Rijksmonumentenregister · Netherlands
Ziekenhuis, Nieuwe Parklaan 58
's-Gravenhage, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gezondheidszorg
- Function
- Ziekenhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Nieuwe Parklaan 58, 2597 LD 's-Gravenhage
- Place
- 's-Gravenhage
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.10202, 4.29569
- Monument number
- 46630
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Op onregelmatige grondslag gebouwd ziekenhuis ter hoogte van drie bouwlagen onder hoogopgaande a-symmetrische kap, gedekt met roestkleurige daktegels, totstandgekomen in 1924-'27 naar ontwerp van J.W.E. Buijs en J.B. Lursen, in een volgens opdracht - van de Antroposofische Vereniging Nederland - door de antroposofie ingegeven bouwtrant.
De in baksteen opgetrokken onderbouw bevat twee bouwlagen, terwijl de veel kleinere derde bouwlaag is opgenomen in de kap. De meeste vensters bezitten stalen kozijnen met horizontale roedenverdeling in donkergroene kleur. Door de situering van de gemeenschappelijke ruimten aan de uitersten van het gebouw en van de ziekenkamers in het midden - alle te weerszijden van een centrale gang of hal - is een soort driedeling in het gebouw ontstaan die echter in het uitwendige vrijwel teniet wordt gedaan door de alles overhuivende, de duintop waarop het gebouw is opgetrokken, navolgende, kap.
Aan de zuidzijde bevindt zich de ingangsportiek met schuine muren en luifel en met de gebeeldhouwde deur met afgeschuinde hoek uit de bouwtijd als hoofdtoegang; aan de Z.W.-zijde is een driezijdige erker uitgebouwd over de eerste en tweede bouwlaag waar in oorsprong respectievelijk de eetzaal en een conversatiekamer waren ondergebracht en waarbij op de verdieping een hoekbalkon is aangebracht met uitkragende houten borstwering en waarbij het gebouw een verspringing vertoont en een afgeronde hoekpartij die beide in de kap worden gemarkeerd; hieromheen is een terras met lage tuinmuur gesitueerd, met een trap aan het westelijk eind. De vertrekken aan de oostzijde zijn minder geprononceerd, zij het dat ook hier afgeschuinde zijden en een ingangsportiek voorkomen alsmede een lage tuinmuur. De gehele partij, waarin het centrale trappenhuis is ondergebracht, krijgt uitwendig nog een extra accent doordat de kap hier het hoogste punt - met schoorsteen - bereikt langs een steile helling.
Het gedeelte met de ziekenkamers bevat aan de op het Westbroekpark uitziende Z.W.-zijde een withouten serre ter breedte van zes vertrekken, die op de verdieping overgaat in een in zes compartimenten verdeeld balcon met houten borstwering. De horizontale gootlijst wordt herhaald in de lijst tussen de eerste en tweede bouwlaag van de partij met de erker. De derde bouwlaag bevat een langgerekte dakkapel met gepotdekselde dammen tussen de vensters, die ook in het verbindingsgedeelte met de erkerpartij wordt voortgezet. Aan de N.O.-zijde zijn de vensters aan de bovenzijde met elkaar verbonden door middel van een horizontale lijst die bij de eerste bouwlaag van beton is en bij de tweede van hout, in aansluiting op de ver uitstekende gootlijst. De vensters in de kapverdieping zijn evenals aan de andere zijde samengebracht in een langgerekte dakkapel met gepotdekselde dammen doch de kapel golft aan de rechterzijde omhoog. De kap over dit gedeelte bezit een flauwe helling, bevat aan beide zijden vier kleine dakvensters die als het ware met de kap meegolven, en is tenslotte laagdoorgetrokken over het nauwelijks twee bouwlagen hoge gedeelte waar in oorsprong een conversatiekamer was ondergebracht.
