Rijksmonumentenregister · Netherlands
Watertoren
Schoonhoven, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Nutsbedrijf
- Category
- onroerend gebouwd
- Address
- Bij de Watertoren bij 25, 2871 SW Schoonhoven (Krimpenerwaard 28)
- Place
- Schoonhoven
- Municipality
- Krimpenerwaard
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.94407, 4.84791
- Monument number
- 452390
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesLeiden University LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1636 map "Hollandiae meridionalis descriptio nova" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Naar ontwerp van F.A. de Jongh in opdracht van de gemeente Schoonhoven ten behoeve van het eerste waterleidingnet in de Krimpenerwaard in 1900-1901 op kruisvormige onderbouw opgetrokken watertoren in romantische deels in neo-Renaissance-, deels in 'chaletstijl' uitgevoerde trant, met een hoogte van vijftig meter en gesitueerd nabij de rivier de Lek, aan de zuidwestzijde van de stad. De geleidelijk uitkragende torenopbouw met ingesnoerde achtzijdige, leien spits heeft inwendig een ijzeren vlakbodem waterreservoir van 150 m3, met een zestienzijdige houten ommanteling.
Omschrijving
De Schoonhovense WATERTOREN is opgetrokken in baksteen - gemetseld in kruisverband met knipvoegen en afgewisseld door gepleisterde banden, hoekblokken, aanzet- en sluitstenen en consoles, en hardstenen basementen, lateien en dorpels - op een twee lagen tellende onderbouw met de grondvorm van een Grieks kruis, waarin in oorsprong de machinekamer en de machinistenwoning waren ondergebracht, en heeft rondom houten raamkozijnen.
De vier smalle armen van de kruisvormige onderbouw - afgeschuind bij de hoeken en aldaar voorzien van smalle ramen en een veld met siermetselwerk - worden gedekt door ver overstekende zadeldaken met leien in maasdekking en elk een geprofileerde schoorsteen midden op de nok. De daken hebben verder gesneden makelaars, rechte windveren, brede bakgoten en worden gesteund door gesneden schoren en boogvormige spanten met balusters. De vier kopgevels hebben beneden bij de zuidzijde (en in oorsprong ook aan de noordzijde) een dubbele beglaasde paneeldeur met lage hardstenen stoep en bij de west- en oostzijde een rechthoekig venster, waarboven telkens een vierruits bovenlicht en een groot in drieën gedeeld halfrond bovenlicht met een van rondboog- naar paraboolvormig verlopende omlijsting van strekken; op de verdieping in de noord- en zuidgevels een dubbele beglaasde paneeldeur met laag bovenlicht en in de oost- en westgevels elk een zesruitsschuifvenster met in siermetselwerk uitgevoerde boogtrommel; in de van uitkragend metselwerk voorziene punttop telkens een rond vierruits-zoldervenster; de zijgevels van de vier armen zijn verder blind.
De toren heeft een van achtzijdig via een ronde trommel naar de zestienzijdige ommanteling uitkragende schacht onder achtzijdige spits; de onderste schachtlaag heeft in de zijden boven de afgeschuinde hoeken van de kruisvormige onderbouw telkens een rond vierruitsvenster; de tweede schachtlaag van het octogoon bevat acht zesruitsvensters en geprofileerde natuurstenen kraagstenen; de ronde trommel op de derde schachtlaag is voorzien van een geprofileerde hardstenen lijst, zestien boognissen waarin smalle tweeruits-vensters en diamantkoppen, en uitkragend metselwerk met hardstenen consoles; de zestienzijdige houten ommanteling van het waterreservoir is uitgevoerd in vakwerk met vijf geledingen - met overwegend visgraatsgewijs geplaatste delen en in elk veld twee smalle tweeruitsvensters en een rondboogvenster boven elkaar onder een keperboog - en afgesloten door een brede, licht uitkragende kroonlijst op gesneden consoles.
De steile, ingesnoerde spits is voorzien van leien in maasdekking en boven de vier dwars-armen elk een dakkapel met luik, voorzien van sierlijk gesmede gehengen, onder vierzijdige leien spits en piron; het geheel wordt bekroond door een rijk gedetailleerde windvaan op bolvoet.
