TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Heemstede

Houten, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Kasteel
Category
onroerend gebouwd
Address
Heemsteedseweg 26, 3992 LS Houten
Place
Houten
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.03305, 5.12517
Part of complex
454969
Monument number
454995

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

HOOFDGEBOUW. Het op een vrijwel vierkant eiland gelegen huis, waarvan de hoeken zijn afgeschuind, is vanaf de oostzijde toegankelijk via een brug. Het huis bezit een octogonale plattegrond van 18,79 x 16,79 m. met vier overhoeks geplaatste vijfhoekige hoektorens, die half in het gebouw zijn opgenomen en die vanaf de zolderverdieping in 6-hoekige vorm vrijkomen. Het hoofdvolume was tot aan de brand gedekt door een samengesteld dak, bestaande uit een hoogopgaand aan de onderzijde licht uitzwenkend schilddak waaruit een vrijwel vierkant torenachtig blok oprees, dat op zijn beurt een verjongend tentdak droeg. Het geheel werd bekroond door een massieve schoorsteen met een stervormige doorsnede en een sterk uitkragende natuurstenen kroonlijst, waarboven een uitgewerkte smeedijzeren bekroning met een opengewerkte windvaan, voorzien van de wapens Pieck en Van Winssen. Op deze imposante schoorsteen waren tot de brand van 1987 alle rookkanalen aangesloten. De hoekschoorstenen hadden sterk verjongende hexagonale tentdaken, bekroond met windwijzers. Het hoofdvolume telt drie bouwlagen: een souterrain, bel-etage en verdieping alsmede een door dakkapellen verlichte zolder. Het pand is opgetrokken in baksteen in staand verband met gebruik van drie klezoren voor de hoeken. De hoektorens bestaan uit een souterrain, vier woonlagen en een zolder. In de noordoostelijke hoektoren werd omstreeks 1695 een overkoepeld trappenhuis gebouwd. Alle gevels worden afgesloten door een sterk overkragende kroonlijst, die ondersteund wordt door zware geprofileerde consoles.

De hoofdingang bestaat uit een rondbogige ingang met bovenlicht in een zandstenen omlijsting, gedekt door een kroonlijst die wordt gedragen door dorische halfzuilen op basementen, die in de kroonlijst zijn gekornist. In de kroonlijst is het jaar van de bouw aangebracht: MDCXLV. Boven de ingang een rechthoekige erker rustend op consoles waarover een korfboog is geslagen. Deze erker is vlak gedekt, waarbij de daklijst op ojiefvormige consoles rust. De erker, die qua situering en verschijningsvorm sterk herinnert aan de middeleeuwse 'mesekouw' rust op twee hardstenen, aan de voorzijde afgeronde consoles waarop de wapens van Pieck en Van Winssen zijn aangebracht. Deze wapens herinneren aan de bouwers: Hendrik Pieck en Maria van Winssen. In de nis boven de deur zijn twee halfrond gesloten uitsparingen aanwezig. Hier staat in ieder geval vanaf het midden van de 18e eeuw een portretbuste. Bij de restauratie van 1973 trof men hier het jaartal 1695 aan. De erker is voorzien van een schuifvenster, dat een oorspronkelijk schuifvenster vervangt. De ingang wordt geflankeerd door schuifvensters met roedenverdeling en wisseldorpel in het midden. Vrijwel geen der dagkanten is nog origineel, waarschijnlijk aangebracht bij de reconstructie in en na 1905 door het Architectenbureau Van Nieukerken. Wel origineel zijn de dagkanten van de waarschijnlijk om fiscale redenen in het begin van de vorige eeuw dichtgezette kloostervensters van de torens. Zoals rond het midden van de 17e eeuw gebruikelijk was, nemen de vensters op de verdieping in hoogte af. De vensters in de torens volgen de hoogte en verticale roedenverdeling van de vensters van het corps de logis. Ze bezitten echter slechts de helft van de vensters van het centrale deel. De zijgevels corresponderen qua hoogte van de vensters en de roedenverdeling met de voorgevel. In de achtergevel bevindt zich op de bel-etage waarschijnlijk sinds ca. 1695 een afwijkende indeling van de muuropeningen. In de middelste travee bevinden zich nu naar buitenslaande glasdeuren, ieder met 2 maal 7-ruits en daarboven een bovenlicht van 4 maal 5-ruits met een verzwaarde middenroede. Aangezien het balkon in 1906 enigszins vergroot is (omdat de deuren niet voldoende konden worden geopend), kan worden aangenomen, dat hier met het aanbrengen van het balkon naar binnen draaiende glasdeuren waren aangebracht. Links en rechts bevinden zich schuifvensters, die waarschijnlijk ook sinds ca. 1695 een lagere borstwering bezitten. Ze telden horizontaal vijf en verticaal zeven ruiten en bevatten boven de oorspronkelijke vaste middendorpel verticaal vijfruiten. Diderick van Velthuysen, die in 1680 Heemstede verwierf, is verantwoordelijk voor het veranderen van de kruis- en kloostervensters (zoals te zien op de gravure van Specht) in Engelse schuifvensters. Deze verandering vond vermoedelijk aan het einde van de 17e eeuw plaats. De gravure van I. van Vianen uit 1698 toont het huis met kruis- en kloostervensters. Ook vertoont het huis zich in deze gedaante op enkele gezichten van Isaac de Moucheron, die omstreeks 1700 worden gedateerd. Inwendig werd het huis van ornamentele classicistische lambrizeringen voorzien met nieuwe schoorsteenmantels met schoorsteenstukken en (deels) beschilderde deurpartijen en behangsels. Deze ingrijpende verfraaiing van het inwendige wordt aan Daniel Marot toegeschreven. Waarschijnlijk werden ook kort na de aankoop van Heemstede door Van Velthuysen veranderingen aan het huis aangebracht. Het voormalige smeedijzeren balkonhek was gesigneerd en gedateerd Berendt Hofsmidt 1682. Het middelste venster op de verdieping was in de tijd van De Beijer als naar binnen slaande deur uitgevoerd, waarbij ter beveiliging een smeedijzeren traliehek was toegepast. Het oorspronkelijke balkon - veruit het oudst gedateerde in Nederland - is weliswaar rond de eeuwwisseling vergroot, maar getuigt nog steeds van een zeer hoge kwaliteit. Wellicht vervaardigde Hofsmidt ook de smeedijzeren balustrade in Lodewijk XVI-stijl van de trap in het omstreeks 1695 gebouwde trappenhuis in de noordoostelijke hoektoren, zo Marot hiervan niet de architect was (vgl. smeedijzeren balustrade in slot Zeist). Het huis Heemstede was in zijn tijd zowel een traditioneel als een modern huis. De centraliserende opzet was in 1645 vrij uitzonderlijk. Bij de bouw van Heemstede is blijkbaar bewust gestreefd naar zowel een modern landhuis als naar een huis met traditionele elementen, die aan de middeleeuwse kasteelbouw herinnerden. De kasteelachtige elementen zijn bij Heemstede: de op een centrale donjon gelijkende centrale torenvormige middenpartij, de vier hoektorens, de erker boven de ingang als verwijzing naar een 'mesekouw'. Tenslotte is ook de omgrachting als een traditioneel feodaal element te beschouwen. Hiermee wenste men blijkbaar duidelijk te maken dat het huis een voortzetting was van het in 1645 al zeer ruineuze blokvormige kasteel aan de overzijde van de Heemsteedse wetering (aan de Overeindse weg) in de huidige gemeente Nieuwegein, dat in 1536 als Ridderhofstad was erkend.

