Rijksmonumentenregister · Netherlands
Overheidsgebouw, Dudokpark 1
Hilversum, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Overheidsgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Dudokpark 1, 1217 JE Hilversum (and others)
- Place
- Hilversum
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.22940, 5.16920
- Monument number
- 46773
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Raadhuis, opgetrokken in okergele baksteen met verdieping en toren, en samengesteld uit velerlei blokvormige bouwvolumes van verschillend formaat, naar gelang van de bestemming, die plat zijn afgedekt met overstek, en die zijn geschaard rondom twee binnenplaatsen - waarvan de westelijke een vijver met fontein bezit - en wordt omsloten door de representatieve ruimten van het gebouw, en waarvan de oostelijke wordt doorsneden door een toegangsweg voor het ambtelijk personeel; aan de zuidzijde gesitueerd aan een rechthoekige vijver; gebouwd in 1927-'31 naar ontwerp van de toenmalige gemeente-architect W.M.Dudok in kubistisch-expressionistische trant.
De muren zijn met diepliggende voegen gemetseld, ter verlevendiging van de gevelvlakken en worden slechts doorbroken door de afwisselend in horizontale en verticale stroken samengevatte vensterpartijen, die verspreid zijn aangebracht en alle van een stalen onderverdeling zijn voorzien; bij de meeste vensterpartijen op de begane grond is bovendien een lage muur uitgebouwd met bloembakken; de diverse deuren naar buiten zijn voorzien van betonnen luifels. Het gebouw is aan de zuid-, noord- en oostzijde voorzien van een plint van roodbruine baksteen, die op verschillende plaatsen hoger is opgetrokken. Deze kleurstelling zet zich voort in de westelijke vijvermuur voorzien van bloembakken en doorsneden door een trap. De hoofdingang bevindt zich in het midden van de zuidzijde en is voorzien van een door een luifel overdekte voorhof - met gemeentewapen en gedenksteen uit 1929 - waarop rechts een lagere, deels teruggerooide galerij aansluit, gesteund door betegelde pijlers en begrensd door een in oorsprong tot vergaderzaal annex stemlokaal bestemd vertrek dat aan de oostzijde een viertal horizontale lichtarmaturen bezit evenals de tegenovergelegen conciergewoning met transformatorstation.
Links van de entree is het blok met de burgemeestersvertrekken uitgebouwd, waarboven zich - teruggerooid - de door verticale vensters en lichtarmaturen gemarkeerde raadszaal bevindt, die door een nog verder teruggerooide entresol wordt bekroond.
Hierop sluit westelijk het smalle hoge trappenhuis aan, met cirkelvormig venster en een lager, vrijwel blind blok, waarin in oorsprong de leeszaal en tekenkamer boven elkaar waren gesitueerd; nog meer westwaarts is de lage vleugel met wethoudersvertrekken uitgebouwd, voorzien van wigvormige balcons.
De Westzijde van het raadhuis wordt vrijwel geheel in beslag genomen door administratieve ruimten, hetgeen wordt benadrukt door de twee langgerekte vensterstroken op de beide verdiepingen, waarbij nog een derde, lage reeks is aangebracht onder een luifel tussen veelhoekige lichtblauwe muurdammen, ter verlichting van het souterrain; dit sterk horizontaliserende bouwblok wordt te rechterzijde doorbroken door een naar voren uitgebouwd trappenhuis, dat de aan een voorhof met luifel en borstwering grenzende toegang naar de bestuursvertrekken bevat; te linkerzijde wordt het horizontale blok doorbroken door een naar voren uitgebouwde publieksingang, die wordt gemarkeerd door een haaks op het gebouw geplaatste stoep en luifel; links van deze verticale partij is de gevel op de verdieping geheel blind, terwijl de vensters op de begane grond lager zijn aangebracht dan te rechterzijde, en wel op gelijke hoogte met de vensters in de nog op dit hoge blok aansluitende noordvleugel, die wordt afgesloten door een wigvormig vertrek met een doorlopende reeks bovenlichten direct onder het luifeldak en met een ingang met stoep aan de noordzijde.