Inwendig zijn de wanden en plafonds witgepleisterd en zijn alle vloeren - uitgezonderd de keldervloer, de halvloer in het midden van de voormalige machinistenwoning en de lekvloer onder het reservoir - uitgevoerd met houten delen. Doorgaand door de centrale ruimten resteert aan de ZO-zijde de grotendeels bewaarde aanvoerpijp en aan NW-de zijde ten dele de afvoerpijp. Op de (van een latere, niet beschermenswaardige tussenvloer voorziene) beneden verdieping, boven de door middel van een ronde put toegankelijke reinwaterkelder, waren in oorsprong de (inmiddels verwijderde) machines en pompen opgesteld; in de noordelijke arm bevindt zich een later aangebrachte traforuimte, van buiten af toegankelijk via een stalen deur; in de oostelijke arm een later aangebrachte ijzeren steektrap naar de voormalige machinistenwoning (in oorsprong van buiten af toegankelijk langs twee gesneden houten buitentrappen, die in 1911 zijn verwijderd), waarvan de stenen middenvloer - met in oorsprong in het midden een ronde opening - wordt gedragen door een in het zicht gelaten krans van ijzeren balken en acht van eenvoudig smeedwerk voorziene consoles.
De voormalige machinistenwoning op de eerste verdieping bevat een centrale ronde hal, waarop alle vertrekken uitkomen, met in het midden een rond, sierlijk gesmeed hekwerk rondom de vroegere vloer-opening, en van schijnvoegen en geprofileerde cordonlijst voorziene wanden waarin geprofileerde paneeldeuren en deurnissen; aan de oostzijde een gebogen ijzeren trap met rechte spijlen en bolvormig bekroonde colonetten naar de zolderverdieping. De zuid-arm bevat de vroegere woonkamer met gestuct plafond, voorzien van midden-ornament met rozetmotieven, evenals de kamer in de west-arm, en voorts een schoorsteen met kunststenen mantel en twee wandkasten uit de bouwtijd. In de noord-arm bevindt zich de oorspronkelijke keuken met hoge houten schouw, zinken aanrecht met loden spoelbak en houten onderkasten, dubbelhoge wandkast en voormalig privaat met eenvoudig houten schuifluik als ventilatierooster. De oost-arm heeft evenals de keuken een eenvoudig midden-ornament aan het gestucte plafond.
Boven de woonvertrekken bevinden zich de houten bergzolders, toegankelijk via vier lage houten deuren vanuit de ronde hal op de eerste laag van het octogoon, die verder een rechte houten steektrap met gesneden trapstijlen heeft naar de tweede schachtlaag. Aldaar leidt eenzelfde steektrap naar de stenen lekvloer in de ronde trommel, die wordt gedragen door ijzeren liggers waartussen troggewelfjes zijn aangebracht. Daarboven bevindt zich het cilindrische hoogreservoir (dat smaller is dan het destijds gebruikelijke Intze-reservoir en een vlakke bodem heeft), rustend op een stelsel van ijzeren liggers. Het uit geklonken plaat- en hoekijzers samengestelde hoogreservoir heeft een doorsnede van zes meter en is vijf meter hoog; daaromheen tussen de ommantelingswanden twee omgangen met losse planken. Boven het reservoir de zes meter hoge standpijp, voorzien van geklonken ijzeren platen, en aansluitend de houten draagconstructie van de torenspits.
Waardering
Watertoren met in- en uitwendig grotendeels bewaard gebleven, zeldzame detaillering met combinatie van neo-Renaissancetrant en 'chaletstijl', en met door de bijzondere hoofdvorm sterk sprekend silhouet, van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde en uit oogpunt van industrieel- archeologische waarde; tevens van belang als sluitstuk in het oeuvre van watertorenarchitect F.A. de Jongh.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Designed by F.A. de Jongh on behalf of the municipality of Schoonhoven for the first water supply network in the Krimpenerwaard in 1900-1901, a water tower built on a cruciform foundation in romantic style executed partly in neo-Renaissance, partly in 'chalet style', with a height of fifty metres and situated near the river Lek, on the south-west side of the city. The gradually projecting tower superstructure with a constricted eight-sided slate spire contains internally an iron flat-bottomed water reservoir of 150 m3, with a sixteen-sided wooden cladding.
Description
The Schoonhoven WATER TOWER is built in brick - mortared in stretcher bond with perpend joints and alternated by rendered bands, corner blocks, quoins and key-stones and hardstone bases, lintels and sills - on a two-storey foundation in the shape of a Greek cross, which originally housed the engine room and the engine-driver's cottage, and has wooden window frames all around.
