TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Historische aanleg, Laan van Duivenvoorde bij 4

Voorschoten, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Tuin, park en plantsoen
Function
Historische aanleg
Category
onroerend gebouwd
Address
Laan van Duivenvoorde bij 4, 2252 AK Voorschoten
Place
Voorschoten
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.11047, 4.42027
Part of complex
46974
Monument number
46978

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

PARKAANLEG. Park van forse afmetingen, waarvan het karakter wordt bepaald door de in de jaren rond 1840 tot stand gekomen aanleg in rijpe, grootschalige landschapsstijl, in het bijzonder gekenmerkt door de uit lange, strakke curven gevormde omtrek van de bospartijen.

Het park bestaat uit een van wandelpaden voorzien "binnen- of wandelpark", in oppervlakte ongeveer overeenkomend met het oorspronkelijke, in zijn uiteindelijke vorm uit omstreeks 1717 daterende park in formele stijl, en een "buitenpark", eerst omstreeks 1840 tot stand gebracht door de aankleding van zuiver agrarische terreinen met parkelementen in landschapsstijl. Vermoedelijk eerst omstreeks 1879 is de kwekerij langs de oprijlaan in haar huidige vorm gebracht. Na de Tweede Wereldoorlog tenslotte is op het terrein van de voormalige moestuin een nieuwe tuin in formele trant aangelegd.

De compositie van het park wordt bepaald door twee uit open ruimten gevormde hoofdassen: In het binnenpark is dit de door een waterpartij geaccentueerde diagonaal, waarvan het hoofdgebouw het draaipunt vormt; van de voorgevel van dit laatste gaat frontaal de as uit die de eveneens door een waterpartij begeleide hoofdruimte van het buitenpark draagt.

Het park bevat de volgende elementen van historische aanleg:

In het buitenpark:I. ----- De open ruimten, aangelegd als weiland, gevormd en geleed door middel van de onder III. en IX. te noemen bospartijen en gestoffeerd met de onder VII. te vermelden boomgroepen, zoals op de aanleg- en structuurkaart is aangegeven. Zij zijn gelegen tussen het binnenpark en de spoorlijn Den Haag-Leiden enerzijds en de Veurseweg anderzijds. De weilanden worden doorsneden door om waterhuishoudkundige redenen aangelegde kavelsloten.

II. ---- De oprijlaan, in een lichte curve lopend van de Veurseweg via het in 1941 hierheen verplaatste inrijhek van de naburige voormalige buitenplaats Rozenburg tot de brug over de binnenste ringsloot van het binnenpark. De laan is aangelegd met een beplanting van zomereiken (Quercus robur); ter hoogte van het in 1879 gebouwde Jagershuis echter is de laan, vermoedelijk op een later tijdstip, beplant met gewone platanen (Platanus acerifolia) (N.B. Medio 1982 was deze beplanting met platanen slechts aan de buitenzijde van de laan aanwezig).

III. --- Bospartijen in het oostelijk deel van het buitenpark, op de aanleg- en structuurkaart aangeduid met de letters A, B, C en D, dienende ter omlijsting van de centrale open ruimte en van doorkijken vanaf de oprijlaan in zuidelijke en noordelijke richting en aangelegd in de vorm als aangegeven op genoemde kaart, met een beplanting van zomereiken (Quercus robur) met onderbegroeiing: de partijen B en D zijn ten dele met beuken (Fagus sylvatica) beplant. De bospartijen zijn grotendeels door sloten omgeven; D gaat over in het randbos van het binnenpark.

IV. ---- De zuidelijke toegangsweg, bij de aanleg van het buitenpark gevormd uit het westelijke deel van de zuidelijke oprijlaan, de onder V. te noemen laan en een nieuwe verbindingsweg van die laan naar de Veurseweg, een en ander als aangegeven op de aanleg- en structuurkaart.

V. ----- Een bij de aanleg van de onder IV. genoemde toegangsweg in zijn oude vorm gelaten deel van een reeds in 1680 bestaande, van de toenmalige zuidelijke oprijlaan aftakkende, recht op de boerderij Veurseweg 350 toelopende laan.