De Noordzijde van het raadhuis vertoont veel overeenkomst met de westzijde wegens de plaatsing van de drie horizontale vensterstroken in het midden, de toepassing van een haakse vleugel te rechterzijde en een verticaal bouwblok te linkerzijde met aansluitend een lagere vleugel met een lager geplaatste vensterreeks en in de kopse gevel een dienstingang met stoep; deze vleugel bevat evenals de daartegenover gelegen oostvleugel aan de zuidzijde een vensterpartij in het midden van de kopse gevel, en een overdekte gang, grenzend aan een open verhoogde galerij met van luifel en stoep voorziene dienstingang. Op halve breedte van deze vleugel is nog een verdieping opgetrokken die wordt verlicht door een direct onder het dak aangebrachte, rondomgaande glasstrook.
De Oostzijde van het raadhuis wordt, evenals de noord- en westzijde, bepaald door de drieledige horizontale vensterstroken en lichtblauwe muurdammen beneden, zij het met dit verschil dat de bovenste reeks een afwijkende roedenverdeling bezit - ter aanduiding van de aldaar gesitueerde Burgerzaal - en wordt afgesloten met twee verticale vensters aan iedere kant; te rechterzijde bevindt zich, op de grens met de zojuist genoemde haakse vleugel, het hogeropgaande verticale bouwblok met dienstingang met stoep en luifel en verdeeld bovenlicht.
Te linkerzijde wordt het verticale accent in dit blok verleend door de hoogoprijzende toren, die op zichzelf ook weer uit verschillende volumes is samengesteld, nabij de aansluiting van de andere dwarsvleugel.
Deze op rechthoekige grondslag met vrijwel blinde muren opgetrokken toren bevat aan elke zijde, doch op verschillende hoogte, een wijzerplaat en een reeks smalle galmgaten.
De oostelijke binnenhof wordt in correspondentie met de twee dwarsvleugels van het eigenlijke raadhuis verder begrensd door twee vrijstaande bouwblokken - in het noorden oorspronkelijk bestemd als politiepost annex uitbetalingslokaal, in het zuiden als conciergewoning - die door hun recht uitstekende lichtarmaturen een visuele verbinding met deze dwarsvleugels bezitten, en die aan de andere zijde door middel van poorten met de lage dienstrijwielstalling aan de uiterste oostzijde zijn verbonden.
De conciergewoning (nr 3) is evenals het raadhuis samengesteld uit verschillende blokvormige volumes, met slechts door enkele raampartijen doorbroken gevels van gele baksteen; de ingang is aan de Z.W.zijde gesitueerd met voorhof en luifel.
Aan de westzijde is de conciergewoning verbonden met het noordwaarts geplaatste transformatorstation en ten dele daarvan gescheiden door een open binnenplaats, terwijl de woning aan de zuidzijde met de smalle, lage autostalling is verbonden.
Inwendig wordt de overgang tussen de verschillende openbare ruimten door middel van rechthoekige, lage poorten benadrukt, evenals het contrast tussen gesloten en open wanden, zowel verticaal als horizontaal. De representatieve ruimten (vestibule, trappenhuizen, hal, Raad-, Burger- en Trouwzaal) zijn met marmer bekleed, voornamelijk in wit, soms afgewisseld door zwart of grijs (vloeren, lambrizeringen).
De vestibule bevat voorts twee met goudkleurige tegeltjes beklede pijlers op een zwarte plint, met rode tegels in de top die doorlopen tot in de voorhof.
In het hoofdtrappenhuis zijn boven de toegang naar de benedengang twee gebrandschilderde ramen in grijs/violet aangebracht.