The four narrow arms of the cruciform foundation - chamfered at the corners and fitted there with narrow windows and a field with ornamental brickwork - are covered by widely projecting gabled roofs with slate in tile bond, each with a profiled chimney in the middle of the ridge. The roofs furthermore have cut roof struts, straight wind braces, broad gutters and are supported by cut brackets and arched trusses with balusters. The four gable ends have at the base on the south side (and originally also on the north side) a double glazed panel door with low hardstone step and on the west and east sides a rectangular window, above each a four-paned fanlight and a large three-part semicircular fanlight with a surround moulding ranging from circular arch to parabolic form; on the upper storey on the north and south gables a double glazed panel door with low fanlight and on the east and west gables each a six-paned sash window with an arch drum executed in ornamental brickwork; at the pointed apex each a round four-paned loft window; the side gables of the four arms are otherwise blind.
The tower has a shaft projecting from octagonal via a round drum to the sixteen-sided cladding under eight-sided spire; the lowest shaft layer has on the sides above the chamfered corners of the cruciform foundation each a round four-paned window; the second shaft layer of the octagon contains eight six-paned windows and profiled natural stone corbels; the round drum on the third shaft layer is fitted with a profiled hardstone moulding, sixteen arches containing narrow two-paned windows and diamond points, and projecting brickwork with hardstone consoles; the sixteen-sided wooden cladding of the water reservoir is executed in half-timbering with five tiers - with predominantly herringbone-placed elements and in each panel two narrow two-paned windows and a semicircular arch window one above the other under a chevron arch - and finished by a broad, slightly projecting cornice on cut consoles.
The steep, constricted spire is fitted with slate in tile bond and above each of the four cross arms a roof dormер with shutter, fitted with delicate wrought-iron hinges, under four-sided slate spire and final; the whole is crowned by an ornately detailed weathervane on a spherical base.
Internally the walls and ceilings are whitewashed plaster and all floors - except the cellar floor, the half-floor in the middle of the former engine-driver's cottage and the leakage floor under the reservoir - are executed with wooden components. Running through the central spaces there remains on the SE side the largely preserved inlet pipe and on the NW side partly the outlet pipe. On the lower storey (fitted with a later, not preservation-worthy intermediate floor), above the purified-water cellar accessible by means of a round well, the machinery and pumps (now removed) were originally installed; in the northern arm there is a later-added transformer room, accessible from outside via a steel door; in the eastern arm a later-added iron step ladder to the former engine-driver's cottage (originally accessible from outside via two cut wooden external staircases, which were removed in 1911), of which the stone central floor - with originally a round opening in the middle - is supported by a visible wreath of iron beams and eight consoles fitted with simple wrought-iron work.
The former engine-driver's cottage on the first storey contains a central round hall, to which all rooms lead, with in the middle a round, delicately wrought-iron fence around the former floor opening, and walls fitted with mock joints and profiled cornice moulding in which profiled panel doors and door niches; on the east side a curved iron staircase with straight spindles and spherically crowned colonettes to the attic storey. The south arm contains the former living room with stuccoed ceiling, fitted with central ornament with rosette motifs, as well as the room in the west arm, and furthermore a fireplace with artificial stone mantel and two wall cupboards from the building period. In the north arm there is the original kitchen with tall wooden hood, zinc work surface with lead sink and wooden base cupboards, double-height wall cupboard and former privy with simple wooden sliding panel as ventilation grille. The east arm has, like the kitchen, a simple central ornament on the stuccoed ceiling.
Above the living quarters are the wooden storage attics, accessible via four low wooden doors from the round hall on the first tier of the octagon, which furthermore has a straight wooden step ladder with cut stair strings to the second shaft layer. There a similar step ladder leads to the stone leakage floor in the round drum, which is supported by iron beams between which are placed barrel vaults. Above this is the cylindrical high-level reservoir (which is narrower than the Intze reservoir customary at the time and has a flat bottom), resting on a system of iron beams. The high-level reservoir, composed of riveted plate and angle iron, has a diameter of six metres and is five metres high; around it between the cladding walls two passages with loose planks. Above the reservoir the six metre high standpipe, fitted with riveted iron plates, and adjacent the wooden support structure of the tower spire.
Valuation
Water tower with internally and externally largely preserved, rare detailing with combination of neo-Renaissance style and 'chalet style', and with strongly striking silhouette through its distinctive principal form, of general importance on account of architectural and cultural-historical value and from the perspective of industrial-archaeological value; furthermore of importance as the culmination in the oeuvre of water tower architect F.A. de Jongh.
Nearby in the register
- Woonhuis, Havenstraat 30 gWoonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Koestraat 6Woonhuisunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Voorhaven 23Werk-woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Voorhaven 10Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.