VI. Een waterpartij, bij de aanleg van het buitenpark gevormd uit de toen vergraven 18e-eeuwse vijver in de oostelijke as van het kasteel en de eveneens vergraven, reeds in de 17e eeuw bestaande vaart naar de Veurseweg. De vijver gaat over in de onder XII. te noemen binnenste ringsloot van het binnenpark.

VII. --- Een eiland in de onder VI. genoemde vijver, aangelegd met een gemengde bomenbeplanting, waaronder als speciale accenten een bruine beuk (Fagus sylvatica "Atropunicea") en een gewone es (Fraxinus excelsior).

VIII. -- In de centrale open ruimte van het oostelijke deel van het buitenpark een stoffering in de vorm van twee boomgroepen zonder onderbegroeiing, als aangegeven op de aanleg- en structuurkaart, beide in aanleg bestaande uit zomereiken (Quercus robur), en tegen de oostelijke punt van de onder IX. te noemen kwekerij een beplanting bestaande uit twee tamme kastanjes (Castanea sativa).

IX. ---- Een kwekerij, ook wel genaamd "de Leidse tuin", gelegen langs de noordelijke oever van de onder VI. genoemde vijver en vermoedelijk voortgekomen uit een tegen 1717 op die plaats aangelegde boomgaard. De huidige vorm en ommuring dateren vermoedelijk uit omstreeks 1879.

X. ----- Drie bospartijen in het westelijk deel van het buitenpark, waarvan een grotendeels omgeven door een sloot zoals aangegeven op de aanleg- en structuurkaart. Zij zijn aangelegd met een beplanting van zomereiken (Quercus robur) met onderbegroeiing.

XI. ---- Het binnen de grenzen van het te beschermen gebied gelegen deel van de Dobbewatering. Deze is ter gelegenheid van de aanleg van de spoorlijn (tegen 1843) met gebruikmaking van reeds bestaande waterlopen, zoals de Molensloot, verlegd, waarbij de nieuw gegraven gedeelten een golvend tracé verkregen in de trant van de landschapsstijl. In het noorden vormt de Dobbewatering de grens van het in die jaren daar ter plaatse uitgebreide binnenpark.

In het binnenpark:XII. --- De waterlopen, die als overblijfsels van het grachten- en slotenstelsel rondom het vroegere park in formele trant thans als ringsloten de grens markeren tussen het binnen- en het buitenpark en tevens tussen bos en weiland. In de oostelijke hoek zijn het drie parallel naast elkaar liggende waterlopen.

XIII. -- De waterpartij, die tussen de westelijke en zuidelijke der onder XII. genoemde ringsloten als een slingerende 'beek' de onder XVII. te vermelden ruimte begeleidt, vervolgens in een slingerend beloop de zuidelijke ringsloot in zich opneemt maar spoedig weer daarvan aftakt om de onder XVI. te noemen diagonale open ruimte te begeleiden, waarbij zij zich, rondom het hoofdgebouw en nogmaals meer naar het noorden, tot vijvers verbreedt, waarna zij tegenover de Dobbewatering weer in de ringsloot uitmondt.

XIV. --- Een in de noordelijke der onder XIII. vermelde vijvers gelegen eiland, aangelegd met een bomenbeplanting.

XV. --- Twee uit de 18e-eeuwse formele aanleg overgebleven lanen in de oostelijke hoek van het binnenpark:a. De zuidelijke arm van de laan die tussen de buitenste der onder XII. genoemde ringsloten was gelegen, welke laan tussen 1960 en 1970 is verlengd tot de Horstlaan. Deze laan is aangelegd met een enkelvoudige bomenbeplanting (N.B. Medio 1982 was beplanting langs het gedeelte tussen de ringsloot en de Horstlaan niet aanwezig).

b. De noordelijke helft van de Dwarslaan waarop in de formele aanleg de beide oprijlanen uitkwamen. Van deze laan is het vanouds bredere zuidelijke, uit de 17e eeuw daterende gedeelte (tussen het bouwhuis en de ingang van de onder XXIII. te noemen voormalig moestuin) voorzien van een dubbele laanbeplanting, bestaande uit beuken (Fagus sylvatica) wat betreft de binnenrijen en uit zomereiken (Quercus robur) wat betreft de buitenrijen (N.B. Medio 1982 was genoemde beplanting slechts ten dele aanwezig). Het uit de 18e eeuw daterende smallere gedeelte van de laan, dat langs genoemde moestuin ligt, is aangelegd met een enkelvoudige beplanting van beuken (Fagus sylvatica) (N.B. Medio 1982 was deze beplanting niet aanwezig).