In de zeer hoge bordesruimte tussen de verdieping zijn vijf door Joep Nicolas in 1931 ontworpen ramen aangebracht, voorstellende de Rijkdom van respectievelijk de Geest, de Aarde, de Zee en het Hart (in de oostwand) en de Primitieve en Moderne mens (in de zuidwand). Het plafond bevat een afbeelding van eens stralende zon op een vierkant blauw fond. De hierop aansluitende hal bezit een verdeeld bovenlicht en leidt via een verhoogde dwarsgang naar de Raadzaal (voorzien van zwarte deuren) en via twee opengewerkte zuilen in rood en zilver naar de Burgerzaal.
De Raadzaal heeft aan de lange noordzijde een goudkleurig betegelde nis waarin op een marmeren podium tafel en stoelen voor B.& W. staan opgesteld, en aan de beide korte zijden tribunes met eiken borstweringen, waarboven met wit en geel verticaal gestreept glas gevulde vensters zijn aangebracht; de lange wanden zijn verder met groen/goud zijde bekleed, terwijl het vloerkleed is samengesteld uit vierkanten van twee nuances beige; boven de van een zeer hoge rugleuning en gemeentewapen voorziene burgemeestersstoel - evenals het overige meubilair door Dudok speciaal voor het Raadhuis ontworpen - bevindt zich een klok, uitgevoerd in goud, rood en zwart.
De Burgerzaal wordt doorbroken door acht goudkleurig betegelde kolonetten die het verlaagd plafond ondersteunen en aldus tevens een corridor afscheiden voor de trouwstoeten; hierlangs een lage bank over de volle lengte; aan beide korte zijden elk een geelkleurige bank voorzien van vier gemeentewapens, en een tribune, waarboven dezelfde soort bovenlichten als in de Raadzaal; de vloer wordt deels bedekt door een lichtgrijs kleed met telkens twee smalle gele strepen.
De door rode deuren gemarkeerde Trouwzaal heeft aan de korte oostzijde een marmeren nis waar de hoge rode ambtenarenstoelen achter de tafel staan opgesteld, met daaromheen de lage halfronde stoelen voor het bruidspersoneel; de lange zuidzijde bevat eveneens een nis, welke van een lange lage bank is voorzien; het vloerkleed bezit een abstract beige/bruin patroon.
Op de begane grond is voorts de vergaderkamer van B.& W. grotendeels intact:
de lange kastenwand met klok op de linkerhoek, de korte kastenwand, de bedekte T.L.verlichting, tafel en groen/gouden stoelen en beige/bruin vloerkleed. Van de wethouderskamers is de blauwe-kastenwand, op een uitzondering na, verdwenen, evenals het ook daar door Dudok ontworpen meubilair, waarbij de stoelen een hoge rugleuning en een sleevormig onderstel bezitten en de tafelbladen uit vierkanten zijn samengesteld.
Raadhuis met bijbehorende dienstruimten, interieur en gebruiksvoorwerpen, van opmerkelijke architectuur, wegens de daarin volbrachte synthese van het esthetisch expressionisme enerzijds en het functionalisme anderzijds, in een kubistisch expressionistische stijl, met daarvoor kenmerkende toepassing van blokvormige bouwvolumes van verschillend formaat, in een uiterst gecompliceerde schikking, afgestemd op het gebruik van verschillende ruimten - met scheiding van representatieve en administratieve functies - alsook op het evenwicht tussen horizontale en verticale accenten, en met welbewuste toepassing van een asymmetrische plattegrond en een dominante toren, en beperking van de decoratie tot het gebruik van verschillend gekleurde baksteensoorten, zonder verdere ornamentiek, tevens opvallend wegens de benutting van de vrije ligging door de toepassing van langgerekte, gevarieerde vleugels in alle richtingen en de integratie van de vijverpartij in het gehele complex; ook in het buitenland tot voorbeeld genomen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Town Hall, erected in ochre-yellow brick with storey and tower, and composed of various block-shaped building volumes of different sizes, according to their purpose, which are flat-roofed with overhanging eaves, and which are arranged around two courtyards - the western one of which has a pond with fountain - and is enclosed by the representative spaces of the building, and of which the eastern one is intersected by an access road for administrative staff; situated on the south side at a rectangular pond; built in 1927-'31 to the design of the then municipal architect W.M.Dudok in cubist-expressionist manner.
