van der Meulen, Leeuwarden), a tiled corridor floor, wainscoting with tiling, a spiral staircase, painted and stencilled ceilings in the rooms, door surrounds with plaster crowning with a dolphin motif, sliding doors, double window sills, marble chimneypieces and chimneybreasts (supplied by the firm L. Johs. van der Meulen, Leeuwarden) and the largely original kitchen fittings. The attic storey, which was previously largely open, is now divided into rooms.

Valuation

The former parsonage from 1894 is of general cultural-historical and architectural importance:

- because of the architectural-historical significance through the application of modern materials in a structurally neoclassical building,

- because of the special and rich architectural design,

- because of the very high degree of integrity, both structural and of the architectural decorations,

- because of the very high degree of integrity of the exterior and of the interior,

- because of the special use of materials and the decorations,

- because of the visual integrity as a parsonage with the adjacent church building that is already a protected monument.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map