XVI. --- De diagonaal gerichte, van als doorkijken fungerende uitlopers in diverse richtingen voorziene, centrale open ruimte, gevormd en geleed door middel van de onder XVIII. en XIX. te noemen bossen en bospartijen, aangelegd als grasveld en gestoffeerd met boomgroepen en solitairen als vermeld onder XX. en XXI. (N.B. Medio 1982 was de door bomen "versluierde" doorkijk uit het hoofdgebouw in zuidelijke richting dichtgegroeid en waren de ruimten rondom de onder XIX. te noemen bospartijen F en G dichtgeplant).

XVII. -- De open ruimte van slingerend beloop, die dient als 'dal' voor het beekvormige deel van de onder XIII. genoemde waterpartij en die wordt gevormd door middel van de westelijke der onder XVIII. te vermelden bossen.

XVIII. - De bossen, onder meer dienende ter vormgeving van de onder XVI. genoemde open ruimte en tot stand gebracht met gebruikmaking van delen van de uit de formele aanleg afkomstige beplanting van beuken (Fagus sylvatica) op het vroegere voorplein.

XIX. --- Bospartijen, op de aanleg- en structuurkaart aangegeven met E, F en G, dienende ter geleding van de onder XVI. genoemde open ruimte. Zij zijn aangelegd met een beplanting van zomereiken (Quercus robur) met onderbegroeiing (N.B. Medio 1982 waren de ruimten om- en tussen F en G dichtgeplant).

XX. ---- Twee boomgroepen zonder onderbegroeiing in de onder XVI. genoemde open ruimte, op de aanleg- en structuurkaart aangegeven met de letters H en I, dienende ter stoffering van deze ruimte. Hiervan bestaat de groep H in aanleg uit zomereiken (Quercus robur) en groep I uit beuken (Fagus sylvatica).

XXI. --- Ter omlijsting van een zitje aan de oever van de zuidelijke ringsloot zijn in aanleg vier Hollandse linden (Tilia vulgaris) geplant.

XXII. -- Solitair of in bosranden zijn in het binnenpark voorts als blikvanger of kleuraccent in de historische aanleg bomen geplant van de volgende soorten, zoals op de aanleg- en structuurkaart aangegeven: beuk (Fagus sylvatica), bruine beuk (Fagus sylvatica "Atropunicea"), acacia (Robinia pseudoacacia), gewone es (Fraxinus excelsior), paardekastanje (Aesculus hippocastanum), gewone plataan (Platanus acerifolia), taxus (Taxus baccata en Taxus baccata c.v. "Adpressea") en zomereik (Quercus robur).

XXIII. - De ten dele door een omheining en ten dele door een muur omgeven, via twee hekken toegankelijke open ruimte, in de 18e eeuw in de oostelijke hoek van het park als moestuin aangelegd op het terrein van een tevoren hier aanwezige boerderij.

XXIV. -- De op de aanleg- en structuurkaart aangegeven wegen en paden, tesamen onder meer de "kleine" en de "grote rondwandeling" vormend, waarvan de eerste over twee uit de tijd van de aanleg stammende, als blikpunt en blikvanger belangrijke bruggen leidt (de brug en de vlotbrug over de vijver). Van de grote wandeling, die in het zuiden de onder XIII. genoemde waterpartij oversteekt, leidt in het noorden om deze waterpartij heen (N.B. Dit laatste traject was medio 1982 niet meer in gebruik en nauwelijks meer in het terrein herkenbaar). De toegangsweg via de brug over de Dobbewatering uit de richting Wassenaar is ten dele aangelegd met een laanbeplanting van zomereiken (Quercus robur).