The walls are laid with recessed joints, to enliven the facade planes and are only broken by window sections assembled alternately in horizontal and vertical strips, which are distributed and all provided with steel glazing bars; at most window sections on the ground floor, a low wall has moreover been built out with window boxes; the various external doors are provided with concrete canopies. The building is provided on the south, north and east sides with a plinth of reddish-brown brick, which on various places is built higher. This colour scheme continues on the western pond wall provided with window boxes and intersected by a staircase. The main entrance is situated in the middle of the south side and is provided with a courtyard covered by a canopy - with municipal coat of arms and commemorative stone from 1929 - to the right of which a lower, partly set-back gallery adjoins, supported by tiled piers and bounded by a room originally intended as council chamber and polling place which on the east side has four horizontal light fixtures as does the opposite caretaker's lodge with transformer station.
To the left of the entrance the block with the mayor's rooms is built out, above which - set back - the council chamber marked by vertical windows and light fixtures is situated, which is crowned by an even further set-back mezzanine.
To this adjoins to the west the narrow high stairwell, with circular window and a lower, virtually blind block, in which originally the reading room and drawing room were situated one above the other; still further west the low wing with aldermen's rooms is built out, provided with wedge-shaped balconies.
The west side of the town hall is virtually entirely occupied by administrative spaces, which is emphasized by the two elongated window strips on both storeys, with a third, low series moreover arranged under a canopy between polygonal light-blue wall buttresses, for lighting the basement; this strongly horizontalizing building block is interrupted on the right side by a forward-projecting stairwell, which contains the entrance adjoining a courtyard with canopy and parapet to the administrative rooms; on the left side the horizontal block is interrupted by a forward-projecting public entrance, which is marked by a step and canopy placed at right angles to the building; to the left of this vertical section the facade on the storey is completely blind, whilst the windows on the ground floor are placed lower than on the right side, at the same height as the windows in the north wing still adjoining this high block, which is closed off by a wedge-shaped room with a continuous series of fanlights directly under the canopy roof and with an entrance with step on the north side.
The north side of the town hall shows much similarity with the west side due to the placement of the three horizontal window strips in the centre, the use of a right-angled wing on the right side and a vertical building block on the left side with adjoining a lower wing with a lower placed window series and a service entrance with step in the gable wall; this wing contains as does the opposite east wing on the south side a window section in the middle of the gable wall, and a covered passage, adjoining an open raised gallery with service entrance provided with canopy and step. At half the width of this wing a further storey is moreover built up which is lit by a continuous glass strip arranged directly under the roof.
The east side of the town hall is, like the north and west side, determined by the three-part horizontal window strips and light-blue wall buttresses below, albeit with the difference that the upper series has a deviating glazing bar pattern - to indicate the Citizens' Hall situated there - and is closed off with two vertical windows on each side; to the right side, on the boundary with the just-mentioned right-angled wing, is the higher-rising vertical building block with service entrance with step and canopy and divided fanlight.
On the left side the vertical accent in this block is given by the high-rising tower, which in itself is also composed of different volumes, near the junction of the other transverse wing.
This tower erected on a rectangular base with virtually blind walls contains on each side, but at different heights, a clock face and a series of narrow sound holes.
The eastern courtyard is further bounded in correspondence with the two transverse wings of the actual town hall by two free-standing building blocks - in the north originally intended as police post together with pay-out office, in the south as caretaker's lodge - which by their directly projecting light fixtures possess a visual connection with these transverse wings, and which on the other side by means of gates are connected to the low service bicycle store on the far east side.