De vertrekken waren gegroepeerd rond een vestibule of 'voorsael', zowel op de bel-etage als op de verdieping. In het verlengde ligt de grote zaal, terwijl links en rechts de toendertijd moderne appartementsindeling 'Anti-chambre - chambre - kabinet' is toegepast.

Het huis Heemstede hoort tot een van de belangrijkste voorbeelden van adellijke wooncultuur in de eerste helft van de 17e eeuw. In tegenstelling tot hetgeen naar aanleiding van de buitenzijde vermoed zou kunnen worden, heeft Heemstede geen centraliserende maar een driebeukige plattegrond, die zeer regelmatig van karakter is en die vermoedelijk sterk werd beinvloed door de plattegrond van het in 1945 verdwenen kasteel Zuylensteijn.

Na de brand in 1987 werden de lambriseringen van de kapel (in de zuidoostelijke hoektoren) en de eetsalon in het zuidelijke bouwhuis opgeslagen. Vier jachttaferelen (toegeschreven aan Cornelis Bietius), die in halfronde nissen in de hal waren gesitueerd, zijn thans opgeslagen in het Centraal Museum te Utrecht, evenals twee arcadische landschappen en een schoorsteenstuk uit de salon (een van deze arcadische landschappen wordt toegeschreven aan Isaac de Moucheron).

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

MAIN BUILDING. The house, situated on an almost square island with bevelled corners, is accessible from the east side via a bridge. The house has an octagonal floor plan of 18.79 x 16.79 m. with four corner pentagons placed diagonally, which are half incorporated into the building and which from the attic storey emerge in hexagonal form. The main volume was, until the fire, covered by a composite roof consisting of a high-rising hipped roof with a slight outward curve at the bottom, from which an almost square tower-like block rose, which in turn bore a tapering tent roof. The whole was crowned by a massive chimney with a star-shaped cross-section and a strongly projecting natural stone cornice, above which an elaborate wrought-iron crown with an openwork weather vane, bearing the arms of Pieck and Van Winssen. Until the fire of 1987, all flues were connected to this imposing chimney. The corner chimneys had strongly tapering hexagonal tent roofs, crowned with weather vanes. The main volume has three storeys: a basement, piano nobile and first floor as well as an attic lit by roof dormers. The building is constructed of brick in stretcher bond using three large stones for the corners. The corner towers consist of a basement, four residential storeys and an attic. In the northeastern corner tower a barrel-vaulted staircase was built around 1695. All facades are closed off by a strongly overhanging cornice, which is supported by heavy moulded consoles.