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

PARK INSTALLATION. A park of considerable size, its character determined by the layout created around the 1840s in mature, large-scale landscape style, in particular characterized by wood masses formed by long, straight curves along their perimeter.

The park consists of an "inner or walking park" provided with walking paths, in area roughly corresponding to the original park in formal style dating from approximately 1717 in its final form, and an "outer park", first created around 1840 through the embellishment of purely agricultural terrain with landscape-style park elements. Presumably around 1879 the nursery along the drive was brought into its present form. After the Second World War, finally, a new garden in formal style was laid out on the grounds of the former kitchen garden.

The composition of the park is determined by two main axes formed from open spaces: In the inner park this is the diagonal accentuated by a water feature, with the main building as its pivot point; from the front of this building the axis extends frontally, which carries the main space of the outer park likewise accompanied by a water feature.

The park contains the following elements of historical layout:

In the outer park: I. ----- The open spaces, laid out as meadow, formed and articulated by means of the wood masses mentioned under III. and IX. and furnished with the tree groups mentioned under VII., as indicated on the layout and structure plan. They are located between the inner park and the The Hague-Leiden railway line on the one hand and the Veurseweg on the other. The meadows are intersected by field ditches laid out for water management reasons.

II. ---- The drive, running in a gentle curve from the Veurseweg via the entrance gate moved here in 1941 from the nearby former country estate Rozenburg to the bridge over the inner ring canal of the inner park. The avenue is planted with English oaks (Quercus robur); however, at the height of the Jagershuis built in 1879, the avenue is, presumably at a later time, planted with common planes (Platanus acerifolia) (N.B. In mid-1982 this planting of planes was only present on the outer side of the avenue).

III. --- Wood masses in the eastern part of the outer park, indicated on the layout and structure plan with the letters A, B, C and D, serving to frame the central open space and providing views from the drive in southern and northern directions and laid out in the form as indicated on the said plan, with planting of English oaks (Quercus robur) with undergrowth: sections B and D are partly planted with beeches (Fagus sylvatica). The wood masses are largely surrounded by ditches; D extends into the edge forest of the inner park.

IV. ---- The southern access road, formed at the time of the outer park layout from the western part of the southern drive, the avenue mentioned under V. and a new connecting road from that avenue to the Veurseweg, all as indicated on the layout and structure plan.

V. ----- A section, left in its old form at the time of laying out the access road mentioned under IV., of an avenue already existing in 1680, branching off from the then southern drive, running straight to the farmhouse Veurseweg 350.

VI. A water feature, formed at the time of the outer park layout from the then excavated 18th-century pond in the eastern axis of the castle and the likewise excavated canal already existing in the 17th century leading to the Veurseweg. The pond extends into the inner ring canal of the inner park mentioned under XII.

VII. --- An island in the water feature mentioned under VI., laid out with a mixed tree planting, including as special accents a purple beech (Fagus sylvatica "Atropunicea") and a common ash (Fraxinus excelsior).

VIII. -- In the central open space of the eastern part of the outer park furnishing in the form of two tree groups without undergrowth, as indicated on the layout and structure plan, both consisting in layout of English oaks (Quercus robur), and against the eastern point of the nursery mentioned under IX. a planting consisting of two sweet chestnuts (Castanea sativa).

IX. ---- A nursery, also called "the Leiden garden", located along the northern bank of the water feature mentioned under VI. and presumably derived from an orchard laid out around 1717 in that location. The present form and enclosure presumably date from around 1879.

X. ----- Three wood masses in the western part of the outer park, one of which is largely surrounded by a ditch as indicated on the layout and structure plan. They are planted with English oaks (Quercus robur) with undergrowth.

XI. ---- The part of the Dobbewatering located within the boundaries of the area to be protected. This was, on the occasion of the construction of the railway line (around 1843), relocated using already existing watercourses, such as the Molensloot, whereby the newly dug sections acquired a winding course in the manner of landscape style. In the north the Dobbewatering forms the boundary of the inner park expanded in those years in that location.

In the inner park: XII. --- The watercourses, which as remnants of the ditch and canal system around the former formal-style park now as ring canals mark the boundary between inner and outer park and also between forest and meadow. In the eastern corner there are three watercourses lying parallel to each other.