The caretaker's lodge (nr 3) is like the town hall composed of different block-shaped volumes, with facades of yellow brick broken only by a few window sections; the entrance is situated on the south-west side with courtyard and canopy.
On the west side the caretaker's lodge is connected with the northward-placed transformer station and partly separated from it by an open courtyard, whilst the lodge on the south side is connected with the narrow, low car shelter.
Internally the transition between the different public spaces is emphasized by means of rectangular, low doors, as is the contrast between closed and open walls, both vertically and horizontally. The representative spaces (vestibule, staircases, hall, Council, Citizens' and Marriage Hall) are clad with marble, mainly in white, sometimes alternated by black or grey (floors, wainscots).
The vestibule moreover contains two piers clad with gold-coloured tiles on a black plinth, with red tiles at the top which continue into the courtyard.
In the main stairwell above the access to the lower corridor two stained-glass windows in grey/violet are arranged.
In the very high landing space between the storeys five windows designed by Joep Nicolas in 1931 are arranged, representing the Riches of respectively the Spirit, the Earth, the Sea and the Heart (in the east wall) and Primitive and Modern mankind (in the south wall). The ceiling contains an image of a radiant sun on a square blue background. The adjoining hall possesses a divided fanlight and leads via a raised transverse passage to the Council Chamber (provided with black doors) and via two open pillars in red and silver to the Citizens' Hall.
The Council Chamber has on the long north side a gold-coloured tiled niche in which on a marble platform table and chairs for aldermen and mayor stand arranged, and on both short sides tribunes with oak parapets, above which windows filled with white and yellow vertically striped glass are arranged; the long walls are moreover clad with green/gold silk, whilst the floor covering is composed of squares of two shades of beige; above the mayor's chair provided with a very high back and municipal coat of arms - as with the other furnishings specially designed by Dudok for the Town Hall - is a clock, executed in gold, red and black.
The Citizens' Hall is interrupted by eight gold-coloured tiled columnettes which support the lowered ceiling and thus likewise separate off a corridor for the wedding processions; along this a low bench over the full length; on both short sides each a yellow-coloured bench provided with four municipal coats of arms, and a tribune, above which the same sort of fanlights as in the Council Chamber; the floor is partly covered by a light-grey carpet with in each case two narrow yellow stripes.
The Marriage Hall marked by red doors has on the short east side a marble niche where the high red official chairs stand arranged behind the table, with around it the low semicircular chairs for the wedding attendants; the long south side likewise contains a niche, which is provided with a long low bench; the floor covering has an abstract beige/brown pattern.
On the ground floor moreover the meeting room of the aldermen and mayor is largely intact:
the long cabinet wall with clock on the left corner, the short cabinet wall, the covered T.L.lighting, table and green/gold chairs and beige/brown floor covering. Of the aldermen's rooms the blue cabinet wall has, with one exception, disappeared, as has the furnishings also designed by Dudok there, with the chairs having a high back and a sleigh-like base and the table tops composed of squares.
Town Hall with associated service rooms, interior and objects of use, of remarkable architecture, due to the synthesis achieved therein of aesthetic expressionism on the one hand and functionalism on the other, in a cubist expressionist style, with characteristic use of block-shaped building volumes of different sizes, in an extremely complicated arrangement, adapted to the use of different spaces - with separation of representative and administrative functions - as well as to the balance between horizontal and vertical accents, and with deliberate use of an asymmetrical floor plan and a dominant tower, and restriction of decoration to the use of different coloured brick types, without further ornament, likewise remarkable due to the exploitation of the free-standing location by the use of elongated, varied wings in all directions and the integration of the pond area into the entire complex; also taken as an example abroad.
Nearby in the register
- De VereenigingWelzijn, kunst en cultuurunder 1 mi
- Studio, 's-Gravelandseweg 52Welzijn, kunst en cultuurunder 1 mi
- Woonhuis, Burgemeester Lambooylaan 21Woonhuisunder 1 mi
- RustoordWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.