The main entrance consists of a round-arched entrance with fanlight in a sandstone frame, covered by a cornice which is carried by Doric half-columns on bases, which are corniced into the cornice. In the cornice is the year of construction: MDCXLV. Above the entrance a rectangular oriel resting on consoles over which a basket arch is thrown. This oriel is flat-roofed, with the roof edge resting on ogee-shaped consoles. The oriel, which in its situation and appearance strongly recalls the medieval 'mesekouw', rests on two hardstone, front-rounded consoles on which the arms of Pieck and Van Winssen are displayed. These arms recall the builders: Hendrik Pieck and Maria van Winssen. In the niche above the door are two semicircle-closed recesses. Here, at any rate from the middle of the 18th century, a portrait bust stood. During the 1973 restoration, the date 1695 was found here. The oriel is provided with a sash window, which replaces an original sash window. The entrance is flanked by sash windows with glazing bars and alternating central transom. Almost none of the original doorcase jambs remain, probably installed during the reconstruction in and after 1905 by the Architectural Office Van Nieukerken. The doorcases of the presumably cloister windows of the towers, which were closed for fiscal reasons at the beginning of the last century, are original. As was customary around the middle of the 17th century, the windows on the first floor decrease in height. The windows in the towers follow the height and vertical glazing bars of the windows of the corps de logis. However, they have only half the windows of the central section. The side facades correspond in window height and glazing bars with the front facade. In the rear facade on the piano nobile there is probably since c. 1695 a different arrangement of the wall openings. In the middle bay there are now outward-opening glass doors, each with 2 x 7-pane and above a fanlight of 4 x 5-pane with a thickened central glazing bar. Since the balcony was somewhat enlarged in 1906 (because the doors could not be opened sufficiently), it can be assumed that with the installation of the balcony inward-opening glass doors were installed. Left and right are sash windows, which probably also since c. 1695 have a lower balustrade. They counted horizontally five and vertically seven panes and contained above the original fixed central transom vertically five panes. Diderick van Velthuysen, who acquired Heemstede in 1680, is responsible for changing the cross windows and cloister windows (as seen in the engraving by Specht) into English sash windows. This change presumably took place at the end of the 17th century. The engraving by I. van Vianen from 1698 shows the house with cross and cloister windows. The house also appears in this form in several views by Isaac de Moucheron, which are dated around 1700. Internally the house was provided with ornamental classicistic wainscoting with new chimney mantels with chimney pieces and (partly) painted door sections and wall coverings. This significant embellishment of the interior is attributed to Daniel Marot. Changes to the house were probably also made shortly after Van Velthuysen's acquisition of Heemstede. The former wrought-iron balcony railing was signed and dated Berendt Hofsmidt 1682. The middle window on the first floor was, in the time of De Beijer, executed as an inward-opening door, with a wrought-iron grille applied for security. The original balcony - by far the oldest dated in the Netherlands - was indeed enlarged around the turn of the century, but still testifies to very high quality. Hofsmidt possibly also created the wrought-iron balustrade in Louis XVI style of the staircase in the staircase built around 1695 in the northeastern corner tower, if Marot was not its architect (cf. wrought-iron balustrade in Slot Zeist). The house Heemstede was in its time both a traditional and a modern house. The centralizing layout was quite exceptional in 1645. In the building of Heemstede there was apparently a conscious striving for both a modern country house and a house with traditional elements, which recalled medieval castle architecture. The castle-like elements at Heemstede are: the central tower-like middle section resembling a central dungeon, the four corner towers, the oriel above the entrance as a reference to a 'mesekouw'. Finally, the surrounding moat is also to be considered a traditional feudal element. With this one apparently wished to make clear that the house was a continuation of the already very ruinous block-shaped castle on the other side of the Heemsteedse wetering (on the Overeindse weg) in the present municipality of Nieuwegein, which was recognized in 1536 as a Ridderhofstad.

The rooms were grouped around a vestibule or 'voorsael', both on the piano nobile and on the first floor. In the extension lies the great hall, while to the left and right the then modern apartment layout 'Anti-chambre - chambre - kabinet' is applied.

The house Heemstede is one of the most important examples of aristocratic residential culture in the first half of the 17th century. Contrary to what might be suspected on the basis of the exterior, Heemstede does not have a centralizing but a three-aisle floor plan, which is very regular in character and which was presumably strongly influenced by the floor plan of the castle Zuylensteijn, which disappeared in 1945.

After the fire in 1987, the wainscoting of the chapel (in the southeastern corner tower) and the dining room in the southern building were stored. Four hunting scenes (attributed to Cornelis Bietius), which were situated in semicircular niches in the hall, are now stored in the Centraal Museum in Utrecht, as are two arcadian landscapes and a chimney piece from the salon (one of these arcadian landscapes is attributed to Isaac de Moucheron).

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map