Dit gedeelte vertoont een lichte knik met de rest van het gebouw en bezit een bijna wigvormige plattegrondvorm met een smal balcon aan het uiteinde, waarboven een schuine oplopende luifel is aangebracht, in aansluiting op de kap; voorts een hoekige aanbouw aan de noordzijde waarop een uitgebouwde ingangspartij met stoep aansluit. De vormgeving is verder verwant aan de overige gedeelten van het gebouw, zoals ook blijkt uit de zij-ingang waarvan de deur een afgeschuinde hoek heeft.
Zeldzaam en voor Nederland vrij vroeg voorbeeld van toepassing van de antroposofische principes op de architectuur in het algemeen en op de ziekenhuisbouw in het bijzonder, met kenmerkend gebruik van een organische plattegrond - en kapvorm - waarbij de kapvorm is geinspireerd op de situering boven op een duintop - en van sculpturaal uitgewerkte details, en beperking van haakse hoeken, alsook een inrichting met veel gemeenschappelijke ruimten, naast individuele kamers.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Hospital built on an irregular ground plan at a height of three storeys under a high-rising asymmetrical roof, covered with rust-coloured roof tiles, constructed in 1924-'27 after designs by J.W.E. Buijs and J.B. Lursen, in a building style inspired by anthroposophy in accordance with the commission from the Anthroposophical Society Netherlands.
The brick-built substructure contains two storeys, whilst the much smaller third storey is incorporated into the roof. Most windows have steel frames with horizontal glazing bars in dark green colour. Through the positioning of the communal spaces at the extremities of the building and of the patient rooms in the middle - all on either side of a central corridor or hall - a sort of tripartite division in the building has arisen which is however almost entirely negated on the exterior by the all-encompassing roof, which follows the dune top on which the building is constructed.
On the south side is located the entrance portico with sloping walls and canopy and with the sculptured door with chamfered corner from the construction period as the main entrance; on the south-west side a three-sided bay window has been built out over the first and second storeys where originally respectively the dining hall and a conversation room were housed and on the upper floor an angled balcony has been installed with projecting wooden balustrade and whereby the building shows an offset and a rounded corner section both of which are marked in the roof; around this is situated a terrace with low garden wall, with stairs at the western end. The rooms on the east side are less pronounced, albeit that here too chamfered sides and an entrance portico occur as well as a low garden wall. The entire section, in which the central staircase is housed, receives additional external emphasis in that the roof here reaches its highest point - with chimney - along a steep slope.
The section with the patient rooms contains on the south-west side facing Westbroekpark a white wooden conservatory the width of six rooms, which on the upper floor becomes a balcony divided into six compartments with wooden balustrade. The horizontal gutter line is repeated in the moulding between the first and second storey of the section with the bay window. The third storey contains an elongated roof dormer with potted-roof joinery between the windows, which is also continued in the connecting section with the bay window section. On the north-east side the windows are connected at the top by means of a horizontal moulding which on the first storey is of concrete and on the second of wood, in accordance with the far projecting gutter line. The windows in the roof storey are, as on the other side, gathered together in an elongated roof dormer with potted-roof joinery but the dormer undulates upward on the right side. The roof over this section has a gentle slope, contains on both sides four small roof windows which as it were undulate with the roof, and is finally carried low over the section hardly two storeys high where originally a conversation room was housed.
This section shows a slight bend with the rest of the building and possesses an almost wedge-shaped ground plan with a narrow balcony at the end, above which a sloping rising canopy has been built out, in accordance with the roof; furthermore an angular outbuilding on the north side to which a built-out entrance section with steps is attached. The design is further related to the other sections of the building, as is also evident from the side entrance of which the door has a chamfered corner.
A rare and for the Netherlands relatively early example of the application of anthroposophical principles to architecture in general and to hospital design in particular, with characteristic use of an organic ground plan and roof form - whereby the roof form is inspired by the positioning on top of a dune top - and of sculptural details, and limitation of right angles, as well as an arrangement with many communal spaces, alongside individual rooms.
Nearby in the register
- Woonhuis, Wagenaarweg 30Woonhuisunder 1 mi
- Villa NinniWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Van Lennepweg 40Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Van Lennepweg 38Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.