XIII. -- The water feature, which between the western and southern of the ring canals mentioned under XII. as a winding 'brook' accompanies the space mentioned under XVII., subsequently in winding course absorbs the southern ring canal but soon branches off from it again to accompany the diagonal open space mentioned under XVI., whereby it, around the main building and again more towards the north, widens into ponds, after which it opens into the ring canal opposite the Dobbewatering.

XIV. --- An island located in the northern of the ponds mentioned under XIII., laid out with tree planting.

XV. --- Two avenues remaining from the 18th-century formal layout in the eastern corner of the inner park: a. The southern arm of the avenue which lay between the outermost of the ring canals mentioned under XII., which avenue was extended between 1960 and 1970 to the Horstlaan. This avenue is planted with a single row of trees (N.B. In mid-1982 no planting was present along the section between the ring canal and the Horstlaan).

b. The northern half of the Dwarslaan where in the formal layout both drives converged. This avenue's traditionally broader southern section, dating from the 17th century (between the building house and the entrance to the former kitchen garden mentioned under XXIII.) is provided with double avenue planting, consisting of beeches (Fagus sylvatica) as regards the inner rows and English oaks (Quercus robur) as regards the outer rows (N.B. In mid-1982 the said planting was only partly present). The narrower section of the avenue dating from the 18th century, which lies along the said kitchen garden, is planted with a single row of beeches (Fagus sylvatica) (N.B. In mid-1982 this planting was not present).

XVI. --- The diagonally oriented central open space provided with offshoots serving as views in various directions, formed and articulated by means of the forests and wood masses mentioned under XVIII. and XIX., laid out as grassland and furnished with tree groups and solitaires as mentioned under XX. and XXI. (N.B. In mid-1982 the view obscured by trees from the main building in southern direction had become overgrown and the spaces around the wood masses F and G mentioned under XIX. had been densely planted).

XVII. -- The open space of winding course, which serves as a 'valley' for the brook-like section of the water feature mentioned under XIII. and which is formed by means of the western of the forests mentioned under XVIII.

XVIII. - The forests, serving inter alia to form the open space mentioned under XVI. and created using parts of the planting of beeches (Fagus sylvatica) originating from the formal layout on the former forecourt.

XIX. --- Wood masses, indicated on the layout and structure plan with E, F and G, serving to articulate the open space mentioned under XVI. They are planted with English oaks (Quercus robur) with undergrowth (N.B. In mid-1982 the spaces around and between F and G had been densely planted).

XX. ---- Two tree groups without undergrowth in the open space mentioned under XVI., indicated on the layout and structure plan with the letters H and I, serving to furnish this space. Of these, group H consists in layout of English oaks (Quercus robur) and group I of beeches (Fagus sylvatica).

XXI. --- To frame a seating area on the bank of the southern ring canal, four common lindens (Tilia vulgaris) are planted in the layout.

XXII. -- Solitaire or in forest edges, trees of the following species are furthermore planted in the inner park as focal point or colour accent in the historical layout, as indicated on the layout and structure plan: beech (Fagus sylvatica), purple beech (Fagus sylvatica "Atropunicea"), acacia (Robinia pseudoacacia), common ash (Fraxinus excelsior), horse chestnut (Aesculus hippocastanum), common plane (Platanus acerifolia), yew (Taxus baccata and Taxus baccata c.v. "Adpressea") and English oak (Quercus robur).

XXIII. - The open space partly enclosed by a fence and partly by a wall, accessible via two gates, laid out in the 18th century in the eastern corner of the park as a kitchen garden on the grounds of a farmhouse previously present here.

XXIV. -- The roads and paths indicated on the layout and structure plan, together forming inter alia the "small" and the "large" walks, of which the first leads via two bridges dating from the time of the layout, important as viewing point and focal point (the bridge and the raft bridge over the pond). The large walk, which crosses the water feature mentioned under XIII. in the south, leads around this water feature in the north (N.B. This latter section was no longer in use in mid-1982 and hardly recognizable in the terrain). The access road via the bridge over the Dobbewatering from the direction of Wassenaar is partly planted with an avenue of English oaks (Quercus robur).

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map